Oud

Oud

Oud – illustratie Wendel Jacobs

Het is alweer bijna zo ver, bijna is het jaar voorbij, bijna begint er een nieuw jaar. Het is een dag als alle anderen, de klok loopt als altijd. Niet eens de hele wereld is het er mee eens dat het nieuwe jaar dan begint. Toch heb ik de neiging om melancholisch te worden zo tegen het einde van het jaar. Het is een moment om terug te denken en vooruit te kijken, om de balans op te maken.
De balans… ja wat moet ik daar nou van zeggen.
Oud&Nieuw van het vorige jaar lijkt nog maar zo kort geleden, herinneringen in die tijd zitten veel scherper in mijn geheugen gekrast dan ze normaal op zo’n termijn doen. Tegelijk is er zó veel gebeurd in de tussentijd dat het net zo goed 4 jaar geleden had kunnen zijn. De tijd is voorbij gevlogen! Ze zeggen altijd dat de tijd vliegt als je het leuk hebt en de tijd stil lijkt te staan als je het niet naar je zin hebt. Ik dacht altijd dat dat waar was maar dit jaar ben ik daar aan gaan twijfelen. De tijd is hoe dan ook gevlogen en er leken altijd te weinig uren te zijn op een dag.
Vorig jaar rond deze tijd van het jaar dacht ik na over 2013, ik dacht er over dat dat wel ons jaar moest worden. Aart was het met me eens, 2012 eindigde zo akelig dat kon 2013 nooit overtreffen. Sterker nog, dat zou gewoon niet gaan gebeuren, 2013 zou geweldig en niet te overtreffen worden. We zouden ouders worden en ja die rotziekte zouden we ook wel te boven komen, al zou ik hem eigenhandig er doorheen moeten slepen. Daar was ik trouwens hard mee bezig, het was een zware vracht, maar zonder mij ging het niet lukken. Met mij ook niet bleek later maar we hadden in elk geval de hoop.
Met de jaarwisseling zat ik in Amsterdam bij mijn ouders, Aart lag in zijn eentje in zijn ziekenhuisbedje te slapen. Eerder op de avond hadden we een groots diner aangericht in het ziekenhuis en daarna hadden we hem doodmoe maar heel voldaan daar achter gelaten. Hij wilde niet dat ik zou komen ’s avonds want hij was doodmoe en wilde slapen. En dat heeft hij gedaan, ik heb hem die nacht niet meer gesproken. Dus luidde ik 2013 in, Aart niet.

Het werd níet ons jaar, helemaal niet. Halverwege was er van ons sowieso niet echt veel sprake meer, dag ons. Ik heb het weliswaar nog steeds over ons, over ons huis en onze slaapkamer, maar ik moet wel telkens bedenken dat ik dan eigenlijk Lucas en mij zou moeten bedoelen en dat doe ik niet. Verwarrend hoor, de oude ons is weg, de nieuwe ons is daar en dat allemaal in een paar maanden tijd. Wel fijn dat er nog een ons is, anders zou ik mezelf ook nog de hele tijd moeten verbeteren.
Die dagen voor het nieuwe jaar begin zijn ook heel geschikt om na te denken over wat voor goede dingen er gebeurd zijn. Ik moet dan denken aan de geboorte van mijn jongetje, zo klein, zo lief, hij groeit zo hard. Aart had het moeten meemaken, niet eerlijk! Maar wel een positief puntje voor op die weegschaal. Best een groot puntje trouwens, ’t lieve kind begint notabene al bijna te kruipen.
Het tweede waar ik direct aan moet denken is de warmte waarmee mensen mij omgeven hebben. Steun kreeg ik uit vele hoeken, mensen die voor me kookten, die me onverwachte bezoekjes brachten of regelmatig vroegen of ze iets konden doen, mensen die kwamen klussen om de babykamer af te maken en mensen bij wie ik gewoon altijd welkom was, bij wie ik even weg mocht kruipen in hun armen en die mee gingen naar moeilijke dingen op moeilijke dagen. Mensen die kwamen oppassen zodat ik leuke dingen kon doen of dingen die beter zonder Lucas konden. Kaartjes, honderden kaartjes die ik kreeg, bossen bloemen en knuffels.

Ja, als ik de balans op maak dan moet ik bij mijn conclusie blijven, 2013 was niet mijn jaar, het liep niet zoals het moest. Het was een stormachtig jaar waarin ziekte, vroeggeboorte, ziekte en dood elkaar afwisselden alsof het allemaal doodnormaal was.
Daar zit ik dan, nog even en 2014 gaat beginnen. Ik zou willen zeggen dat dát mijn jaar wordt, ons jaar. Maar ik durf er geen eed op te doen, 31 december is een dag als alle anderen, 1 januari ook. Ik heb niet meer de illusie dat een jaarwisseling dingen kan veranderen, dat ik me tot morgen rot voel en overmorgen weer vol frisse zin aan een nieuw jaar begin. Ik ben veel te moe voor dat soort hoopvolle overpeinzingen en ook veel te verdrietig. Maar waar ik wel voor ga is dat 2014 een beter jaar wordt dan 2013. Een jaar waarin ik misschien wat rust vind, mijn vermoeidheid kan verdrijven, weer een beetje kan genieten van de dingen. Een jaar waarin Lucas 1 jaar wordt en vast nog hele mooie, lieve en leuke dingen gaat doen. Hoewel morgen niet anders is dan overmorgen is het wél een nieuw begin. Een moment om even stil te staan bij een oud jaar, een oud en vermoeid jaar waar de fut wel uit is en om een stap richting het nieuwe te zetten. Op naar de lente en de zomer, op naar mooie en betere dingen.

Dag oud jaar, het is nu echt wel klaar.

Advertenties

Een jaar geleden (4), kerstmis 2012

20131225-140310.jpg

Daar zaten we dan, een jaar geleden. Het was 1e kerstdag en de week in het St. Antonius ziekenhuis was inmiddels twee en een halve week geworden. Elke dag vroeg Aart wanneer hij terug mocht naar het ziekenhuis in Amersfoort. Niet eens naar huis, gewoon naar het oude vertrouwde Amersfoort waar hij al weken had gelegen, waar het veel fijner was.
Op eerste kerstdag hadden wij de hoop opgegeven dat het snel zou gebeuren, er was elke keer wel weer een reden om hem in Nieuwegein te houden en nu was het kerst, kerst in geen dag om patiënten te gaan verplaatsen.

Dus bracht ik thuis de dag in de keuken door, alleen. Ik versierde een kerstboompje, een echte in een pot en ik maakte gevulde eieren, een gehaktbrood en een Griekse salade. Alles wat Aart heerlijk vond en zo ontzettend miste daar in het ziekenhuis.
En tegen etenstijd pakte ik alles in folie, bakjes etc. en toog met mijn auto vol eten en kerstspullen naar het ziekenhuis in Nieuwegein.
Daar lag Aart die dacht dat ik gewoon een frietje zou komen brengen, of iets anders simpels. Ik zette zijn boompje neer, met kleine ballen en lichtjes op batterijen. Een lantaarntje met een nepwaxinelichtje en zijn ziekenhuisnachtkastje cq tafeltje toverde ik om tot kersttafel compleet met tafelkleedje. Aart keek bij dit alles zijn ogen uit en raakte maar niet uitgepraat over hoe fijn het was, hoe lief het was en hoe heerlijk en geweldig hij het vond. Hij schepte op over dat hij zo’n geweldige vrouw had tegen iedereen die het maar wilde horen.

Tussendoor ging de verzorging gewoon door. Bloeddruk meten, temperaturen, vragen beantwoorden en pillen slikken. Gedwee onderging hij het terwijl hij zijn voor de verandering niet volledig zoutarme maal naar binnen schranste. Het kon hem even niets meer schelen.

20131225-140411.jpg

En toen, toen we bijna bij het toetje waren, kwam er ineens weer een verpleegkundige langs: “ze komen u zo halen meneer Brouwer, gaat u uw spulletjes maar pakken.”. Aart keek verbouwereerd en mijn mond hing half open: “halen?” Wat gaan ze doen dan. “Meneer wilde toch graag naar Amersfoort? Nou dat hebben we geregeld. Aarts ogen begonnen nog mee te glimmen dan ze al deden. Daar eindigde ons kerstdiner met door Aart zeer gewenst cadeautje. Ik pakte zijn tas in, stopte de etensresten weer in bakjes, vouwde het tafelkleed op en toen stonden er ineens twee ambulancebroeders met een brancard in de kamer. Daar gingen we, ik met de kerstboom onder mijn arm en mijn bolle buik waggelend achter de brancard aan.

Toen ik in Amersfoort aan kwam zat Aart al op zijn nieuwe bedje in een van die piepkleine benauwde zaaltjes van A0, zijn geliefde afdeling. Van de ambulancebroeders had hij een beer gekregen voor zijn ongeboren zoon waar hij trots over verteld had.
We besloten ons kerstdiner nog even af te maken, ik installeerde opnieuw de kerstboom en terwijl wij de laatste hapjes van ons diner verorberden kwam de ene na de andere ziekenhuismedewerker even buurten. Van voedingsassistent tot verpleegkundige, ze kwamen allemaal even hoi zeggen, sommigen vertelden dat ze zich zorgen hadden gemaakt toen hij maar niet meer terug kwam.

Na een half uur moest ik weg, niet omdat het bezoekuur voorbij was, ze knepen wel een oogje toe. Maar Aart hield zijn ogen haast niet meer open. Moe, maar intens tevreden kroop hij onder zijn dekens. Eindelijk weer ‘thuis’ in zijn oude vertrouwde ziekenhuis waar hij zo liefdevol verzorgd was, weg uit dat akelige koude grootschalige hol waar hij zulke slechte herinneringen aan had. Een kerstdiner waar hij alleen maar van had kunnen dromen, een kerstboom.

Zo kwam het dat ik op eerste kerstdag ’s avonds alleen op de bank zat met tóch met een heel tevreden gevoel. Morgen dacht ik, ben ik gewoon in 10 minuten bij hem, wat een luxe!

Nu, een jaar later denk ik: ja wat een luxe was dat toen. Ik had hem misschien niet bij mij thuis, maar als ik wilde kon ik wel twee keer per dag gaan knuffelen, zoenen, praten. Als ik wilde kon ik altijd bellen, even zijn mooie warme stem horen die altijd iets liefdevols zei. Ja wat een luxe.

Mooiste cadeau

Wat is het mooiste cadeau wat je ooit hebt gekregen? Over die vraag hoefde ik niet lang na te denken: Lucas! En onmiddellijk stromen de tranen over mijn wangen. Alsof ik nu pas ineens besef hoe belangrijk hij voor me is, hoe mooi dat is dat ik moeder ben.
Lucas is het allermooiste, allergrootste, allerbeste cadeau wat Aart me ooit heeft gegeven en het is ontzettend bijzonder dat hij er is. Ik raakte zwanger 17 weken voor Aart doodziek in het ziekenhuis belandde, dat was iets wat al langer moet hebben gespeeld. Ik raakte zwanger in de enige maand dat wij een poging waagden. De maand daarna besloten we tóch nog even te wachten, vooral omdat ik nog wat dingen eerst wilden regelen voordat ik aan kinderen zou beginnen. Een half jaar zouden we wachten en dan zouden we er weer voor gaan.
De volgende ochtend werd ik wakker rond een uur of zes omdat ik moest plassen, toen ik het bed uit sloop vroeg Aart wat ik ging doen. Ik zei: Joh, ga nog maar slapen ik kom zo terug. Ik deed een test in de badkamer omdat ik stiekem al de hele week het gevoel had dat ik zwanger was. Binnen een paar seconden vloog er een streep op die test. Ik zei tegen Aart dat hij het slapen wel kon vergeten omdat ik zwanger was en binnen twee seconden stond hij naast me. We waren zó ongelofelijk blij, we wilden ontzettend graag een kind samen. Ik wilde het al jaren, Aart wist het ook al een tijdje zeker en de tijd leek er in die zomervakantie van 2012 rijp voor. De tijd wás er rijp voor. We waren dolgelukkig, gingen samen naar de eerste echo’s, discussieerden over namen (of eigenlijk vond Aart geen énkele naam leuk, behalve Lucas), gingen samen naar zo’n vreselijke babywinkel waar we allebei zonder iets te kopen gillen weer uit renden.
Jullie kennen de rest van het verhaal want Aart werd ziek en ik kreeg een blindedarmontsteking, Aart werd geopereerd en uiteindelijk beviel ik 4,5 week te vroeg van mijn kleine lieve Lucas omdat ik een dijk van een zwangerschapsvergiftiging had. Aart steunde me tijdens de bevalling zo goed en kwaad als dat ging.
Die eerste 3,5 week dat Lucas in het ziekenhuis lag kon ik niet echt genieten. Ik vond mijn jongetje prachtig en mooi en ik wilde het aller- allerbeste voor hem maar verder had het net zo goed het prachtige zoontje van een goede vriendin kunnen zijn. De weken daarna thuis waren heel erg zwaar. Nachtvoedingen, kolven, borstvoedingsellende en zorgen voor en om Aart, hem heen en weer rijden naar afspraken, hem helpen herinneren aan zijn medicatie, koken, boodschappen doen. Aart was geschokt toen ik zei dat ik nog niet hoteldebotel verliefd was maar ik had gewoon geen tijd om verliefd te worden. Aart wel, die was vanaf het moment dat hij Lucas (tegen wil en dank) op zijn blote borst had gehad verkocht. Bij mij duurde het even.
Toen Lucas 7 weken oud was begon het genieten eindelijk een beetje te komen, begon ons gezinsleven vorm te krijgen. En toen, na 10 weken *POEF* weg. Weg lieve man, lieve papa, lieve echtgenoot, weg huwelijk en weg gelukkig gezin.
Hoe het daarna ging hebben jullie kunnen lezen, het is overleven, het is zwaar en vol goede moed ga ik er tegenaan, stort ik soms in, heb ik verdriet, heel veel verdriet met hier en daar een lichtpuntje, een mooie herinnering of een mooi moment.
Maar tijd gehad om stil te staan bij hoe mooi het moederschap voor mij is, hoe bijzonder Lucas voor mij is, heb ik nog nauwelijks gehad.
Ik houd het niet droog als ik zeg dat hij het mooiste is wat mij ooit is overkomen, dat ik stikverliefd ben op dat jongetje en dat ik élke dag weer vol bewondering naar zijn mooie hoofdje kijk, zijn haartjes streel, zijn nekje zoen en zijn voetjes kietel en denk: “welk gen zou nou van mij zijn en welke van Aart?”, zelf gemaakt, met z’n tweetjes en zo goed gelukt.
Aart heeft mij moeder laten worden, ondanks dat het voor hem helemaal niet zo vanzelfsprekend was om op zijn leeftijd nog een keer opnieuw aan kinderen te beginnen. En ondanks alle obstakels is het gewoon gelukt. Ik bén moeder, gewoon écht moeder. Ik kan nauwelijks bevatten dat dat kindje dat daar in zijn ledikantje ligt te slapen is een product van ons tweeën. Het is zó’n verschrikkelijk mooi cadeau, dankjewel Aart!

Stil met kerst

Het is hier stil, al een tijdje heb ik niets geschreven. Dat komt omdat ik in de war ben. De dagen rondt Sinterklaas en Aarts grote operatie waren moeilijk, veel moeilijker dan ik dacht. En nu is het weer stil, het voelt als het oog van de storm, alsof ik er midden in zit maar alles ineens heel kalm is geworden. Nou ja betrekkelijk kalm want bij mij van binnen stormt er nog steeds een storm, elke dag weer. Ik ben moe en gewoon in de war. De gedachten in mijn hoofd vormen geen rijen van twee meer, staan niet netjes in positie, maar vliegen alle kanten op. Nou is dat bij mij wel vaker het geval hoor, ik heb meer laatjes dan de gemiddelde mens en ik vergeet regelmatig op te ruimen. Dan is het een troep in mijn hoofd en weet ik van gekkigheid niet meer wat ik met mezelf aan moet.
Ik merk dat ik probeer de laatjes weer te sorteren, maar mijn hoofd voelt als een hoofd vol watten. Wanneer kan ik nou gewoon weer helder nadenken? Wanneer zakt de moed me niet meer in de schoenen als ik een brief open waarin staat dat er van mij een actie verlangd wordt? Gewoon zoiets stoms als een formuliertje invullen of het betalen van een rekening. Wanneer schiet ik niet meer in de stress alleen maar omdat er ook avondeten gekocht moet worden, of nee nog erger… gekookt!
Maar ondanks dat probeer ik er gewoon toch wat van te maken. Toch gewoon een beetje te genieten en leuke dingen te doen. Want anders zou het gewoon een wel heel treurige bende worden hier.

Ik timmerde bijvoorbeeld een kerstboom in het kader van: “kerst is wat je er zelf van maakt”. Ik wilde dit jaar geen kerstboom, herinneringen aan het mini-boompje van vorig jaar wat ik bij Aart in het ziekenhuis bracht staan me nog helder voor de geest. Vorig jaar was kerst al niet echt leuk met Aart in het ziekenhuis, dit jaar is Aart er helemaal niet bij, hoezo fijne feestdagen? Maar tegelijkertijd wilde ik ook niet doen alsof het geen kerst was, geen kans ook, je wordt er overal mee geconfronteerd. Onze traditie was dat we elk jaar een echte boom hadden, rijk versierd in alle kleuren van de regenboog. Elk jaar kwamen daar een paar zorgvuldig en liefdevol uitgekozen versieringen bij. Meestal deed ik dat, dan kwamen er weer een paar rood met wittestippenballen bij, maar soms bemoeide Aart zich er mee. Twee jaar geleden heeft hij mij de hele kerst doen grijnzen telkens als ik de boom zag want hij had, bloedserieus, voor in de boom een roze kop en schotel en een roze bijpassende theepot uitgezocht. Nog steeds moet ik daar om lachen, want hij vond het serieus erg mooi. Ik vind ze vrij eh, roze, maar kon het idee waarderen.
Ik bedacht me dat het zonde was dat die kop en schotel dit jaar niet opgehangen zouden worden en ging op zoek naar een alternatieve kerstboom. Ik googelde plaatjes van houten kerstbomen en maakte een plan. Met dat plan toog ik naar de gamma waar ik twaalf balken in stukken liet zagen. Het was daarmee dat ik een kerstboom fabriceerde die ik eigenlijk nog bijna leuker vind dan die echte boom. Gewoon omdat hij anders is en anders bij mij past. En zo leuk, al die kerstversieringen die wij in de loop de jaren verzameld hebben hebben een ereplekje gekregen. De kop en theepot, de pauw en de vogels, de rode ballen met witte stippen, de paddenstoelen, maar ook oude ballen die ooit van Aarts ouders waren, net zoals de houten kerstengeltjes.
Ik vier kerst maar gewoon een beetje op mijn eigen manier.

Afgelopen vrijdag gaven we een groot kerstconcert in de grote kerk van Harderwijk. Dat was een bijzondere ervaring, om als Pop&Rockkoor in een uit de kluiten gewassen kerk te zingen. Ik vond het vooral leuk om te merken hoe saamhorig het koor er van werd. Precies een gevoel waar ik momenteel behoefte aan heb. Dat ik totaal uitgeput en leeggelopen was van al die input is dan even van ondergeschikt belang.
Ik schreef ook nog voor de afsluitende kerstviering van koor gisteren een alternatieve versie voor ‘Hark! The Herald Angels Sing’ en was nog zo gek die voor ze te gaan zingen ook. Dat gaat nooit echt goed want zodra ik in de buurt van de microfoon kom schiet ik zo verschrikkelijk in de stress dat ik mijn papier met tekst bijna niet meer kan vast houden, vals ga zingen en volledig de timing verlies, zelfs als een orkest op de achtergrond gewoon min of meer de melodie speelt.
Maar ik merk dat sinds Aarts overlijden me er toch minder druk om maak. Ja ik krijg een knalrood hoofd, schiet in de stress en baal dat het wéér niet gelukt is mijn zenuwen in bedwang te houden. Maar ik lig er niet meer wakker van. Net alsof ik me eindelijk gerealiseerd heb dat er belangrijkere dingen zijn in je leven om je druk over te maken. Bovendien doe ik mee voor mijn plezier, toch?
Het was een hele gezellige avond en tot mijn stomme verbazing kreeg ik nog een bedanktroffee ook voor het mede een onvergetelijk maken van de avond. Ik denk dat ik maar een prijzenkast moet gaan timmeren!
En dan, aan het einde van zo’n avond, wil ik het liefste mijn matrasje uitstallen in de gymzaal waar we altijd oefenen en de leuke avond voor altijd laten voortduren. Dan wil ik niet naar huis, ook al is daar Lucas samen met mijn lieve zus die oppast. Ik wil dan blijven, ook al voel ik me verdrietig zo tegen het einde. Verdrietig omdat ik weet dat ik mijn ervaringen niet met Aart kan delen. Omdat ik weet dat het geen zin heeft om bij thuiskomst enthousiast naar zolder te rennen om te vertellen over je blunder van de avond. Omdat hij er niet is om er met je om te lachen, je te knuffelen en te vertellen dat hij gewoon nog steeds van je houdt, ook als je vals en uit de maat zingt. Omdat ik Aart gewoon verschrikkelijk mis en ik dat dan na zo’n leuke avond extra hard voel.

Een jaar geleden (3)

De griep is huize Brouwer stiekem binnen geslopen. De hele week was Lucas koortsig, nu lijkt het er op dat ik aan de beurt ben. Ik hoop dat ik net zo als Lucas ziek ben want hij was er gelukkig heel vrolijk onder en leek er maar een beetje last van te hebben.
Of nog beter, dat ik morgen gewoon weer beter ben en dat dit het resultaat is van spanning en vermoeidheid.

Het is vandaag weer een jaar geleden. Ik waarschuw vast, dit wordt een lang verhaal. Er is zo veel gebeurd!
Gisteren een jaar geleden was het Sinterklaas. Aart werd die dag overgebracht naar het st. Antonius in Nieuwegein voor zijn operatie. Voor ons was het dit jaar geen Sinterklaas. Hoe graag ik ook met Aart Sinterklaas wilde vieren in het ziekenhuis, een blindedarmontsteking had flink roet in het eten gegooid en ik mocht blij zijn dat ik in elk geval weer in staat was naar Nieuwegein te reizen. Nou ja ik moest ook wel, ondanks het feit dat ik rust moest houden vanwege de veelvuldige harde buiken. Ik bracht de hele avond bij hem door, we spraken de chirurg die duidelijk niet onder de optimisten van de samenleving viel. Na dat gesprek zakte Aart de moed in de schoenen. Hij mopperde en zuchtte, zei dat het allemaal hopeloos was en terwijl ik hem, voor de zoveelste keer, aan het oppeppen was kwamen er ineens tranen. Daar schrok Aart van want ik had in al die weken dat hij in het ziekenhuis lag nog niet gehuild. Het maakte mij bang dat hij de moed nog voor de operatie had opgegeven maar zodra hij mijn tranen zag werd de rolverdeling weer even zoals vroeger, hij moest sterk zijn en mij troosten. Daarna zag hij het ineens ook weer zitten, hij wilde het, voor mij, voor Lucas.
Aart wilde vroeg naar bed om uitgerust aan de operatie te beginnen, ik logeerde die nacht in een hotel. Zodat ik mijn handen vrij had en lekker dicht in de buurt kon zijn

Een jaar geleden, 6 december heel vroeg in de ochtend probeer ik een fatsoenlijk ontbijt naar binnen te werken. Een zwangere vrouw moet toch zeker goed voor zichzelf zorgen. Buiten sneeuwde het. In de parkeergarage van het ziekenhuis moet ik overgeven naast mijn auto, bah. Gelukkig is het pas 6.45 u en is de parkeerplaats uitgestorven.
Aart blijkt een vreselijk nacht gehad te hebben, het laxeermiddel wat ze hem hadden gegeven had iets te goed gewerkt. We knuffelden en maakten grapjes bij de voorbereidingen. Hij kreeg een hoofd vol draden waarmee ze hem in de gaten zouden gaan houden en daar overheen zo’n charmant mutsje. Het blauwe ziekenhuispak wat ze voor hem klaar hadden liggen paste hij bij lange na niet, ze zijn nog een nieuwe voor hem gaan halen. Best suf want op de ok moest dat gelijk weer uit.

6 december 2012, 7.00 uur in de ochtend.

6 december 2012, 7.00 uur in de ochtend.

Om 7.45 u komen ze hem halen, op naar de voorbereidingskamer van de ok. We lopen met het bed door lange gangen, het st. Antonius is groot. Voor de deur van de Ok moeten we afscheid nemen, ik zoen hem in de wetenschap dat het voor het laatst zou kunnen zijn, maar wil hem de moed niet laten verliezen dus ik maak er geen groot drama van. Ik kijk hem na de voorbereidingskamer in en als even later de deuren nog een keer open gaan voor een andere patiënt zwaai ik nog een laatste keer naar hem.
Daarna draai ik me om en ga terug naar het hotel. Nog even proberen wat te slapen, onmogelijk. Nog maar een hapje ontbijt proberen te eten…best lastig, er zit een brok in de weg.
Na een tijdje komt mijn vriendin, ik ben vergeten of ze naar het ziekenhuis kwam of naar het hotel, volgens mij dat laatste en gingen we toen ik mijn kamer uit moest rustig aan naar het ziekenhuis.

Om een uur of 12 moest ik me melden voor een informatiebijeenkomst voor familieleden van mensen die na hun operatie op de IC zouden komen. Best gek, die Intensive care is daar enorm en ze maken mensen dus zodanig ziek om ze beter te maken dat ze op de intensive caree terecht komen. Er waren twee complicaties die af en toe voor kwamen, de eerste was lekkage, dan moest iemand nog een keer geopereerd worden om het op te lossen. De tweede was een delier, dat iemand zodanig in de war raakt dat ze de weg goed kwijt zijn. Maar dat zou mijn Aart niet overkomen hoor, die zou gewoon beter worden.

6 uur zou de operatie duren, dus we moesten nog wel even wachten. We haakten wat in de wachtkamer, zaten achter de computer, kletsten. De spanning viel mee, ik wist, ze zijn nu met hem bezig en voorlopig nog niet klaar. In mijn hoofd hield ik er rekening mee dat het ook wel zo maar twee uur langer kon duren. Vier uur, dan zou hij echt wel klaar zijn.

Toen er om vier uur nog steeds geen gastvrouw naar ons te was gekomen dat de arts ons wilde spreken en ik onderhand elke voorbij lopende witte jas in me had opgenomen begonnen bij mij de zenuwen toe te nemen. Om me heen mocht het ene na het andere familielid naar de geopereerde, een uur na de operatie. En wij zaten daar maar.

Om 18 uur vroegen we of we konden gaan eten of beter van niet. Ze waren nog met hem bezig dus we konden gaan eten, mobiele telefoon op standby. Ik kan me nog herinneren dat ik pasta had, carbonara maar het was niet lekker want er zat ui in. De minuten leken uren te duren tot de arts kwam.

Hij vertelde mij dat ze een nieuwe aortaklep, vijf bypasses en een aortaprothese hadden gemaakt. Dat was op zich best goed gegaan, alleen daarna waren ze nog uren bezig geweest hem dicht te naaien want hij bleef maar lekken. Dat was nu eindelijk gelukt en terwijl hij met mij praatte werd Aarts borstbeen met ijzerdraad weer aan elkaar gebonden en zijn huid dichtgeniet. Ik weet nog dat ik dacht: “moeite met dichtnaaien omdat de vaten steeds maar bleven lekken en scheurden” dat kan nooit goed zijn, dat kan niet goed zijn.

Vanaf dat moment was mijn naïviteit over, ik wist dondersgoed dat ik hem zo maar kon verliezen. Hij was een puinhoop vanbinnen, dat was nu extra bevestigd.
Een uur later mocht ik bij hem. Ik weet dat nog goed, zoiets heftigs had ik nog nooit gezien. Daar lag mijn man, volledig onder zeil (ze hielden hem in slaap), aan de beademing, in zijn neus en voedingssonde, in zijn polsslagaders zaten infusen om de bloeddruk te meten, in zijn armen voor medicatie, in zijn hals een diepe lijn voor nog meer medicatie. En daar lag hij dan, hulpeloos, opgezwollen, bleek en de enige beweging was het mechanische op en neer gaan van zijn borstkas.

Ik moest huilen en gelukkig was daar mijn lieve vriendin die mij knuffelde. De verpleging vertelde dat het nog niet goed ging, hij was niet stabiel. Ik moest in de buurt blijven. Of in een logeerkamer van het ziekenhuis, alleen voor familie van ernstig zieke gevallen of heel dicht in de buurt. Vanwege voorspelde sneeuw was Amersfoort geen optie. Ik bleef nog even rondhangen in het ziekenhuis, maar uiteindelijk ging ik logeren bij mijn lieve vrienden op een kwartiertje rijden. Ze vingen mij op, knuffelden mij en ik mocht ze zelfs midden in de nacht wakker maken. Een warm bad na de hele dag in dat kille ziekenhuis.

Die nacht sliep ik niet, ik lag bovenop mijn telefoon. Ik belde niet want ik was bang dat als het niet positief zou zijn ik helemaal niet zou kunnen slapen en ik wist dat als het echt fout zou gaan ze me zouden bellen. Tenminste, dat dacht ik. Heel vroeg stond ik weer in het ziekenhuis om naar mijn doodzieke man te gaan, ik liep de kamer in…weg! Eem lieve verpleger vind mij op, Aart was vlak daarvoor maar de OK gebracht en hij was verbaasd dat ik nog niet gebeld was. Aart was in de nacht niet stabiel geworden en bleef maar bloed lekken dus vroeg in de ochtend hadden ze toch besloten hem nog een keer te opereren. Ik vond het verdrietig dat ik hem voor die tijd niet meer had kunnen zien.

‘S middags op 7 december ging het eindelijk een beetje beter, nog diep onder zeil, dat wel.

De dagen daarna waren een hel. Aart ontwaakte stukje bij beetje uit zijn kunstmatige coma. Hij communiceerde door zijn middelvinger op te steken. Trok later eigenhandig zijn beademing eruit en zodra hij kon begon hij te brullen om dingen die hij wilde. Hij werd overgeplaatst naar de medium care waar hij nog een hele tijd lag. Hij was zo in de war! Mijn grote intelligente man dacht echt dat iedereen tegen hem was, dat zelfs ik onder heen hoedje met de verpleging speelde. Vooral zijn vochtbeperking terwijl hij enorme dorst had was een grote strijd. Hij vergat dingen die je hem vertelde onmiddellijk weer maar was vervolgens boos dat niemand hem iets vertelde. Terwijl Aart op de medium care lag voelde ik, in mijn logeerbed bij mijn lieve vrienden, Lucas voor het eerst bewegen. Hoe in de war ook, Aart wilde gelijk voelen, want Lucas, dat hield hem op de been. Sterker nog, hij wilde alvast een tweede maken, ik moet daar nog steeds om lachen als ik er aan rug denk. Tweeëntwintig weken zwanger en je man doodziek en dan vraagt hij wanneer we aan nr. 2 gaan beginnen.
Elke keer als ik weg moest klampte hij me vast en smeekte me nog te blijven, vroeg hij me wanneer ik dan weer kwam en liet me beloven dan ook stipt op tijd te zijn. Ik was zijn enige lichtpuntje en dat brak mijn hart.
Anderhalve week verbleef ik bij onze vrienden, ze zorgden voor me als voor een dochter, gingen ook mee naar Aart als het me even te veel werd en ook om hem eens wat ander gezichten te laten zien. Hij was elke keer ontzettend blij ze te zien, zelfs in al zijn verwardheid vond hij het een enorme geruststelling dat ze voor me zorgden. Niemand mocht bij hem op bezoek komen, behalve wij.

De periode daarna moest hij lang blijven in Nieuwegein, hij koest nog een keer onder het mes om drains te plaatsen twee weken later en pas op eerste kerstdag mocht hij weer terug naar Amersfoort. Geen periode waar ik goede herinneringen aan heb.

Toen ik het er maanden later nog eens over had met Aart kon hij nog steeds niet geloven dat hij zich zo misdragen had, dat hij zo in de war was geweest en dat ik niet onder één hoedje had gespeeld met de verpleging. Hij had toen nog altijd nachtmerries over die periode, ook de weken daarna op zaal waar hij gewoon mensen voor zijn neus zag instorten en doodgaan waren traumatisch. Hij vond ziek zijn erg, maar die periode na de operatie vond hij de hel op aarde. Hoe erg ik het ook vind dat hij er niet meer is, ik ben zo godsgruwelijk dankbaar dat hij zoiets niet nog eens door hoeft te maken!

Blunt force trauma

Ik heb een blunt force trauma. Het was als een doffe stomp in mijn maag, ik klapte dubbel en kon even niet meer ademhalen.
Daar sta ik dan, dubbel geklapt, mijn buik beschermend voor verdere klappen. Een goede houding ook om lasten te torsen. Door de lasten blijf ik gebogen staan maar doordat ik gebogen sta kunnen de lasten blijven waar ze zijn.
Heel voorzichtig strek ik mij een beetje, mijn last klampt zich aan mij vast. Nee niet weg gaan! Het doet pijn en ik voel weer die doffe klap in mijn maag. Rechter op staan doet pijn, ik ben stram geworden in de loop van de tijd.

Ik vind het moeilijk om te praten over mijn verdriet. Ik vind het moeilijk het onderwerp aan te snijden en als er naar gevraagd wordt schakel ik al het gevoel uit om er gortdroog over te vertellen. Om de spanning te breken lach ik en als mensen vragen hoe het gaat zeg ik “goed” voor ik er erg in heb.

Vandaag was ik bij Aarts cardioloog, het was een afsluitend gesprek, het was goed haar nog even te zien, fijn om nog even te praten en om haar te kunnen bedanken. Daarna was ik zo verschrikkelijk moe en verdrietig dat het bijna voelde of ik barstte. Maar het barstje was maar klein. In eerste instantie wist ik nog niet eens dat ik vanavond een beetje lek was geslagen, maar toen mijn lieve vriendin die me gesteund had weg ging welde er ineens een snik in mij op uit een barstje in mijn muur. Ik voelde me ineenkrimpen van de pijn, mijn schouders begonnen te schokken, ik had tranen en terwijl ik zei: “het doet zo veel pijn” voelde ik ineens hoe echt het werd door het te zeggen, hoe heftig dat was maar ook hoe mijn last ineens een heel klein mini paar grammetjes lichter was.

Daarna deed mijn keel zeer en voelde ik pijn in mijn rug en schouders. Ik had me schrap gezet voor al het verdriet. En dat moet ook, want vandaag voelde ik weer even hoe veel daar zit, hoe veel pijn dat doet, hoe ik ineen kromp en begon te trillen door al die heftigheid. Ik begreep ineens dat hoewel ik hoognodig eens wat aan dat muurtje moet doen, misschien te beginnen met een raampje maken, ik ook mijn muurtje nog nodig heb omdat ik dit nooit allemaal in één keer kan verwerken. Omdat ik dan verteer als compost in een compostbak en omdat ik moeder ben en verder moet. Maar stapje voor stapje komt het, het fundament voor mijn raam is al gemaakt en door een kiertje sijpelt af en toe al vast wat verdriet.