Een jaar geleden (2)

Ondanks dat Aart in het ziekenhuis lag ging ik toch naar koor, ik moest gewoon even van me af zingen. Heilzaam en gewoon even vergeten, proberen door te gaan met mijn leven. Zo was het precies een jaar geleden en zo is het nu nog.
Op de fiets naar huis kreeg ik buikpijn, mijn darmen dacht ik, tja 18 weken zwanger, het rommelde er op los daarbinnen. Ik ging naar bed met twee paracetamol want het deed best pijn maar helaas leek het maar niet te helpen. Ik ging naar de wc maar ook dat bracht geen verlichting. De uren van de nacht gleden voorbij en ik moest aan Aart denken die er misschien wel net zo bij lag in zijn ziekenhuisbedje. De pijn was niet te harden maar morgen zou het beter zijn. Dat moest, dat kon niet anders want dan moest ik weer naar Aart, met hem knuffelen, voor hem zorgen en dingen voor hem regelen. Het was zes uur, ik lag te huilen in bed. Ik wilde de dokterspost niet bellen want ik wilde niet met een ambulance weggebracht worden. Het was een déjà vu, ik wilde gewoon niet ziek zijn en ook niet Aart achterna. Om 8 uur belde ik de huisarts dat ik zo’n buikpijn had, de assistente zei dat ik de verloskundige maar moest bellen. Op mijn vraag of ik dan het spoednummer moest bellen antwoordde ze: “dat kan ik niet beoordelen”. Daar lag ik dan, mijn pijn verbijtend, ik keek op de klok, de verloskundigenpraktijk ging pas om 9 uur open. Ik belde Aart in de wetenschap dat het ziekenhuisleven vroeg zou zijn begonnen. Hij schrok van mijn gesnik, dacht dat er iets vreselijks was maar deed wat hij altijd deed. Hij bracht me tot reden en sommeerde me onmiddellijk de verloskundige te bellen.
Ik trok een schone onderbroek aan en een joggingbroek en een bh zodat ik de verloskundige goed kon ontvangen. Ik liep met mijn handen op mijn buik voorover gebogen rondjes door het huis. Stiekem, stiekem wist ik het wel maar ik wilde het niet weten. Ik ben níet ziek, niets aan de hand, gewoon buikpijn, kan gebeuren. Buikgriep of zo en ik heb ook geen koorts dus niks aan de hand.
De verloskundige zei het gelijk, het zou zo maar een blindendarmontsteking kunnen zijn, maar “we gaan alles checken”. Omdat ik alleen was bracht ze me in haar auto naar het Elisabeth-ziekenhuis waar de Gynaecologie zit, in een rolstoel duwde ze me door de gangen, elk hobbeltje deed pijn. Ik weet nog dat mijn telefoon ging toen ik voor de lift stond, ik had een afspraak…in het Elisabeth. Of ik misschien later kon. Ik herinner me nog steeds de absurditeit van dat telefoontje.
Op de afdeling moest ik wachten tot er een gynaecoloog kwam, ik zat in de harde rolstoel en raakte steeds verder weg, ze haalden een bed voor me want ik viel bijna flauw van de pijn. Het inwendige onderzoek wat even later volgde maakte het niet heel veel beter. Gepor in mijn buik en een inwendige echo wezen uit dat ik niet aan het bevallen was en dat met het kindje in mijn buik alles goed was. Dat wist ik, dat heb ik eigenlijk de hele tijd geweten, ik had gewoon buikpijn.
Ja zei ze: “Het is 25 jaar geleden dat ik co-schappen chirurgie liep, maar ik denk toch aan een appendicitis”. Ik dacht dat niet kon, ik heb dat soort dingen niet, ik heb gewoon buikgriep, meer niet.
Ik moest naar de Lichtenberg waar de eerste hulp zat, waar Aart was, ik was zo blij dat ik naar Aart kon. Maar met de ambulance wilde ik niet, écht niet. Ik ging nog liever op de fiets. Mijn moeder bracht me de hobbelige weg van het Elisabeth naar de Lichtenberg (met de auto uiteraard), ik zal ‘m nooit vergeten.
Daar mocht ik eindelijk Aart knuffelen die wit zag van vermoeidheid en zorgen. Na een half uurtje moest hij weg, hij moest echt even gaan liggen. Ik ging nergens heen.
Na een uur wachten en nog altijd heel veel pijn, iets anders dan paracetamol mocht ik niet hebben omdat ik zwanger was, mocht ik uiteindelijk weer in zo’n ijskoude harde rolstoel naar de kelders van het ziekenhuis voor een echo. Een hoop gepor en geduw in mijn buik, een paar dames die verwonderd naar mijn kindje keken (ze doen daar alleen maar blinde darmen en andere aandoeningen, geen kindjes). Of ik even wilde aanwijzen waar de pijn zat. En ja, eindelijk die blindedarm gevonden, duidelijk ontstoken. Nee dacht ik nog, dat kan niet, ik heb gewoon buikpijn. Morgen ben ik beter en dan ga ik weer voor Aart zorgen. Ik kan niet geopereerd worden want ik heb een kindje in mijn buik.
Het kon wel, die middag nog ging het gebeuren. Eerst moest er een infuus geprikt worden. De eerste zuster probeerde twee keer, de tweede zuster één keer, toen kwam er een broeder die het ook nog eens probeerde en toen stuurden ze me zonder infuus naar de pre-operatiekamers. Daar werd ik nogmaals misgeprikt en uiteindelijk kreeg ik maar een infuus in mijn elleboog. Het meest pijnvrije infuus wat ik ooit gehad heb.
Ik lag op een koude harde tafel, de chirurg die me ging opereren gaf me een hand, ik kon hem niet goed zien want ik had mijn bril niet op, hij wel dacht ik. Ik vroeg of het geen kwaad kon voor mijn kindje dat ik geopereerd werd. Hij zei dat het beter was van niet, maar dat ze het mildste van het mildste zouden gebruiken en dat ik ook niet door kon lopen met zo’n blindedarm. Ik gaf me over, zei dat het dan maar moest. De infuusvloeistof werd ingespoten en een hele tijd later werd ik wakker. Mijn zorgverzekering € 5269,30 en ik een bijna gesprongen blindedarm armer.

Tot nooit meer ziens!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s