Van die dagen

Ik word wakker met de gedachte aan Aart. Terwijl ik onder de douche sta zie ik het beeld van Aart op de medium care voor me. Ik probeer wakker te worden en de beelden van me af te schudden maar het lukt niet. Terwijl het warme water troostend over mijn schouders spoelt denk ik terug aan toen. Aan hoe ik kokhalzend naast zijn bed op de medium care stond omdat hij allemaal viezigheid op zijn beademingsmasker had zitten. Ik vond het zo erg dat ik moest kokhalzen, maar ik kon er gewoon niet naar kijken, ik heb het uur volgemaakt door ergens anders naar te staren, met tranen in mijn ogen. Ik was zwanger en gewoon erg gevoelig wat dat betreft, ik stond regelmatig te kokhalzen en had zelfs staan spugen in de parkeergarage van het ziekenhuis. De spanning hielp natuurlijk ook niet mee.
Ik denk terug aan die ochtend dat ik stond te spugen in de parkeergarage, ik had in een hotel geslapen, het was vroeg en ik had nauwelijks gegeten. De zwangerschapsmisselijkheid was een maand of anderhalf daarvoor al over gegaan, maar helaas was ik op dat gebied nog wel een stuk gevoeliger dan anders. Ik liep in de parkeergarage op weg naar mijn Aart die daar lag te wachten tot hij om 7 uur ’s ochtends naar de operatiekamer gebracht zou worden voor ik weet niet hoe lang. Toen ik halverwege was voelde ik ineens dat ik erg misselijk werd, ik wist dat ik moest eten en koos er voor om terug te rennen naar de auto waar ik eten had. Helaas was het te laat en achter de auto spuugde ik wanhopig uit wat ik nog in mijn maag had zitten. Gewapend met wat eten in mijn hand ging ik vervolgens gauw richting Aart, geen tijd te verliezen, ik kon nog maar heel even bij hem zijn voordat ze een zo grote operatie zouden doen dat ik niet eens zeker wist of hij daar wel levend uit zou komen.
Ik nam geen afscheid, maar in gedachten wel, ik bleef sterk voor hem, ik had de dag daarvoor de paniek in zijn ogen gezien. Dood gaan was zó niet het plan.
Het is gek, eens in de zoveel tijd komen al die gevoelens en gedachten weer even om het hoekje spieken. Ik leef mijn leven elke dag, met mijn nieuwe liefde, onze twee lieve kinderen, ik doe de dingen die ik moet en die ik wil. Ik voel me niet meer elke dag zo reddeloos verloren, ik voel me eigenlijk zelden nog reddeloos verloren, misschien wel niet. Maar toch, af en toe, bekruipen ineens die gedachten mij over tijden die ik het liefst zou willen vergeten.
Het is ook niet gek, het is er de tijd van het jaar voor en alles herinnert mij daaraan. Sinterklaas, de dag voor de grote operatie, toen ik nog een stuk marsepein bij hem bracht en een chocoladesinterklaas. De kerstboom opzetten, wat ik dat jaar thuis niet deed omdat ik de gedachte dat hij er niet was niet kon verkroppen. Dus deed ik thuis net alsof het een periode was als alle anderen. De kerstboom opzetten ook omdat hij er het jaar daarop niet meer was om al onze knotsgekke verzamelde kerstballen er weer in te hangen.
Maar ook de lucht, de kou, het donkere van de dagen, het sombere weer, het doet me denken aan toen. Toen viel er sneeuw op 6 december, behoorlijk veel ook, ik moest voorzichtig rijden.

Ik zou graag afscheid nemen van mijn herinneringen aan die periode, ze in een verre hoek parkeren. Ik zou graag alleen maar aan Aart willen denken zoals hij voor die periode was. Mijn lieve mopperende en humoristische Aart die met veel enthousiasme dingen wilde uitleggen, die over onderwerpen schreef waar ik heel eerlijk gezegd vaak geen fluit van begreep, omdat de geschiedenis er van rijke van ver voor mijn tijd.
Ik denk gelukkig ook vaak op die manier aan hem terug, dat is voor de normale dagen, de normale gelukkige herinneringen en soms de normale iets minder gelukkige dingen, want we hadden natuurlijk net als ieder ander stel gewoon ups en downs.
En dan op de bijzondere dagen, dan komt de rest. Zoals het ook hoort want die herinneringen zijn er nu eenmaal omdat wat gebeurd is is gebeurd.

Ik denk terug aan die nacht dat ik logeerde bij lieve vrienden, vlak na de operatie, het was niet goed gegaan en Aart was heel snel nog een keer geopereerd. Hij lag in coma op de intensive care, of misschien was hij al net een beetje wakker en naar de medium care verhuisd, dat weet ik niet meer precies. Maar ergens in die nacht dat ik wakker lag voelde ik ineens een plopje. En later nog een plopje. Het voelde alsof iemand stiekem aan de binnenkant van mijn buik aan mijn vel trok het terug liet veren: ‘plop’. Is dit mijn kindje? Dacht ik voorzichtig. Nog een paar plopjes later wist ik het eigenlijk wel zeker. Eindelijk voelde ik zelf ook leven in mijn al behoorlijk dikke buik. Die buik die in die week ook ineens heel hard groeide zodat ik aan het einde van de week veel dikker weg ging dan ik was gekomen. Misschien wel door de liefdevolle zorg van mijn vrienden.
Ik voelde me ineens niet meer alleen in de nacht, hoewel ik van de stress niet goed kon slapen genoot ik van het intieme moment met mijn nog ongeboren kind. Het eerste teken van leven, leven zo dicht bij de dood van zijn vader. En ik voelde zo veel liefde voor beiden.

En deze gedachte doet mij beseffen dat de liefde mij dit alles heeft laten doorstaan. De liefde hield mij overeind, gaf mij de krachten van een supervrouw, liet mij dingen doen die ik nooit gedacht had te kunnen doen of te kunnen doorstaan. De liefde voor die man die daar zachtjes lag dood te gaan al wisten we dat toen nog niet zeker, de liefde voor de man die zo dichtbij die dood was, die bang was ook. Die liefde hield mij overeind maar ook de liefde voor dat kleine mensje verstopt in mijn buik achter mijn placenta. De liefde die een enorme aanloop nam toen ik hem die eerste keer voelde drie jaar geleden. Toen ik ineens niet meer alleen was maar met zijn twee.
Die liefde die mij ook overeind hield in de tijd nadat Aart was overleden. het besef dat ik iets had om voor te leven. En uiteindelijk ook de nieuwe liefde die mij weer kracht gaf, die me het gevoel teruggaf om liefgehad te worden. Geliefkoosd word ik en daarom kan ik dit schrijven met alleen een brok in mijn keel en de mogelijkheid te kijken naar de pijn van toen zonder er nu door weggespoeld te worden. Want het is nu niet meer toen en het is ook niet meer als toen. En als ik verdrietig ben dan zijn er stevige armen om in weg te kruipen en een zoen van liefde droogt dan mijn tranen. Ja, zo is het nu.

Advertenties