Verstoffen

Lieve Aart,

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik hier schreef. Het is niet dat ik niet meer aan je denk hoor, je komt eigenlijk dagelijks wel voorbij, maar de urgentie is van mijn gedachten af, je dooie jij begint langzamerhand net zo veel bij mijn leven te horen als je levende jij dat deed. En het vervelende van dood is dat er niets nieuws meer bij komt, dus verzand het in de tijd en liggen de herinneringen aan jou soms een beetje te verstoffen. Want ik heb het momenteel heel druk met leven, zo druk dat ik soms geen tijd heb om je te vertellen wat ik je had willen vertellen. Alsof je een goede vriend bent die aan de zijlijn staat en meekijkt naar mijn leven. Alsof ik doormiddel van dit schrijven toch een beetje met je kan praten. Met de jou die in mijn gedachten leeft, stoffig maar niet weggestopt. Nee dat niet hoor.

Als ik met je kon praten zou ik je vertellen dat Lucas, onze zoon, alweer twee is. Dat hij de eigenwijsheid van zijn vader heeft en de ondernemendheid van zijn moeder, dat hij praat als Brugman, hoewel ik die nooit heb gekend en dat hij genoot van alle cadeautjes op zijn verjaardag. Dan zou ik je vertellen dat hij tegenwoordig zelf zijn tandpasta op zijn tandenborstel wil doen en dat hij een mening heeft over welke schoenen hij aan wil. Dan zou ik je aan het lachen maken door te vertellen dat hij graag danst met een dansrok aan en dat hij het lopen op rode glitterhakjes niet schuwt, maar dat hij ook vroemmm vroeemmmm doet met de auto’s en de planten ‘drinken’ geeft terwijl hij het geluid van lopend water probeert na te doen. Dan zou ik je vertellen hoe trots ik op hem ben omdat hij zo goed praat, omdat hij torens kan bouwen van wel vijf blokjes terwijl hij er maar drie hoeft en omdat hij alles onderzoekt. Ik zou je vertellen dat ik denk dat hij linkshandig is net als je middelste zoon en we zouden samen opscheppen naar elkaar hoe knap hij wel niet is.

Ik zou je vertellen dat ik pas nog op vakantie ben geweest met mijn nieuwe lief, zonder jou. En dat dat gek was, dat jij daar niet was, dat we niet samen deden wat we altijd deden op vakantie, zo vanzelfsprekend. Wat een vreemde gedachte is want zelfs als jij er wel was geweest hadden we niet kunnen doen wat we normaal deden omdat er nu een kind is. Maar dat was het grootste deel van ons leven samen niet het geval. In mijn herinneringen ben je nauwelijks papa, die kans heb je ook niet gehad, maar in die tien weken was je wel de papa die ik had gewenst voor mijn zoon, zo trots en liefdevol. Dus had ik  vakantie met mijn nieuwe lief en twee kinderen zoals wij dat ooit van plan waren te gaan doen, maar nooit hebben gedaan. ‘T was een heerlijke vakantie.

Ik zou je vertellen dat de zon weer straalt in mijn leven, dat ik gelukkig aan het worden ben. Dat ik nog steeds verdrietig ben, zo af en toe als het me ineens naar de keel grijpt, maar dat ik naar de toekomst kijk met een glimlach op mijn gezicht. En dat het raar is dat aan jou te vertellen, jij die altijd mijn grote liefde was. Dat ik nu dus gelukkig ben zonder jou. Maar dat het ook fijn zou zijn als ik je dat kon vertellen, dat ik kon zeggen: kijk Aart, ik ben echt die sterkte vrouw die jij zag in het ziekenhuis en daarna, waarvan jij de tranen droogde toen ik huilend zei dat ik zo bang was je kwijt te raken en waartegen je zei: ‘je bent een goede moeder en een sterke vrouw, ook zonder mij ga jij het redden.’ Kijk Aart, je had gelijk, het is gelukt, bijna twee jaar later en ik sta nog steeds had ik je willen zeggen.

En ik zou je willen vertellen over mijn nieuwe lief, dat hij zo zorgzaam is en dat hij zo’n leuke nieuwe papa is voor Lucas, papa de tweede hoor, no worries. Maar wel een hele goeie lieve papa, ik weet zeker dat jij niet beter gewenst zou hebben voor mij en voor je zoon. Als je op een wolkje zou zitten en naar beneden zou kijken zou je tevreden knikken en zeggen: ‘ik zei toch al dat jij een vent van je eigen leeftijd moest zoeken?’, want dat zei je echt.

En ik zou je vertellen dat Lucas je ‘papa Aardbei’ noemt en dan steeds lachend ‘nee togggg’ er achteraan roept, je zou heel hard lachen en trots zijn, heel trots omdat je zoon van twee een woordgrapje maakt. ‘Aartje naar zijn vaartje’ zou je denk ik zeggen en nog harder lachen. Ja we zouden lachen samen. Hoewel je eigenlijk niet zo van grappen over je naam hield.

Jammer dat ik moet doen alsof. Dat ik een brief schrijf aan het luchtledige, een brief aan mijn bestaan zonder jou.  Stoffig is niet vergeten Aart maar je kent mijn huishoudvaardigheden, het is wel behoorlijk stoffig.

Liefs,

Wendel

Advertenties