Dag 5 kadeng kadeng kadeng

Na een uur of 4 zeiden wij nog optimistisch dat het allemaal best meeviel deze reis. Een koele trein, mooi uitzicht, veel ruimte. En dat was het ook. Maar jeetje wat is ruim 10 uur treinen lang zeg…
Maar ik heb wel weer mijn hoofd vol mooie beelden. Mooie en pijnlijke beelden, prachtige plattelandstaferelen, gekke stationnetjes maar ook heel erg veel armoede. Verlaten gebouwen, ingestorte gebouwen, overwoekerde stations, pijpleidingen waarvan we hoopten dat er niets bijzonders in zat en veel, heel veel arme Roemenen. Dachten we dat het Hongaarse landschap armoede uitdrukte, het Roemeense landschap was prachtig maar ook pure armoe. Bij tijd en wijle gewoon een derdewereldland met piepkleine huisjes en troep. Heel veel troep. Wat is het dan een contrast als je uit de trein stapt en in een gerestaureerde wereld van middeleeuwse gebouwen komt en je mag uitrusten in een hotelkamer met prachtige antieke meubels.

Station Budapest Keleti-Pu., onze trein naar Sighisoara, Roemenië

Station Curtici, grens Hongarije/Roemenië

Station Curtici, grens Hongarije/Roemenië

Station Curtici, de locomotief wordt verwisseld voor een Roemeens geval

Dag 4 september 2011, Budapest

Het leukste blijft gewoon om te proberen geen toerist te zijn en je tussen de Hongaren te begeven. Jammer dat we echt geen chocola van de taal kunnen maken.

Vandaag hebben we het fietsplan nog een stapje verder gebracht en we hebben besloten dat we gek zijn geworden. Nadat we gisteren een heel groot stuk van Pest + Margit eiland hebben gezien zijn we vandaag naar het aan de overkant gelegen Buda gefietst. Eerst wilden we de Kasteelberg bezoeken en zijn we daar omhoog geklommen. Ik moet zeggen dat fietsen over kinderkopjes toch niet zo’n succes is, zeker niet als je ook nog probeert uit alle macht de berg op te komen. Maar uit eindelijk kwamen wij boven en hebben we de Nationale Hongaarse Galerie bezocht. Een museum met louter Hongaarse kunstenaars. Heerlijke protserige middeleeuwse kunst die ik toch inspirerend vind vanwege de heerlijke perspectieven. En ook modernere kunst. Karoly Ferénzci vonden wij bijvoorbeeld heel interessant. Jammer genoeg lijken onze hersenen zich maar niet te willen vormen rond de Hongaarse klanken want er zijn ook erg veel dingen die we niet onthouden hebben puur omdat de naam uit onze gedachten bleef wegglippen. Dit geldt onder andere voor een andere schilder waarvan wij erg genoten hebben met prachtige donkere schilderijen.

Daarna hebben we een heel stuk bovenlangs castle hill gefietst om vervolgens stijl naar beneden te rammelen voor een glaasje hoognodige cola. Soms heeft een mens gewoon zoiets nodig, koud, nat en prikkelend. Vervolgens hadden wij het waanzinnige idee om naar een klein plekje op de kaart genaamd Citadella te fietsen. De lonely planet vertelde wel keurig waar deze Citadel te vinden was en ook op onze kaart konden we die vinden. Maar waar wij stom genoeg niet over hadden nagedacht was dat een citadel meestal op een hoger gelegen plek ligt. Of nou ja, we hadden wel bedacht dat het hoger zou liggen, maar nooit hadden we kunnen denken dat we voor deze Citadel naar het Liberty Statue zouden fietsen wat gezien vanuit Pest hoog afsteekt in de lucht. Sterker nog, wij dachten dat we daar niet eens op konden komen. Tot we boven waren en ineens naast dat standbeeld stonden. Of nou ja ineens…fietsen was er niet echt bij, onze longen waren, sportief als wij zijn, al lang uitgehoest op onze schoenen en na heel veel pauzes kwamen wij boven aan. Zo’n inspanning werkt louterend want wij vonden het uitzicht meer dan de moeite waard terwijl wij nu wij weer veilig beneden zijn tegen elkaar zeggen dat we nóóit meer zoiets gaan doen.

Budapest heeft voor mij twee gezichten. De mooie kant ooit natuurlijk gebouwd voor de Hongaren zelf, maar nu omgeven door hordes van een niet nader te noemen soort. En de rouwe, vervallen kant. De zwervers die je overal aantreft, oude vervallen gebouwen die ooit prachtig moeten zijn geweest, kapotte dingen, hardwerkende mensen. Ik houd er van om in een stad niet alleen de mooie kant te bekijken maar juist ook achteraf te gaan kijken en de dingen te zien die eigenlijk niet voor de ogen van de drommen bedoeld waren. Het verlangen om het land waar je bent, of de stad waar je bent, van binnen en van buiten uit te begrijpen grijpt mij elke keer weer. Natuurlijk zie ik nog alleen maar de buitenkant, jammer genoeg. Maar proberen dan tenminste van alles wat te zien, naar plekken te gaan waarin niet duizenden toeristenvoeten voren hebben geslepen is een groot verlangen.

Morgen vroeg gaat onze wekker weer en reizen we verder. We gaan op de fiets naar het station om vervolgens domweg 11 uur in de trein te gaan zitten op weg naar ons volgende avontuur in Roemenië.

Statue of Liberty op de top van de heuvel

Uitzicht vanaf Citadella

Uitzicht op Buda vanaf de sokkel van een standbeeld

Mooi huis

Mannen aan het werk aan de Donau

Een deur

Dag 3 september 2011, Budapest

Waarom fietsen mee? We zijn er inmiddels achter. Fietsen zijn een uitermate handig en snel vervoermiddel in een stad waar anders slechts de benenwagen of het openbaar vervoer rest. Nadat wij op dag 2 ’s avonds om 20 uur al knock out gingen vanwege het grote slaapgebrek en de inspanningen geleverd bij het overstappen met koffers én fietsen zijn wij op dag 3 heerlijk vroeg opgestaan en op onze fietsjes gestapt.

Ons eerste doel waren de thermale baden van Széchenyi, want dat kun je natuurlijk niet overslaan in Budapest. Onze fietsjes brachten ons via geweldige achterafweggetjes keurig bij het park alwaar wij eerst een soort kasteel met drommen toeristen aantroffen.

 
Na onze ogen goed de kost te hebben gegeven zijn wij de thermale baden ingedoken. Warm en heerlijk onstpannent, wat we wel konden gebruiken na de lange treinreis.

Dit groene dak troffen we onderweg aan

Daarna zijn we naar Margit eiland gefietst, een eiland in de Donau van ongeveer 2,5 km lang. Heerlijk om bij het water te zijn en zodoende hebben wij het eiland in zijn geheel rondgefietst. De eerste 1,5 km waren echter erg moeizaam…we kwamen er toen pas achter dat we op een soort verende hardloopbaan fietsten en dat daarbij vergeleken zelfs het naastgelegen grindpad als een makkie voelde. ‘S avonds hebben we op een terras van een Hongaars restaurantje genaamd Lescó gegeten en daarna zijn we gevloerd in de hotelkamer erg vroeg gaan slapen.

Mooie ouderwetse tram langs de Donau

 

Dag 1+2 september 2011, treinen naar Budapest

Waarom gingen we ook alweer op reis met vouwfietsen? Dat hebben wij onszelf tijdens onze treinreis naar Budapest erg vaak afgevraagd. Fietsen in de steden was leuk bedacht maar niemand heeft ons verteld dat die langeafstandstreinen niet berekend zijn op mensen met bagage. Dat merkten we in de ICE naar Keulen waar we onze bagage nergens kwijt konden en dat merkten we nog meer in de slaaptrein van Keulen naar Wenen! Wauw wat zijn die slaapcoupé’s klein zeg!

Zonder bagage zouden we al als sardines in een blik hebben gezeten…met…leek ons niet te doen. De hostess van onze wagon vond ons echter heel lief volgens mij want ze regelde een dubbele coupe voor ons zodat onze bagage in de ene kon staan en wij in de andere konden slapen. Nou ja slapen…

De trein naar Budapest had gelukkig wat meer ruimte maar hemel wát een gezeul!

Vier treinen verder en een heel erg kort nachtje later kwamen we aan in Budapest. Onze eerste indruk: HELP hier kunnen we helemaal niet fietsen. Nadat we ons eerst al fietsend met al onze bagage tussen het verkeer hadden gewaagd zijn we toch maar wat voorzichtiger gaan doen en de stoep op gegaan. Die verkeersslagaders, daar zijn we inmiddels achter, zijn meer een soort Hongaars roulette.