In voor en tegenspoed

Onze trouwkaart in 2008

Trouwkaart in de kleuren van mijn jurk

23 oktober 2008, op een zonnige herfstdag met een fikse woei trouwden wij in voor- en tegenspoed, ‘Tot de dood ons scheidt’. Het lijkt zo’n lege frase, je gaat akkoord met iets waar je helemaal niet akkoord mee wil gaan. Je trouwt niet tot de dood je van je partner scheidt, je trouwt omdat het leven je bindt. In voor- en tegenspoed, omdat het leven ons bindt. Wie denkt er nou aan waar je eigenlijk mee akkoord gaat?
Het is net als het vinkje ‘ik ga akkoord met de voorwaarden’ als je je inschrijft voor een leuk spelletje op internet. Je gaat zonder het te lezen akkoord met de voorwaarde dat ze je e-mailadres ten alle tijden voor allerlei soorten spam, reclame en bugs mogen gebruiken. Jij dacht alleen maar aan dat leuke spelletje en kom op, wie leest er nou de voorwaarden?
En dan komt het punt waarop je gebonden wordt aan waar je akkoord mee ging. In voor- en tegenspoed was nog tot daar aan toe.
Tegenspoed: dat je man je er van beticht met de verpleging onder één hoedje te spelen omdat je hem geen drinken wil geven. Iets wat te strengste verboden was vanwege de hoeveelheden vocht die hij juist vast hield. Vochtafdrijvende middelen waar hij juist dorst van kreeg dreven hem zowat tot waanzin. Als een klein kind lag hij verloren om appelsap te brullen. Als ik weg wilde gaan nadat ik een uur op bezoek was geweest klampte hij zich aan mij vast omdat ik niet weg mocht. Als ik een grapje maakte zei hij boos mokkend dat het níet grappig was. Nee, dat was waar, het was ook helemaal niet grappig, maar wie was er nou beter dan Aart in het de angel uit moeilijke situaties halen door er een goeie grap over te maken. *Poef*, verdwenen was de humor. Wie is toch die man die daar in zijn ziekenhuisbedje ligt te mopperen? Is dat de mijne? Ja en in voor- en tegenspoed weet je. Als het even moeilijk wordt ga je niet weg, je blijft als een trouwe partner aan zijn bedje zitten. Ook als het tijdenlang moeilijk wordt. Dat zeg ik, in voor- en tegenspoed.

Dat tweede puntje, ‘tot de dood ons scheidt’, is een heel ander verhaal. Ik kan me écht waarachtig waar niet herinneren dat ik dáár ooit mee akkoord ben gegaan. Als ik de kleine lettertjes er op na sla staat het er inderdaad. Is dat niet een vorm van misleiding? Kan ik niet naar de reclame codecommissie om te reclameren? Het is niet waar ja, mooi reclamespotje voor het huwelijk en zo, maar het is dus wel één grote farce. Als één van de twee dood gaat is het in één klap afgelopen. Ik eis een schadevergoeding! Nee, wacht, ik eis, ik eis mijn man terug! Verdorie, ik ben er met open ogen ingestonken. Ik zette een vinkje achter mijn naam, maar ik had die kleine lettertjes niet gelezen. Wie leest nou de kleine lettertjes wel?

Bovendien is één van beide partijen het contract niet nagekomen, als we dan toch gaan mierenneuken op de kleine lettertjes. In voor- en tegenspoed geldt toch zeker voor beide partijen? Ik kan me echt nog herinneren dat hij ‘ja’ zei en we hebben getuigen! Nou heb ik eens tegenspoed en dan laat hij het afweten! Verdorie man, de verdrietigste periode van mijn leven en wie houdt zich niet aan het contract…juist ja, je echtgenoot. Waar kan ik procederen? Ik eis op zijn minst een rectificatie.

Advertenties

Split level

Over hoe grote mannen weer klein worden en over douchegel met de geur van sinaasappelijs.

Elke morgen weer zorgen de warme stralen van de douche dat ik vrolijk en ontspannen wakker word. Mits ik tenminste op tijd eet want zonder ontbijt geen vrolijk humeur. Ik sta eerst meestal eerst een tijdje warm te worden, vervolgens was ik dan indien nodig mijn haar en daarna gaat de douche meestal een standje warmer. Aart vond het altijd veel te warm met mij onder de douche terwijl ik meestal bibberend uit zo’n douchepartij vandaan kwam omdat hij veel te koud wilde douchen.
Als ik eenmaal warm ben pak ik mijn fles douchegel. Gelukkige tijd heet ie, maar dan in het Engels, en als ik de dop open doe komt het aroma van sinaasappelbloesem en bamboemelk je tegenmoet. Ooit wel eens bamboemelk geroken? Of gedronken, zou dat ook kunnen? Nou ik niet, geen idee hoe dat zou moeten ruiken. Wat ik wel weet is dat het naar sinaasappelijs ruikt. Sinaasappelroomijs of een split. Zo’n sinaasappelwaterijsje met een vulling van roomijs.
Al jaren word ik daar elke ochtend vrolijk van, het verveeld nooit en altijd kom ik weer terug bij de ‘gelukkige tijd’ sinaasappelroomijsdouchegel.

Sinds Aarts ziekenhuisperikelen moet ik ook aan hem denken als ik weer eens aan mijn douchegel snuffel. Op een dag, een van de zovelen dat hij in het ziekenhuis lag, besloot hij dat hij een waterijsje ging halen. Hij vond het een ware tractatie. Niet veel later mocht hij naar huis, maar vanaf dat moment móest en zou hij als hij in een ziekenhuis was een ijsje kopen. Het liefst een split, hij vond die combinatie van waterijs en roomijs erg lekker en hij zei bij elk ijsje dat hij het verdiend had.

Hij kon zijn lol op, want we kwamen in die tijd nogal vaak in ziekenhuizen. Niet veel later werd bovendien ons kleine hummeltje geboren. Drieëneenhalve week lang lag die in het ziekenhuis en Aart kwam waar zijn energie het toe liet mee om hem te bezoeken. De eerste keer dat we samen gingen, dat was een week na de geboorte, zette ik Aart af bij de ingang, parkeerde de auto en vervolgens kon ik hem bij de ingang niet vinden. Stond hij nét een ijsje af te rekenen. “Betrapt” riep ik, maar hij keek totaal niet schuldig.
Terwijl Aart aan zijn ijsje lebberde liepen we naar de neonatologie. Ik liep naar binnen maar Aart werd staande gehouden door een strenge verpleegkundige: “u mag hier op de afdeling geen ijsjes eten”. Beteuterd bleef Aart voor de glazen deur staan, hij trok een pruillip. Dat kon hij goed, vaak inclusief hoog piepstemmetje en drammerige stampvoeten. Ik moest daar steevast hard om lachen. Ik heb denk ik een lange neus getrokken. In elk geval bleef Aart daar staan met zijn ijsje terwijl ik me vast verliefd over Lucas boog.

De keren daarop moest en zou hij toch een split halen. We zorgden zelfs dat we te vroeg waren zodat hij die eerst kon halen. Dat ijs was iets magisch, volgens mij voelde Aart zich weer even heel jong met een ijsje in zijn hand. Dan liepen we hand in hand richting de afdeling neonatologie terwijl hij gelukzalig aan zijn ijsje slobberde.

Een keer toen we laat waren beloofde ik hem dat hij na afloop een ijsje mocht. Alleen na afloop was het restaurant al dicht, totaal niet aan gedacht. Pruilend ging hij mee naar huis terwijl ik hem beloofde dat hij de volgende keer twéé ijsjes mocht…

Waarlijk opgestaan

Facebook mijn trouwe bewaarder van berichten. Terug naar 31 maart 2013, het is pasen, Lucas is elf dagen oud en ligt nog in het ziekenhuis en Aart en ik hebben een fijne conversatie op de vroege morgen:

 

Conversatie op de vroege paaszondagmorgen:

Wendel: Ik heb die Bh die ik kwijt was teruggevonden, zomaar in het bh-mandje!
Aart: Pasen, is het feest van de wederopstanding.
Wendel: Het feest van de Bh-wederopstanding?
Aart: Met Pasen zeggen de Russen “De Heer is opgestaan” en dan zegt de ander “De Heer is waarlijk opgestaan”.
Wendel: En dan vinden ze hun Bh’s terug?
Aart: Neehee, maar ik wilde wat zeggen over de wederopstanding! Daar gaat mijn mooie paaspraatje.
Wendel: Maar ik had het over een Bh!
Aart: Ja maar wij zijn ook opgestaan. 
Wendel: Ja waarlijk opgestaan.
Aart: We hadden drie maanden geleden toch niet kunnen denken dat we hier zo zouden zitten aan het paasontbijt.
Wendel: Ja! En er is ook een kindje geboren… Maar dat was toch met kerstmis?
Aart: Okee okee, ik geef toe het is niet helemaal sluitend.

 

Wat waren we toen hoopvol. Wat ben ik blij dat we toen nog van niets wisten!

Kosmisch onderwijs

Sorry Aart, sorry dat Facebook het eerder wist dan jij, dat ik het je nu pas vertel. Ik heb zojuist onze eenjarige zoon ingeschreven voor een basisschool. Ja een beetje vroeg, absurd he, maar je schijnt er bijtijds bij te moeten zijn als je iets bijzonders wilt. Ik weet zeker dat jij de beste school voor je zoon wilde, maar of je dit onder het beste zou hebben geschaard weet ik eigenlijk niet.
Het is een montessorischool Aart. Ik weet wel dat je meneer Steiner een beetje een enge vent vond, je wilde niet dat jouw zoon aan zulke indoctrinaties blootgesteld zou worden maar hoe je over mevrouw Montessori dacht weet ik eigenlijk niet zeker.  Je vind dat vast minder erg dan meneer Steiner. Ja toch? Zeg nou maar gewoon ja.
Ja oké, misschien had je de term kosmisch onderwijs met argusogen bekeken. Dat doe ik ook hoor, ik moet gelijk denken aan astrologen. Maar eigenlijk is het een heel filosofisch gedachtengoed Aart, dat zou jou toch moeten aanspreken. Het betekend dat alles met elkaar in verbinding staat. Ik probeer alleen nog te bedenken welke filosoof dat zei om jou te overtuigen Aart, want filosofisch onderwijs zou je vast wel goed hebben gevonden.
En hé het is een neo-montessorischool, neo betekend nieuw dus dan zal het wel goed zijn toch? Trouwens, je was het wel niet altijd met me eens, maar uiteindelijk stond je toch altijd achter mijn keuzes toch?
Ja? Dus jouw zegen heb ik? Zeg nou maar gewoon ja.

Best gek, je kind is 1 jaar geworden, je hoort mensen om je heen het hebben over schoolkeuzes en ik bedenk me dat ik misschien toch nog maar eens moet kijken hoe het zit. De school waar mijn oog op viel, maar waar ik verder nog niet naar heb gekeken vermeld op de website niet echt iets over wachtlijsten. Ik stuur ze toch maar even een berichtje. Ze blijken wel wachtlijsten te hebben, oh shit! Na een beetje heen en weer melden krijg ik het volgende bericht van het secretariaat:

“Voor het schooljaar waar je zoon onder valt 2016-2017 is op dit moment (nog) geen wachtlijst. Om zeker te zijn van plaatsing is het zeker raadzaam om een vooraanmelding te doen.”

Dus zo geschiede dat mijn 1-jarige school voor-ingeschreven is. Op een montessorischool hier in de buurt, een school die me prettig lijkt alleen waarvan ik totaal nog niet kan inschatten of het ook wat voor Lucas is.

En dan besef je ineens dat je eigenlijk helemaal niet zo goed weet wat aart belangrijk vond. Ik weet dat hij het vrije school onderwijs maar niets vond. Maar goed, Aart was ook bang voor alles wat riekte naar zweverigheid. Oeh, nu zou ik een klap voor mijn kop hebben gekregen. Ok correctie, Aart was nóóit bang, maar wel ietwat licht enigszins sceptisch zeg maar.
Over het Montessori-onderwijs heb ik hem nooit gehoord. Ik denk dat hij er ongeveer net zo tegenover had gestaan als tegenover het Christendom. Aart was een volslagen Atheïst.

Dat is misschien een geruststelling, Aarts oudste zoon zat ooit op een Christelijke basisschool en hoewel het jong op een dag verzuchte toen hij een mooie zonsondergang zag dat dat God was vond hij dat een prima keuze omdat het een heel geschikte school was. Zijn middelste zoon belande ooit uiteindelijk op een Katholieke school, Katholiek maar wel precies wat hij nodig had en een erg prettige school, was zijn conclusie.
Hij zou dat Montessorigedoe misschien maar weinig hebben gevonden, hij zou yoga en mindfullness, vieringen en kosmisch onderwijs echt om de kriebels van te krijgen hebben gevonden. Maar ik denk niet dat hij het een probleem had gevonden zolang de school de juiste omgeving bied voor zijn zoon om te leren. Ja waarschijnlijk zou ik hem wel hebben kunnen overtuigen maar dan vervolgens wel acht jaar lang cynische opmerkingen moeten hebben aanhoren als Lucas in bed lag.
Ja, ik denk dat ik zijn zegen wel heb. Nu nog een keer gaan kijken en afwachten of ik denk dat het inderdaad een geschikte school voor Lucas is. Want je kunt dat bij een dreumes toch wel wat moeilijk beoordelen vind ik.

 

Taart (een jaar geleden)

Een jaar geleden was ik jarig. Ik kan me er gek genoeg erg weinig van herinneren. Ik weet niet meer of Aart nou wel of geen taart voor me had, of hij wel of geen cadeautje had, of hij voor me heeft gezongen of slingers opgehangen. Ik weet alleen nog dat hij er was. Toen nog wel. We hadden net een kindje gekregen, zeven weken oud en net drie en een halve week samen thuis als gezin. Ik weet nog dat ik moe was, ja dat zeker.
Een paar dagen later vierde ik mijn verjaardag in een pannenkoekenhuis waar iedereen die dat wilde een stuk appeltaart en wat te drinken kon krijgen. Het was anders dan anders want normaal vierde ik het altijd uitgebreid thuis. Dan kookten Aart en ik voor 20 mensen couscous of pasta en waren we dagen bezig met voorbereiden. Maar ja Aart kon niet meehelpen en ik had gewoon geen zin. Dus werd het een compromis. En het was een geslaagd feestje! Aart had een goeie dag, hield het gewoon vol.
Het is gek om daar aan terug te denken. Aan toen en hoe alles nog ‘goed’ was. Relatief goed dan natuurlijk want er zweefden nog wat onweerswolkjes rond, maar we hadden toch, zei het voorzichtig vertrouwen in de toekomst, al hadden we wel angst dat we niet zo’n lange toekomst zouden hebben als we wilden. Maar toch wel nog gewoon een toekomst. Je weet wel, zo eentje met geluksmomenten, tegenslagen en ruzies.

Vandaag ben ik jarig, dertig jaren tel ik nu. Er zijn dagen, nee weken, dat ik me veel ouder voel. Bejaard en weduwe dat klopt sowieso beter, misschien dat mijn gevoel daar rekening mee houd. Zulke dagen als vandaag zijn altijd een moment waarop je even stil staat in de tijd. Je denkt terug aan wat er tot nu toe geweest is. In mijn geval is er een soort verbijstering, zo lang lijkt mijn vorige verjaardag nog helemaal niet geleden. Wat was ik toen naief, bewust misschien wel. Precies vijfentwintig dagen later werd mijn aarde ondersteboven geschud en nu bijna een jaar later weet ik soms nog steeds niet wat onder en wat boven is.
Toch is mijn dag niet hopeloos mislukt, niet reddeloos verloren. Ik ben wél gewoon jarig, ik vier vandaag dat mijn leven dertig jaren telt. Sommige jaren waren heel kort, of juist heel lang en het laatste jaar was allebei tegelijk.
Vandaag kocht ik mijn eigen taart en zong ik mezelf toe. Bij hieperdepiep hoera stak mijn zoon gelukzalig zijn armpjes in de lucht en zei: “hoeaaaa!”.
Een beter verjaardagscadeau had ik me toch niet kunnen wensen?

Hieperdepiep hoera! Ik leef!
Oké, ik vóel me nog niet echt jarig maar soms helpt het om jezelf er even aan te herinneren.

Rouwtheater

De Aart in mij protesteert hevig. Doodgaan, daar praat je toch niet over? Doodgaan is voor dooie mensen, dat is niet om te lachen en hoort al helemaal niet tentoongesteld te worden. Wie heeft dat in vredesnaam bedacht? Een avondje rouwen in het theater? Lachen om platte grappen of over de doden niets dan goeds? Ik heb geen flauw idee wat ik me er van moet voorstellen, maar eerlijk is eerlijk, ik ben nieuwsgierig. Nieuwsgierig wie dat toch in vredesnaam heeft bedacht. Op het moment dat ik vrijkaartjes kan krijgen via stichting de jonge weduwe voor een try-out meld ik me in een opwelling aan. Een paar dagen later heb ik alweer spijit. Een rouwrevue, dat kan toch nooit leuk zijn, dat wordt vast een rampavond. Stiekem hoop ik op wat tranen, ik heb al in geen maanden meer fatsoenlijk gehuild. Maar ik vrees het ergste, het is vast niet grappig en hoogstens ‘om van te huilen’ en dat laatste gebeurt nooit als het gepast zou zijn.

Ik ga een avondje uit naar het theater. Lekker met een stel andere weduwe een beetje rouwen in het theater of zo. Ja, het wordt vast een gewéldige avond, kan niet missen. Ik moet er van de weeromstuit gewoon van lachen.

De eerste zinnen kijk ik zuur voor me uit. Het is NIET grappig hoor. Er is écht geen lol aan. Ik vind de grapjes niet leuk want het is toch verdorie van de zotte dat ik naar een theaterprogramma over rouw zit te kijken?
Na vijfde zin verbijt ik mijn lach, het is tenslotte STOM. Bij de tiende zin kan ik het niet laten en lach ik voorzichtig hardop mee. Misschien toch wel leuk die rouwrevue.

Het volgende wat ik schrijf is risicovol want als Aart het zou lezen zou hij me gelijk verlaten (oh wacht…); ik heb, eerlijk waar, zitten schateren van de lach. Genoten van de avond! Zottigheden werden afgewisseld met heerlijk herkenbare dingen. Alle cliché’s werden aangehaald, onderuitgeschopt of gekoesterd. Het was geen metaforenbrei (Aart zei altijd dat metaforen voor wijven zijn dus dat had hij dan wel weer kunnen waarderen) maar wel prachtig beeldend: “meneer ik kom mijn rouw afsluiten”, “ik heb nog wel een paar mooie in de aanbieding, niet duur en zonder ontbindende voorwaarden”.

Het einde was wel een beetje lang, de leukste grappen waren wel geweest. De confronterendere, emotie opwekkende, persoonlijkere publieksvragen hadden we gehad. Maar hé, het was een try out en het was hoe dan ook boven verwachting de moeite waard. Nou waren mijn verwachting weliswaar niet zo hoog, maar ze werden ook wel ruimschoots overtroffen.

Ik heb de Aart in mij niet meer gehoord. Gekoesterd omdat ik het leuk vond. Als het goed voor mij was bond hij altijd wel weer in. Nog steeds dus. Gek he, dat die gewoon in mij zit, protesteert tegen dingen waar ik zelf toch minder moeite mee dacht te hebben. Zou dat net zoiets zijn als dat ik nog steeds elke keer bij de supermarkt kijk of ze misschien pastrami hebben, niet omdat ik dat zo lekker vindt maar voor Aart.

Even wat anders, zouden ze het woord trouw en rouw expres zo op elkaar hebben laten lijken?

Rouwrevue wordt gespeeld door Mylou Frencken en Pieter Tiddens, op dit moment spelen ze try outs. http://myloufrencken.nl/pdf/flyer-rouw-reveu.pdf