Split level

Over hoe grote mannen weer klein worden en over douchegel met de geur van sinaasappelijs.

Elke morgen weer zorgen de warme stralen van de douche dat ik vrolijk en ontspannen wakker word. Mits ik tenminste op tijd eet want zonder ontbijt geen vrolijk humeur. Ik sta eerst meestal eerst een tijdje warm te worden, vervolgens was ik dan indien nodig mijn haar en daarna gaat de douche meestal een standje warmer. Aart vond het altijd veel te warm met mij onder de douche terwijl ik meestal bibberend uit zo’n douchepartij vandaan kwam omdat hij veel te koud wilde douchen.
Als ik eenmaal warm ben pak ik mijn fles douchegel. Gelukkige tijd heet ie, maar dan in het Engels, en als ik de dop open doe komt het aroma van sinaasappelbloesem en bamboemelk je tegenmoet. Ooit wel eens bamboemelk geroken? Of gedronken, zou dat ook kunnen? Nou ik niet, geen idee hoe dat zou moeten ruiken. Wat ik wel weet is dat het naar sinaasappelijs ruikt. Sinaasappelroomijs of een split. Zo’n sinaasappelwaterijsje met een vulling van roomijs.
Al jaren word ik daar elke ochtend vrolijk van, het verveeld nooit en altijd kom ik weer terug bij de ‘gelukkige tijd’ sinaasappelroomijsdouchegel.

Sinds Aarts ziekenhuisperikelen moet ik ook aan hem denken als ik weer eens aan mijn douchegel snuffel. Op een dag, een van de zovelen dat hij in het ziekenhuis lag, besloot hij dat hij een waterijsje ging halen. Hij vond het een ware tractatie. Niet veel later mocht hij naar huis, maar vanaf dat moment móest en zou hij als hij in een ziekenhuis was een ijsje kopen. Het liefst een split, hij vond die combinatie van waterijs en roomijs erg lekker en hij zei bij elk ijsje dat hij het verdiend had.

Hij kon zijn lol op, want we kwamen in die tijd nogal vaak in ziekenhuizen. Niet veel later werd bovendien ons kleine hummeltje geboren. Drieëneenhalve week lang lag die in het ziekenhuis en Aart kwam waar zijn energie het toe liet mee om hem te bezoeken. De eerste keer dat we samen gingen, dat was een week na de geboorte, zette ik Aart af bij de ingang, parkeerde de auto en vervolgens kon ik hem bij de ingang niet vinden. Stond hij nét een ijsje af te rekenen. “Betrapt” riep ik, maar hij keek totaal niet schuldig.
Terwijl Aart aan zijn ijsje lebberde liepen we naar de neonatologie. Ik liep naar binnen maar Aart werd staande gehouden door een strenge verpleegkundige: “u mag hier op de afdeling geen ijsjes eten”. Beteuterd bleef Aart voor de glazen deur staan, hij trok een pruillip. Dat kon hij goed, vaak inclusief hoog piepstemmetje en drammerige stampvoeten. Ik moest daar steevast hard om lachen. Ik heb denk ik een lange neus getrokken. In elk geval bleef Aart daar staan met zijn ijsje terwijl ik me vast verliefd over Lucas boog.

De keren daarop moest en zou hij toch een split halen. We zorgden zelfs dat we te vroeg waren zodat hij die eerst kon halen. Dat ijs was iets magisch, volgens mij voelde Aart zich weer even heel jong met een ijsje in zijn hand. Dan liepen we hand in hand richting de afdeling neonatologie terwijl hij gelukzalig aan zijn ijsje slobberde.

Een keer toen we laat waren beloofde ik hem dat hij na afloop een ijsje mocht. Alleen na afloop was het restaurant al dicht, totaal niet aan gedacht. Pruilend ging hij mee naar huis terwijl ik hem beloofde dat hij de volgende keer twéé ijsjes mocht…

Advertenties

Kosmisch onderwijs

Sorry Aart, sorry dat Facebook het eerder wist dan jij, dat ik het je nu pas vertel. Ik heb zojuist onze eenjarige zoon ingeschreven voor een basisschool. Ja een beetje vroeg, absurd he, maar je schijnt er bijtijds bij te moeten zijn als je iets bijzonders wilt. Ik weet zeker dat jij de beste school voor je zoon wilde, maar of je dit onder het beste zou hebben geschaard weet ik eigenlijk niet.
Het is een montessorischool Aart. Ik weet wel dat je meneer Steiner een beetje een enge vent vond, je wilde niet dat jouw zoon aan zulke indoctrinaties blootgesteld zou worden maar hoe je over mevrouw Montessori dacht weet ik eigenlijk niet zeker.  Je vind dat vast minder erg dan meneer Steiner. Ja toch? Zeg nou maar gewoon ja.
Ja oké, misschien had je de term kosmisch onderwijs met argusogen bekeken. Dat doe ik ook hoor, ik moet gelijk denken aan astrologen. Maar eigenlijk is het een heel filosofisch gedachtengoed Aart, dat zou jou toch moeten aanspreken. Het betekend dat alles met elkaar in verbinding staat. Ik probeer alleen nog te bedenken welke filosoof dat zei om jou te overtuigen Aart, want filosofisch onderwijs zou je vast wel goed hebben gevonden.
En hé het is een neo-montessorischool, neo betekend nieuw dus dan zal het wel goed zijn toch? Trouwens, je was het wel niet altijd met me eens, maar uiteindelijk stond je toch altijd achter mijn keuzes toch?
Ja? Dus jouw zegen heb ik? Zeg nou maar gewoon ja.

Best gek, je kind is 1 jaar geworden, je hoort mensen om je heen het hebben over schoolkeuzes en ik bedenk me dat ik misschien toch nog maar eens moet kijken hoe het zit. De school waar mijn oog op viel, maar waar ik verder nog niet naar heb gekeken vermeld op de website niet echt iets over wachtlijsten. Ik stuur ze toch maar even een berichtje. Ze blijken wel wachtlijsten te hebben, oh shit! Na een beetje heen en weer melden krijg ik het volgende bericht van het secretariaat:

“Voor het schooljaar waar je zoon onder valt 2016-2017 is op dit moment (nog) geen wachtlijst. Om zeker te zijn van plaatsing is het zeker raadzaam om een vooraanmelding te doen.”

Dus zo geschiede dat mijn 1-jarige school voor-ingeschreven is. Op een montessorischool hier in de buurt, een school die me prettig lijkt alleen waarvan ik totaal nog niet kan inschatten of het ook wat voor Lucas is.

En dan besef je ineens dat je eigenlijk helemaal niet zo goed weet wat aart belangrijk vond. Ik weet dat hij het vrije school onderwijs maar niets vond. Maar goed, Aart was ook bang voor alles wat riekte naar zweverigheid. Oeh, nu zou ik een klap voor mijn kop hebben gekregen. Ok correctie, Aart was nóóit bang, maar wel ietwat licht enigszins sceptisch zeg maar.
Over het Montessori-onderwijs heb ik hem nooit gehoord. Ik denk dat hij er ongeveer net zo tegenover had gestaan als tegenover het Christendom. Aart was een volslagen Atheïst.

Dat is misschien een geruststelling, Aarts oudste zoon zat ooit op een Christelijke basisschool en hoewel het jong op een dag verzuchte toen hij een mooie zonsondergang zag dat dat God was vond hij dat een prima keuze omdat het een heel geschikte school was. Zijn middelste zoon belande ooit uiteindelijk op een Katholieke school, Katholiek maar wel precies wat hij nodig had en een erg prettige school, was zijn conclusie.
Hij zou dat Montessorigedoe misschien maar weinig hebben gevonden, hij zou yoga en mindfullness, vieringen en kosmisch onderwijs echt om de kriebels van te krijgen hebben gevonden. Maar ik denk niet dat hij het een probleem had gevonden zolang de school de juiste omgeving bied voor zijn zoon om te leren. Ja waarschijnlijk zou ik hem wel hebben kunnen overtuigen maar dan vervolgens wel acht jaar lang cynische opmerkingen moeten hebben aanhoren als Lucas in bed lag.
Ja, ik denk dat ik zijn zegen wel heb. Nu nog een keer gaan kijken en afwachten of ik denk dat het inderdaad een geschikte school voor Lucas is. Want je kunt dat bij een dreumes toch wel wat moeilijk beoordelen vind ik.

 

Taart (een jaar geleden)

Een jaar geleden was ik jarig. Ik kan me er gek genoeg erg weinig van herinneren. Ik weet niet meer of Aart nou wel of geen taart voor me had, of hij wel of geen cadeautje had, of hij voor me heeft gezongen of slingers opgehangen. Ik weet alleen nog dat hij er was. Toen nog wel. We hadden net een kindje gekregen, zeven weken oud en net drie en een halve week samen thuis als gezin. Ik weet nog dat ik moe was, ja dat zeker.
Een paar dagen later vierde ik mijn verjaardag in een pannenkoekenhuis waar iedereen die dat wilde een stuk appeltaart en wat te drinken kon krijgen. Het was anders dan anders want normaal vierde ik het altijd uitgebreid thuis. Dan kookten Aart en ik voor 20 mensen couscous of pasta en waren we dagen bezig met voorbereiden. Maar ja Aart kon niet meehelpen en ik had gewoon geen zin. Dus werd het een compromis. En het was een geslaagd feestje! Aart had een goeie dag, hield het gewoon vol.
Het is gek om daar aan terug te denken. Aan toen en hoe alles nog ‘goed’ was. Relatief goed dan natuurlijk want er zweefden nog wat onweerswolkjes rond, maar we hadden toch, zei het voorzichtig vertrouwen in de toekomst, al hadden we wel angst dat we niet zo’n lange toekomst zouden hebben als we wilden. Maar toch wel nog gewoon een toekomst. Je weet wel, zo eentje met geluksmomenten, tegenslagen en ruzies.

Vandaag ben ik jarig, dertig jaren tel ik nu. Er zijn dagen, nee weken, dat ik me veel ouder voel. Bejaard en weduwe dat klopt sowieso beter, misschien dat mijn gevoel daar rekening mee houd. Zulke dagen als vandaag zijn altijd een moment waarop je even stil staat in de tijd. Je denkt terug aan wat er tot nu toe geweest is. In mijn geval is er een soort verbijstering, zo lang lijkt mijn vorige verjaardag nog helemaal niet geleden. Wat was ik toen naief, bewust misschien wel. Precies vijfentwintig dagen later werd mijn aarde ondersteboven geschud en nu bijna een jaar later weet ik soms nog steeds niet wat onder en wat boven is.
Toch is mijn dag niet hopeloos mislukt, niet reddeloos verloren. Ik ben wél gewoon jarig, ik vier vandaag dat mijn leven dertig jaren telt. Sommige jaren waren heel kort, of juist heel lang en het laatste jaar was allebei tegelijk.
Vandaag kocht ik mijn eigen taart en zong ik mezelf toe. Bij hieperdepiep hoera stak mijn zoon gelukzalig zijn armpjes in de lucht en zei: “hoeaaaa!”.
Een beter verjaardagscadeau had ik me toch niet kunnen wensen?

Hieperdepiep hoera! Ik leef!
Oké, ik vóel me nog niet echt jarig maar soms helpt het om jezelf er even aan te herinneren.

Onhebbelijk

Illustratie: Wendel Jacobs (2008)

Illustratie: Wendel Jacobs (2008)

Sommige mensen hebben, hoe lief je ze ook vind toch ook een behoorlijke lijst onhebbelijkheden. Ik ben daar gelukkig niet één van, ik ben een heel hebbelijke vrouw en heb totaal geen slechte eigenschappen. Blader maar eens naar pagina 1024 van mijn gebruiksaanwijzing, dan zul je het zien.
Aart daarentegen barste van de onhebbelijkheden, je mist ze als kiespijn.
Oké, ik spreek nu niet de waarheid. Juist de onhebbelijkheden mis ik enorm, omdat ze bij de man horen van wie ik houd en hem maakte wie hij was.

Zo kreeg hij het voor elkaar om op de ik geloof eerste officiële ontmoeting met zijn schoonouders een paasei te beschilderen met dooie beesten in een boom. Dat was op dat moment, ten tijde van één of andere veeziekte, een nieuwsitem.
Op dat moment wist ik echt niet wat ik er van vinden moest, ik schaamde me voor die overduidelijke sabotage van onze traditie van het paaseieren schilderen. Nu moet ik gniffelen om het moment en ben ik stiekem trots dat hij zelfs van paaseieren schilderen een journalistieke bezigheid kon maken. Hij had talent!

Ook kon Aart absoluut niet masseren. Elf jaar lang heb ik het hem als een drillsergeante geprobeerd bij te brengen, maar nog steeds snapte hij niet dat het niet prettig was als hij om de twee seconden hard op een andere plek ging porren en dat als ik kreunde van de pijn van een zich voorzichtig ontspannende spier, dat hij dan juist nog even door moest gaan. Ik moet hem wel credits geven dat hij het zo lang met me heeft volgehouden, want hij vond masseren écht geen leuke bezigheid.

Het ouderwetse gentlemanschap wat Aart vaak sierde had ook een andere kant. De emancipatie leek af en toe volledig aan hem te zijn voorbij gegaan. Hoewel hij vaker kookte dan ik en zijn eigen overhemden streek bleef hij stelselmatig verkondigen dat hij vond dat ik dat moest doen. Ik als vrouw hoorde hem na een lange werkdag te vertroetelen, zijn sloffen en een krantje moesten al voor hem klaar liggen, een potje pruttelend eten op het vuur en uiteraard een hele rits gestreken overhemden in de kast.
Dat moet een deceptie voor hem zijn geweest want als ik ergens niet voor in de wieg ben gelegd is het wel om een goede huisvrouw te zijn. Zijn overhemden hingen zelden gestreken in de kast. Sterker nog, meestal lagen ze in een berg bij de schone was; die kreukels die je dan krijgt, daar kon geen strijkbout tegenop.
Ik heb hem in een goede bui nog wel een keer zijn pantoffels gebracht hoor, je moet elkaar toch een beetje plezieren in een relatie af en toe.

Ik kan nog wel een tijdje doorgaan, maar ik houd het bij nog één onhebbelijkheid, want over de doden niets dan goeds toch?
De ergste onhebbelijkheid vond ik wel zijn belabberde timemanagement. Dan heb ik het niet over de eindeloze hoeveelheid stukken die hij de nacht voor de deadline schreef want dat moest hij zelf weten, bovendien waren ze altijd voor de deadline klaar en had ik er, behalve dat ik dan om drie uur ’s nachts een stel kouden voeten moest verwarmen, niet heel veel last van.
Nee ik heb het over die ontelbare keren dat hij een kwartier voordat we weg moesten nog in zijn boxershort en T-shirt achter zijn bureau zat en altijd als ik hem er aan herinnerde dat we bijna weg moesten zuchtte hij (nog zo’n onhebbelijkheid) en sprong hij vervolgens ‘nog even gauw’ onder de douche om vervolgens nog lekker tien minuten te gaan poedelen, nog kleren uit te moeten zoeken en dan nog ‘gauw even’ een boterham te gaan eten. En als ik geluk had en hij was wel een keer klaar op de tijd dat we weg moesten dan moest hij steevast ‘nog even’ naar de wc terwijl ik al in de auto zat te wachten.
In Steenwijk, waar het wc-raampje grensde aan de oprit heb ik een keer ongeduldig de motor gestart en heb heel asociaal gas zitten geven. Hiiiiiiing, hiiiiiiiiiiiing, hiiiiiiiiiiiiingngngng. Aart vertelde later dat hij bijna over de rand van de pot had gepiest van het lachen.
Maar het irritantste van dit hele verhaal was dat ík vervolgens het verwijt kreeg dat hij zich met mij ‘altijd’ moest haasten. Hij had een gruwelijke hekel aan zich haasten, maar waarom hij dan niet gewoon op tijd begon met zich klaar maken om weg te gaan is mij nog steeds een raadsel.

Ja, het was een onmogelijke man, irritant, bazig en koppig, de gebruiksaanwijzing was zoek, hopeloos. Ik vind doodgaan trouwens ook een tamelijk onhebbelijke eigenschap.
Ik mis bazig en koppig, ik mis gezucht bij alles wat hij niet wilde maar toch deed, ik mis zijn sabotage van mijn planning. Hoewel zijn zoon een waardig opvolger is, dat moet gezegd. Ik kom zélden nog echt op tijd. Slapen terwijl je nog boodschappen moet doen. Je kleren onder spugen terwijl je net schone aan hebt. ‘Nog éven’ gauw die luier vol poepen op het moment dat we weg gaan. Aard(/t)je naar zijn vaartje noemen ze dat geloof ik.

Een jaar geleden (8) hieperdepiep Hoera! (?)

Lucas 1 jaar

‘Een jaar geleden’s, daar zijn er een heleboel van. Maar geen enkele van het afgelopen jaar had tot nu toe dat gouden randje wat deze dag heeft. Een jaar geleden lag ik op deze dag in mijn ziekenhuisbedje te wachten op de gynaecoloog. Eerder die week was ik weer opgenomen, deze keer met een bloeddruk van 210/140, onacceptabel en een duidelijk signaal dat ik niet zwanger kon blijven rondlopen tot aan de veertig weken. Ik was 35 weken zwanger, te vroeg natuurlijk, maar de baby had een hele goede kans buiten de buik met deze termijn. Twee keer kreeg ik een ballonkatheter om zo mijn bevalling op gang te brengen. Helaas was ik eerder die nacht weer ziek geworden en was mijn bloeddruk ondanks het infuus en 12 bloeddrukverlagende pillen op een dag toch weer te hoog geworden. Ik had een tweede infuus gekregen en de mededeling dat ik nuchter moest blijven omdat mijn kind de volgende dag, woensdag, hoe dan ook geboren moest worden. Als ik voldoende ontsluiting had dan zouden ze mijn vliezen breken en het via de natuurlijke weg proberen en ander zou ik een keizersnede krijgen.
Ik moet stiekem nog een beetje gniffelen om die nacht. Ik wist dat het niet goed was toen ik op het belletje drukte, hoewel je van een hoge bloeddruk niet heel veel voelt herkende ik inmiddels de pijn in mijn lever en de vage drukkende hoofdpijn. Aart lag naast me op een stretcher in afwachting van de bevalling en werd wakker van alle poeha. Toen iedereen even weg was om te overleggen zei ik tegen Aart: “gauw, geef me chocoladekoekjes, ze gaan me vast zometeen vertellen dat ik nuchter moet blijven en ik heb honger”. Mijn partner in crime en ik aten gauw een halve doos koekjes leeg voordat de arts en verpleging weer terugkwamen en inderdaad, ik kreeg wat ik voorspeld had, ik moest nuchter blijven. Het verhaal over het klysma wat ik vervolgens ’s cohtends kreeg en de uitgevallen ballonkatheter zal ik jullie besparen maar ik weet nog dat ik tegen de verpleegkundige die het me mededeelde riep: “welja, ik krijg alles wat ik nooit gewild had. Nou vooruit dan maar weer.”
Om 10 uur kwam de gynaecoloog en tot ons grote geluk voelde ze dat ik voldoende ontsluiting had om de vliezen te breken. Ik ben nog steeds nieuwsgierig hoe ze dat nou deed want het voelde heel raar, als scheurend rubber en ineens liep er een plens vruchtwater uit me. Daarna werd ik naar de verloskamer gebracht en moest ik op het hoge verlosbed klimmen. Wát een martelwerktuig! Daar had ik sowieso al nooit op willen bevallen, maar nu moest ik er ook nog eens op gaan liggen, hard en oncomfortabel, alsof ze daarmee willen voorkomen dat bevallingen te lang duren. Eten wilden ze me liever niet geven, maar ik kwam zowat óm van de honger dus ik was écht niet van plan op een lege maag te gaan bevallen. Nou een beschuitje met jam mocht wel. “Gadver” riep ik, “dat lust ik niet hoor, doe nou maar gewoon een boterham met kaas!”. Uiteindelijk na wat gehannes mocht ik wel crackers met kaas en ook wel een appel en wat thee. Crackers met kaas ben ik blijven eten totdat de weeën op gang waren, toen had ik geen tijd meer, die appel is er nooit van gekomen maar heeft Aart uiteindelijk opgegeten omdat hij door alle drukte was vergeten te eten. De thee was uiteindelijk mijn redding. Ik wil iedereen adviseren om te bevallen met lauwe thee, dat is echt geweldig en precies wat een vrouw nodig heeft op zo’n moment.

Helaas kwamen mijn weeën maar half op gang dus werd ik na een uurtje aangesloten op een infuus met weeënopwekkers. Dat zorgde overigens even voor wat hoofdbrekens voor de gynaecoloog want ik had al twee infusen en deze medicatie mocht niet tegelijk met die andere twee door één infuus. Er was even sprake van dat ik een derde infuus zou krijgen maar gelukkig besloot men één medicijn te stoppen waar ik toch al niet al te lang mee door mocht gaan. Ik lag al op dat verlosbed met twee infusen, een blaaskatheter, een bloeddrukband een ctg-band om mijn buik en een draadje op het hoofd van Lucas om zijn hartslag te meten, ik vond het wel mooi geweest. De weeënopwekkers deden hun werk, binnen no time vlogen de weeën me om de oren. Puffen op altijd is kortjakje ziek had ik gelezen dus dat deed ik braaf. Totdat ik hyperventilerend in paniek raakte en een kordate verpleegkundige me vertelde dat ik misschien beter gewoon in drieën kon puffen. Dat is inderdaad in een weeënstorm misschien verstandiger, je moet namelijk ook nog af en toe ademhalen. De weeënopwekkers werden uiteindelijk maar uitgezet want ik had wee op wee op wee. Dat hielp helaas nauwelijks, mijn lichaam vond het blijkbaar wel een goed idee om de baby er zo snel mogelijk uit te werken.

Ik heb bijna de hele bevalling mijn ogen dicht gehad, af en toe sommeerde ik Aart me thee te geven. Deed hij het niet snel genoeg dan werd ik boos. Thee, lauwe thee moest het zijn. Eerst wilde ik dat persé uit een gewoon glas maar uiteindelijk zei ik: “doe het nou in zo’n verrekte tuitbeker man, dit wérkt toch niet?!” Arme Aart had het wel te verduren. Niet dat ik nou zo’n enorme bitch was en lelijke dingen zei, maar hij was doodziek en ik liet hem maar rennen. En toen de kordate verpleegkundige weg moest omdat iedereen op de afdeling tegelijk besloten had te gaan bevallen pufte Aart met me door de weeën heen tot hij zelf bijna van zijn stokje ging. Behalve wat losse commando’s lag ik totaal in mezelf gekeerd en geconcentreerd op de bevalling weeën weg te puffen. Ik heb me nog nooit zo verbonden gevoeld met mijn lichaam als toen.

Om 10 uur werden mijn vliezen gebroken, om 11 uur kreeg ik weeënopwekkers, om 12 uur had ik 5 cm ontsluiting, om 13 uur had ik 6 cm ontsluiting. Om 13.30 u kwam de verpleegkundige vragen of ik misschien pijnstilling wilde. Ik had inmiddels al een anderhalf uur durende weeënstorm. “NEE!” Riep ik. “Wacht! wat hebben jullie?”. En zo geschiede dat ik om 13.30 u een prik in mijn been kreeg zodat ik een héél klein beetje op adem kon komen. Daarna verdween iedereen weer uit mijn kamer behalve Aart. Een klein half uur later voelde ik ineens énorme persdrang. “Aart” riep ik, “ik moet persen”. Waarop Aart zei dat hij al op het belletje gedrukt had. Omdat dacht dat dat niet snel genoeg zou gaan zette ik het op een gillen: “HELP! HELP!” riep ik. Het was even door mijn hoofd geschoten om brand brand te roepen maar ik dacht dat help ook wel effectief zou zijn in een ziekenhuis. En inderdaad, binnen een paar seconden stonden er drie mensen aan mijn bed. “Puffen, puffen, puffen” riep de verpleegkundige, “ander scheur je uit, dat zou zonde zijn”. Ja dacht ik, dat zou zonde zijn dus ik deed een halfslachtige poging tot puffen. En daarna mocht ik persen, nou ik kón ook niks anders meer. Ik voelde niet eens weeën, mijn lijf gooide gewoon in één grote ruk mijn kind er uit. Het was een soort niet tegen te houden oerdrang.

“Wendel, doe je ogen eens open, hij is er”. Voorzichtig deed ik mijn ogen op en daar was mijn kind, hij huilde schrille kreetjes. Mijn piepkleine baby, geboren met 35 weken en 3 dagen. Ik kreeg hem op mijn borst onder de deken. Heel even mochten we genieten met zijn drieën, toen werd hij meegenomen door de kinderarts en kornuiten.

IMG_0863

De rest van de dag verliep minder feestelijk. Aart ging met Lucas mee en ik lag in mijn eentje bij te komen van de bevalling. Ik was er zonder kleer- of andere scheuren vanaf gekomen en voelde me prima. Maar ik mocht niet naar mijn kind, ik was te ziek en het was verschrikkelijk druk op de afdelingen. De hele middag heb ik liggen brullen van ellende, ik wilde mijn kind, ik wilde bij zijn eerste voeding zijn, ik wilde hem aanraken en bekijken. Maar het kon niet. Aan het einde van de middag was ik in staat om alle infusen en katheters er uit te rukken en desnoods kruipend naar de neonatologie te gaan toen een voedingsassistente mij druipend van tranen aantrof in mijn bedje en niet veel later terug kwam met een verpleegkundige die me verzekerde dat ik in élk geval die dag mijn kind nog zou zien.

Dat werd uiteindelijk om 22 uur ’s avonds. Lucas werd met couveuse en al naar mijn kamer gebracht en ik mocht een uur lang met hem op mijn blote borst liggen. Genieten! En het mooiste was, dat kleintje dat maar niet op temperatuur wilde komen in zijn eentje in de couveuse, trok helemaal bij en dat bleef zo tot hij een aantal dagen later al uit de couveuse mocht.

Het was een dag van uitersten, extreem geluk, een bevalling die ik ondanks de heftigheid van de weeënstorm, zo nog eens over zou willen doen vanwege het oergevoel. Maar dat verdriet omdat ik niet naar mijn kind mocht, datzelfde oergevoel dat maakte dat ik het gevoel had dat dat móest! Ik hoop zoiets nóóit meer mee te maken!

Vandaag is het ook een dag van uitersten. Ik ben zo trots op Lucas, zo trots op alles wat hij doet. Ik ben zo dol op mijn ventje. Een jaar alweer, ik weet nog steeds niet of ik daar nou om moet lachen of om moet huilen. Een jaar is voorbij gevlogen, een jaar waarin verschrikkelijk veel is gebeurd. Maar een jaar is ook een mijlpaal, mijn kind is geen 0 meer maar 1, hij heeft een leeftijd.
Maar ik voel me ook verdrietig, ergens aan de rand, omdat we deze dag niet samen kunnen vieren met Aart. Aart die zo trots geweest zou zijn, die zou hebben lopen opscheppen over zijn kind. Aart had hier bij moeten zijn en moeten helpen met slingers ophangen. Mijn hart is in twee stukken, een stuk blij, gelukkig en trots en een stuk intens verdrietig. Hieperdepiep Hoera!?

Wasmand

20140316-001103.jpg

Op zolder staat een wasmand. Een wasmand met een kussen er in. Hij staat daar al heel lang en tijdenlang keurde ik ‘m geen blik waardig. Normaal als hij was geworden in mijn zichtsveld. Maar gisteren stond ik er naar te kijken en ik besefte dat het een stille getuigen was van wat hier op zolder ooit plaats vond. Getuige van de liefde.
In die wasmand sliep Lucas. Niet bij gebrek aan wiegje maar uit praktische overwegingen. De wieg was veel te groot en zwaar om naar zolder te tillen en in gezeul met de wagenbak hadden we geen zin. Een wasmand, licht en wendbaar en met een kussen er in een heerlijk mandje voor onze zoon.
Daarin lag hij uren te slapen terwijl zijn vader zijn poppetjes schilderde en zijn moeder even wat anders deed.
Het was heerlijk om Lucas af en toe even over te dragen. Door Aarts gezondheid kwam een groot deel van de verzorging op mijn schouders terecht. Maar regelmatig liep ik met een wasmand met baby naar zolder, naar Aarts domein waar hij met liefde ontvangen werd. Dan parkeerde Aart de wasmand dicht bij zich in de buurt zodat hij bij een kik van Lucas zijn hand maar hoefde uit te steken om hem te troosten.
Soms kwam ik even kijken, dan knuffelde ik met Aart terwijl we het er over hadden hoe verliefd we waren op dat kleine pakketje in die mand. Aart kon uren zitten kirren boven dat geïmproviseerde wiegje en voerde als Lucas wakker was hele gesprekken met hem.
Soms verdenk ik hem er van dat hij zo veel mogelijk liefde in dat kleine mannetje wilde stoppen alsof hij wel voorvoelde dat hij er niet tot altijd bij zou zijn om dat rustig aan te doen. Hij was verkocht vanaf het eerste moment en verknocht vanaf het moment dat Lucas tegen zijn gehavende blote borstkas aankroop op de neonatologie.
Bang hem te laten vallen riep Aart mij altijd als het tijd was Lucas weer op te halen. Omdat hij honger had, een schone luier moest of gewoon omdat Aart moe was. Dan liep ik met het kleine vrachtje weer naar beneden.

Op zolder staat een wasmand met een kussentje er in. Vergeten door de scheurende tijd. Een kind dat die wasmand al lang ontgroeid is en zonder papa die op hem past.

In de mixer

Lucas&Thomas

Men neme een portie zonnestralen, een eetlepel warmte, 3 doseringen blauwe lucht, een fles wijn, een heleboel volle terrassen, overal mensen buiten een kind en een kat. Gooi al deze ingrediënten in een grote schaal, eerst de portie zonnestralen mengen met de warmte, dan het blauw toevoegen van de lucht, kieper dan de fles wijn zo snel mogelijk om en gooi er wat stoeltjes bij van het terras. Voeg als laatste de volte, de lucht, de mensen en de kat toe. Pak een grote mixer en mix het geheel tot een gladde massa.  Zorg dat er geen stukjes meer in zitten en verdeel het geheel dan over een paar schaaltjes. Dien het geheel koud op en gebruik voor de garnering het kind en dan heb je, wat ik ongeveer heb: gemixte gevoelens.

Het is zonnig en ik geniet met volle teugen. Terwijl Lucas zijn middagdutje doet zit ik buiten op de stoep in de zon. De kat zit naast me en probeert elke keer als ik even opsta om iets te pakken mijn stoel in te pikken. Ik doe me tegoed aan een stapel tijdschriften die ik al heel lang heb liggen. Tijdschriften over gelukkige gezinnen, over eetstoornissen, over depressies, over narcisme en over hoe iedereen er wonderbaarlijk weer bovenop komt en een successtory wordt die niet misstaat in een Viva, Flair of Margriet. Ja, inderdaad, ik ze dat soort blaadjes te lezen. Ik voel me intens blij als ik de zonnestralen op mijn huid voel, als ik het een beetje voel prikken omdat mijn witte huidje dat niet meer gewend is. Ik loop naar binnen en ineens komt het besef. Aart zit niet op zolder met de luxaflex dicht te typen aan een stukje. Aart zit niet als een holbewoner in zijn onderbroek poppetjes te schilderen terwijl de rest van Nederland naar buiten rent. Aart komt niet zometeen naar beneden om me een kus en een knuffel te geven.

Niet veel later is Lucas wakker. We zitten samen op de stoep. Hij speelt met de kat, kruipt rond, ontdekt dat aarde net zo lekker smaakt als zand en probeert de kat te ontdoen van zijn halsbandje want daar hangt een mooi glimmend naamplaatje aan. Ik voel me ‘shaken not stirred’, ik geniet en voel tegelijk zo veel verdriet. Er zit een gat, een groot gat in mijn hart. Maar de rest van mijn lijf weet dat nog niet en denkt dat het gewoon nog intact is. Nog steeds zijn er dagen dat het zo onwerkelijk voelt, dit kan toch niet? Dit klopt toch niet? Waar is nou dat gelukkige gezin wat wij samen zouden worden? Dit moment hadden we zo naar uitgekeken. Aart had het elke dag vanaf dat Lucas thuis kwam uit het ziekenhuis tot aan de dag dat hij stierf over hoe wij samen zouden gaan fietsen, met Lucas voorop in het fietsstoeltje. Hoe we zouden genieten van het weer, van die eerste zonnestralen. Ik zei dan dat hij echt nog even geduld moest hebben, dat Lucas pas in een fietsstoeltje kon als hij zelf zou gaan zitten.
Daar zijn we nu, wij, Lucas en ik en een gat in mijn hart. Bijna een jaar verder, bijna een jaar geleden dat hij werd geboren. En hij gaat zelf zitten en we fietsen samen met hem voorop in het fietsstoeltje en de wind streelt door zijn pluizige blonde haren. Ik snuif die wind op en geniet maar mis het ook dat Aart met mij geniet. Hij wilde dit zo graag, hij was zo vastbesloten, wij zouden samen fietsen, samen als een gelukkig gezin, of misschien als een chagrijnig gezien, dat komt ook wel eens voor, maar dat kun je van buiten niet altijd zien.

Om me heen zie ik op zulke dagen zo veel gelukkige gezinnen, samen op het strand, in het bos of op de kinderboerderij, samen naar de dierentuin of gewoon samen op de stoep met een glaasje wijn terwijl hun kinderen ravotten op het grasveld voor de deur. Gezinnen met een papa en een mama, zo lijkt het in elk geval op het eerste gezicht. Wij zouden ook zo’n gezin zijn.

Nu ben ik een gezin met Lucas samen.  Als ik iets met Lucas wil ondernemen ben ik degene die alles moet sjouwen en die 
constant in de weer is. Ik heb twee ‘mannen’ in huis die niet kunnen praten, ze drinken geen wijn en sjouwen geen spullen. Een kind en een kat zijn mijn gezelschap, leuk gezelschap, maar toch is er dat gat. Genieten, maar ook nog even veel harder missen wat ik moet missen. Gevoelens samengevoegd in een grote schaal en met een mixer door elkaar gemixt. Zo zijn mijn mooie dagen.