Pijpiesglas

Mijmerend zit ik op de fiets op weg naar mijn favoriete Italiaanse broodjeskraam voor mijn wekelijkse broodje geitenkaas, rauwe ham, rucola en rode pesto. Mijn gedachten mijlenver van de aarde verwijderd en op mijn neus de zon. Ik zie een auto van een glashandel en gelijk dwalen mijn gedachten weg. Ik denk aan die keer dat het glas van onze badkamerdeur vervangen moest worden. Er kwam een man van de glashandel met een stem alsof hij zijn dagelijkse portie glasscherven al had gehad. “Och” zei hij, “dit is nog het ouwe pijpiesglas, dat moake se niet meer.”. “Pijpiesglas” sis ik hees terwijl ik probeer de stem van die man na te doen. Twee seconden later kijk ik opzij, ik zie een vrouw in de deuropening van een voordeur zitten. Ze kijkt me met grote ogen aan, alsof ik haar elk moment kan komen halen. Alsof ze dacht in de nieuwste Harry Potterfilm belandt te zijn waar niets is wat het lijkt. Oh ja, ik zat op de fiets, even vergeten. Met een brede grijns fiets ik verder.

Een minuut later dringt er ineens iets tot me door. Ik dacht niet ‘dat moet ik aan Aart vertellen’ zoals ik een paar maanden geleden dacht. Ik wilde het aan mensen vertellen, maar niet aan Aart, ik dacht slechts: ‘dat had Aart leuk gevonden.’ Dat had ie ook, maar ergens tussen toen en nu is er iets wezenlijks veranderd, is Aart minder aanwezig geworden, mijn hoofd niet meer voortdurend van Aart doordrongen. Ik ben verder gegaan met leven, Aart nu gewoon ergens in mijn hart als een vanzelfsprekende aanwezigheid zonder echt aanwezig te zijn in nu.
Waar het eerst vanzelfsprekend was dat ik Aart bij thuiskomst hierover zou vertellen, grinnikend om die vrouw met de grote ogen, grinnikend ook om de gedeelde herinnering van het pijpiesglas, lijkt het nu vanzelfsprekend te worden dat dat niet meer kan. De herinneringen van toen zijn nu nog slechts de mijne, in gedachten gedeeld met iemand die er niet meer is. De nieuwe belevenissen echter wil ik nu met anderen delen. Wat raar, wanneer is dat gebeurd? Ook fijn, dat ik nu gewoon grinnikend op de fiets kan zitten zonder het melancholische nagevoel dat ik iets leuks wil vertellen aan iemand die er niet meer is, die niet meer meelacht. Het is zo zinloos, wat fijn dat ik dat nu niet meer hoef!
En gek, ja ook wel gek dat dat blijkbaar toch kan veranderen terwijl ik maandenlang heb gedacht dat ik voor altijd gevangen zou zitten in die rouw, die nare akelige diepe verdrietige rauwe rouw. Maar blijkbaar niet, blijkbaar kan rouw ook lichter worden en dat voor zo’n zwaargewicht van een man. Zijn aanwezigheid is minder grauw, minder op de voorgrond, gewoon veel meer als een vanzelfsprekend gegeven, onderdeel van mijn verhaal. En mijn verhaal gaat door, ik ga door met leven, niet meer alleen omdat het niet anders kan, maar omdat ik dat graag wil. Omdat ik weer dingen zie om voor te leven. Omdat ik blij ben, vrolijk en me weer gelukkig kan voelen, al voelt dat soms nog vreemd, alsof ik na maanden weer eens ga fietsen en moet wennen aan hoe dat ook alweer moet.

2 gedachtes over “Pijpiesglas

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s