Gado Gado

Gado Gado

Vandaag heb ik met een vriendin op het terras van Zandfoort aan de Eem gezeten, met de kindjes, lekker een beetje klooien en beppen. Nou doe je beppen over het algemeen alleen met vriendinnen, maar ik had zo graag met Aart daar willen zitten, in de toekomst. Voor de mensen die Zandfoort aan de Eem niet kennen, dat is een soort keet met een heleboel zand voor de deur met picknickbanken en andere onmogelijke houten bankjes, ligbedden een waterpomp, glijbaan en speelgoed voor de kinderen. Het doet mij altijd denken aan een terras in de tuin van een kraakpand in Berlijn, zo’n plek waar het leven even stil staat, volwassenen feesten en kinderen zich tot in de late uurtjes vermaken met vreemde speeltoestellen en zand, veel zand en natuurlijk water.
Het leek me echt wat voor Aart en mij om samen met Lucas te gaan chillen, Lucas dan van top tot teen bedekt met zand en modder, Aart en ik dan boeken lezend met een koud glas wijn, bier of ehh, nee ik bedoel fris natuurlijk.
Nu zat ik daar met een vriendin, we bepten en bepotelden elkaars kinderen. En uren later en lichtelijk verkleumd vertrokken we weer, ieder ons weegs. Niet helemaal wat ik er van verwacht had voor de toekomst maar heel gezellig en Lucas had inderdaad zand in zijn haar.
Nu vraag je je natuurlijk af waarom ik in vredesnaam een foto van een bord eten bovenaan mijn blog heb staan en de naam Gado Gado als titel. Daar komen we dan nu bij en het lijkt totaal random natuurlijk maar in die lichtelijk melancholische stemming van iets wat ik samen wilde gaan doen maar wat niet meer kan liep ik de Albert Heijn in. Eigenlijk liep ik eerst naar de Xenos waar een dwaaltocht langs de schappen me tot de conclusie bracht dat ik er toch nog niet helemaal aan toe ben om ook daadwerkelijk gekleurde kussentjes voor de bank te kópen (zie blog gekleurde kussentjes). Maar dat is een ander verhaal. Ik liep dus de Albert Heijn in en ik was er duidelijk niet bij met mijn hoofd want ik wilde een handscanner pakken met mijn air miles pas en toen het apparaat mij meedeelde dat ik de hulp van een medewerker moest inschakelen liep ik geïrriteerd naar de medewerker achter de balie dat dat kreng het nou wéér niet deed, voor de zoveelste keer. Ze zei droogjes dat dat niet erg verwonderlijk was omdat het mijn air miles pas was waarop ik zei dat ik duidelijk húlp nodig had. De zoveelste postzwangerschapsdementie-actie waar ik graag smakelijk om had willen lachen met Aart (had ik al gezegd dat ik lichtelijk melancholisch was?). Enfin, het lukte wel hoor met die scanner. Ik was daar met een doel. Ik wilde een Gado Gado maaltijd salade te kopen. Die hadden Aart en ik in de week voor hij stierf ontdekt en Aart heeft het er nog dagen over gehad. Hij vond die salade zó lekker, het maakte hem niet meer uit dat ik geen energie meer had om te koken, als hij elke dag Gado Gado salade mocht eten was het me vergeven. Ik vond die salade ook erg lekker maar de eerste tijd moest ik er niet aan denken om ‘m te gaan halen. Niet alleen omdat de Albert Heijn niet om de hoek is maar ook omdat je dan zelfs met het éten nog geconfronteerd wordt met je verlies. Nou geen zin in dus! Maar vandaag wel, niet in die confrontatie hoor, maar wel in Gado Gado salade. Dus ik schepte vanavond mijn bordje vol met lekkere salade, want uit zo’n plastic bak eten vind ik weer net een beetje té en wilde de papieren wikkel aan de kant gooien toen mijn oog ineens viel op een groene V. En bij nadere bestudering zag ik het inderdaad, die stukjes kip dat zijn helemaal geen stukjes kip maar vegetarische ietsjes van een of ander plantaardig spulletje gemaakt en daarna in een soort van vleesvorm gegoten. Al die jaren dat ik vegetariër was en ook in de jaren daarna heb ik bij tijd en wijle geprobeerd Aart te foppen met nepvlees, ik vind dat zelf over het algemeen lekkerder maar Aart, de echte man, moest er niets van hebben. “Gadver, wat is dit voor spul?” … “Oh vagetonisch zeker” om het vervolgens niet op te eten en te vragen of ik volgende keer weer echt vlees zou maken. Hetzelfde deed hij overigens ook met diepvriesgroente, ook dat pikte hij er feilloos uit. Dit waren weliswaar echte verse groenten, maar dat vlees is dus hartstikke nep. Is hij er na al die jaren tóch nog ingestonken! Wat zal hij blij zijn dat ik hem dit niet meer onder zijn neus kan wrijven!

Mijlpaal

Vandaag had Lucas een mijlpaal. Door toedoen van zijn moeder, ik dus. Het nadeel van mijlpalen is altijd dat ik er een beetje verdrietig van word omdat ik ze wil delen met Aart.
De mijlpaal van vandaag had ik niet alleen willen delen maar ook liever niet zelf veroorzaakt. Liever had ik gehad dat ‘domme pappa’ dat gedaan had. Daar zijn onhandige, klunzige, domme vaders voor toch? Om onvoorzichtig met hun kinderen om te springen en zo hun paniekerige en overbezorgde moeders tot waanzin te drijven.
Ik zei het met vaderdag al, voortaan vier ik vaderdag én moederdag want ik zal voortaan vader en moeder zijn voor Lucas en daarvoor verdien ik natuurlijk best twee feestdagen.

Vandaag was ik dus eventjes de vader. Dat begon al eerder op de dag want ik vergat Lucas’ luier te verschonen en toen hij huilde snapte ik niet dat dat wel eens een overvolle drijfnatte luier kon zijn, met poep op de koop toe. Daarna ging ik de deurmat schrobben met grote emmers vol water die ik er overheen kieperde, ik voelde me wel weer even ‘vrouw’ toen ik de natte deurmat probeerde over een bankje te hangen want dat koste nogal wat moeite. Maar hee, het lukte dus ik was al gauw weer ‘het ventje’.

Ik bedacht me dat als ik ooit weer trouw dat dat dan maar met een vrouw moet zijn. Kan ze mooi voor me schoonmaken en koken (daar heb je vrouwen voor toch?) en het scheelt ook een hoop gezeik naast de pot en spetters op de muren daarnaast. Of nog erger, op de pedaalemmer. Nu klinkt het net alsof Aart zo vaak naast de pot pieste maar dat was niet zo. Maar ja van zo’n grote hoogte (dat krijg je met zo’n lange man) klatert het natuurlijk weer lekker op en de omhoogstaande wc-bril vond ik vooral tijdens mijn nachtelijke plasmomentjes wanneer ik slaperig en in het donker wilde gaan zitten nogal ergerlijk. Oké ik geef toe, ik heb niet staand geplast. Ik ben dus wel een man maar geen vent.

De apotheose van mijn vader zijn kwam tegen achten toen ik me samen met Lucas voorbereide op een lekkere melkmaaltijd per fles. Ik legde Lucas op de zitting van de leunstoel in mijn atelier om nog even wat dingen te pakken, want flesjes geven is uitermate saai zonder wat tijdverdrijf. Vooral omdat ik Lucas niet moet aankijken of tegen hem moet praten want dan gaat hij lachen en loopt alle melk er langs zijn mondhoeken weer uit en vergeet hij verder te zuigen. Kortom, ik was mij aan het voorbereiden en Lucas lag achter me op die stoel te wachten. Of nou ja wachten, Lucas is niet zo’n geduldige wachter, hij gaat gewoon wat doen en tegenwoordig malen die beentjes honderden slagen per uur. Ik keek nog even om en constateerde dat hij zich verplaatst had maar nog prima lag, draaide me om en boem!
Ineens lag Lucas op de grond. Hoe hij dat precies voor elkaar heeft gekregen weet ik niet want hij lag op zijn buik, maar feit is dat hij niet echt prijs stelde op deze nogal onzachte landing en het flink op een brullen zetten, de laatste keer dat ik dat hoorde was op het consultatiebureau na het tweede prikje in zijn been. Natuurlijk pakte ik hem schuldbewust gelijk op, inspecteerde hem van top tot teen om te constateren dat hij geen uitwendige beschadigingen had en gaf hem een zoen op zijn voorhoofdje toen het brullen nog niet stopte. Toen het nog een paar seconden langer duurde besloot ik dat de oplossing voor het grijpen stond. Ik zette een filmpje van uitzending gemist op, ging met Lucas zitten in de leunstoel waar hij net vanaf was gevallen en stopte er gauw de fles in. Succes verzekerd En een mijlpaal rijker: Lucas is voor het eerst gevallen! Mooie moeder ben ik ook. Nee mooie vader!

Mijn opa snapt het

Bonbons

Bonbons gekregen van mijn opa

Mijn opa snapt het. In barre tijden is al wat je nodig hebt chocola. Van goede kwaliteit in de vorm van bonbons bijvoorbeeld.
Gisteren schoof ik samen met Lucas aan bij een van de etentjes die mijn opa houdt met zijn kinderen. Na een tijdje liet hij mijn tante een papieren tasje uit de koelkast toveren met als opschrift: ‘verrassing’. En uit dat tasje kwamen dus bonbons. Lekker! Denk ik, mijn opa kennende…

Gek, we zaten daar met vier generaties, Lucas, ik, mijn moeder en haar vader, mijn opa dus en Lucas’ overgrootvader. Ik realiseerde me ineens dat Lucas een bijzondere familiesamenstelling heeft. Twee overgrootmoeders en een overgrootvader maar geen papa. Twee (half)broers zijn het enige wat hij van Aarts kant van de familie nog heeft. Van mijn kant heeft hij des te meer, een hele schare aan oudooms en oudtantes, een opa en een oma, achterneven en nichten en dus overgrootouders, allen van ver in de tachtig.

Wat een rare wending krijgt het leven soms, dat je man niet verder komt dan 55 en je grootouders nog vrolijk rondhuppelen. Nou ja ok, vrolijk is wat overdreven en dat rondhuppelen ook.  Bij hen komt ook de ouderdom met gebreken. Maar ook weer niet met zo veel gebreken, gezien het feit dat ze alledrie nog zelfstandig rondlopen, zelfstandig wonen en alledrie nog aanspreekbaar zijn en alleen maar een klein beetje vergeetachtig.
Wat bijzonder dat Lucas dat allemaal mee mag maken! En hoe trots zijn ze op hun achterkleinzoon!

Zo, nu ga ik gauw de bonbons in de koelkast leggen want ik snap ineens waarom mijn opa ze daar heel zorgzaam bewaarde!

 

Pens en leven

20/11/1984 ik met mijn vader

20/11/1984 ik met mijn vader

PENS EN LEVEN, dat was het eerste waar mijn oog op viel toen ik de status van mijn bankrekening wilde checken. Dat moet vast PENS EN LEVER zijn dacht ik bij mijzelf. Foutje bedankt.
Eh wacht even, pens en lever op mijn bankrekening, interessant. Mijn kat eet dat soort zooi niet en bovendien levert wat mijn kat eet over het algemeen geen geld op. Sterker nog dat dieetvoer is bepaald geen koopje. Het bedrag achter PENS EN LEVEN deed bij mij geen belletje rinkelen. Over het algemeen komt er niet zo vaak geld binnen, het gaat er vooral uit. Zo gaat dat met geld.
Bij het woordje Achmea ging er ineens wél een belletje rinkelen, dat was Aarts pensioenfonds en voor het nabestaandenpensioen van mij en Lucas heb ik onlangs nog heel wat formulieren in moeten vullen. Dus ja, het is ons nabestaandenpensioen.
Ik ben erg blij dat ik voortaan maandelijks wat PENS EN LEVER op mijn bankrekening gestort krijg!

Terwijl ik dit schrijf belt de kinderarts, met wie ik pas over 2 dagen een belafspraak heb voor de uitslag van de echo. Ik dacht even dat dit wel slecht nieuws moest betekenen, maar blijkbaar laten de patiëntjes op zijn spreekuur het vandaag een beetje afweten en had hij wat tijd over want de echo is helemaal goed! Lucas heeft dus geen heupdysplasie en de echo was, zoals ik al dacht, puur een formaliteit omdat ik het wel had en het erfelijk kan zijn. Kortom, mijn bollebloosje (met dit weer wil dat wel) is helemaal gezond! Goddank geen spreidbroek met deze temperaturen!

De liefdeskamperfoelie

Je zult je afvragen waar deze zoetige titel vandaan komt of denken dat ik een hopeloos romantische bui heb maar niets is minder waar. Helaas zal ik hierbij Aart een beetje moeten ontmannen. Niet ik ben hopeloos romantisch, Aart was de gene van de zoetigheden en romantische woorden. Liefdeskamperfoelie is er eentje uit Aarts mouw.
Niet dat hij verder zo hopeloos romantisch was, ik heb werkelijk nooit een bosje bloemen van hem gekregen of chocola. Oh nee dat laatste is niet waar, hij kocht te pas en te onpas mijn lievelingskoekjes (met chocola uiteraard), ook toen ik hem smeekte dat niet meer te doen omdat ik verschrikkelijk begon uit de dijen. Maar verder geen bloemen, chocola of romantische verrassingsuitjes. Wel noemde hij me dropje, druifje, honneponnetje of honingbijtje. Hoewel vooral bedoeld om anderen te laten braken van de zoetigheden meende hij ze denk ik stiekem wel een beetje. Net als dus die liefdeskamperfoelie.

Toen we in dit huis kwamen wonen  stond er een kamperfoelie die ons Hans en Grietjeschuurtje overwoekerde en zodanig in de weg stond dat de deur niet open kon. Die kamperfoelie moest daar dus weg en ik verwachtte iets met kettingzagen en ander grof geschut. Maar Aart was geloof ik voor die kamperfoelie gevallen en kwam er al googelend achter dat (ik moest het zelf even nazoeken want ik was het vergeten) de ranken zich rechtsom draaien. En dat voor een man die alles verder smalbladig wilgenroosje noemde.
Hij besloot dat die kamperfoelie gered moest worden, dus togen we samen aan het werk. Ik snoeide de kamperfoelie ver terug en Aart groef het ding zo diep mogelijk uit. Daarna verplaatsten we ‘m ongeveer een meter, groeven hem weer in en gaven hem heel vaak water.

Tot onze grote verrassing begon dat ding weer uit te lopen en een jaar later zelfs weer te bloeien. En Aart zei: “die kamperfoelie staat voor onze liefde, die overwint alles”
Vanaf dat moment noemde hij hem liefkozend de liefdeskamperfoelie.

Nu is dit natuurlijk een prachtig verhaal, alleen dit is hoe de kamperfoelie er nu bij staat:
IMG_0327

Vorige winter (dus niet afgelopen winter maar die daarvoor) tijdens de ineens zeer strenge vorst in ik meen januari kreeg de kamperfoelie een flinke klap. Die zomer stond de kamperfoelie er treurigjes bij, hier en daar nog een klein takje met blaadjes dus ik had nog hoop. Aart en ik hadden een geweldige zomer en de kamperfoelie leefde tenslotte nog. Misschien had ik het moeten zien als een voorbode, maar gelukkig heb ik het niet gezien. Ik denk niet dat we dan zo zorgeloos een kindje hadden gemaakt.

Deze winter heeft de kamperfoelie blijkbaar nog een klap gehad want dit voorjaar kwamen er geen nieuwe blaadjes aan en vorige week tijdens het klussen in de tuin brak hij af, de stam kurkdroog. Nu staat hij daar triest in de tuin samen met de halve tuinkabouter, ik hoop stiekem dat hij nog leeft (de kamperfoelie, niet de tuinkabouter), misschien wel tegen beter weten in.

Gekleurde kussentjes

20130720-172240.jpg

Regelmatig floepen er in mij gedachten op over de voordelen van het ongewenst manloos zijn. Het zal wel een beetje raar zijn, ik hoor nu natuurlijk als een dweil huilend op de grond te liggen of op zijn minst een rouwkrans aan de deur te hebben, in het zwart gekleed te gaan en alles héél erg te vinden. Maar mijn hoofd doet daar niet aan mee, dus ik ook maar niet.

En dan doemen er in mijn hoofd droombeelden op van kleurrijke huiskamers met op de bank felgekleurde kussentjes. En een kast met wol en katoen en een kleurrijk vloerkleed. Van die dromen waar ik altijd heel blij van word en nu ineens besef ik dat ik ze ook kan waarmaken. Want hoe je het ook wend of keert, vanaf nu mag ik lekker zelf bepalen hoe ik mijn huis inricht. Dus geen tuttige schemerlampjes meer, donker houten meubels en neutrale kleuren maar vrolijk en kleurrijk. Ik heb wel van Aart geleerd ook van klassiek te houden, maar doe mij dan maar klassiek met een kleine draai! En die schemerlampjes, tja eerlijk is eerlijk, Aart was de man van de schemerlampjes. Dat mocht natuurlijk niemand weten, want schemerlampjes zijn bij voorbaat al tuttig, maar als het aan Aart had gelegen had het hele huis er vol mee gestaan. Als het aan mij ligt niet, natuurlijk zal ik wat schemerlampjes houden. Misschien ga ik ze wel beschilderen of de lampenkappen borduren en misschien houd ik er wel eentje voor de klassieke touch.

Dit soort gedachten komen natuurlijk niet alleen in mijn hoofd op als ik denk over kussentjes op de bank. Die bank is overigens totaal ongeschikt voor leuke gekleurde kussentjes want hij heeft een beetje een raar kleurtje. Maar goed, niet alleen dus als ik mijmer over de kussentjes op de bank heb ik zulke gedachten. Vanmorgen toen de kat weer eens ergens overheen had geplast was ik blij dat ik het niet aan Aart hoefde te vertellen die steevast aan het mopperen was op de kat en die bij dit soort dingen altijd een extra reden zag om te benadrukken dat katten eigenlijk maar vervelende beesten waren die beter snel naar de kattenhemel konden gaan. Hij was stiekem ook wel een beetje gek op Thomas hoor, ze lagen vaak samen op bed en dan kon hij het niet laten om flink met hem te knuffelen, maar verder had hij dus gewoon een hekel aan katten. En dus was ik vanmorgen blij dat ik het niet aan Aart hoefde te vertellen en mijn kat niet hoefde te verdedigen, dat hij meer aandacht verdient en gestrest is sinds de baby er is en dat hij dus eigenlijk gewoon een beetje een zielige kater is. Dat hoefde ik vanmorgen niet meer te doen, dus kon ik gewoon hardop vloeken op die rotkat. Want eerlijk is eerlijk, een ondergeplaste maxi cosi is écht niet grappig.

Nog even terugkomend op de gekleurde kussentjes, want daar gaat dit stukje tenslotte over en niet over de bepaald niet kleurrijke zwart-witte kat.
Misschien is het maar goed dat aan de andere kant van mijn hoofd nog steeds dat stukje Aart zit dat van Bordeaux rood en gebroken wit houd. Zijn stem die zegt dat ik het niet te bont moet maken. Ik houd van de stijl die Aart en ik samen hadden, rustig en met veel warme tinten en ik zit eigenlijk ook niet te wachten op een kinderlijk lundia/ikeahuis vol vrolijke kleurtjes. Zo hink ik dus eigenlijk op twee gedachten rond. In de tussentijd, haak ik stiekem een kleurrijk hoesje voor het pennenpotje en hangt er een vrolijke pannenlap in de keuken. Ik hink voorlopig nog even rustig door en bedenk ondertussen ter compensatie dat ik natuurlijk alle vrijheid onmiddellijk zou inleveren om Aart weer terug te hebben.

Het zijn de kleine dingen

Het zijn de kleine dingen. Dat dwaalt steeds maar door mijn hoofd. Het gaat niet om de grote dingen, het zijn de kleine dingen die het grote maken.
Het is niet het grote verdriet om het verlies van Aart wat me verscheurt, ik verscheur niet zo gauw, heb weinig tijd ook en mijn leven gaat verder. Een leven zonder ja, dat wel, maar ook een leven met. Zonder Aart maar met Lucas. Toen Aart overleed was Lucas pas 6 weken thuis, het grote wennen aan het moederschap was nog in volle gang. De nieuwe situatie was al gestart maar gewend was ik er nog niet aan. En toen overleed Aart, juist op het moment dat ik dacht: hier kan ik wel aan wennen. Mijn leven is dus geen groot en leeg gat, mijn leven is juist heel vol, vol met baby en geregel.
Het zijn dus niet de grote dingen die het doen, het zijn de kleine dingen. Het verdriet zit hem in de kleine dingen.

Ik zag vandaag twee jongens fietsen, twee hele stoere jongens met oorbelletje en allebei een klein eastpak tasje om hun schouder. Ik fietste als hippe moeder achter ze aan met mijn keurige moederfiets met fietskar met daarin mijn kleine hummeltje. En die twee jongens, die fietsen ook allebei op een keurige damesfiets. Nee niet zo’n oma-fiets, want dat is dan weer hip, maar allebei echt een net wat te kleine damesfiets. Ik moest lachen en dacht, dat moet ik thuis aan Aart vertellen.

Lucas kreeg vandaag zijn derde inentingen, twee venijnige prikjes, in elk been een. De eerste keer was hij erg verdrietig, de tweede keer woedend, vooral na de tweede prik maar vandaag huilde hij 20 seconden, of misschien waren het er maar 10. Daarna moest hij weer lachen en probeerde verwoed te sabbelen op mijn bovenarm. Ik was trots en dacht, dat moet ik thuis aan Aart vertellen.

Ik had een kennismakingsgesprek met de vrouw die mij voorlopig thuis gaat helpen. Het klikte goed zo op het eerste gezicht, we raakten snel aan de praat, ik kon grapjes maken en ze maakte grapjes terug. We fietsten nog een stukje samen op en hadden het over haar fietstassen die ze eigenlijk niet zo mooi vond en die ik gelijk zou willen ‘verbouwen’ met een ander uiterlijk. We namen afscheid bij de kruising en ik dacht, goh, zou ze Aarts goedkeuring ook kunnen wegdragen?

Aarts hoofdredactrice en een collega van de Groene Amsterdammer kwamen op bezoek. Of van ‘de krant’ moet ik eigenlijk zeggen. Ik kwam er pas vandaag achter dat dit niet is hoe iedereen de Groene noemt, maar dat Aart ‘de krant’ stug ‘de krant’ noemde terwijl ik in de veronderstelling was dat het zo heette. We hebben heerlijk in de tuin gezeten en herinneringen opgehaald over Aart. Ze waren voor het eerst bij ‘ons’ thuis, hebben Aarts soldaatjes en zijn werkkamer bewonderd. Ik kreeg een pracht van een afscheids’krant’, helemaal vol met mooie herinneringen van collega’s, een aantal van Aarts beste artikelen, berichten van twitter, e-mails en natuurlijk zijn in memoriam en toen ik het uit had wilde ik hem vertellen dat hij best eens wat trotser op zichzelf mocht zijn en wat meer van zichzelf mocht laten zien.

Een voordeel van dat hij er niet meer is, nu kan ik genadeloos over hem opscheppen zonder dat ik ervoor op mijn vingers word getikt.

Kijk dan, dit kerkje bouwde hij in miniatuurschaal from scratch, met klei, papier, verf en oude blokken!

Kerkje

En als je hier Aart Brouwer invult kun je alle 720 stukken die hij (soms samen met collega’s) vanaf 1994 heeft geschreven bekijken!

Brabants genoegen

Lucas in de wagenbak

Vandaag betrapte ik mezelf er op dat ik weer met een vet Brabants accent aan het praten was tegen Lucas. Aart en ik spraken samen ontzettend vaak met een Brabants accent en we verfijnden door de jaren heen onze technieken. Op een gegeven moment kon ik moeiteloos overschakelen tussen gewoon en Brabants…nog een tijdje later vond ik het soms zelfs moeilijk om gewoon te praten.
Vaak sinds de geboorte van Lucas zeiden we gekscherend tegen elkaar dat hij op die manier nooit fatsoenlijk ABN zou gaan leren. De ene keer spraken we in het Brabants, dan kwamen er weer Surinaamse schattebosjes voorbij, Limburgs passeerde af en toe de revue en dan weer was het Vlaams wat de klok sloeg. Het nadoen van accenten was een van onze grootste gezamenlijke hobby’s. Of moet ik het een levensstijl noemen? Er ging geen dag voorbij dat we alleen maar gewoon Nederlands spraken zoals we dat als kinderen thuis geleerd hadden. Lucas zou tweetalig opgevoed worden, Nederlands en de taal van de dialecten en accenten.

Aart was vanaf zijn achtste opgegroeid in Eindhoven dus hoewel ze thuis geen Brabants spraken (zijn ouders kwamen uit Rotterdam en Den Haag) hoorde hij dat dus continue om zich heen. Ik zelf ben opgegroeid in Amsterdam maar men vraagt me vaak of ik soms uit ’t Gooi kom door mijn fijne R. Die r is echter gewoon een spraakgebrek en Amsterdams kan ik niet nadoen. Maar toen ik Aart leerde kennen vloog het Brabants me om de oren en algauw nam ik het over. Later zei Aart vaak dat hij jaloers was omdat ik het gewoon beter kon dan hij. Ik was het daar niet mee eens, Aart was beter in de woorden, ik beter in het accent.

Ik kan mij nog talloze keren herinneren dat wij niet eens meer doorhadden dat we het deden en als lekker ordinaire Brabo’s door de supermarkt liepen te brallen. Dat was in Steenwijk dus men keek verwonderd op als ze ons hoorden, hoe waren die brabo’s daar nu weer verzeild?
Soms, als we vrienden over de vloer hadden die van origine een Brabants accent hadden moesten we erg ons best doen niet zelf ook mee te gaan doen. We wilden ze toch niet het gevoel geven dat we ze belachelijk maakten!

Vanmorgen zei ik dus tegen ‘ons Lucas’ dat we het toch zeker keigezellig hadden zo mè ze tweeje. En toen realiseerde ik tot mijn verbazing dat ik weer in het Brabants sprak. De afgelopen zes weken wist ik spontaan niet meer hoe het moest. Ik was het helemaal kwijt. Net alsof Aart het meegenomen had toen hij dood ging. Dat was ook echt iets van ons tweetjes. Ik wilde eigenlijk op de uitvaart nog iets tegen hem zeggen, in het Brabants, vleugje Surinaams, misschien nog wat Rotterdams. Maar het was weg, gewoon zo maar ineens verdwenen. Ik kon het niet meer. Vandaag was het er weer, ook gewoon zomaar ineens vanuit het niets.

Nu loopt Lucas alsnog het risico dat hij geen fatsoenlijk ABN gaat leren en dat zijn eerste woordjes zullen zijn met een zachte G. Maar mij kan het niets schelen, ik ben zó blij dat ik het terug heb, dat ik dat Brabantse, wat Aart mij leerde door kan geven aan zijn jongste telg die vast het talent van zijn ouders moet hebben geërfd. Binnenkort ga ik denk ik het Vlaams er ook weer aan toevoegen, Aart zei altijd dat mijn gezicht zachter werd als ik in het Vlaams sprak dus welke taal kan ik beter gebruiken om ons zoontje in aan te spreken?

Amai Lucas, hebt ge lekker gespeeld he? Want da Vlaams e, das zo’n schone taal!

 

 

 

Op de zolder en in de tuin

IMG_1095

20 april 2013, Lucas precies een maand oud

 

Vandaag was ik met mijn oom en tante aan het werk in de tuin. Onze woeste tuin waar nooit een redden aan was omdat hij véél te groot was en Aart het tegenovergestelde van groene vingers had. Hij noemde alles smalbladig wilgenroosje en de klimroos ‘snoeide’ hij ooit met de kettingzaag; waarna hij van mij eigenlijk sowieso niet meer zonder begeleiding in de tuin mocht werken. Dat betekende dat ik in mijn eentje de heg te lijf moest gaan, de rozen in bedwang moest zien te houden en de blauwe druifjesplaag moest zien uit te roeien. De laatste jaren kwam daar steeds meer de klad in, het helpt niet echt als dr. Bob tot twee keer toe je heup uit de kom wipt om er eens flink in te hakken en te zagen en het helpt ook niet als een andere dr. Bob je man van onder tot boven openzaagt. Ook helpt het niet om rond te lopen met een bolle buik, blindedarmontstekingen en zwangerschapsvergiftiging. Kortom, als iets geleden heeft onder onze rampspoed was het de tuin wel.

Maar gelukkig waren daar vandaag mijn lieve oom en tante (en mijn nicht die ook even kwam helpen en Lucas flesjes gaf) die als een soort wervelwinden met hun ruim 60 jaren door de tuin hebben gewoed. Het resultaat is dat ik ineens een véél grotere tuin heb en heel wat kuub tuinafval. Oh ja en ik kan weer in mijn achtertuin op een zomeravond van de zon genieten. Hehe!

Wat wel gek is op zulke dagen is dat je de rest eigenlijk even vergeet. En dat je dan dus naar zolder rent om een bol sisaltouw te halen en dat je eigenlijk gewoon verwacht dat je man daar zal zitten zoals hij altijd zat. En zo voelt het boven ook. Maar hij is er toch echt niet meer, zijn bureaustoel is ontzettend leeg. Of nou ja leeg, ik heb een oude leren tas erop gezet en de stoel staat niet meer aan zijn bureau, want op de een of andere manier zie ik dat dan voor me, hoe hij daar in zat. Helaas zie ik dat dan voor me zoals hij daar zat toen ik hem vond, vandaag precies zes weken geleden.

Zes weken, het lijkt al veel langer geleden, mijn leven lijkt momenteel wel een achtbaan. En zoals het met alle dingen gaat van het afgelopen jaar, als je genoeg meemaakt voor een heel mensenleven in een heel korte tijd vóelt het ook een beetje als een heel mensenleven. Een mensenleven in een mensenleven dus, gek idee eigenlijk. Zou dan alles wat een ander in een mensenleven meemaakt zich bij mij geconcentreerd hebben, of zit mijn mensenleven dan gewoon wat voller? Gelukkig kunnen we niet in de toekomst kijken want ik wil het helemaal niet weten. Ik ga er liever vanuit dat ik nu mijn portie ellende wel gehad heb en mijn toekomst er rooskleurig uit ziet. Met een somber randje ja, maar ook met een enorme portie levenservaring.