Voicemailbericht van een gentleman

voicemail

“Dit is het einde van het bericht” hoor ik vanmiddag op mijn voicemail een dame van de bank zeggen. *Plop* herinnering komt boven! Aart had altijd een nogal specifieke manier van voicemailberichten inspreken.
“Piep, met Aart” zei hij steevast in het begin, vervolgens volgde dan zijn boodschap. Meestal iets belangrijks, iets waar we op hadden zitten wachten, iets waarvan hij wist dat ik het graag wilde weten want anders belde hij namelijk niet. Daarna zei hij dan meestal nog iets liefs en dan eindigde hij het bericht met: “Einde bericht!”. Heel soms belde hij zomaar: “Piep met Aart, ik wilde even zeggen dat ik je lief vind en dat ik van je houd, kom je gauw thuis? Einde bericht!” stond er dan op mijn voicemail. “Ware liefde!” zou Aart zeggen.

Het was typisch Aart om dat soort dingen te doen volgens de etiquette, tenminste ik heb dat ding nooit gelezen, maar ik denk dat het een soort ouderwetse vorm van netjes doen moet zijn. Het heeft natuurlijk vast z’n functie gehad, misschien stamt het uit de tijd van de telegrammen (prehistorie dus). De “piep, met Aart” was zijn antwoord op “spreek uw boodschap in na de piep”, ik moest er altijd wel om lachen, zijn manier om er toch een beetje tegenaan te schoppen, hoewel ik me af vraag of hij serieuze werkvoicemails ook zo insprak. Ik zie het al voor me, een of andere politicus met een voicemailberichtje: “Piep, met Brouwer, zoals afgesproken heb ik bladiebladiebla, ik hoor graag van u. Einde bericht”. Ik moet er uitwendig van glimlachen.

Aart deed regelmatig verwoede pogingen mij te doordringen van zijn gentlemanskills maar dit was meestal tevergeefs. Dan stond hij achter me om mijn stoel aan te schuiven die ik natuurlijk al lang zelf had aangeschoven. Dan hoorde ik hem achter me zuchten want hij vond dat echt een hiaat in mijn opvoeding. Ook mijn gewoonte voor hem uit een restaurant of café binnen te rennen vond hij tamelijk onhebbelijk. Moet je net mij hebben, altijd haantje de voorste en bovendien zie je ook zo weinig als je áchter je reus van een man gaat lopen. Hij vond echter dat ik hem écht voor mij naar binnen moest laten gaan A. omdat hij dan de deur voor me kon open houden en B. omdat een heer altijd eerst hoort te checken of het wel veilig is voor de dame in kwestie. Ik vond het wel een lief argument dus streek ik uiteindelijk met mijn hand over mijn hart en deed ik écht heel hard mijn best om er aan te denken op die momenten.
Hij wilde ook graag mijn jas voor me ophouden maar steevast had ik hem al half aan voor ik me dat bedacht óf zaten mijn mouwen binnenstebuiten. Zijn pogingen om de autodeur voor me open te houden heeft hij wel gauw gestaakt, het is toch een beetje maf als je als man zonder rijbewijs je vrouw dan eerst de portier moet laten open maken en ze dan aan de kant moet stappen om jou de portier voor haar open te laten houden. Werkt niet, vooral niet als de vrouw in kwestie dan al lang is ingestapt…

Er aan terugdenkend moet ik altijd een beetje grinniken, Aart die vond dat je als je een pak droeg je ook sokophouders aan moest, die vond dat je een héér moest zijn en die in sommige dingen hopeloos ouderwets was, maar die in vele opzichten een betere huisman was en moderner dan ik en uiteindelijk moesten we altijd om elkaar lachen. En hoewel ik wars van hoe het hoort er regelmatig stiekem een beetje de draak mee stak zou ik nu dólgraag in een restaurant geduldig willen wachten tot hij de mouwen van mijn jas binnenstebuiten heeft gevist en mijn jas op houd zodat ik die aan kan doen.
Gelukkig kán ik het ook zelf.

Advertenties

Dierenmishandeling

Aart op 1 oktober 2007

Aart op 1 oktober 2007

“Mevrouw, wilt u tekenen tegen dierenmishandeling” hoor ik achter me. Ik kijk op maar de jongens van het kraampje naast de supermarkt hebben het niet tegen mij. Een vrouw die nét ongezien de supermarkt uit probeert te komen is de pineut. De onzinnigheid van zijn tekst blijft hangen.
Ik loop met een brede grijns de supermarkt binnen want in mijn hoofd hoor ik Aarts reactie als de vraag aan hem gericht zou zijn. Met zijn diepe stem zou hij zeggen: “Nee, ik ben vóór dierenmishandeling”. Gewoon, omdat het kon, omdat de mensen geschokt zouden zijn en Aart daar een zeker genoegen in schepte maar vooral ook omdat de vraag zo stom was. De jongen zou geschokt zijn ogen een beetje verder open doen en vervolgens stotterend vragen “wawawawaarom?”. Aart in een goed humeur zou een verhandeling houden over waarom het beter is dat dieren mishandeld worden. Omdat er te veel zijn, omdat ze hun plaats moeten kennen of gewoon omdat het zo lekker is.
Ik kan het niet helpen maar de grijns blijft op mijn gezicht geplakt zitten als ik brood pak en terwijl ik in het groenteschap neus kan ik een grinnik niet onderdrukken.
Ik kan niet wachten naar buiten te gaan en onderschept te worden door zo’n jongen in een fout groen jasje: “Mevrouw, wilt u stemmen tegen dierenmishandeling?” en dat ik dan, onschuldig als ik lijk, mama met kind in de wagen, zou zeggen. “Nee sorry, ik ben juist vóór dierenmishandeling.”
Na de kassa bepaal ik strategisch mijn route. Ze staan voor mij aan de verkeerde kant, maar als ik nou om die mevrouw heen loop die net naar binnen komt met haar karretje moet ik gedwongen dicht langs het dierenmishandelingskraampje lopen. Ik trek een spurt en loop langs het kraampje, draal nog een beetje, pak omzichtig nog iets uit mijn tas en stop het er weer terug in en dan moet ik toch echt doorlopen zonder dat een van die jongens mij heeft aangesproken, druk als ze het hadden met het overtuigen van potentiële volgers dat dierenmishandeling niet oké is. Ik kan toch moeilijk naar ze toe lopen en zeggen: “he joh, ik ben vóór”, want dan is het effect natuurlijk teniet gedaan. Het levert een kleine teleurstelling op want ik had graag hun gezichten gezien maar ik vervolg toch maar mijn weg naar huis. Ik kan het niet helpen, maar zelfs thuis moet ik nog grinniken om mijn fantasieherinnering. Bedankt dierenjongens in het groen! You made my day!