Een druiventakje

druiventakje

Mijn hand zweeft boven de prullenbak, ik houd een takje vast van de druiven die ik net at. Op het laatste moment bedenk ik me, niet doen! Druiventakjes moet je áltijd bewaren!
Vijf maanden geleden had ik ze voor het laatst in huis. Aart had ze gekocht en ik heb ze laten wegrotten in de koelkast want eten kon ik ze niet. Aart was gek op druiven, er stond bijna altijd wel een bakje voor hem klaar. Ik verdenk hem er van dat hij vooral graag druiven at vanwege zijn hobby. Net zoals hij graag ijsjes at vanwege zijn hobby. Want het moet leuk zijn, niet duur, zo’n hobby en zelf gemaakt is natuurlijk het allerleukst.
Altijd als ik druiven wilde eten hield Aart een pleidooi voor de takjes ervan. Of ik ze wilde besparen, een tweede leven wilde gunnen als boom of struik.
Soms ontdekte hij dat ik druiven gegeten had omdat het doosje leeg was, weggegooid. Altijd zag ik dan weer die lichte paniek in zijn ogen waarop ik dan geruststellend kon zeggen: “ik heb ze bewaard hoor”. Pfoeh…opluchting!

Vandaag kocht ik voor het eerst in 5 maanden weer druiven. Niet voor mezelf maar om Lucas te laten proeven. Geen groot succes, hij sabbelde een half uurtje op een halve druif, spuugde hem toen uit en gooide de andere doormidden gesneden druiven op de grond. Misschien had hij toch liever een takje gehad. Dus besluit ik ’s avonds maar om aan de druiven te gaan, zonde om ze te laten liggen en eigenlijk zijn ze natuurlijk best lekker.
Daar sta ik dan met een druiventakje in mijn hand. Ik wil naar boven rennen om het te brengen, dat was meestal wel goed voor een dikke knuffel en een zoen. Mijn hemel wat heb ik zin in een knuffel en een dikke zoen.

Het druiventakje gebruik ik maar voor deze blog, dan heeft het in ieder geval nog een doel. Ik loop ook nog even over zolder en grasduin tussen de bomen. Heel even zie ik in gedachten Aart daar zitten en mezelf bij hem staan, mijn handen op zijn schouders, allebei voor over gebogen kijkend naar zijn laatste project. Ze staan er nog, de bootjes waar hij mee bezig was, over zijn stoel hangt een trui. Ik besef dat zelfs zijn domein langzaam steeds meer van mij wordt. Die trui heb ik daar gehangen, zijn lievelingstrui, zacht, warm rood. Gered van de muffigheid op zijn werkkamer en daarom op de voorzolder over een stoel gehangen, zijn stoel. Die bootjes, ik heb ze al talloze keren in mijn handen gehad. Met elke beweging die ik maak wis ik zachtjes weer wat sporen, dat moet omdat ik hier woon. En met elk spoor dat ik zachtjes wis komt ook het gemis.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s