Zeilen

Friesland 29-08-2013

Friesland 29-08-2013

Soms zit je met een mooi idee in je hoofd voor een blog, je schrijft de titel op en aan het einde van de dag is de bladzijde nog steeds leeg. Vandaag is zo’n dag. Gisteren wist ik het zeker, deze blog moest over zeilen gaan maar eerst zou ik gaan slapen, vandaag staart de titel mij maar aan. Zeilen…

Zeilen is in mijn leven een steeds terugkerend thema geweest. Ik was 8 jaar en ik ging helemaal alleen op kamp. Nog vaag herinner ik me een vervelende jongen genaamd Pascal, nooit meer kan ik die naam horen zonder vervelende associaties. Wat ik me wél nog heel goed herinner was dat het pestweer was en koud en dat we elke dag een pakketje droge kleren en boterhammen mee moesten nemen naar de plek waar we in de optimisten gingen zeilen. Dat pakketjekleding boezemde mij grote angst in, want blijkbaar lag het in de lijn der verwachting dat we het wel eens nodig zouden kunnen gaan hebben. Daar zat ik dan in mijn uppie in het optimistje, zeilen kon ik wel, maar voor omslaan was ik als de dood. Als het nou zo’n warme zomerweek was geweest met hier en daar een zuchtje wind, maar nee, het was vies, nat en koud zoals de zomers in Nederland óók kunnen zijn. Op een dag moesten we leren gijpen. Het was een dag met een fixe woei en we moesten steeds hetzelfde rondje zeilen. Bij de ene boei moesten we overstag, bij de andere moesten we gijpen.
Voor de niet-zeilers onder ons, je maakt altijd een zo kort mogelijke beweging als je van koers veranderd. Als je overstag gaat dan draai je de punt van je boot door de wind heen, je verliest doordat je op een bepaald punt recht tegen de wind in ligt met je boot vaak wel behoorlijk wat vaart. Als je overstag gaat dan gaat je zeil gigantisch klapperen. De kunst van het overstag gaan is dat je geen giek tegen je kop krijgt of stil komt te liggen en je boot onbestuurbaar wordt (want besturen lukt alleen met vaart). Bij gijpen vaar je precies in de andere richting, je draait eigenlijk met je kont in de wind en daardoor vangt het zeil ineens wind van de andere kant waardoor het in een klap naar de andere kant slaat. De kunst van het gijpen is ook om de giek niet tegen je kop te krijgen, want dat gaat hard, maar vooral is de kunst ook om de klap niet te hard te laten zijn, de schoot goed aan te halen en daarna snel weer te laten vieren én in een kleiner bootje om niet om te slaan door de ruk van het zeil.
Dat laatste, daar was ik dus verschrikkelijk bang voor, voor geen goud wilde ik omslaan en mijn pakketje reservekleding nodig hebben. Dus die bewuste dag, elke keer als ik bij het punt kwam dat ik moest gijpen schoot mijn hart in mijn keel en op het állerlaatste moment besloot ik elke keer tóch om een stormrondje te doen. Een stormrondje is dat je in plaats van je kont door de wind te draaien en te gijpen je een extra groot rondje maakt zodat je overstag kunt gaan. Het voordeel daarvan is dat het zeil een minder grote klap maakt en de kans dat je omslaat velen malen kleiner is. De instructeur echter was woest, ik moest gijpen en niet overstag gaan en toen ik het later nog een keer deed kreeg ik op mijn donder. Ik geloof dat ik uiteindelijk gegijpt heb door alle vaart eruit te laten gaan en heel voorzichtig en langzaam te gijpen. Die avond had ik voor het eerst van mijn leven heimwee.

Ook bij Aart was zeilen een belangrijk thema. Hij leerde zeilen in Eindhoven van een priester die als bijbaantje zeilinstructeur was. Ik begreep van Aart dat hij van die betreffende priester vooral geweldig heeft leren vloeken. Toen hij ouder was ging hij ook op zeilkampen, maar niet zoals ik op een groot Fries meer, maar in Frankrijk waar hij in het Frans leerde zeezeilen. Als ik me goed herinner is hij daar later ook nog instructeur geweest. Zeilinstructeur was hij ook in Balk bij een zeilschool. Toen ik hem net leerde kennen vroeg ik hem waarom hij dan toch geen boot had. Hij zei dat zijn boot Nils (zijn oudste zoon) heette “en god, weet je hoe veel geld dat kost!”.

Samen hebben we ook heerlijke momenten op het water beleefd. Van weekendjes aan zee, weken Terschelling, dagjes valk, weekje zeilen tot zo veel mogelijk varen in Venetië en Istanbul tijdens onze rondreis. Ik wilde eigenlijk helemaal niet schrijven over onze avonturen op het water, ik wilde schrijven over het reilen en zeilen van mijn leven. Ik voel me af en toe een beetje alsof ik in mijn eentje op een veel te grote boot vaar, ik sta aan het roer maar kan maar net boven de kajuit uit kijken, kan maar nét het roer in bedwang houden en ik krijg in mijn eentje geen zeil gehesen. Het gaat, ik vaar en ik maak geen botsingen of ernstige ongelukken, maar wat ik het liefste doe, dat zeilen dat gaat zo niet, ik kan niet én de zeilen hijsen en aan het roer staan. Het voelt machteloos omdat de ingrediënten er wel zijn maar ik niet bij machte ben ze te gebruiken. Maar hoewel het op sommige dagen stormt en regent blijk ik toch elke keer weer meer bemanning te hebben dan ik dacht. Steeds weer staan er ineens mensen voor mijn neus die onverwacht lief voor me zijn. Een vriendin die spontaan langs komt om te horen hoe het gaat, een andere vriendin staat ineens op de stoep met een grote envelop met daarin wat fijne verwen dingen, voor zowel mij als Lucas. Er zijn mensen die spontaan aanbieden om op te passen, die dingen voor me doen in huis en er zijn steeds maar weer mensen om me heen die me knuffelen, die me een hart onder de riem steken en waar ik welkom ben én me thuis voel.

Dus hoewel ik niet écht op volle kracht kan varen nu, niet alle zeilen gehesen krijg, ik vaar wél. Ik kom vooruit en hier en daar is er een lichtpuntje zelfs in de somberheid van sommige dagen. Soms zie ik door alle regen de boeg niet meer, voel ik me uitgewrongen en verdrietig. Maar zolang ik vaar, zo lang mijn bemanning zo nu en dan inscheept om me weer een zetje in de goede richting te geven, zo lang blijf ik wel varen en kom ik uiteindelijk wel op een door mij gewenste bestemming.

Aart zou trouwens na het lezen van deze blog flauwe grappen maken over mijn liefde voor beeldspraak en hij zou het “echt weer iets voor wijven” genoemd hebben. Ook een hele geruststelling.

Aarts laatste miniatuurproject

Aarts laatste miniatuurproject

Advertenties

Dag maandag

bluemonday

Dag maandag, ik huil je gedag. Dinsdag wil ik niet weer zó’n dag.
Dag blauwe maandag, ik wil geen blauwe dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag of zondag, laat die dagen maar kleuren dan huil ik ondertussen deze maandag gedag.
Een dag zonder zonnestralen, alleen maar regen in mijn hoofd. Zelfs met zingen was je er nog maandag. Ik doe er niet meer aan mee, kies maar gewoon een andere dag.
Dag maandag met je moeie gevoel, dag met je hoofdpijn, dag met je ziel onder je arm en dag met het inwendige huilen. Dag maandag, je hebt lekker pech want ik heb je hardop uitgehuild. Uitgehuild en afgeschud.
Weg maandag. Ik zweer je vannacht is het dinsdag en slaap ik warm onder mijn dekbed, tranen opgedroogd op mijn wangen en als ik wakker word dan schijnt de zon. Al is het maar vanbinnen en dan ga ik zingen.

Dag!

Zo’n dag

Vandaag is het zo’n dag. Je weet wel, zó’n dag. Ik waarschuw vast, vandaag ben ik NIET grappig.

Vanmorgen om een uur of 7 ging mijn persoonlijke wekker weer. Lucas, vrolijk geluidjes makend kondigde hij aan dat de dag wat hém betrof wel was begonnen. Wat mij betrof niet, ik deed net of ik hem niet hoorde, draaide me nog een keer om met de deken over mijn oren. Maar ja probeer maar eens te slapen met een knagend schuldgevoel en bijbehorend achtergrondgeluid. Eerst probeerde ik nog of hij misschien in mijn armen wilde slapen en ik dan ook nog eeeeeven, tevergeefs natuurlijk, de dag was immers begonnen en slapen met een trappelend kind in je armen die in je kin knijpt en elke keer als met één oog naar hem kijkt breed begint te lachen gaat nu eenmaal echt heel moeilijk.  Dus hees ik mezelf uit bed en fabriceerde een ontbijtfles, niet dat die nou anders is dan alle andere flessen, maar hij krijgt ‘m ’s morgens, we moeten enig onderscheid maken voor een ritme toch? Na de fles deed ik verwoede pogingen om uit bed te gaan maar dit mislukte jammerlijk. En toen Lucas een uur later besloot nog even zijn oogjes dicht te doen zag ik mijn kans. Ik trok mijn dekbed weer over mijn hoofd en draaide me eens even lekker om. Wat is een betere wakkerhouder dan de gedachte dat je nu kúnt slapen maar dat de dag wel al lang begonnen is. Zo’n dag dus…

Zo’n dag waarop buikpijn hebt omdat het weer die tijd van de maand is, ik weet het, dit is meer vrouwenpraat, maar volgens mij hebben mannen er ook last van hoor. Niet van buikpijn en andere bijbehorende kwalen, maar wel van “de tijd van de maand” inclusief snaaihonger. Aart in elk geval wel, al beweerde hij zelf natuurlijk van niet.
Zo’n dag waarop de hoofdpijn met de sterkste pijnstiller niet uit te roeien is en je die deken van vermoeidheid niet af kunt schudden, zelfs niet met 4 glazen cola waar je daarna alleen maar de hele tijd van moet plassen.
Zo’n dag dat je van alles moet (van jezelf) maar je je er gewoon niet toe kunt zetten en áls je jezelf dan eindelijk naar de supermarkt hebt gesleept wilde je dat je thuis was. Ik heb een hele tijd lusteloos door de supermarkt gedwaald, ik wist eigenlijk zelf niet meer wat er nodig was en al dwalend zag ik dingen waarvan ik dacht: “Dat neem ik mee, dat vind Aart lekker.” en dan realiseerde ik me halverwege de gedachte al dat dat natuurlijk onzin is om vervolgens toch bij het volgende schap bij een andere lekkernij hetzelfde te denken. Ik kreeg bijna trek in dingen die ik eigenlijk niet lekker vind gewoon omdat ik ze dan nog een keer voor hem mee kan nemen. En dan is het zo’n dag dat je daar eigenlijk even niet zo goed tegen kunt inplaats van dat je om jezelf en je maffe gedachte kunt lachen. Zo’n dag dat je gewoon wilde dat je je dekbed mee had genomen naar de supermarkt om op dat moment even onder te kruipen.

Zo’n dag dat je gewoon een blog móet typen omdat het zo’n dag is, maar terwijl je dat probeert besluit je kind dat hij ofwel een poepluier heeft, ofwel tandjes krijgt, ofwel honger heeft en het op een krijsen zet. Je kind dat eigenlijk zelden krijst maar vandáág de hele dag al een beetje humeurig is. Ik heb het geprobeerd hoor, te typen met mijn zonnestraaltje op mijn arm, meestal is dat wel goed, hij vind meestal alles prima, helemaal als hij op schoot mag. Maar met een hand voorzichtig zinnetjes typen terwijl je kind steeds harder gaat brullen helpt zelfs de grootste blognood om zeep. Nu, na een pauze met fles, schone broek en een heleboel geknuffel kan ik weer want hij ligt te slapen. Op hoop van zegen dat ik het einde van deze blog haal voor hij wakker wordt.
En nu zou ik natuurlijk ook best even, heel even onder mijn dekbed… Maar nee dat kan niet want er komt een Belangrijke Bezorger van De Bank. Eentje die vooraf aangekondigd wordt met een foto en eentje die je legitimatiebewijs komt scannen. Hij is geweest hoor, hij kwam inderdaad om vijf over vier, op het moment dat ik nét even rustig op de wc zat en mijn blog wilde gaan schrijven. En toen wilde hij ook nog binnenkomen om zijn scan-unit op tafel te leggen. Dat hadden ze niet van te voren aangekondigd dus ik moest met een grote armzwaai een hoop zooi wegvegen. En deze meneer bedankte mij vriendelijk voor mijn gastgevendheid en overhandigde mij DE digipas waar ik al een eeuw op zit te wachten en die ik helemaal niet wil maar die ik nodig heb om Aarts bankzaken af te kunnen handelen.
En toen had ik mezelf met frisse tegenzin beloofd dat ik gelijk maar even moest gaan inloggen met de digipas en wat dringende zaken regelen en dat ik dan daarná mijn blog eindelijk mocht gaan afmaken. Nou vergeet het, Aart is vandaag precies drie maanden geleden overleden en nog stééds kan ik niet inloggen. Ik heb namelijk nog een activeringscode nodig en die komt nog. Een voordeel…tijd voor mijn blog.

Het is dus gewoon zo’n dag dat je bijna beter in je bed had kunnen blijven, bijna want de redding is nabij. Vanavond heb ik éindelijk na een lange lange zomervakantie van 8 weken weer koor. Ik hoop niet dat we ineens “Dat ik je mis” van Maaike Ouboter op ons repetoire krijgen (zie mijn vorige blog: Overval) maar verder heb ik héél veel zin in lekker zingen en een borrel na.

Nog een klein vrolijk nootje van deze dag, de site www.dejongeweduwe.nl, zo’n site waarvan ik hoop dat jullie ‘m nooit zullen hoeven te bezoeken, wilde mijn blog graag delen op de site. Een mooi compliment vind ik want er staan op de site zelf ook hele mooie blogs van andere jonge weduwen op.

Eigenlijk ben ik nog niet klaar, foto volgt nog, maar ben het zat. Lucas is wakker en huilt, hartverscheurend. Waar is mijn dekbed? Oh wacht ik heb nog een reep chocola. Lucas heeft duidelijk ook zó’n dag.

Overval

20130901-010131.jpg

“Dit is een overval. Luister goed naar wat ik u zing, kijk niet weg en pak vast uw zakdoek. Handen omhoog graag, er is geen weg meer terug. Nu of ik schiet. Schieten doe ik toch wel het maakt niet uit wat u doet.”

Liedjes, je kunt ze niet ontwijken, zeker niet als je van zingen houd zoals ik en op een koor zit zoals ik. De eerste avond dat ik weer op koor was na Aarts dood moest ik hier en daar wel even slikken. Bij Rock DJ (Robbie Williams) raakte ik spontaan de tekst kwijt. Boem, knal, want ineens realiseerde ik me dat Aart dat de zaterdagochtend voor hij overleed nog had gedraaid terwijl we samen op zolder zaten. We gingen samen in onze pyjama uit ons dak. Of nou ja pyjama, datgene wat daar voor door moest gaan.

Inmiddels kan ik weer gewoon Rock DJ rappen zonder de tekst kwijt te raken, of nou ja dat is niet helemaal waar, mijn postzwangerschapsdemente hoofd vergeet wel vaker spontaan dingen die ik eerder nog wel wist, maar dat is wat sluipender. In ieder geval wordt er door mij geen traan bij gelaten.

Bij ‘Just give me a reason’ (Pink) viel het me heus wel op dat sommige delen van de tekst wel akelig toepasselijk zijn: ‘there’s nothing left but empty sheets” doet gewoon zeer maar als je maar gewoon stug door zingt en niet al te goed op let heb je daar geen last van.

En zelfs een vrolijk nummer als Summer in the City (Lovin’ Spoonfull) waarvan Aart vond dat we het écht met koor moesten gaan zingen kan me weer even met beide benen op de grond krijgen.

Er zijn ontzettend veel nummers die me aan Aart doen denken. Van dingen die hij heel mooi vond, dingen die hij recent gedraaid had en dingen die hij afschuwelijk vond tot dingen die óver Aart gaan of over verdriet.

Een van die nummers overviel mij vanavond. Het was een feestelijk avondje, een koorfeest met uiteraard ultiem veel zingen. Niet alleen mochten we zelf aan de bak, ook de winnaars van de talentenjachten van de verschillende koren traden op. En toen, tussen een paar zeelui en een ander mooi optreden in werd ik totaal onverwachts overvallen. Het nummer, het kon ook haast niet anders, “Dat ik je mis” (Maaike Ouboter), achtervolgt me al maanden, Aart overleed vlak na de eerste uitzending van dat nummer. Zo stuurde iemand mij een quote uit de tekst per kaart en hoorde ik het laatst zelfs in de supermarkt. Niet écht de plek voor een huilbui. Gelukkig kon ik toen net doen alsof ik heel druk was met kiezen tussen ravioli en spaghetti zodat ik niet hoefde te luisteren.
Maar vanavond zat ik in een zaal op een stoel ergens in het midden en ineens was het “Handen omhoog of ik schiet”. Daar zat ik dan en eigenlijk wist ik niet zeker of ik nou wel of niet wilde huilen. Niet eigenlijk vooral dus dat zei ik ook tegen mezelf. Niet huilen, niet luisteren, het is zo voorbij en ik hoopte nog tevergeefs dat ze vals zou zingen. Maar nee, geen houden aan, de tranen drongen zich op aan mijn ogen die zoals gewoonlijk weinig extra bergruimte hadden. Dus liep de boel over en voor ik het wist zat ik daar in het midden van die zaal ineens te snikken. Twee lieve handen op mijn rug, maar het was echt even dweilen met de kraan open. En dat kan dan ook niet charmant met zo’n Maxima-moet-haar-vader-missen-op-haar-bruiloft-traan maar moet gelijk gepaard gaan met schokschouderen en snikken en snuffen. Ja want áls ik huil dan huil ik goed.

Net zoals het leven ging de feestavond door, ik slikte mijn tranen weg, probeerde mijn mascara (het was tenslotte een feestje) te redden en hup, verder maar weer. Misschien maar goed ook, anders was ik waarschijnlijk onbedaarlijk een potje gaan grienen en dat staat zo ongezellig op een feestje.
Maar ’t is wel gelijk weer duidelijk, je kunt niet altíjd kiezen op welke momenten je verdriet hebt, soms overvalt het je gewoon ongenadig.