Verjaardag

Taart2go

Binnenkort heb ik een verjaardag. Een hele vreemde, want de eigenaar van die verjaardag leeft niet meer. Hij verjaart dus ook niet meer en toch is het zíjn verjaardag. Een dag waarop je het leven viert, “nog vele jaren!” roept en “lang zal hij leven” zingt. De laatste verjaardag wisten we nog van niets, ik weet niet eens meer wat we hebben gedaan. Ik weet niet eens meer wat ik hem heb gegeven. Of ja, vaag staat me iets bij van een mokka-taart. Ik lust geen mokka-taart maar aangezien ik toch kotsmisselijk was van het zwanger zijn maakte het niks uit. Hij kreeg een hele mokkataart. Van de Lidl, dat dan weer wel. Als ik in mijn agenda kijk zie ik dat ik de hele dag weg was, maar dat we ’s avonds lekker uit eten moeten zijn gegaan. Shabu Shabu, na Sumo in Scheveningen onze favoriete sushitent. Tegen Sumo kan niet veel op, maar ja Shabu is om de hoek.

Het is gek om na te denken over taart, over uit eten gaan en een verjaardag vieren. Toch komt die dag er onherroepelijk aan en ik weet niet, écht niet wat ik er nou mee moet. Het vieren en doen alsof hij jarig is terwijl hij nooit meer een jaar ouder wordt? De gelegenheid aangrijpen om met dierbaren uit eten te gaan, misschien óns leven te vieren? Of toch dat van Aart vieren, niet wat hij niet meer heeft, maar wat hij had. Die 55 verjaardagen die hij voorbij zag schuiven. Een mooi rond getal?
Het blijft gek want in mijn hoofd staat al tijden vast dat er op die dag een feestje gevierd moest worden. Ik vond namelijk dat Aart dat verdiend had na al die ellende. Ik dacht, in oktober, als hij zich beter voelt, dan ga ik weer eens een écht verjaardagsfeestje voor hem organiseren. Concrete vormen had het nog niet, maar ik had wel besloten dat het met zijn hartklachten maar geen surpriseparty moest worden.
De enige keer dat ik dat wel had gedaan is echt al heel wat jaren terug geweest en ik had het voor elkaar gekregen om zonder dat Aart het door had, terwijl op zolder zat te werken, niet alleen een grote maaltijd te koken maar ook allerlei gasten binnen te halen. Toen ik hem riep voor het verjaardagseten vroeg ik hem of hij wel even kléren aan wilde doen omdat ik dat wel zo gezellig vond aan tafel. Ik had natuurlijk niet kunnen vermoeden dat hij dan op zijn afschuwelijk lelijke sandalen naar beneden zou komen. Die sandalen hebben trouwens niet lang geduurd, hij wilde daar sowieso dood (dat is gelukt) nog levend (niet gelukt) in gevonden worden dus nadat hij de gasten begroet had maakte hij hij rechtsomkeert om iets fatsoenlijks aan te trekken.

Kortom, wat doe je op zo’n dag die feestelijk zou moeten zijn? Wie worden zijn gasten? Wie worden mijn gasten? En als ik iets doe, staat het dan voor eeuwig vast dat op die dag er zoiets moet gebeuren? Wordt het een traditie? Een fijne of zo eentje waar je maar moeilijk af komt terwijl je eigenlijk niet meer wil? Ik weet het niet en ondertussen komt die dag met rasse schreden naderbij. Kan ik ’t niet gewoon vergeten? Net zoals onze trouwdag die er ook rap aan komt? Zoals ik eigenlijk jaarlijks deed. Gewoon per ongeluk vergeten op welke datum het ook alweer was die verjaardag of trouwdag en daarna ook niet weten welke datum het eigenlijk ís. Wat onze trouwdag betreft, daar ben ik gelukkig op 1 jaar na altijd in elk geval nog op de dag zelf achter gekomen en dan gingen we meestal uit eten.

Uit eten, dat was bij ons wel het summum van genot, vooral als het Japans was zaten we meestal letterlijk hardop te genieten.
Tja, wat zal ik doen. Twee ‘dagen’ in oktober die ineens een andere lading hebben. Hoe doe je dat?
Een ding weet ik zeker: dit jaar ga ik die data écht niet vergeten dus ik zal er wat mee moeten.

20130928-073826.jpg

Worstelen

Lucas met uilenmuts op 26 september 2013

Ok, ik heb een kwartier en ik dat kwartier ga ik mijn blog schrijven. Waarom een kwartier? Omdat het dan half elf ’s avonds is en ik vind dat ik dan naar bed moet.
Het is een zooitje in huize Brouwer/Jacobs, niet alleen Lucas maakt er voor mij een nog niet helemaal definieerbaar potje van, ook ik kan er wat van. Of eigenlijk kan voorál ik er wat van.
Avond na avond lig ik naast Lucas in bed, hij in zijn co-sleeper (bedje aan mijn bed vast) en ik op mijn helft van het grote bed. Hij slaapt, ik ben wakker, urenlang wakker. Af en toe hoor ik een steun of een zucht, maar vooral hoor ik niets tot vrij weinig. En als ik slaap word ik een paar uur later weer wakker en als ik uiteindelijk écht slaap, is het ochtend en heeft Lucas weer plannen met mij. Kortom, het slapen is een worsteling en daarom heb ik besloten dat het nou genoeg is. Ik ga in plaats van het naar bed gaan steeds uit te stellen weer ‘op tijd’ naar bed. Op tijd is in dit geval dus half elf en dat is over inmiddels 12 minuten.

Niet alleen het slapen is een worsteling, momenteel worstel ik met van alles en nog wat. Niet zo raar natuurlijk, maar ik geef jullie graag een inkijkje in het geworstel. Snoepen bijvoorbeeld. Troostrijk verzachtend zoetig, iets waar ik erg gevoelig voor ben maar wat ik tijdenlang heel goed bij hield. Toen Aart ziek werd ging ik slechter eten. Een chocoladekoek in het ziekenhuis of snoepjes waar we samen van snoepten. Toen ik nog borstvoeding gaf kon ik het wel hebben maar na Aarts overlijden en het stoppen met de borstvoeding ben ik met het snoepen door gegaan. Weliswaar at ik verder niet zo veel dus in gewicht merk ik er niet veel van, maar ik vóel me toch een partij rot als ik snoep. En je moet niet denken dat ik hele dagen loop te snaaien, maar gewoon hier en daar wat voeding voor die suikerverslaving. Die suikerverslaving die hand in hand gaat met met futloos voelen, maagklachten geeft en de somberheid in de hand werkt. En wat is er nou minder handig dan precies dat doen als je toch al in een niet zo leuke periode zit en beroerd slaapt? Ok, ik koop dus geen koek meer en ook geen tiramisu (mijn grootste verslaving). Ik at net wel dropjes voor mijn keel want die doet zeer, maar ja, het helpt geen ruk en ik voel me weer…

Nog 8 minuten. Ik worstel sowieso met de dagen. Hoe kom ik ze door? Regelmatig zit ik lamlendig achter mijn computer websites te refreshen in de hoop dat er nieuwe mail is, een nieuw bericht op facebook, iets interessants op twitter of een nieuwe bezoeker op mijn blog. Refresh, refresh, refresh en als ik me aan het einde van de dag afvraag wat ik gedaan heb voel ik me een nutteloze lambal. Dan geef ik mezelf een knal en zeg ik dat ik morgen weer wat moet gaan doen. Het hoeft niet eens wat nuttigs te zijn want zelfs de leuke dingen laat ik links liggen tenzij ik met iemand afgesproken heb. Omdat ik besefte dat deze worstelpartij nog wel eens een lange adem zou gaan vergen en dit me niet helpt heb ik besloten dat ik wel een schopje onder mijn poezelige bips kon gebruiken en dus heb ik besloten dat ik er niet te veel aan toe moest geven. Het resultaat van de afgelopen dagen: 1 uilenmuts, een klein stukje sjaal, een pan heerlijke champignonsoep, twee gedraaide en 1 gedroogde was en eh, nou ja in elk geval een iets minder lamlendig gevoel.

Nog 5 minuten. Kortom, ik worstel, verzuip zo wat en kom weer boven. Hap naar adem en ga weer kopje onder om vervolgens nog harder te zwemmen om weer boven te komen. Ik ga er voor, ik mag best verdrietig zijn, me rot voelen of wat dan ook, maar niet door dingen die ik mezelf aan doe, daar pas ik voor. Had ik vroeger Aart die me hielp, me naar bed stuurde, mijn woelige gedachten uit mijn hoofd aaide. Nu moet ik het zelf doen en ik vertik het me te laten kennen. Ik ben sterk, ik heb power, ik hóef niet altijd blij te zijn maar de kracht wil ik graag blijven voelen en niet die krachteloze nulenergie die me de laatste weken in zijn greep hield.

Nog 3 minuten: Het is tijd, ik ga het doen, ik ga het niet meer uitstellen maar ik ga naar bed. Om 22.30 u, precies zo als ik met mezelf had afgesproken en morgen, morgen drink ik gewoon wat extra water voor mijn keel in plaats van dropjes. Gooi ik die was in de droger, zoek ik éindelijk een nummer voor zangles uit, haak ik een stuk aan de sjaal voor Lucas en ga ik weer op tijd naar bed, ook al is het vrijdagavond. Nee, als ik mezelf schop onder mijn kont geef doe ik het goed. Punt. En ja, dit was een mezelfoppepmantra, wie weet helpt het.

Random

20130922-005019.jpg

Ik heb hier al vaker over geschreven, maar in mijn hoofd ploppen vaak zo maar gedachten op. Nou heb ik daar sowieso last van, dat hoofd van mij is moeilijk te sturen en gaat vaak totaal zijn eigen gang. Ik vraag me wel eens af of ik er überhaupt wat over te zeggen heb, soms lijkt het alsof ik een dwarse puber op mijn nek heb. Stuurs en nukkig doet mijn hoofd dan precies het tegenovergestelde van wat ik wil. Wil ik ergens niet aan denken dan doet het dat juist wel, wil ik tranen dan blijft het droog, kurkdroog, wil ik ze niet dan kun je beter een dweil meenemen. Wil ik rechts dan gaat mijn hoofd links. Ja echt, gisteren bij de huisarts nog, tweede deur rechts zei ze, maar daar was helemaal geen deur! Toen bleek dat ze links bedoelde, tenminste, de links die mijn hoofd had bedacht. Dat samen met het feit dat ik aan het einde van het consult niet meer wist waarom ik ook alweer bloed moest prikken moet niet een bijster goeie indruk hebben gegeven. Of juist wel misschien, van die chaos in mijn hoofd. Het is maar net wat je wil zien. Volgende keer zou ze het voor me opschrijven.

Nu to the point, dat er om heen geschrijf heeft ook maar één doel; proberen het er niet over te hebben. Maar dat wil ik dus juist wel want ik wil het graag uit mijn hoofd hebben en op papier in plaats van andersom. Dat hoofd moet zich maar even koest houden.

De laatste dagen heb ik ze ineens weer veel, die zo maar ineens opploppende gedachten over Aart. Net liep ik naar de badkamer om nog maar even een keer te gaan plassen voor het slapen gaan en ineens zag ik Aart voor me, boven, dood. Niet echt bevorderlijk voor een goede nachtrust. Terwijl ik de gedachte probeerde weg te drukken, uit te wissen dacht ik aan de babyfoon, dat die nog aan staat en plop, een gedachte over het geluid wat door de babyfoon klonk toen Aarts lichaam van zolder naar beneden gebracht werd. Uiteraard had mijn hoofd er ook een beeld bij, dat soort beelden van dingen die je niet echt gezien hebt zijn helaas maar al te vaak door de verbeelding nogal heftig ingekleurd.
Toen ik weer in bed lag ging mijn fantasie helemaal met me op de loop. Ik stelde me voor hoe het zou zijn geweest als Aart naast me in bed was doodgegaan en hoe dat dan zou moeten met de ambulancebroeders en hun arbowet. Ik vroeg me af of de brandweer er wel bij zou kunnen komen hier aan de achterkant en ik zag voor me hoe ze hem al reanimerend probeerden af te voern. Ja nee fijn hoofd, heel nuttige gedachten ook. Please give me a break!

Gisteren zat hij ook in mijn droom; hij zat aan tafel maar was niet écht mijn man en deed vervelend met andere mensen. Iemand vroeg mij hoe het ging en ik zei: “jaaa, goehoed. Naar omstandigheden.” en die voor mij onbekende persoon zei: “nee, hoe gaat het écht? Hoe voel jíj je?”, na twee keer slikken zei ik snikkend: “Het doet zó’n verrekte pijn!”. Au, hoofd, dat doet pijn!

Misschien komt het omdat Lucas gisteren zijn eerste verhalfjaardag vierde. Hij kreeg van mij zijn eerste hapje, een stronkje broccoli. Ik ben zo trots! Tegelijk met de deceptie dat de gene met wie ik het wilde delen het gewoon nooit meer zal kunnen zien.

Misschien komt het ook doordat ik deze week een vrijgezellenfeest en gisteren bijbehorende bruiloft had. Het was zó leuk! Zo gezellig en mooi! Ik heb oprecht plezier gehad maar ineens is je trouwring zo nadrukkelijk aanwezig en de bijbehorende man zo nadrukkelijk afwezig. Zijn ring in het bakje bij zijn bril in plaats van aan zijn lange sierlijke pianohanden.

Nu denk ik aan zijn handen. Hoe die door mijn haren woelden als ik weer eens te veel gedachten had. Dan viel ik langzaam tóch in slaap, de gedachten uit mij geaaid.
Waar is die vent toch als je hem nodig hebt?

Dinsdag, of nee ode aan maandag

Mijn koormap

Koormap

Dinsdag is de dag na maandag, de dag na een meestal vrij korte nacht. De dag dat ik meestal maar rustig aan doe met mijn vermoeide hoofd. Dat is ook waarom ik eigenlijk geen blog schreef vandaag. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeker wat bloggen betreft. Want als je met je oogleden op je knieën een blog gaat zitten schrijven op een moment dat je eigenlijk naar bed toe moet dan moet het wel over iets heel belangrijks gaan.

Dat klopt, deze blog gaat namelijk over maandag. Maandag is een Belangrijke dag. Oké, het mag ook wel zonder hoofdletter maar ik wilde het even benadrukken. Niet dat ik op maandag ineens directeur ben van een groot bedrijf, of premier, of koningin. Het is niet dat ik op maandag boven mezelf uit stijg en supervrouwkwaliteiten bij mezelf ontdek (of toch wel?). Maandag is niet de dag waarop ik geen verdriet voel of Lucas ineens niet huilt. Maandag is gewoon, gewoon een fijne dag. Zo’n dag die je meestal niet wil overslaan terwijl je dat gevoel de rest van de week soms wel hebt. Op maandag voelt alles ineens een klein beetje dragelijker, op maandag kan ik rekenen. Soms vraag ik mij wel eens af waar zou ik zijn zonder maandag. Gut nu ik dit teruglees lijkt het wel alsof ik verliefd ben. Maandag mijn liefste, ga nooit bij mij weg, nog een verlies kan ik niet dragen. Lekker dramatisch toch? Of niet? Goed voor de kijkcijfers van mijn blog. Ok ik draaf door, maandag is gewoon mijn favoriete dag van de week.

Sommige lezers van mijn blog zullen dit gelijk begrijpen ze zijn namelijk delers van mijn maandagliefde. Maandag is koordag. Of nou ja kooravond, maar ik grijp de kans aan er een dag van te maken. Op maandagochtend sta ik meestal zingend op en de hele dag verheug ik mij op de avond die zal komen. Waarom zo’n simpel koortje zo belangrijk kan zijn? Het zit hem in veel factoren. Ten eerste zingen, zingen is gewoon heerlijk, alle spanning vloeit af, je kunt in een koor schreeuwen en niemand heeft het door. Nou ja niet in ieder koor word dit gewaardeerd, maar in ons koor zijn er best momenten dat je even flink kunt brullen zonder dat je buren er van op kijken omdat ze dat zelf ook staan te doen. Heerlijk! Het voordeel is ook dat er uiteraard gestudeerd dient te worden (vind ik). Er is altijd te bestuderen stof en daardoor een gegronde reden om de hele week te zingen. Niet dat ik een gegronde reden nodig heb, mensen die wel eens meer dan een uurtje met mij hebben doorgebracht weten dat ik graag zing en dat ik, soms tot afgrijzen van mijn medewereldbewoners, de hele dag door associaties met liedjes heb (en die dan ook begin te zingen). Koorliedjes, kinderliedjes, kampliedjes, Johnny Cash en de Dubliners, het maakt niet uit als er maar een soort melodisch geluid bij komt kijken. Als het goed met mij gaat loop ik te zingen en als het minder goed met mij gaat eh…ook, hoewel minder.
Je zou zeggen dat zingen dan dus wel het grootste voordeel van koor moet zijn maar dat is zeker niet het enige. Vertel mij dat ik moet verhuizen naar een ander koor en ik kruip in de diepste grot die ik kan vinden want ik wil alleen MIJN koor. Pop & Rockkoor Amersfoort rules zeg maar.

Mijn koor waar ik al 3,5 jaar kom (of zoiets, ben dement jongens, help me out), eerst was ik daar gewoon die maffe springende Wendel, enthousiast en nogal fanatiek. Een zenuwpees, Pietje precies ook en een soort wandelende agenda. Gefrustreerd als het niet ging zoals het moest (of zoals ik het wilde) en altijd bereid mijn betweterigheid over te brengen met schema’s en handleidingen gefabriceerd in photoshop of illustrator. Eigenlijk dus gewoon een beetje de koornerd. Het maakt niet uit want in ons koor heeft iedereen zijn plekje. Ok nu krijg ik braakneigingen, het lijkt wel hét perfecte koor. Gelukkig hebben we ook allemaal wel eens onze irritaties hoor anders zou het wel een beetje eng worden.

Koor was de plek waar ik me kon uitleven, tranen met tuiten kon lachen en toen mijn leven slagen in de rondte begon te draaien met een tempo van de secondewijzer van de klok werd het koor een mijn haven. Altijd waren daar mensen om een arm om me heen te slaan, een dirigent die je eens even bemoedigend toeknikt en vraagt of er bepaalde liedjes zijn die je wel of juist niet wilt zingen, die je op een stoel zet na je week ziekenhuisopname en zegt: “jongens zorgen jullie dat ze blijft zitten”. Mijn koorgenootjes stuurden bloemen, kaarten, kraamcadeaus, nog meer bloemen en nog meer kaarten. Ontiegelijk veel kaarten. En zelfs op de crematie kwamen er koorgenoten om mij te steunen, te knuffelen en me het gevoel te geven dat de maandagavond nog steeds voor me open lag. De week daarop ging ik weer, met lood in mijn schoenen, mijn leven nog volledig in een waas, Lucas voor het eerst van zijn leven met een oppas (zijn tante) thuis maar de noodzaak was gewoon te groot om weg te blijven. En mijn koorgenoten deden precies wat nodig was, schouderklopjes, hier en daar een arm, bemoedigende woorden en een beetje afstand. En zo is het nu, drieënhalve maand later, nog steeds.

Zo werd de maandag dus voor mij een Belangrijke dag. Een dag die je nodig hebt om de weken door te komen, zo’n avond die áltijd te snel voorbij is en je heimwee geeft naar de uren ervoor. Zo’n avond die langer wil blijven duren en waarna ik nooit naar huis wil. Thuis waar Aart niet meer is bij wie ik stuiterend na kon genieten en midden in de nacht kon uitzingen.
Nu moet ik na koor altijd even slikken als het besef komt dat ik nog naar huis moet, dat ik de rest van de week nog moet.
Maar vanaf woensdag is het gelukkig altijd alweer bijna maandag en zo kom ik er wel.

 

 

Luie zondag

20130911-010027.jpg

Spelen met de Ipad met Aart op Terschelling augustus 2012

Allereerst moet ik nog even iets zeggen over het vorige stukje koffiezoenen en asbaklikken want dat verdiend Aart wel.
Ten eerste de foto, normaal stond Aart niet zo op foto’s hoor, de meeste foto’s van Aart zijn stukken charmanter. Deze foto werd op een maffe vakantiedag op Terschelling gemaakt toen we samen aan het spelen waren met mijn ipad. Sorry Aart, ik weet dat je het vast discutabel zou hebben gevonden maar ik heb er goede herinneringen aan, vandaar dat ik deze uitermate oncharmante foto tóch gepubliceerd heb.
Ten tweede de koffiezoenen. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik het laatste half jaar nauwelijks koffiezoenen kreeg en dat ik ze stiekem wel een beetje miste. Ik bedoel, je trouwt in voor en tegenspoed en dus ook met goeie en met vieze zoenen, hoort er bij. Maar Aart dronk eigenlijk meer thee dan koffie die laatste periode. Die enkele keer dat hij wél net koffie op had zei ik natuurlijk wel nog steeds hartgrondig BAH!
Ten derde de asbakzoenen. Daar moet ik helemaal eerlijk in zijn, dit heeft zich plaats gevonden vóór Aart opgenomen werd in het ziekenhuis november 2012. Aart stopte namelijk met roken een ruime week voor hij opgenomen werd omdat hij niet wilde roken als er een baby in huis was. ’t hielp denk ik ook niet dat ik weigerde nog bij hem te komen zitten als zijn kamer blauw stond van de rook want ik werd gewoonweg kotsmisselijk van die geur! Aart stopte dus en de avond voor hij opgenomen werd zaten we in een restaurant te eten en vertelde hij dat hij voor het eerst het gevoel had dat het zou gaan lukken te stoppen en wat voor plannen hij allemaal had. Hij wilde gaan sporten, afvallen, marathons lopen (yeah right, met die zware botten van hem) en een tanig oud mannetje worden. Oké oké, dat laatste waren mijn woorden maar we hebben het plan nog bezegeld met een high five. Die nacht werd hij niet lekker, de afloop kennen jullie.

Dat rechtgezet hebbende wil ik graag terugkeren naar het onderwerp van mijn titel. Luie zondag.
Aart en ik waren allebei gek op luie zondagen. Dagen dat de winkels dicht waren en we de deur niet uit hoefden. Dan brachten we de ochtend door in bed en praatten, knuffelden en vrijden, maakten grappen en maakten een ontbijtje voor elkaar. Dan bleef de een liggen en de ander ging dan ontbijt maken. Meestal was ik die ander trouwens want ik word altijd rusteloos van dat soort ochtenden en als ik dan weer boven kwam met koffie, thee, eitjes, croissantjes, sinaasappelsap en dat soort dingen lag Aart steevast weer te slapen. Dan kroop ik nog even tegen hem aan of zoende hem wakker voor het ontbijt. Dan kruimelden we het hele bed onder, waar ik dan over mopperde want ik heb een hékel aan kruimels in bed.
Uiteindelijk, tegen het middaggloren gingen we meestal ieder ons weegs, Aart kroop meestal op zolder achter zijn computer om te werken aan een of ander artikel, later vaak ook om aan zijn poppetjes (wargamespul) te schilderen en ik kreeg meestal op die dagen de meeste inspiratie voor illustraties. Meestal tegen de avond besloten we dan dat er op zo’n luie (maar dus heel productieve) zondag geen eten gekookt hoefde te worden en bestelden we wat óf gingen we spontaan uit eten.
Toen we nog in Amsterdam woonden brachten we de zondagmiddagen ook nog wel eens door in de Ierse pub op het Leidseplein met een stapel boeken, kranten en tijdschriften, daar aten we dan ’s avonds een hapje en meestal eindigden we in de bioscoop.
De zondagen waren altijd heerlijke dagen waar we allebei enorm genoten van de rust die de productiviteit veel meer bevorderd dan dat haastige gedoe van doordeweeks.

Lucas , zondag 15 september 11.56 u

Lucas , zondag 15 september 11.56 u

Vandaag heb ik ook een luie zondag, voor het eerst in tijden heb ik weer een klein beetje het gevoel van toen. Ik knuffel niet met Aart maar met mijn kleine Lucas en ik kijk stiekem even naar de lege plek in bed waar nu stapels ongevouwen én opgevouwen was liggen en waar vroeger Aart lag. Het is een bitterzoete herinnering en toch voel ik de warmte van toen, want het is vooral een móóie herinnering. Jammer dat ik het moet missen, maar wel een heerlijk gevoel. Dus toen Lucas vanmorgen pas om 8.30 u wakker werd zag ik mijn kans schoon, hij kreeg ontbijt op bed, we kroelden een beetje en speelden spelletjes en toen draaiden we ons nog eens om en sliepen…tot 11.30 u.
Nu is het middag, Lucas doet nog een dutje want baby’s kunnen niet genoeg slapen en ik zit in mijn zondagskloffie een blogje te tikken zoals Aart dan vroeger zijn stukje ging tikken.
De supermarkt is tegenwoordig gewoon open op zondagmiddag. Als Aart een graf had gehad zou hij zich omgedraaid hebben. Hij was faliekant tegen de zondagsopening, niet vanuit religieuze overwegingen, maar omdat de zondagsrust hem heilig was. Mij ook, ik doe gewoon net alsof het niet waar is en blijf vandaag thuis, met een dikke trui aan, benen opgetrokken in een stoel met een boek, in bed of achter de computer, ik doe vanalles maar buiten kom ik vandaag niet, nee zeg, zondag is om uit te rusten!

Koffiezoenen en asbaklikken

20130911-010111.jpg

Sommige dingen mis je gewoon niet. Of nou ja eigenlijk wel. Van die dingen die smerig of ergerlijk waren en waarvan je nooit gedacht had dat je er nog eens met weemoed op terug zou kijken. Ik had wel meer nooit gedacht.

Waar ik écht van gruwde waren zijn koffiezoenen. Verse koffiezoenen, bah bah bah. Nog veel viezer, ouwe koffiezoenen. Of dat nou oud was omdat het laatste kopje al een tijd terug was of omdat de koffie oud was dat maakte niet uit. Steevast brak ik zo’n zoen snel af met een afgrijzend ‘bah, koffie!’. Soms begon ik er niet eens aan.

Iets minder erg waren de rookzoenen. Ik heb wel eens mensen horen zeggen dat ze niets viezer vonden dan zo’n rookzoen. Dat dan smaakt als het uitlikken van een asbak. Nou dan lik ik dus liever een asbak uit dan dat ik een koffiezoen krijg.
Van de rookzoenen heb je ook nog weer verschillende soorten. Ouwe uitgedrukte peukenzoenen zijn veruit het viest van de rookzoenen. Hoe verser hoe beter eigenlijk. Stiekem genoot ik ook wel een beetje van een zoen na een vers gerookte sigaret. Dat prikkelt een beetje op je tong en smaakt, ja eh, naar tabak geloof ik. Maar dat eet ik nooit dus dat weet ik niet zeker. Tabak heeft een zekere soort charme. Ik hing mijn neus altijd in Aarts sigarettenpakjes omdat ongerookte sigaretten zo lekker ruiken. Zodra ze zijn opgestoken verliezen ze voor mij overigens ogenblikkelijk hun charme, bah!

Gadver, waarom zoen je eigenlijk met zo’n man? Oh ja, “waaaaare liefde” zou Aart zeggen.

Bijna lekker waren overigens de pijpzoenen. En dan bedoel ik niet datgene wat jullie nu in je hoofd halen maar gewoon, zoenen na het roken van een pijp. Aart deed dat bijna nooit maar als hij het deed dan waren zijn zoenen zoet prikkelend. Romantisch he. Dus als ik had mogen kiezen…

Voor de gek

20130908-230925.jpg

Aart oo Lesbos, juni 2010

Soms houd ik mijzelf voor de gek. Het gaat niet expres, het gebeurd gewoon vanzelf in mijn hoofd. Sowieso gebeuren daar de laatste tijd vreemde dingen. Ik heb gedachten waarvan ik rationeel weet dat ze niet kloppen en toch jagen ze me angst aan. Ook mijn geheugen wat me op bepaalde vlakken nogal in de steek laat, het schijnt dat je dat op het postzwangerschapsgebeuren mag gooien, dringt zich soms vervelend aan mij op. Dan zie ik de beelden van hoe ik Aart vond ineens weer voor me. Ook heb ik beelden van die dag in mijn hoofd die niet kloppen, ik kan ze nooit écht gezien hebben omdat ik ze bewust vermeden heb. Toch heeft mijn geheugen die gaten ook ingevuld. Helaas zoals dat met die dingen gaat met nogal fantasierijke beelden.

Soms dringen zich op de vreemdste momenten gedachten aan mij op over wat zou kúnnen gebeuren op dat moment als bijvoorbeeld die vrachtauto niet netjes rechtdoor blijft rijden of ik de macht over het stuur verlies en tegen die betonnen muur langs de snelweg aan knal of op mijn fietsje met fietskar er achter een klapper maak terwijl de auto’s langs mij heen zoeven. Mijn levendige fantasie, waar ik altijd zo veel plezier aan heb, haalt nu listige streken met me uit. Regelmatig zit ik met kippenvel of bonzend hart omdat het beeld wat ik zojuist bedacht heb gewoon zo akelig is. Ik zou thrillers moeten gaan schrijven of zo, ze zouden verbleken bij wat ik bedenk.

Of op die momenten dat je in bed ligt en bijna slaapt. Nog net niet helemaal, of misschien toch wel, dan heb ik vreemde droomachtige gedachten. Laatst zag ik voor me hoe ik Aart vertelde dat hij dood was, hij was heel verdrietig en moest huilen. Dat vond ik heel erg akelig want Aart huilde eigenlijk nooit en daarna was ik weer verdrietig omdat ik hem niet echt kon troosten.

Waar ik mijzelf nog het meest voor de gek houd is in huis. Dat raampje in de badkamer was toch dicht? Aart zette dat raampje altijd open en als ik dan weer eens ’s nachts zat te bibberen op de wc dan vervloekte ik hem er om. Nu zet ik het, als verantwoordelijke huiseigenaar zelf regelmatig open want anders blijft de badkamer zo vochtig. Maar dat ben ik niet gewend van mezelf en bovendien ben ik dus nog behoorlijk dement. Het levert regelmatig ademhap momenten op. Hart in mijn keel, grote hap lucht en dan de realisatie dat ik het zelf moet zijn geweest.

Vanavond was er écht iets vreemds aan de hand, er brandde licht op zolder. Aarts zolder waar ik eigenlijk alleen nog kom om af en toe te luchten, iets te halen of iets te maken op mijn naaimachine. Ik was er vandaag niet geweest en er brandde dus licht. Aart. Is dan mijn eerste gedachten. Nee niet Aart. WIE HEEFT HET LICHT LATEN BRANDEN?!!

Ik, oh ja, dat was ik. Het duurt nog geen halve seconde voor ik me realiseer dat ik het gewoon vanaf de eerste verdieping zelf per ongeluk aan heb gedaan maar in die halve seconde heb ik het warm en koud gehad en nog veel meer en zijn er minstens tien inbrakers met maffe petjes de revue gepasseerd. Stom hoofd!

Oh en even voor alle duidelijkheid, ik ben niet gek hoor, ik zie ze vliegen en ben een tikkeltje maf maar volgens mijn psycholoog nog niet rijp voor de psychiatrische afdeling. Een hele geruststelling.

Zeilen

Friesland 29-08-2013

Friesland 29-08-2013

Soms zit je met een mooi idee in je hoofd voor een blog, je schrijft de titel op en aan het einde van de dag is de bladzijde nog steeds leeg. Vandaag is zo’n dag. Gisteren wist ik het zeker, deze blog moest over zeilen gaan maar eerst zou ik gaan slapen, vandaag staart de titel mij maar aan. Zeilen…

Zeilen is in mijn leven een steeds terugkerend thema geweest. Ik was 8 jaar en ik ging helemaal alleen op kamp. Nog vaag herinner ik me een vervelende jongen genaamd Pascal, nooit meer kan ik die naam horen zonder vervelende associaties. Wat ik me wél nog heel goed herinner was dat het pestweer was en koud en dat we elke dag een pakketje droge kleren en boterhammen mee moesten nemen naar de plek waar we in de optimisten gingen zeilen. Dat pakketjekleding boezemde mij grote angst in, want blijkbaar lag het in de lijn der verwachting dat we het wel eens nodig zouden kunnen gaan hebben. Daar zat ik dan in mijn uppie in het optimistje, zeilen kon ik wel, maar voor omslaan was ik als de dood. Als het nou zo’n warme zomerweek was geweest met hier en daar een zuchtje wind, maar nee, het was vies, nat en koud zoals de zomers in Nederland óók kunnen zijn. Op een dag moesten we leren gijpen. Het was een dag met een fixe woei en we moesten steeds hetzelfde rondje zeilen. Bij de ene boei moesten we overstag, bij de andere moesten we gijpen.
Voor de niet-zeilers onder ons, je maakt altijd een zo kort mogelijke beweging als je van koers veranderd. Als je overstag gaat dan draai je de punt van je boot door de wind heen, je verliest doordat je op een bepaald punt recht tegen de wind in ligt met je boot vaak wel behoorlijk wat vaart. Als je overstag gaat dan gaat je zeil gigantisch klapperen. De kunst van het overstag gaan is dat je geen giek tegen je kop krijgt of stil komt te liggen en je boot onbestuurbaar wordt (want besturen lukt alleen met vaart). Bij gijpen vaar je precies in de andere richting, je draait eigenlijk met je kont in de wind en daardoor vangt het zeil ineens wind van de andere kant waardoor het in een klap naar de andere kant slaat. De kunst van het gijpen is ook om de giek niet tegen je kop te krijgen, want dat gaat hard, maar vooral is de kunst ook om de klap niet te hard te laten zijn, de schoot goed aan te halen en daarna snel weer te laten vieren én in een kleiner bootje om niet om te slaan door de ruk van het zeil.
Dat laatste, daar was ik dus verschrikkelijk bang voor, voor geen goud wilde ik omslaan en mijn pakketje reservekleding nodig hebben. Dus die bewuste dag, elke keer als ik bij het punt kwam dat ik moest gijpen schoot mijn hart in mijn keel en op het állerlaatste moment besloot ik elke keer tóch om een stormrondje te doen. Een stormrondje is dat je in plaats van je kont door de wind te draaien en te gijpen je een extra groot rondje maakt zodat je overstag kunt gaan. Het voordeel daarvan is dat het zeil een minder grote klap maakt en de kans dat je omslaat velen malen kleiner is. De instructeur echter was woest, ik moest gijpen en niet overstag gaan en toen ik het later nog een keer deed kreeg ik op mijn donder. Ik geloof dat ik uiteindelijk gegijpt heb door alle vaart eruit te laten gaan en heel voorzichtig en langzaam te gijpen. Die avond had ik voor het eerst van mijn leven heimwee.

Ook bij Aart was zeilen een belangrijk thema. Hij leerde zeilen in Eindhoven van een priester die als bijbaantje zeilinstructeur was. Ik begreep van Aart dat hij van die betreffende priester vooral geweldig heeft leren vloeken. Toen hij ouder was ging hij ook op zeilkampen, maar niet zoals ik op een groot Fries meer, maar in Frankrijk waar hij in het Frans leerde zeezeilen. Als ik me goed herinner is hij daar later ook nog instructeur geweest. Zeilinstructeur was hij ook in Balk bij een zeilschool. Toen ik hem net leerde kennen vroeg ik hem waarom hij dan toch geen boot had. Hij zei dat zijn boot Nils (zijn oudste zoon) heette “en god, weet je hoe veel geld dat kost!”.

Samen hebben we ook heerlijke momenten op het water beleefd. Van weekendjes aan zee, weken Terschelling, dagjes valk, weekje zeilen tot zo veel mogelijk varen in Venetië en Istanbul tijdens onze rondreis. Ik wilde eigenlijk helemaal niet schrijven over onze avonturen op het water, ik wilde schrijven over het reilen en zeilen van mijn leven. Ik voel me af en toe een beetje alsof ik in mijn eentje op een veel te grote boot vaar, ik sta aan het roer maar kan maar net boven de kajuit uit kijken, kan maar nét het roer in bedwang houden en ik krijg in mijn eentje geen zeil gehesen. Het gaat, ik vaar en ik maak geen botsingen of ernstige ongelukken, maar wat ik het liefste doe, dat zeilen dat gaat zo niet, ik kan niet én de zeilen hijsen en aan het roer staan. Het voelt machteloos omdat de ingrediënten er wel zijn maar ik niet bij machte ben ze te gebruiken. Maar hoewel het op sommige dagen stormt en regent blijk ik toch elke keer weer meer bemanning te hebben dan ik dacht. Steeds weer staan er ineens mensen voor mijn neus die onverwacht lief voor me zijn. Een vriendin die spontaan langs komt om te horen hoe het gaat, een andere vriendin staat ineens op de stoep met een grote envelop met daarin wat fijne verwen dingen, voor zowel mij als Lucas. Er zijn mensen die spontaan aanbieden om op te passen, die dingen voor me doen in huis en er zijn steeds maar weer mensen om me heen die me knuffelen, die me een hart onder de riem steken en waar ik welkom ben én me thuis voel.

Dus hoewel ik niet écht op volle kracht kan varen nu, niet alle zeilen gehesen krijg, ik vaar wél. Ik kom vooruit en hier en daar is er een lichtpuntje zelfs in de somberheid van sommige dagen. Soms zie ik door alle regen de boeg niet meer, voel ik me uitgewrongen en verdrietig. Maar zolang ik vaar, zo lang mijn bemanning zo nu en dan inscheept om me weer een zetje in de goede richting te geven, zo lang blijf ik wel varen en kom ik uiteindelijk wel op een door mij gewenste bestemming.

Aart zou trouwens na het lezen van deze blog flauwe grappen maken over mijn liefde voor beeldspraak en hij zou het “echt weer iets voor wijven” genoemd hebben. Ook een hele geruststelling.

Aarts laatste miniatuurproject

Aarts laatste miniatuurproject

Dag maandag

bluemonday

Dag maandag, ik huil je gedag. Dinsdag wil ik niet weer zó’n dag.
Dag blauwe maandag, ik wil geen blauwe dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag of zondag, laat die dagen maar kleuren dan huil ik ondertussen deze maandag gedag.
Een dag zonder zonnestralen, alleen maar regen in mijn hoofd. Zelfs met zingen was je er nog maandag. Ik doe er niet meer aan mee, kies maar gewoon een andere dag.
Dag maandag met je moeie gevoel, dag met je hoofdpijn, dag met je ziel onder je arm en dag met het inwendige huilen. Dag maandag, je hebt lekker pech want ik heb je hardop uitgehuild. Uitgehuild en afgeschud.
Weg maandag. Ik zweer je vannacht is het dinsdag en slaap ik warm onder mijn dekbed, tranen opgedroogd op mijn wangen en als ik wakker word dan schijnt de zon. Al is het maar vanbinnen en dan ga ik zingen.

Dag!

Zo’n dag

Vandaag is het zo’n dag. Je weet wel, zó’n dag. Ik waarschuw vast, vandaag ben ik NIET grappig.

Vanmorgen om een uur of 7 ging mijn persoonlijke wekker weer. Lucas, vrolijk geluidjes makend kondigde hij aan dat de dag wat hém betrof wel was begonnen. Wat mij betrof niet, ik deed net of ik hem niet hoorde, draaide me nog een keer om met de deken over mijn oren. Maar ja probeer maar eens te slapen met een knagend schuldgevoel en bijbehorend achtergrondgeluid. Eerst probeerde ik nog of hij misschien in mijn armen wilde slapen en ik dan ook nog eeeeeven, tevergeefs natuurlijk, de dag was immers begonnen en slapen met een trappelend kind in je armen die in je kin knijpt en elke keer als met één oog naar hem kijkt breed begint te lachen gaat nu eenmaal echt heel moeilijk.  Dus hees ik mezelf uit bed en fabriceerde een ontbijtfles, niet dat die nou anders is dan alle andere flessen, maar hij krijgt ‘m ’s morgens, we moeten enig onderscheid maken voor een ritme toch? Na de fles deed ik verwoede pogingen om uit bed te gaan maar dit mislukte jammerlijk. En toen Lucas een uur later besloot nog even zijn oogjes dicht te doen zag ik mijn kans. Ik trok mijn dekbed weer over mijn hoofd en draaide me eens even lekker om. Wat is een betere wakkerhouder dan de gedachte dat je nu kúnt slapen maar dat de dag wel al lang begonnen is. Zo’n dag dus…

Zo’n dag waarop buikpijn hebt omdat het weer die tijd van de maand is, ik weet het, dit is meer vrouwenpraat, maar volgens mij hebben mannen er ook last van hoor. Niet van buikpijn en andere bijbehorende kwalen, maar wel van “de tijd van de maand” inclusief snaaihonger. Aart in elk geval wel, al beweerde hij zelf natuurlijk van niet.
Zo’n dag waarop de hoofdpijn met de sterkste pijnstiller niet uit te roeien is en je die deken van vermoeidheid niet af kunt schudden, zelfs niet met 4 glazen cola waar je daarna alleen maar de hele tijd van moet plassen.
Zo’n dag dat je van alles moet (van jezelf) maar je je er gewoon niet toe kunt zetten en áls je jezelf dan eindelijk naar de supermarkt hebt gesleept wilde je dat je thuis was. Ik heb een hele tijd lusteloos door de supermarkt gedwaald, ik wist eigenlijk zelf niet meer wat er nodig was en al dwalend zag ik dingen waarvan ik dacht: “Dat neem ik mee, dat vind Aart lekker.” en dan realiseerde ik me halverwege de gedachte al dat dat natuurlijk onzin is om vervolgens toch bij het volgende schap bij een andere lekkernij hetzelfde te denken. Ik kreeg bijna trek in dingen die ik eigenlijk niet lekker vind gewoon omdat ik ze dan nog een keer voor hem mee kan nemen. En dan is het zo’n dag dat je daar eigenlijk even niet zo goed tegen kunt inplaats van dat je om jezelf en je maffe gedachte kunt lachen. Zo’n dag dat je gewoon wilde dat je je dekbed mee had genomen naar de supermarkt om op dat moment even onder te kruipen.

Zo’n dag dat je gewoon een blog móet typen omdat het zo’n dag is, maar terwijl je dat probeert besluit je kind dat hij ofwel een poepluier heeft, ofwel tandjes krijgt, ofwel honger heeft en het op een krijsen zet. Je kind dat eigenlijk zelden krijst maar vandáág de hele dag al een beetje humeurig is. Ik heb het geprobeerd hoor, te typen met mijn zonnestraaltje op mijn arm, meestal is dat wel goed, hij vind meestal alles prima, helemaal als hij op schoot mag. Maar met een hand voorzichtig zinnetjes typen terwijl je kind steeds harder gaat brullen helpt zelfs de grootste blognood om zeep. Nu, na een pauze met fles, schone broek en een heleboel geknuffel kan ik weer want hij ligt te slapen. Op hoop van zegen dat ik het einde van deze blog haal voor hij wakker wordt.
En nu zou ik natuurlijk ook best even, heel even onder mijn dekbed… Maar nee dat kan niet want er komt een Belangrijke Bezorger van De Bank. Eentje die vooraf aangekondigd wordt met een foto en eentje die je legitimatiebewijs komt scannen. Hij is geweest hoor, hij kwam inderdaad om vijf over vier, op het moment dat ik nét even rustig op de wc zat en mijn blog wilde gaan schrijven. En toen wilde hij ook nog binnenkomen om zijn scan-unit op tafel te leggen. Dat hadden ze niet van te voren aangekondigd dus ik moest met een grote armzwaai een hoop zooi wegvegen. En deze meneer bedankte mij vriendelijk voor mijn gastgevendheid en overhandigde mij DE digipas waar ik al een eeuw op zit te wachten en die ik helemaal niet wil maar die ik nodig heb om Aarts bankzaken af te kunnen handelen.
En toen had ik mezelf met frisse tegenzin beloofd dat ik gelijk maar even moest gaan inloggen met de digipas en wat dringende zaken regelen en dat ik dan daarná mijn blog eindelijk mocht gaan afmaken. Nou vergeet het, Aart is vandaag precies drie maanden geleden overleden en nog stééds kan ik niet inloggen. Ik heb namelijk nog een activeringscode nodig en die komt nog. Een voordeel…tijd voor mijn blog.

Het is dus gewoon zo’n dag dat je bijna beter in je bed had kunnen blijven, bijna want de redding is nabij. Vanavond heb ik éindelijk na een lange lange zomervakantie van 8 weken weer koor. Ik hoop niet dat we ineens “Dat ik je mis” van Maaike Ouboter op ons repetoire krijgen (zie mijn vorige blog: Overval) maar verder heb ik héél veel zin in lekker zingen en een borrel na.

Nog een klein vrolijk nootje van deze dag, de site www.dejongeweduwe.nl, zo’n site waarvan ik hoop dat jullie ‘m nooit zullen hoeven te bezoeken, wilde mijn blog graag delen op de site. Een mooi compliment vind ik want er staan op de site zelf ook hele mooie blogs van andere jonge weduwen op.

Eigenlijk ben ik nog niet klaar, foto volgt nog, maar ben het zat. Lucas is wakker en huilt, hartverscheurend. Waar is mijn dekbed? Oh wacht ik heb nog een reep chocola. Lucas heeft duidelijk ook zó’n dag.