Het zijn de kleine dingen

Het zijn de kleine dingen. Dat dwaalt steeds maar door mijn hoofd. Het gaat niet om de grote dingen, het zijn de kleine dingen die het grote maken.
Het is niet het grote verdriet om het verlies van Aart wat me verscheurt, ik verscheur niet zo gauw, heb weinig tijd ook en mijn leven gaat verder. Een leven zonder ja, dat wel, maar ook een leven met. Zonder Aart maar met Lucas. Toen Aart overleed was Lucas pas 6 weken thuis, het grote wennen aan het moederschap was nog in volle gang. De nieuwe situatie was al gestart maar gewend was ik er nog niet aan. En toen overleed Aart, juist op het moment dat ik dacht: hier kan ik wel aan wennen. Mijn leven is dus geen groot en leeg gat, mijn leven is juist heel vol, vol met baby en geregel.
Het zijn dus niet de grote dingen die het doen, het zijn de kleine dingen. Het verdriet zit hem in de kleine dingen.

Ik zag vandaag twee jongens fietsen, twee hele stoere jongens met oorbelletje en allebei een klein eastpak tasje om hun schouder. Ik fietste als hippe moeder achter ze aan met mijn keurige moederfiets met fietskar met daarin mijn kleine hummeltje. En die twee jongens, die fietsen ook allebei op een keurige damesfiets. Nee niet zo’n oma-fiets, want dat is dan weer hip, maar allebei echt een net wat te kleine damesfiets. Ik moest lachen en dacht, dat moet ik thuis aan Aart vertellen.

Lucas kreeg vandaag zijn derde inentingen, twee venijnige prikjes, in elk been een. De eerste keer was hij erg verdrietig, de tweede keer woedend, vooral na de tweede prik maar vandaag huilde hij 20 seconden, of misschien waren het er maar 10. Daarna moest hij weer lachen en probeerde verwoed te sabbelen op mijn bovenarm. Ik was trots en dacht, dat moet ik thuis aan Aart vertellen.

Ik had een kennismakingsgesprek met de vrouw die mij voorlopig thuis gaat helpen. Het klikte goed zo op het eerste gezicht, we raakten snel aan de praat, ik kon grapjes maken en ze maakte grapjes terug. We fietsten nog een stukje samen op en hadden het over haar fietstassen die ze eigenlijk niet zo mooi vond en die ik gelijk zou willen ‘verbouwen’ met een ander uiterlijk. We namen afscheid bij de kruising en ik dacht, goh, zou ze Aarts goedkeuring ook kunnen wegdragen?

Aarts hoofdredactrice en een collega van de Groene Amsterdammer kwamen op bezoek. Of van ‘de krant’ moet ik eigenlijk zeggen. Ik kwam er pas vandaag achter dat dit niet is hoe iedereen de Groene noemt, maar dat Aart ‘de krant’ stug ‘de krant’ noemde terwijl ik in de veronderstelling was dat het zo heette. We hebben heerlijk in de tuin gezeten en herinneringen opgehaald over Aart. Ze waren voor het eerst bij ‘ons’ thuis, hebben Aarts soldaatjes en zijn werkkamer bewonderd. Ik kreeg een pracht van een afscheids’krant’, helemaal vol met mooie herinneringen van collega’s, een aantal van Aarts beste artikelen, berichten van twitter, e-mails en natuurlijk zijn in memoriam en toen ik het uit had wilde ik hem vertellen dat hij best eens wat trotser op zichzelf mocht zijn en wat meer van zichzelf mocht laten zien.

Een voordeel van dat hij er niet meer is, nu kan ik genadeloos over hem opscheppen zonder dat ik ervoor op mijn vingers word getikt.

Kijk dan, dit kerkje bouwde hij in miniatuurschaal from scratch, met klei, papier, verf en oude blokken!

Kerkje

En als je hier Aart Brouwer invult kun je alle 720 stukken die hij (soms samen met collega’s) vanaf 1994 heeft geschreven bekijken!

Advertenties

Brabants genoegen

Lucas in de wagenbak

Vandaag betrapte ik mezelf er op dat ik weer met een vet Brabants accent aan het praten was tegen Lucas. Aart en ik spraken samen ontzettend vaak met een Brabants accent en we verfijnden door de jaren heen onze technieken. Op een gegeven moment kon ik moeiteloos overschakelen tussen gewoon en Brabants…nog een tijdje later vond ik het soms zelfs moeilijk om gewoon te praten.
Vaak sinds de geboorte van Lucas zeiden we gekscherend tegen elkaar dat hij op die manier nooit fatsoenlijk ABN zou gaan leren. De ene keer spraken we in het Brabants, dan kwamen er weer Surinaamse schattebosjes voorbij, Limburgs passeerde af en toe de revue en dan weer was het Vlaams wat de klok sloeg. Het nadoen van accenten was een van onze grootste gezamenlijke hobby’s. Of moet ik het een levensstijl noemen? Er ging geen dag voorbij dat we alleen maar gewoon Nederlands spraken zoals we dat als kinderen thuis geleerd hadden. Lucas zou tweetalig opgevoed worden, Nederlands en de taal van de dialecten en accenten.

Aart was vanaf zijn achtste opgegroeid in Eindhoven dus hoewel ze thuis geen Brabants spraken (zijn ouders kwamen uit Rotterdam en Den Haag) hoorde hij dat dus continue om zich heen. Ik zelf ben opgegroeid in Amsterdam maar men vraagt me vaak of ik soms uit ’t Gooi kom door mijn fijne R. Die r is echter gewoon een spraakgebrek en Amsterdams kan ik niet nadoen. Maar toen ik Aart leerde kennen vloog het Brabants me om de oren en algauw nam ik het over. Later zei Aart vaak dat hij jaloers was omdat ik het gewoon beter kon dan hij. Ik was het daar niet mee eens, Aart was beter in de woorden, ik beter in het accent.

Ik kan mij nog talloze keren herinneren dat wij niet eens meer doorhadden dat we het deden en als lekker ordinaire Brabo’s door de supermarkt liepen te brallen. Dat was in Steenwijk dus men keek verwonderd op als ze ons hoorden, hoe waren die brabo’s daar nu weer verzeild?
Soms, als we vrienden over de vloer hadden die van origine een Brabants accent hadden moesten we erg ons best doen niet zelf ook mee te gaan doen. We wilden ze toch niet het gevoel geven dat we ze belachelijk maakten!

Vanmorgen zei ik dus tegen ‘ons Lucas’ dat we het toch zeker keigezellig hadden zo mè ze tweeje. En toen realiseerde ik tot mijn verbazing dat ik weer in het Brabants sprak. De afgelopen zes weken wist ik spontaan niet meer hoe het moest. Ik was het helemaal kwijt. Net alsof Aart het meegenomen had toen hij dood ging. Dat was ook echt iets van ons tweetjes. Ik wilde eigenlijk op de uitvaart nog iets tegen hem zeggen, in het Brabants, vleugje Surinaams, misschien nog wat Rotterdams. Maar het was weg, gewoon zo maar ineens verdwenen. Ik kon het niet meer. Vandaag was het er weer, ook gewoon zomaar ineens vanuit het niets.

Nu loopt Lucas alsnog het risico dat hij geen fatsoenlijk ABN gaat leren en dat zijn eerste woordjes zullen zijn met een zachte G. Maar mij kan het niets schelen, ik ben zó blij dat ik het terug heb, dat ik dat Brabantse, wat Aart mij leerde door kan geven aan zijn jongste telg die vast het talent van zijn ouders moet hebben geërfd. Binnenkort ga ik denk ik het Vlaams er ook weer aan toevoegen, Aart zei altijd dat mijn gezicht zachter werd als ik in het Vlaams sprak dus welke taal kan ik beter gebruiken om ons zoontje in aan te spreken?

Amai Lucas, hebt ge lekker gespeeld he? Want da Vlaams e, das zo’n schone taal!

 

 

 

Op de zolder en in de tuin

IMG_1095

20 april 2013, Lucas precies een maand oud

 

Vandaag was ik met mijn oom en tante aan het werk in de tuin. Onze woeste tuin waar nooit een redden aan was omdat hij véél te groot was en Aart het tegenovergestelde van groene vingers had. Hij noemde alles smalbladig wilgenroosje en de klimroos ‘snoeide’ hij ooit met de kettingzaag; waarna hij van mij eigenlijk sowieso niet meer zonder begeleiding in de tuin mocht werken. Dat betekende dat ik in mijn eentje de heg te lijf moest gaan, de rozen in bedwang moest zien te houden en de blauwe druifjesplaag moest zien uit te roeien. De laatste jaren kwam daar steeds meer de klad in, het helpt niet echt als dr. Bob tot twee keer toe je heup uit de kom wipt om er eens flink in te hakken en te zagen en het helpt ook niet als een andere dr. Bob je man van onder tot boven openzaagt. Ook helpt het niet om rond te lopen met een bolle buik, blindedarmontstekingen en zwangerschapsvergiftiging. Kortom, als iets geleden heeft onder onze rampspoed was het de tuin wel.

Maar gelukkig waren daar vandaag mijn lieve oom en tante (en mijn nicht die ook even kwam helpen en Lucas flesjes gaf) die als een soort wervelwinden met hun ruim 60 jaren door de tuin hebben gewoed. Het resultaat is dat ik ineens een véél grotere tuin heb en heel wat kuub tuinafval. Oh ja en ik kan weer in mijn achtertuin op een zomeravond van de zon genieten. Hehe!

Wat wel gek is op zulke dagen is dat je de rest eigenlijk even vergeet. En dat je dan dus naar zolder rent om een bol sisaltouw te halen en dat je eigenlijk gewoon verwacht dat je man daar zal zitten zoals hij altijd zat. En zo voelt het boven ook. Maar hij is er toch echt niet meer, zijn bureaustoel is ontzettend leeg. Of nou ja leeg, ik heb een oude leren tas erop gezet en de stoel staat niet meer aan zijn bureau, want op de een of andere manier zie ik dat dan voor me, hoe hij daar in zat. Helaas zie ik dat dan voor me zoals hij daar zat toen ik hem vond, vandaag precies zes weken geleden.

Zes weken, het lijkt al veel langer geleden, mijn leven lijkt momenteel wel een achtbaan. En zoals het met alle dingen gaat van het afgelopen jaar, als je genoeg meemaakt voor een heel mensenleven in een heel korte tijd vóelt het ook een beetje als een heel mensenleven. Een mensenleven in een mensenleven dus, gek idee eigenlijk. Zou dan alles wat een ander in een mensenleven meemaakt zich bij mij geconcentreerd hebben, of zit mijn mensenleven dan gewoon wat voller? Gelukkig kunnen we niet in de toekomst kijken want ik wil het helemaal niet weten. Ik ga er liever vanuit dat ik nu mijn portie ellende wel gehad heb en mijn toekomst er rooskleurig uit ziet. Met een somber randje ja, maar ook met een enorme portie levenservaring.

 

UitvAart

Aart en Lucas

Aart met Lucas (3 dagen oud)

Ik weet eigenlijk niet zo goed waar ik moet beginnen, maar ik heb besloten deze blog toch weer nieuw leven in te blazen. Waarom? Omdat ik de behoefte voel te schrijven. Daar heb ik natuurlijk ook keurig een boekje voor maar ik wil niet alleen schrijven om te schrijven maar ook om te delen. Delen en om een soort digitaal document te maken, voor later, voor nu, voor binnenkort.

Het is inmiddels bijna 6 weken geleden dat ik Aart vond achter zijn bureau. Hij was hartstikke dood en door mij heen schoot de gedachten: “nou is gebeurt waar ik zo bang voor was”. De tweede gedachte die ik had was: “wat moest ik ook alweer doen als dat gebeurde? Oh ja 112 bellen”. En dat heb ik gedaan.

Vanaf dat moment gingen de dingen in vliegende vaart, er moest een uitvaart geregeld worden. Gek eigenlijk, niemand haalt het in zijn hoofd om een bruiloft zo kort van te voren te regelen of spontaan 5 dagen later een groot feest te geven en toch is dat wat er bij een uitvaart moet gebeuren. Je nodigt een enorme hoeveelheid mensen uit, je stelt een programma samen en probeert er ook nog iets moois en herinneringswaardigs van te maken.

Ik moet zeggen dat ik er heel tevreden over ben. Ik heb echt iets waar ik met heel veel warmte op terug kijk. En dat is fijn want soms voel ik mij vervuld met kilte. Kilte omdat ik ineens alleen ben, kilte omdat ik nare beelden met mij meezeul. Beelden waar ik graag afscheid van wil nemen.

Gisteren kreeg ik een mail van de rouwfotograaf (Boukje Canaan) over het fotoalbum van de uitvaart. Gek, ik besef me onbewust dat ik het uitgesteld heb naar die foto’s te kijken. Die paar die ik gezien heb vond ik mooi, maar ook confronterend. Tegelijk wil ik ze graag zien want ik vraag me al de hele tijd af wat voor bloemen er allemaal waren, want daar heb ik nooit naar gekeken. En ook ben ik benieuwd naar hoe het er uit zag door andermans ogen. Ik weet nog wel hoe het er uit zag toen de auto met Aart in de kist langzaam uit het zicht verdween, maar niet hoe het er voor anderen uit moet hebben gezien.
Ze stuurde me een link naar haar blog en hoewel ik de foto’s nog steeds niet bekeken heb heb ik wel haar blog gelezen. En omdat ik ook een andere blog aan het lezen was besefte ik me dat ik mijn blog miste, dat ik toch nog eens een poging wilde gaan wagen om het bloggen nieuw leven in te blazen. Dus bij deze!

Gewoon op mijn oude blog, waar het verslag van onze prachtige reis op staat. Waarom niet ergens anders? Omdat het leven verder gaat en ook die reis en mijn verdriet, de herinneringen, het is onderdeel van mijn leven.