Onrijpe droom

Vijgenendruiven
Lonkend kijken de onrijpe vijgen en de volle trossen nu nog felgroene druiven me aan van onder hun bladerdak. Zou het helpen ze rijp te kijken? Zou het helpen om elke dag met ze te praten?
Jarenlang had ik een droom, een ware meisjesdroom? Nou ook ik overdrijf schromelijk, maar ergens in de schooltuintjes is ooit wel het zaadje gepland voor mijn verlangen.
Oké genoeg wollig geleuter, ik zou zo graag willen kunnen eten uit mijn eigen tuin, heerlijke sappige vruchten, kruiden en het liefst nog veel meer. Ooit op een Hilversum dakterras had ik tomaten, die nooit rijp werden, had ik wortels, die echt heerlijk waren, had ik radijsjes, die ik zelf niet eens lust en had ik een heleboel mislukte dingen omdat ik te laat was met oogsten, niet op tijd met water geven en meer van dat soort dingen.
Ook in later huizen, die wel voorzien waren van tuin, heb ik geprobeerd her en der eens wat eetbaars uit de grond te kijken. Helaas meestal met teleurstellend resultaat. Toch ben ik altijd blijven dromen, dromen van een iets realistischere moestuin. Een tuin met struiken met bessen, bramen, frambozen, zoiets. En een tuin met eetbare vruchtenbomen, ik zag ze al hangen, de overheerlijke pruimen, verrukkelijke appels en het liefst natuurlijk vijgen. Ik plante eens een bessenstruik, na drie jaar vertoonde hij een schamel trosje bessen. Zwarte bessen! Bah bah bah, zwarte bessen.
En in mijn nieuwe tuinplan stond langs de schutting leifruit gepland. Stond, want toen het duidelijk werd dat ik daar niet voor eeuwig zou blijven wonen heb ik de tuin netjes laten beplanten, maar alle uitspattingen eruit gelaten, geen leifruit voor mij.
En nu, nu hangen er grote onrijpe pruimen aan de boom van mijn nieuwe thuis, hangen er druiven te wachten tot het, weet ik veel, september is of zo.
En ineens moet ik denken aan Aart, aan het leven wat ik nu begin helemaal zonder hem. Aart die bijna een dansje maakte bij die wortels van het Hilversumse balkon. Zulke lekkere wortels had hij nog nooit gegeten. Je kunt er maar blij van worden. En ik moet denken aan de vijgen die we samen kochten in Istanbul waar we een week rondfietsten op onze vouwfietsjes tijdens onze reis door zuid-oost Europa. We kochten vijgen in grote aantallen, want we waren er beiden gek op. In het bloedhete weer werden ze nogal snel overrijp dus op een goed moment hadden we een hele zak uit elkaar vallende vijgen die we zo goed en kwaad als het ging probeerden op te eten op de kade aan de overzijde van het toeristische deel van Istanbul. Een vrouw, een ronde oudere dame met zo veel lagen kleding aan dat het lastig was in te schatten hoe rond nu eigenlijk, kwam naast ons zitten. Ze praatte tegen ons maar we verstonden er natuurlijk vrij weinig van. Toch was het gezellig, we lachten over en weer en ik bood haar vijgen aan die ze afsloeg. Toen ze mij de 3e vijg in mijn mond zag stoppen keek ze me bezorgd aan, met handen en voeten wist ze me duidelijk te maken dat ze zich zorgen maakte over mijn darmen, dat ik wel eens buikpijn zou kunnen krijgen van zo veel vijgen. Ik nam de raad van het lieve vrouwtje ter harte en stopte de vijgen weg.
Straks zijn al die vijgen rijp, ik kan ze toch niet zo maar laten verrotten? Ik ben dol op vijgen! Hoe veel zou je er kunnen eten voor je buikpijn krijgt? Gek dat Aart er niet is om ze te helpen eten en om honderd recepten te bedenken met vijg. Gek dat ze niet in ‘onze’ tuin staan maar in een ‘onze’ tuin waar Aart geen onderdeel van dat ‘onze’ is. Onze is nu een gezin met een andere lief, een hele lieve lief met een vijgenboom in de tuin. Gelukkig!
Ik schud eens zachtjes aan de vijgenboom, niks… Dan wat harder, nog niks. Ergens bovenin zie ik een groenpaarse vrucht hangen, veel te ver weg en vast nog niet rijp genoeg, ik schud nog wat harder. Niks.

Zeilen

Friesland 29-08-2013

Friesland 29-08-2013

Soms zit je met een mooi idee in je hoofd voor een blog, je schrijft de titel op en aan het einde van de dag is de bladzijde nog steeds leeg. Vandaag is zo’n dag. Gisteren wist ik het zeker, deze blog moest over zeilen gaan maar eerst zou ik gaan slapen, vandaag staart de titel mij maar aan. Zeilen…

Zeilen is in mijn leven een steeds terugkerend thema geweest. Ik was 8 jaar en ik ging helemaal alleen op kamp. Nog vaag herinner ik me een vervelende jongen genaamd Pascal, nooit meer kan ik die naam horen zonder vervelende associaties. Wat ik me wél nog heel goed herinner was dat het pestweer was en koud en dat we elke dag een pakketje droge kleren en boterhammen mee moesten nemen naar de plek waar we in de optimisten gingen zeilen. Dat pakketjekleding boezemde mij grote angst in, want blijkbaar lag het in de lijn der verwachting dat we het wel eens nodig zouden kunnen gaan hebben. Daar zat ik dan in mijn uppie in het optimistje, zeilen kon ik wel, maar voor omslaan was ik als de dood. Als het nou zo’n warme zomerweek was geweest met hier en daar een zuchtje wind, maar nee, het was vies, nat en koud zoals de zomers in Nederland óók kunnen zijn. Op een dag moesten we leren gijpen. Het was een dag met een fixe woei en we moesten steeds hetzelfde rondje zeilen. Bij de ene boei moesten we overstag, bij de andere moesten we gijpen.
Voor de niet-zeilers onder ons, je maakt altijd een zo kort mogelijke beweging als je van koers veranderd. Als je overstag gaat dan draai je de punt van je boot door de wind heen, je verliest doordat je op een bepaald punt recht tegen de wind in ligt met je boot vaak wel behoorlijk wat vaart. Als je overstag gaat dan gaat je zeil gigantisch klapperen. De kunst van het overstag gaan is dat je geen giek tegen je kop krijgt of stil komt te liggen en je boot onbestuurbaar wordt (want besturen lukt alleen met vaart). Bij gijpen vaar je precies in de andere richting, je draait eigenlijk met je kont in de wind en daardoor vangt het zeil ineens wind van de andere kant waardoor het in een klap naar de andere kant slaat. De kunst van het gijpen is ook om de giek niet tegen je kop te krijgen, want dat gaat hard, maar vooral is de kunst ook om de klap niet te hard te laten zijn, de schoot goed aan te halen en daarna snel weer te laten vieren én in een kleiner bootje om niet om te slaan door de ruk van het zeil.
Dat laatste, daar was ik dus verschrikkelijk bang voor, voor geen goud wilde ik omslaan en mijn pakketje reservekleding nodig hebben. Dus die bewuste dag, elke keer als ik bij het punt kwam dat ik moest gijpen schoot mijn hart in mijn keel en op het állerlaatste moment besloot ik elke keer tóch om een stormrondje te doen. Een stormrondje is dat je in plaats van je kont door de wind te draaien en te gijpen je een extra groot rondje maakt zodat je overstag kunt gaan. Het voordeel daarvan is dat het zeil een minder grote klap maakt en de kans dat je omslaat velen malen kleiner is. De instructeur echter was woest, ik moest gijpen en niet overstag gaan en toen ik het later nog een keer deed kreeg ik op mijn donder. Ik geloof dat ik uiteindelijk gegijpt heb door alle vaart eruit te laten gaan en heel voorzichtig en langzaam te gijpen. Die avond had ik voor het eerst van mijn leven heimwee.

Ook bij Aart was zeilen een belangrijk thema. Hij leerde zeilen in Eindhoven van een priester die als bijbaantje zeilinstructeur was. Ik begreep van Aart dat hij van die betreffende priester vooral geweldig heeft leren vloeken. Toen hij ouder was ging hij ook op zeilkampen, maar niet zoals ik op een groot Fries meer, maar in Frankrijk waar hij in het Frans leerde zeezeilen. Als ik me goed herinner is hij daar later ook nog instructeur geweest. Zeilinstructeur was hij ook in Balk bij een zeilschool. Toen ik hem net leerde kennen vroeg ik hem waarom hij dan toch geen boot had. Hij zei dat zijn boot Nils (zijn oudste zoon) heette “en god, weet je hoe veel geld dat kost!”.

Samen hebben we ook heerlijke momenten op het water beleefd. Van weekendjes aan zee, weken Terschelling, dagjes valk, weekje zeilen tot zo veel mogelijk varen in Venetië en Istanbul tijdens onze rondreis. Ik wilde eigenlijk helemaal niet schrijven over onze avonturen op het water, ik wilde schrijven over het reilen en zeilen van mijn leven. Ik voel me af en toe een beetje alsof ik in mijn eentje op een veel te grote boot vaar, ik sta aan het roer maar kan maar net boven de kajuit uit kijken, kan maar nét het roer in bedwang houden en ik krijg in mijn eentje geen zeil gehesen. Het gaat, ik vaar en ik maak geen botsingen of ernstige ongelukken, maar wat ik het liefste doe, dat zeilen dat gaat zo niet, ik kan niet én de zeilen hijsen en aan het roer staan. Het voelt machteloos omdat de ingrediënten er wel zijn maar ik niet bij machte ben ze te gebruiken. Maar hoewel het op sommige dagen stormt en regent blijk ik toch elke keer weer meer bemanning te hebben dan ik dacht. Steeds weer staan er ineens mensen voor mijn neus die onverwacht lief voor me zijn. Een vriendin die spontaan langs komt om te horen hoe het gaat, een andere vriendin staat ineens op de stoep met een grote envelop met daarin wat fijne verwen dingen, voor zowel mij als Lucas. Er zijn mensen die spontaan aanbieden om op te passen, die dingen voor me doen in huis en er zijn steeds maar weer mensen om me heen die me knuffelen, die me een hart onder de riem steken en waar ik welkom ben én me thuis voel.

Dus hoewel ik niet écht op volle kracht kan varen nu, niet alle zeilen gehesen krijg, ik vaar wél. Ik kom vooruit en hier en daar is er een lichtpuntje zelfs in de somberheid van sommige dagen. Soms zie ik door alle regen de boeg niet meer, voel ik me uitgewrongen en verdrietig. Maar zolang ik vaar, zo lang mijn bemanning zo nu en dan inscheept om me weer een zetje in de goede richting te geven, zo lang blijf ik wel varen en kom ik uiteindelijk wel op een door mij gewenste bestemming.

Aart zou trouwens na het lezen van deze blog flauwe grappen maken over mijn liefde voor beeldspraak en hij zou het “echt weer iets voor wijven” genoemd hebben. Ook een hele geruststelling.

Aarts laatste miniatuurproject

Aarts laatste miniatuurproject

Dag 26, 27, 28 en 30: Op zee, Venetië en terug naar huis

Achtersteven Sophocles Venizelos

Onze laatste dagen op reis vlogen voorbij. Maar de bootreis niet. Waar wij een luxe boot hadden verwacht door alle plaatjes, filmpjes en beschrijvingen bleek het een oude afgeragde en afgedankte veerboot. Er was inderdaad een zwembad, een soort badkuip op het achterdek naast de snackbar en tussen de zuipende mensen. Ook het casino was aanwezig, er stonden welgeteld 6 gokkasten.
De eerste nacht was afschuwelijk, om de een of andere reden vonden ze het nodig om een aantal keer per nacht dingen om te roepen met luidsprekers die verspreid waren over de hele boot. Ook in de hut was het letterlijk te verstaan. En omdat we midden in de nacht en in de vroege ochtend nog stopten bij Corfu en Igoumenitsa kregen we niet alleen de aankondigingen van het openen en sluiten van het restaurant en reclameboodschappen maar ook 2 x de aankondiging dat we er waren in 6 talen, 2x de aankondiging dat men z’n bagage niet moest vergeten en 2x in 6 talen de veiligheidswaarschuwingen. Er waren weinig aaneengesloten uurtjes dat het relatief stil was.

Aan het werk

De dag daarop, dag 26 zaten we de hele dag op zee. En er was praktisch niets te zien, de zon was waterig en er woei een stevige wind. We hebben de hele dag maar wat rondgehangen, boek gelezen, in de wind en weer uit de wind, binnen en weer naar buiten. Buiten kon je nergens lekker zitten, alles was raar, hard of juist heel winderig of juist snikheet en er waren nergens goede stoelen. Bovendien had een of andere gek bedacht dat hij ’s ochtends eens lekker roestplekken ging schuren met een soort staalschuurmachine op het achterdek. Nou daar kon je dus ook niet meer lekker zitten.
Ik heb me niet echt verveeld, maar jeetje wat ging de tijd langzaam zeg! Uiteindelijk wisten we van voren echt nauwelijks meer waar we nou van achter waren.
De tweede nacht was gelukkig wel iets beter omdat we niet meer stopten, we zijn bijtijds erin gegaan (en nog een paar keer wakker geschrokken van aankondigingen dat het restaurant nog een half uur open bleef en een half uur later dat deze ging sluiten) en ook weer bijtijds opgestaan. Waarom? Omdat we Venetië binnen zouden varen en dat moesten we natuurlijk zien!
En het binnenvaren van Venetië maakte deze hele boottocht al de moeite waard, prachtig om met de opkomende zon daar binnen te varen en uit te kijken over de stad.

Binnenkomst in Venetië bij zonsopgang

Binnenkomst in Venetië bij zonsopkomst

Binnenkomst in Venetië bij zonsopgang

Binnenkomst in Venetië bij zonsopgang

Binnenkomst in Venetië bij zonsopgang

De dagen in Venetië zelf waren een mengeling van ergernis en genieten. Zo’n stad op het water kan niet anders dan ons bekoren, met al die bootjes, die zeelucht, dat water, het moet gewoon wel. Maar tegelijk zijn wij als oprechte toeristenhaters niet erg gelukkig als wij over de hoofden moeten lopen. Natuurlijk zijn wij zelf ook toeristen, maar wij gaan liever ergens heen waar geen andere toeristen zijn. Waar wij ons uniek voelen in ons soort dan op zijn minst. Niet alleen omdat wij graag het gevoel willen hebben dat wij tijdelijk even daar thuishoren, maar ook omdat toeristen in zeker de helft van de gevallen en zo niet vaker tot een volk behoren dat zich dommer houd dan de koeien waar ze op lijken. Of zijn het schapen?

Nee, mij zul je niet gauw iets goeds over toeristen horen zeggen, zeker niet de in Venetië. Ik voelde mij soms bijna een antropoloog die het toeristenvolk kwam analyseren. Want Venetië bestaat in de eerste plaats niet uit z’n eigen bewoners, maar uit toeristen die zich de stad toe-eigenen. Wij hebben ons zelfs afgevraagd of Venetië niet slechts bestaat bij de gratie van deze toeristen. En we hebben ons menigmaal geschaamd dat wij daar ook bij hoorden. Natuurlijk hebben wij ons weer zoals vaker geprobeerd af te scheiden van de grote massa. En wanneer dat lukte…dan was Venetië onze stad! En wanneer dat niet lukte…dan kregen de vluchtneigingen soms bijna de overhand. Bijna, maar niet helemaal.

Ook van Venetië hebben wij weer veel gezien, niet per fiets deze keer, want die zijn in Venetië niet alleen praktisch onbruikbaar maar ook verboden. Wij zijn per boot gegaan, geen dure toeristische gondels natuurlijk maar gewoon de bus. Boot. Bus dus maar dan te water. En dat is waarmee wij vluchtten. We hebben enorme stukken Venetië verkend. Dag 1 hebben wij de fout gemaakt om lijn 1 te pakken, de lijn die langs alle toeristische attracties gaat. In een volgestouwde boot 1,5 uur staan tussen de mensen die zich los proberen te wringen om een foto te maken. Daarna zijn wij, wijzer geworden door deze les, steeds op andere lijnen gestapt, het liefst lijnen die heel ergens anders heen gingen. En zo hebben wij enorme stukken van Venetië gezien. Prachtige stukken ook. En voelden wij ons weer een beetje gewoon wij in Venetië in plaats van 1 van de massa.

Piazza San Marco...Tja

Uiteraard hebben wij een kijkje genomen op piazza San Marco maar daar zijn wij algauw weggevlucht. Nadat ik voor domme toerist was uitgemaakt omdat ik met mijn rugzak de kerk in wilde lopen wilde ik eigenlijk niets liever dan weg uit de menigte. Aart vond het net een bejaardenparadijs en dat was het ook. Overal oudere mensen die achter een omhooggestoken bloem, vlaggetje of paraplu aan liepen, in hun oor een plug en voorop een pronte dame die allerlei wetenswaardigheden in een microfoontje lispelde.
We hebben het Maritiem museum bekeken en we zijn naar de Biënnale geweest. En verder? Verder weet ik het niet meer, het duizelt mij van alles wat wij gezien hebben de afgelopen 30 dagen. Cultuur, kunst, oude gebouwen maar ook heel veel dagelijks leven. En dat dagelijks leven was wat mij, nee ons, ook weer het meeste aansprak van Venetië. Ik geloof dat we het meest genoten hebben van onze picknicks op bankjes in parkjes, van ons avondeten in een eettent in een park tussen de luidruchtige en nogal ordinaire Italianen met blaffende hondjes en dreinzende kinderen. En tussen de muggen. Klinkt dat niet Paradijselijk?

Burano

Burano

Zo was Venetië voor het Venetië werd ongeveer

Zonsondergang

 

Zonsondergang in het park

Zonsondergang in het park

Zonsondergang

Op dag 29 om 22.51 u begon onze terugreis naar huis, na onze voeten stukgelopen te hebben op de Biënnale en al zitten op een stoepje bij het station een uur durend liefdesdrama hebben kunnen aanschouwen (het was écht maar wij maakten onze eigen ondertiteling), waren wij hard toe aan een lekkere nacht slapen. Ok keep on dreamin’. Je zult in een nachttrein nooit lekker slapen, wij in ieder geval niet. Dus totaal geradbraakt kwamen wij de volgende morgen om 6.30 u aan in München waar wij op een koud station tussen de knickerbockers en de lederhosen ruim een uur moesten wachten op onze trein naar Frankfurt waar wij dan wederom een giga-eind moet onze ingepakte fietsjes mochten zeulen om over te stappen op de trein naar Utrecht om vervolgens daar weer over te mogen stappen op onze trein naar Amersfoort waar wij rond een uur of 16 uur de deur van ons eigen vertrouwde roodwitte huisje konden open maken. Thuis…dat was het dan!

— THE END —

Dag 24 en 25: Athene en verder


Helaas is het er met de oplaadproblemen van mijn laptop en het gebrek aan internetfaciliteiten aan boord van de Sophocles Venizelos en in het hotel in Venetië niet meer van gekomen het blog te updaten. Maar daarmee stopte onze reis natuurlijk niet.

Het verval van Athene
Dag 24 was onze laatste hele dag in Athene en hoewel we de verleiding om weer naar het strand te gaan bijna niet konden weerstaan konden we het toch ook niet over ons hart verkrijgen om Athene links te laten liggen. Dus zijn wij op een verlate verkenningstocht te fiets gegaan. Gewapend met een kaart en water zijn wij op onze fietsjes gesprongen om zo veel mogelijk te zien. Richting? Onbekend!
Het is zo heerlijk om gewoon op verkenning uit te gaan zonder duidelijk plan. Gewoon een straat infietsen omdat die er leuk uit ziet en dan afslaan omdat het lekkerder fietst naar beneden en dan weer afslaan omdat je ook weer niet te ver naar beneden wil fietsen…

Terras ergens in Athene

Terras ergens in Athene

Zo zagen wij een stuk van Athene wat wij anders nooit hadden gezien, hippe tentjes, parkjes, troep, glas op de weg, heel veel boekwinkels. En weet je wat zo leuk is? Je bent op reis dus alles is nieuw, alles is de moeite waard om te bekijken.
Het mooiste van het eerste deel van de fietstocht was een auto met zijn laadbak vol met bloemen en planten en een luidspreker bovenop die op zijn hardst stond. Op de passagiersstoel een verveeld kijkende vrouw, de bestuurde onderwijl probeerde met de luidspreker op zijn hardst op monotone toon zijn waar te verkopen. Ik denk dat hij daarom zo weinig zaken deed want mensen kinderen wat was dat irritant! een moment begon hij net weer door dat ding te brullen toen ik probeerde hem te passeren (want uiteraard ging hij elke keer een stukje rijden en dan weer op een onmogelijke plek stil staan…) en dat was zo hard dat ik bijna van mijn fiets viel van schrik en daarna oorpijn had. Irritant he…maar we hebben ook enorme lol gehad door hem na te doen in het Nederlands en ons dan voor te stellen wat voor afschuwelijke dingen hij allemaal zou zeggen.

Genieten van een parkje in Athene

Na een lunch in een prachtig parkje met heerlijk geurende dennenbomen kwamen wij de kaart bestuderend tot de ontdekking dat we vlak bij het legermuseum waren en ook nog vlakbij een aantal andere musea. Toch maar op naar een poging tot cultuur dan! Het legermuseum ging bijna sluiten, we hadden nog 20 minuten en mochten best even naar binnen. Omdat er nog maar zo weinig tijd was mochten we gratis. Daar zijn we naar de nationale Galerie gegaan, ook daar mochten we gratis naar binnen, waarom zijn we niet echt achter gekomen maar het schijnt dat er het een en ander gratis was die dag. Ik snap alleen niet waarom het er dan zo doodstil was. In de nationale galerie hebben we onze pootjes kapot gelopen, natuurlijk ook genoten van de Griekse kunst, sommige dingen waren regelrecht afschuwelijk, andere prachtig en sowieso waren de historische schilderijen hartstikke leuk om te zien. Zo heb je dat vaker in musea.

Panorama vanaf het bordes van de Nationale Galerie

Daarna zijn wij zachtjesaan weer eens richting het hotel gefietst, uiteraard met een zo groot mogelijke omweg om maar niets te missen.

Het was een geweldige fietstocht, veel leuker dan de toeristische route. En we zijn zelfs nog andere fietsers tegengekomen. Want je de Atheners fietsen best wel en het kan ook prima. Maar ja…die hillocks he…we ontkomen er niet aan.

Het strand van Patras in de avondzon

Op zondag 25 september zijn wij verder naar Patras gereisd. Helaas bleek de trein niet meer te rijden en moesten wij met de bus. Maar die bustoch was een van de kortste van allemaal en het was echt een prachtige route, langs de kust die zo mooi was dat we het liefst uit wilden stappen om er te blijven. Voor goed.
In Patras zelf waren we al om 13 uur terwijl ons schip richting Venetië pas ’s avonds laat zou vertrekken. We hebben eerst een hele tijd rondgeklooid. We moesten inchecken, we moesten onze bagage kwijt en toen bleek ik ook nog mijn wandelstok in de bus vergeten te zijn die alweer weg was en bovendien hadden we enorme honger. Het heeft wat rondjes gekost maar uiteindelijk was mijn wandelstok gevonden en zou om 19 uur weer in het busstation zijn, hadden we onze bagage in lockers gestopt van het station waarvandaan de trein niet reed en zijn we gaan eten.

Uitzicht vanaf het strand in Patras

En daarna…hebben we enorm genoten van het strand van Patras. Op de fiets zijn we langs de haven en langs de kust gefietst tot we een strandje gevonden hadden. Later zijn we op zoek naar een douche nog een heel stuk verder gefietst en vonden we er een op een ander leuk strandje. Heerlijk was dat om nog even van het water, de zon en alles te genieten.

Strand Patras

We hebben daarna op een totaal verlaten grasveld aan een tafeltje zitten dineren, de bediende was een vrouw die ook de kok was en die geen woord engels sprak. Maar we hebben heerlijk gegeten en een leuke avond gehad!

Zonsondergang in Patras

Zonsondergang in Patras

Daarna hebben wij onze bagage, wandelstok etc. opgehaald en hebben wij een taxi gepakt naar de haven, we bleken namelijk in de nieuwe haven te vertrekken en die was nog wel erg ver fietsen door het donker met koffers achterop.

Dag 21, 22 en dag 23: Athene

Uitzicht vanuit ons hotel over Athene

Vanaf nu zal het aantal blogs en zeker die met foto’s drastisch afnemen tenzij ik de oplader van mijn laptop weer aan de praat krijg. Ik zit hier op een gammele hotelcomputer die op een koffietafeltje staat zodat je je rug moet breken om iets te kunnen typen of lezen op het scherm. Bovendien lijken de toetsen van het toetsenbord haast wel op een ouderwetse typemachine, qua geluid, maar ook qua kracht die je moet zetten om de letters in te typen.

Maar het moge onze pret natuurlijk niet drukken, wij genieten gewoon door terwijl jullie in het ongewisse blijven. Zo’n computerprobleempje is wel het laatste waar we ons druk om maken. Sorry!

Bliksem op de eerste avond in Athene

Zoals al aangekondigd zijn wij in Athene, al een tijdje eigenlijk. We kwamen ’s avonds in de regen aan maar de volgende dag was het stralend weer. Hier en daar een wolkje en een vrij frisse wind. Heerlijk weer dus om de akropolis te beklimmen. Nou houdt Aart niet zo van hillocks, maar we zijn toch op de fiets gegaan en halverwege verder lopend. We waren redelijk bijtijds en later bleek ook dat dat erg goed was want het werd me toch een mierenhoop daar bij het parthenon!

Mierenhoop Parthenon

Parthenon

Uitzicht Parthenon

Theater

Uitzicht Acropolis

Daarna hebben we nog de gevangenis van Socrates bezocht. Het is een rots met een gat er in, maar ik vind dat toch indrukwekkend hoor. De gedachte dat daar zo lang geleden iemand gevangen zat waar we nu nog steeds over lezen en leren. Ineens word het wat meer dan een figuur uit een boek, ineens loop je over een weg die er waarschijnlijk toen ook al was. En dan wil je er ineens nog meer over weten, honder vragen komen in je op. Geschiedenis die tot leven komt!

Gevangenis van Socrates

Dag 22, ik ben vergeten welke dag dat was want ikweet ook niet meer welke dag het vandaag is, hebben we rustig aan gedaan. Het openbaar vervoer en de taxi’s staakten en wij waren een beetje uitgeknepen dus hebben we op het dakterras van het hotel een boek gelezen, geluisterd naar de spreekkoren op het Syntachma plein en de loeiende sirenes. We hebben een ommetje gemaakt en dat was het wel zo’n beetje.

Atheens strand

Dag 23, dat is vandaag, zaterdag of is het nou vrijdag? Nee het is vrijdag volgens mij. Nou ja vandaag wilden we naar het strand, eindelijk! Maar je raad het al, staking van de metro en de tram. Dus heel dapper zijn wij op onze fietsjes gestapt en hebben we de ongeveer 7 km naar de kust afgelegd. Dat was een hindernissenbaan heuvel afwaards en we beseften ons al gauw dat heuvel op een zware en nare aangelegenheid zou worden. We deden ernaar beneden al meer dan een uur over, naar boven zou nog veel langer duren. En veel lopen worden… Maar het kon ons eerlijk gezegd niets schelen, we zouden het dan wel weer zien, eerst genieten. En dat hebben we gedaan! ’s ochtends hebben we op een strandje tussen de oude Grieken gezeten. Ze kwamen af en aan om even een duik te nemen. ’s middags zijn we verkast naar een strandje iets verder weg om eerst te lunchen met een enorme Griekse salade met brood en daarna neer te strijken op een privestrand van een hotel. Niet omdat we nou van die luxebeesten zijn, maar omdat we wel een parasol met wat schaduw konden gebruiken. Het was een heel rustig stuk zee in een baai dus heb ik een flink eind gezwommen, een boei gerond en toen mijn luie kont weer op de ligstoel neergelegd. Ook heb ik heel decadent een massage genomen van een klein kittig Chinees dametje die me goed te grazen nam. Ze zag er nog wel zo lief uit! Haha! Terug hebben we eerst een stukje gefietst en toen besloten een taxi te nemen. Dus heb ik me op de weg geworpen en na nog geen 5 minuten had ik er eentje te pakken die ons de hele heuvelopwaardse weg omhoog heeft gebracht. Oh wat was dat lekker! We zagen uit het raam de hobbels, de mensen op de weg, de drukte en we beseften ons dat het fietsend een bijna onmogelijke opgaaf was geworden. Of misschien wel mogelijk, voor sportievelingen die niet juist toe waren aan het avondmaal.
Morgen hebben we het plan om een stuk door het oude Athene te gaan fietsen en zo nog het een en ander te zien. Maar ik heb al eerder gemerkt dat het met plannen niet altijd zo gaat als je bedacht hebt, dus we zien wel. In ieder geval word het fietsen want lopen willen we even niet meer.
Overmorgen vertrekken we van Athene naar Patras, daar schepen we ’s avonds in op de veerboot die ons naar Venetie zal brengen. Op de boot verblijven we twee nachten en 1 hele dag daar tussenin. En dan gaan wij onze laatste daagjes in Venetie doorbrengen. Jeetje wat gaat de tijd toch snel!

Dag 19 + 20: Op reis Istanbul – Thessaloniki – Athene

Uitzicht op de Acropolis vanuit ons hotel in Athene

Afgelopen dagen waren weer reisdagen en ik moet zeggen, ’t is toch wel knap vermoeiend. Je doet niets, maar toch ben je doodmoe van alle indrukken. Tegelijk is het je verplaatsen van de ene naar de andere plaats de hele essentie van reizen. Het vervoer op zich is al een beleving, maar het uitzicht wat je hebt als je je per bus of trein verplaatst is ook heel boeiend. Het glijd aan je voorbij terwijl je rustig zit te kijken. Ik vind geen rust, kan niet slapen in een trein of bus waaraan een onbekend landschap voorbij glijd, ik moet gewoon kijken. Aart lijdt aan hetzelfde syndroom, rust is er niet bij.

Dus heb ik heel veel gezien de afgelopen dagen.
Op maandag zijn wij met de dagbus van Istanbul naar Thessaloniki gegaan. De Grieken hebben in het kader van de bezuinigingen de filia express, de treinverbinding in samenwerking met Turkije, stilgezet en dus bleef er niet veel anders over dan een bus. Niet ons favoriete vervoermiddel, maar beter dan het vliegtuig. Dus stonden wij maandag keurig 1,5 van te voren op het busstation. Totaal onnodig maar we konden kiezen uit veel te vroeg zijn of aan de krappe kant zijn. We hebben onze ogen uitgekeken.
Het mooiste was een bus, gewoon zo’n soort touringcar, die voor onze neus stopte en waar een hele lading Turken uit kwam. Op zich niet raar in Turkije natuurlijk, daar zie je ze wel meer. Maar toen ging de laadklep open en kwam me er toch een hoeveelheid bagage uit. Grote zakken met nootjes en andere waar. En met groot bedoel ik enorm, de zakken moesten met een steekwagentje verplaatst worden en kwamen tot mijn navel. Maar ook boodschappentassen vol met van alles en nog wat. Onze conclusie: ze waren naar familie op het platteland geweest en hadden van alles meegekregen. De tassen en zakken werden vervolgens overal neergezet zodat niemand er meer langs kon en toen gingen ze zitten wachten. Uiteindelijk kwam er een kleiner busje (wat er uitzag als de minibusjes van het stadsvervoer) wat ze helemaal volpropten en waartussen ook nog allemaal mensen moesten zitten. Prachtig gezicht!
Zo begon onze reis naar Thessaloniki goed. Het was een prima reis, maar het was wel een bus en na een uur of 11 zitten heb je toch echt een houten kont! En na 11 uur verwonderd uit het raampje staren ben je natuurlijk ook doodmoe.
In Thessaloniki bleken we vlakbij het station een hotel te hebben, maar we wisten helemaal niet waar de bus gestopt was. Niet bij het station, ’t was gewoon een straat. Maar na een onderzoek van mij kwam ik er al gauw achter dat we wel bij het station waren, ergens aan de zijkant. Het hotel was gauw gevonden maar iets minder gauw bereikt omdat we om moesten fietsen vanwege een enorme opgraving waar zeker honderd gele helmpjes als gekken aan het graven, schrapen en vegen waren.
De nacht wil ik het liever niet over hebben. Na zo’n lange dag zitten in de bus verlang je naar een lekker zacht bed en een koele kamer… nou dat was het dus niet. Aart noemt het een zelfmoordhotel, zegt dat genoeg?

Station van Thessaloniki

Gisteren, dinsdag dus, zijn we ’s ochtends weer naar het station gegaan om een kaartje te kopen voor onze treinreis naar Athene. In de regen. En weer was er genoeg te zien.
De trein stond een uur voor vertrek al zonder locomotief op het station. Wij waren er van overtuigd dat dat ‘m niet kon zijn, vanwege de tijd en…vanwege het uiterlijk. Maar niets bleek minder waar. Een half uur voor tijd kwam de locomotief en de trein die van buiten helemaal beklad was met graffiti, bleek van binnen een ruime moderne koele trein.

Onze trein met de locomotief

En zo hadden wij nog een dag met een landschap wat aan je voorbij gleed. Een prachtig landschap. Tussendoor heb ik nog wel kans gezien om mijn spannende boek uit te lezen maar verder, hebben we wederom de hele dag uit het raam gekeken. En het weer was niet zo mooi weer. Heel bijzonder is het om een totaal verdroogd en vergeeld landschap te zien met daarboven een vieze grijze lucht. Het is een onverwacht contrast, zeker als je langs kaalgebrande stukken rijd. Dat strookt gewoon niet met het gebrek aan zon en veel water.

Uitzicht uit de trein naar Athene

In Athene zijn we vervolgens heel stoer naar het hotel gefietst…Door de regen en door de slechtste buurt van Athene. Maar we hebben het ook deze keer weer overleefd. De stand is nu dat we maar 1 keer een taxi hebben genomen, dat was naar het busstation in Istanbul want dat lag kilometers uit het centrum en daar moesten we vrij vroeg zijn. Verder hebben we alles op de fiets of lopend gedaan tot nu toe, ook binnen de steden zelf. Best een prestatie eigenlijk al zeg ik het zelf.

Vandaag gaan we Athene verkennen, de acropolis roept ons toe vanaf de heuvel die we prachtig kunnen zien vanuit ons hotel. We zitten op de 7e verdieping en hebben het mooiste uitzicht. Aan de andere kant van de gang zit een enorm terras, bijna voor ons alleen. We zitten hier wel goed, aan het randje van de foute buurt.

 

Dag 14, 15 en 16, Hillocks en docks

Panorama vanaf het water
Toen wij ruim een week geleden in de Lonely Planet lazen dat de citadel die we gingen bezoeken op een hillock lag dachten we nog dat het peanuts zou zijn om daar even naar toe te fietsen. Een hillock is immers een heuveltje. Nou en heuvels in Nederland zijn makkelijk te bedwingen. In Amersfoort hebben wij de vluchtheuvel en vlakbij de Utrechtse heuvelrug. Dat is allemaal niets vergeleken bij de Amersfoortse berg, wat dus een ware berg is en een enorme beklimming.

Onze berg- en heuvelperspectieven zijn aardig veranderd sinds we proberen de steden op onze vouwfietsen te bedwingen. Iets wat op de kaart goed te doen lijkt blijkt in het echt regelmatig op of achter een heuvel te liggen. Andere keren komen wij er na een stevige klim achter dat we bovenop een heuvel beland zijn waar we vervolgens net zo hard weer af moeten om ons doel te bereiken. En onze vouwfietsjes met drie versnellingen zijn niet écht berekend op ‘hillocks’ van 30%. Dus regelmatig hoor ik Aart roepen dat hij echt geen meter meer omhoog gaat en dat hij niet wéér een hillock op wil. Maar toch doen we het elke keer weer, want om je doel te bereiken…
Woensdag (dag 14) had ik een cameraloze dag. Heerlijk om zonder het gewicht rond te lopen en je niet af te hoeven vragen of je wel of niet je camera tevoorschijn moet toveren. Hoewel ik het heerlijk vind om te fotograferen en zo de plaatsen die ik bezoek te vangen, is het toch ook een andere manier van kijken. Je kijkt niet of je iets mooi vind, maar of iets mooi zou zijn op een foto.
We gingen deze dag naar de Bazaar, om rond te kijken en om in te slaan. Want Istanbul is een geweldige stad om te shoppen. Alleen vind ik de plaatsen waar je dan heen gestuurd wordt door de gidsen niet echt leuk, daar ben ik dan een hele rare in. Maar goed de Grand Bazaar is oud en ik hoopte iets aan te treffen zoals in de souqs van Marokko. ’t was heel anders, wel mooi, ook leuk, maar ook duidelijk erg toeristisch. Maar toen wij aan de andere kant de bazaar uit liepen met als bedoeling iets anders te gaan doen, toen werden we gelukkig. Ineens waren er bijna alleen nog maar Turken, het was een andere stad! Weg toeristen en overal handel. Een straat met allemaal knopenwinkels, vervolgens een straat met allemaal sjaals en hoofddoekjes en ga zo maar door. We hebben ergens verstopt in een achterafsteegje tussen de Turkse mannen thee gedronken onder een dak van druivenbladeren. De Turkse mannen drinken hier geen koffie, zoals ik altijd dacht, maar thee. Heel veel thee op kleine krukjes aan kleine tafeltjes. Het heeft iets heel aandoenlijks om van die grote mannen te zien zitten met hun knieën zowat bij hun oren terwijl ze ondertussen genieten van de çay (thee) met heel veel suiker en een potje trictrac spelen.
De winkels zijn hier gegroepeerd in han’s, dat betekend dat je voor een bepaald artikel naar een bepaalde buurt moet gaan.
Overigens was Aart erg onder de indruk van mijn onderhandelingstechnieken. Natuurlijk heb ik al geoefend in Marokko, maar hij had niet verwacht dat ik zo hard zou zijn of dat ik gewoon weg zou lopen als ik mijn zin niet kreeg.

Op dag 15 wilden wij gaan fietsen maar Aarts zadel was na zijn valpartij wel erg scheef gaan staan en zijn band was wat leeg. En zo kwamen wij er achter dat we praktisch tegen de fietsenhan aan zitten. En zo konden wij een nieuw zadel krijgen (en een opgepompte band) en zagen we zelfs electrische vouwfietsen te koop staan. Uiteraard trokken onze fietsjes weer veel bekijks en wilden allerlei Turken foto’s maken met hun mobieltjes. Misschien wel om de betreffende fietsen eens op te zoeken voor hun eigen winkel.
We zijn over de brug naar de overkant van de Golden Horn gefietst en hebben daar een heel eind langs het water gereden. Helaas was toen Aarts band verdacht leeg en waren we onze fietspomp(je) in het hotel vergeten. Dus op zoek naar een fietsenwinkel/reparateur. Nou dat was een hele zoektocht want we zaten dus aan de andere kant van het water en die fietsenhan was dus in geen velden of wegen te bekennen. Maar na stug blijven vragen gingen mensen opeens in dezelfde richting wijzen. En ja hoor, daar op het hoekje zat iets waar Bicicleti op een aftands bordje stond. Met ons taalgidsje en een hoop handen en voetenwerk hebben we kunnen aangeven dat die band lek was. Wat hebben we een lol gehad! Het was een soort kelder en daar waren wel 3 mannen zich aan het bemoeien met die ene band. Er liep een kip rond en ze hadden een hoop praatjes. Ze klopten Aart eens op zijn dikke buik, zeiden dat hij die banaan niet moest eten en maakten een hoop grappen.

Aarts vrienden

Daarna zijn we op pad gegaan naar het Turks leger museum wat Aart op zijn verlanglijstje had staan. Hij hoopte iets te zien over de yanitsaren, de soldaten van de sultan en er zou een concert zijn met legermuziek.

En toen kwam dus de echte hillock, eerst leek het wel mee te vallen, maar toen kwam er ineens nog eentje. We kregen het fietsend echt niet voor elkaar dus zijn we gaan lopen. Pfoei, dat is nog eens goed voor je conditie! Zwaar! Aart heeft wel 4 keer geroepen dat hij geen meter meer omhoog ging. Maar uiteindelijk hebben we natuurlijk gewoon de top gehaald en Aarts museum bezocht. Dat was trouwens enorm nationalistisch, ze vertelden over allerlei oorlogen hoe geweldig ze waren geweest en hoe achterlijk die anderen. Wel interessant om te zien hoe ze daar over denken. En ze hadden een enorme verzameling wapens, schilden, harnassen, helmen etc. Het viel toch een beetje tegen, die yanitsaren waren nauwelijks te bekennen en het concert met legermuziek ging niet door, bovendien hadden wij van al dat geklim bibberbenen gekregen en helemaal geen zin om door een gigantisch museum te sjokken. Gelukkig hebben we de trappers op de terugweg nauwelijks hoeven aanraken. En we hebben weer een mooi stukje Istanbul bekeken, ditmaal het modernere Europese deel waar de dure winkels staan en de rijke Turken gaan winkelen. Ook erg leuk om te zien.
Vandaag, dag 16, zouden wij eigenlijk naar de prinseneilanden gaan. Maar dat was wel een hoop gedoe en we waren moe, niet echt vroeg op en hadden eigenlijk niet zo veel zin. Dus hebben we besloten het niet te doen en gewoon bootjes te gaan varen. Gewoon zien hoe ver we de bosporus op konden komen. Eerst zijn we enthousiast in een gewone ferry gestapt, naar het Aziatische deel (voor de 2e keer). Alleen konden we van daaruit helemaal de Bosporus niet op. Dus zijn we weer op de ferry terug gestapt. Heerlijk, dat ding vaart lekker hard, je voelt het water spetteren en je kunt van alles zien. Dus al hadden we de hele dag heen en weer moeten varen, dan hadden we nog genoten. De ferry’s zijn gewoon een alledaags vervoermiddel net als de trams, bussen en metro’s. Er zit tenslotte nogal wat water tussen de verschillende onderdelen van de stad.
Terug waar we vandaan kwamen wilden we uit gaan zoeken hoe we zo ver mogelijk de bosporus op konden toen we tegen een boot vol Turken aanliepen die een rondje Bosporus ging maken voor een behoorlijk laag bedrag. Als wij steeds ferry’s hadden moeten nemen hadden we daar veel meer voor moeten betalen! Dus daar zijn wij ingestapt en hebben wij heerlijk op zitten genieten van het water, de zon en het uitzicht.

Wij zitten te genieten

Een van de grote vaarflatgebouwen

De Bosporusbrug

Istanbul vanaf het water

Bosporus brug

Istanbul vanaf het water

Eilandje op de Golden Horn

Daarna hebben wij in een aftands straatcafé brood met gegrilde vis gegeten en daarna heb ik nog ergens een gegrilde maiskolf gekocht bij een kraampje. De vis was heerlijk, de mais droog en koud.

Vis eten aan het water
Al met al hebben we echt een heerlijke dag gehad, ’t was dan niet op een Prinseneiland, maar dat water heeft een onnoemelijke aantrekkingskracht op ons. Misschien stappen we morgen of overmorgen wel weer op een boot…
Nou ja, morgen niet, morgen zetten we voor het eerst de wekker en gaan we naar de Aya Sofia en de Blauwe moskee. Ik kleed me netjes aan met een lange broek en een hoofddoek en Aart knoopt zijn overhemd tot boven dicht en laat gauw een baard staan! Zo gaan we eens naar dat moois kijken. En overmorgen…dan gaan we nog een laatste dagje genieten, waarvan dat weten we nog niet, maar we hebben erg veel zin in onze laatste daagjes Istanbul. We zijn zo blij dat we zo veel tijd hier hebben!

Foto’s volgen nog! (nagekomen bericht…de foto’s willen niet zo momenteel, meer volgt!)

Dag 13: Istanbul — Üsküdar, Harem en Kadiköy

Op de veerpont naar de overkant

Liefde, soms voel je gewoon liefde voor een plaats waar je bent. Moeten jullie al braken van onze liefdesverklaringen aan de stad Istanbul? Wij raken er zelf niet over uitgepraat. Ook vandaag hebben we weer met volle teugen genoten. Van de knapperige kipdöner bijvoorbeeld die wij kochten aan de overkant van de bosporus.
Vandaag hadden we een fietsdag ingepland om onze voeten en benen (en heupen) een dagje rust te geven. Dus zijn wij met de boot naar het Aziatische deel gegaan. Wat een verademing om eens niet omgeven te zijn door (andere) domme toeristen, om gewoon tussen de Turken te zitten. Ook aan deze kant is het overal loeidruk, maar toch is het totaal anders omdat het authentiek is. Authenticiteit is iets wat me blijft boeien. Het is als ware alsof je wil dat je als reiziger en buitenstaander (want dat ben je) een kijkje krijgt in de wereld van de echte Turken. Een soort diep verlangen om er ook een beetje bij te horen, om begrip te krijgen over hoe het land echt is, hoe het ademt en beweegt. Wij komen hier niet alleen om mooie dingen te bekijken, maar ook om hier te zijn. Wij willen niet dat we onderdeel van de toeristen zijn maar willen onderdeel van de stad zijn. Waarom? Omdat de stad onderdeel is van ons. Liefde dus, daar had ik het over. Gezellig op een bankje over het water kijken zittend naast een wat oudere (dat is synoniem voor ik weet het niet precies maar ouder dan ik) Turkse vrouw. Mét hoofddoek en mét sigaret. Ze had een hoop te vertellen. Wát? Dat weet ik niet, maar het was erg gezellig. Uit de gebaren maakte ik op dat ik moest stoppen met vijgen eten omdat ik anders zou gaan overgeven. Maar misschien was dat me ook ingegeven door het gevoel dat ik misschien niet nog een zesde vijg moest eten omdat ik anders zou ploffen.

Moda

Üsküdar dus en Harem en Kadiköy zijn wijken op het Aziatische deel waar de meeste Istanbullus wonen. We kregen een kijkje in hoe het ware leven is in Istanbul.
Val ik al in herhaling? Ik zal een samenvatting geven, we hebben genoten op de veerboot van het water, we hebben ons ongans gefietst op de heuvels van Aziatisch Istanbul, genoten van de zee, de omgeving, het uitzicht en weer genoten van de boot op de terugweg. Wat is het leven toch mooi.

Genieten van de zon, de zee en het uitzicht

Alleen jammer dat de dag begon met een stukke fiets, ketting er af, snelbinder kapot, Aart die van de zijne viel (hoe dat snap ik nog steeds niet) en nu gebutst en gedeukt is en een scheef zadel heeft. Maar toch houden we nog steeds van Istanbul.

Aart heeft er nog erg veel zin in!

 

Dag 10, 11 en 12: Een lange treinreis en een boers paleis (Bucuresti – Istanbul)

Onze trein op weg naar Istanbul

Onze trein op weg naar Istanbul

Het zijn drukke dagen geweest en toch ook weer niet.  Zaterdag zijn wij in de trein naar Istanbul gestapt, een lange lange reis, dwars door Roemenië, Bulgarije en Turkije naar de grote metropool. De reis door Bulgarije was werkelijk prachtig, wát een mooi land. We hebben bijna spijt dat we geen tijd hadden om daar te stoppen en het moesten doen met het landschap wat aan ons voorbij gleed in de trein. Zo mooi! Hieronder een paar foto’s van deze treinreis.

De natuurlijke grens tussen Bulgarije en Roemenië

Onze slaapwagon en een station in Bulgarije

De onderkant van onze trein, uitstappen midden op het spoor

De echte oriënt express

Uitzicht vanuit de trein, Bulgarije

De treinreizen blijven bijzonder, je ontmoet medereizigers. Een Brit van middelbare leeftijd die voor het eerst in zijn leven echt op reis was. En stel rastafari’s, nou ja het waren wannabe’s want ze hadden wel rasta maar geen kleurtje. Vanalles en nog wat. En onze conducteur, host of hoe noem je zo iets, was zo breed (lees: nogal stevig) dat hij zich alleen zijdelings door de gang van onze wagon kon verplaatsen. Onze coupe was gelukkig tot onze opluchting ditmaal toch echt wat groter, het scheelde maar een halve meter in de breedte, maar daardoor konden we onze bagage + fietsen deze keer wel fatsoenlijk kwijt.

Heel vroeg in de avond zijn wij al gaan slapen (het was een uur of negen) omdat we wisten dat we rond een uur of één er weer uit moesten bij de grens van Turkije om een visum te kopen en door de douane te gaan. Maar het werd een erg onderbroken slaap. We hebben uren stil gestaan, gewacht op nieuwe locomotieven. En wat het ook niet beter maakte, rond een uur of één stonden we dus stil op een station. En hoewel we wel wisten dat het Turkije niet kon zijn (alles in het cyrillisch zoals ze in Bulgarije doen) konden we toch niet echt rustig gaan slapen. We dachten er namelijk bijna te zijn. Na nog een paar uur dommelen kwamen we uiteindelijk pas om vier uur ’s ochtends bij de douane uit. En dat duurde lang, vreselijk lang! Sta je dan te wachten en te wachten en te wachten met je totaal duffe hoofd. En uiteindelijk bleken we dus inderdaad meer dan twee uur vertraging te hebben. En dat alles in een trein zonder wc-papier, een hele tijd lang zonder stroom (zodat de wc niet doorgespoeld kon worden) en zonder bistro-wagen of een andere vorm van voedselvoorziening. Maar gelukkig hadden wij het goed voor elkaar en hebben wij heerlijk gedineerd met worst, tomaat, brood, pretzels, komkommer en fruit. Maar wat waren we gaar toen we eenmaal aankwamen in Istanbul!

Istanbul Panorama

De aankomst in Istanbul was spectaculair, prachtig uitzicht over het water en de verschillende delen van de stad. Misschien toch nog even wennen zoals we in elke stad moesten? Nou nee, het gevoel van ontheemding kwam niet! We zijn zo enthousiast, we zijn zo verliefd op Istanbul. Het voelt niet als thuiskomen, want ons huis staat in Nederland in een rustige straat zonder toeristen. Maar het voelde wel heel vertrouwd, goed, prettig, mooi en leuk. Het voelde als thuiskomen op reis. Als aankomen op een van die mooie plekken die de wereld te bieden heeft.

Istanbul bij de Galatabrug

Aart heeft het al uitgevogeld, hij wil hier wonen. Aart wil altijd wonen op plekken die hij prachtig vind, er hebben al heel wat plaatsen de revue gepasseerd dus mensen maak jullie geen zorgen, wij blijven gewoon in Amersfoort.

Maar genieten doen we, van deze prachtige stad. Het is hier druk, enorm druk en het water heeft een aantrekkingskracht die niet te beschrijven is. Het geeft de stad iets extra’s, iets wat ons doet verlangen er te blijven. En in het water te springen. Maar het water is hier ronduit smerig dus we beraden ons nog op een verkoelingsplan, anders word het Athene waar we in de zee springen.

De dag van aankomst hebben we eerlijk gezegd niet veel gedaan. Eerst zijn we op zoek gegaan naar een lunch. Normaal kopen we dan een brood en beleg en water en dan lunchen we ergens op een bankje, maar we waren moe en zagen ook geen minimarket of supermarkt. We zitten in een supertoeristisch gedeelte waar je voor alles de hoofdprijs betaald. Maar onze doorzetting loont. Tijdens het rondlopen zagen we een klein straatje en natuurlijk waren we veel nieuwsgieriger wat daar dan achter zat. En zo kwamen we bij een bakker uit die ons heerlijk kaasbrood liet proeven en waar we voor een habbekrats heerlijk hebben gegeten en thee gedronken. Daarna hebben we voor nog een habbekrats een enorme zak fruit gekocht en zijn we terug naar het hotel gegaan en in bed gedoken. We hebben uren geslapen en zijn toen aan het einde van de middag de straat op gegaan. We hebben heerlijk over de kade gelopen en genoten van alle mensen (voornamelijk Turken zelf) die rondliepen, broodjes vis aten, maïskolven en nog veel meer. Hoe vermoeid we ook waren, we hebben volgens mij enorm lopen glunderen.

Gisteren hebben we eerst in ons rooftoprestaurant van het hotel ontbeten, prachtig uitzicht en heerlijk ontbijt. Heel uitgebreid ook, maar ik moet wel zeggen dat ik ’s ochtends niet zo veel zin heb in feta met olijven, ui, paprika, tomaat en dat soort dingen. Gelukkig is er daarnaast nog genoeg over om mijn ontbijt van samen te stellen. En dat dan op te eten in het zonnetje met de wind door je haren en uitzicht over de Bosporus en de Golden Horn. En het eten wat wij ’s avonds eten is ook al zo verrukkelijk, uiteraard zoeken wij de restaurantjes uit waar niet alle toeristen zitten en die er ook ietwat minder gelikt uit zien. Want je kunt gewoon op straat heerlijk eten.
Na het ontbijt hebben wij het Topkapi paleis bezocht. Want hoewel Istanbul voor ons ook wel even een rustmomentje is (even geen uren in de trein zitten, koffers sjouwen etc.) willen we natuurlijk toch ook wel het een en ander zien. Feitelijk hebben we een enorme verlanglijst en moeten we nu ook eigenlijk weer weg. Maar we zijn best wel een beetje gaar nog van de reis en de afgelopen weken rondsjezen dus we doen rustig aan.
Het paleis was interessant, maar we waren eigenlijk verbaasd over de lompheid ervan. De gebouwen zijn van buiten echt heel mooi, maar van binnen zijn ze lomp en niet verfijnd. Misschien dat er vroeger overal kleden lagen ofzo, maar wat we nu zagen waren gewoon lompe grove stenen. En je moet al je verbeeldingskracht gebruiken om mensen in zo’n paleis te zien wonen. En dat is natuurlijk wel leuk, om je te bedenken dat die sultan daar woonde, met zijn vrouwen, zijn concubines en zijn eunuchen. Met zijn kinderen (dat moeten er nogal wat geweest zijn met zo veel vrouwen)  en zijn gevolg. Maar een ding moet gezegd, de tegels en het inlegwerk wat we hier en daar aantroffen waren echt prachtig!

Uitzicht vanuit het Topkapipaleis

Holle boom

Topkapi Paleis

Topkapi Paleis