Een jaar geleden (8) hieperdepiep Hoera! (?)

Lucas 1 jaar

‘Een jaar geleden’s, daar zijn er een heleboel van. Maar geen enkele van het afgelopen jaar had tot nu toe dat gouden randje wat deze dag heeft. Een jaar geleden lag ik op deze dag in mijn ziekenhuisbedje te wachten op de gynaecoloog. Eerder die week was ik weer opgenomen, deze keer met een bloeddruk van 210/140, onacceptabel en een duidelijk signaal dat ik niet zwanger kon blijven rondlopen tot aan de veertig weken. Ik was 35 weken zwanger, te vroeg natuurlijk, maar de baby had een hele goede kans buiten de buik met deze termijn. Twee keer kreeg ik een ballonkatheter om zo mijn bevalling op gang te brengen. Helaas was ik eerder die nacht weer ziek geworden en was mijn bloeddruk ondanks het infuus en 12 bloeddrukverlagende pillen op een dag toch weer te hoog geworden. Ik had een tweede infuus gekregen en de mededeling dat ik nuchter moest blijven omdat mijn kind de volgende dag, woensdag, hoe dan ook geboren moest worden. Als ik voldoende ontsluiting had dan zouden ze mijn vliezen breken en het via de natuurlijke weg proberen en ander zou ik een keizersnede krijgen.
Ik moet stiekem nog een beetje gniffelen om die nacht. Ik wist dat het niet goed was toen ik op het belletje drukte, hoewel je van een hoge bloeddruk niet heel veel voelt herkende ik inmiddels de pijn in mijn lever en de vage drukkende hoofdpijn. Aart lag naast me op een stretcher in afwachting van de bevalling en werd wakker van alle poeha. Toen iedereen even weg was om te overleggen zei ik tegen Aart: “gauw, geef me chocoladekoekjes, ze gaan me vast zometeen vertellen dat ik nuchter moet blijven en ik heb honger”. Mijn partner in crime en ik aten gauw een halve doos koekjes leeg voordat de arts en verpleging weer terugkwamen en inderdaad, ik kreeg wat ik voorspeld had, ik moest nuchter blijven. Het verhaal over het klysma wat ik vervolgens ’s cohtends kreeg en de uitgevallen ballonkatheter zal ik jullie besparen maar ik weet nog dat ik tegen de verpleegkundige die het me mededeelde riep: “welja, ik krijg alles wat ik nooit gewild had. Nou vooruit dan maar weer.”
Om 10 uur kwam de gynaecoloog en tot ons grote geluk voelde ze dat ik voldoende ontsluiting had om de vliezen te breken. Ik ben nog steeds nieuwsgierig hoe ze dat nou deed want het voelde heel raar, als scheurend rubber en ineens liep er een plens vruchtwater uit me. Daarna werd ik naar de verloskamer gebracht en moest ik op het hoge verlosbed klimmen. Wát een martelwerktuig! Daar had ik sowieso al nooit op willen bevallen, maar nu moest ik er ook nog eens op gaan liggen, hard en oncomfortabel, alsof ze daarmee willen voorkomen dat bevallingen te lang duren. Eten wilden ze me liever niet geven, maar ik kwam zowat óm van de honger dus ik was écht niet van plan op een lege maag te gaan bevallen. Nou een beschuitje met jam mocht wel. “Gadver” riep ik, “dat lust ik niet hoor, doe nou maar gewoon een boterham met kaas!”. Uiteindelijk na wat gehannes mocht ik wel crackers met kaas en ook wel een appel en wat thee. Crackers met kaas ben ik blijven eten totdat de weeën op gang waren, toen had ik geen tijd meer, die appel is er nooit van gekomen maar heeft Aart uiteindelijk opgegeten omdat hij door alle drukte was vergeten te eten. De thee was uiteindelijk mijn redding. Ik wil iedereen adviseren om te bevallen met lauwe thee, dat is echt geweldig en precies wat een vrouw nodig heeft op zo’n moment.

Helaas kwamen mijn weeën maar half op gang dus werd ik na een uurtje aangesloten op een infuus met weeënopwekkers. Dat zorgde overigens even voor wat hoofdbrekens voor de gynaecoloog want ik had al twee infusen en deze medicatie mocht niet tegelijk met die andere twee door één infuus. Er was even sprake van dat ik een derde infuus zou krijgen maar gelukkig besloot men één medicijn te stoppen waar ik toch al niet al te lang mee door mocht gaan. Ik lag al op dat verlosbed met twee infusen, een blaaskatheter, een bloeddrukband een ctg-band om mijn buik en een draadje op het hoofd van Lucas om zijn hartslag te meten, ik vond het wel mooi geweest. De weeënopwekkers deden hun werk, binnen no time vlogen de weeën me om de oren. Puffen op altijd is kortjakje ziek had ik gelezen dus dat deed ik braaf. Totdat ik hyperventilerend in paniek raakte en een kordate verpleegkundige me vertelde dat ik misschien beter gewoon in drieën kon puffen. Dat is inderdaad in een weeënstorm misschien verstandiger, je moet namelijk ook nog af en toe ademhalen. De weeënopwekkers werden uiteindelijk maar uitgezet want ik had wee op wee op wee. Dat hielp helaas nauwelijks, mijn lichaam vond het blijkbaar wel een goed idee om de baby er zo snel mogelijk uit te werken.

Ik heb bijna de hele bevalling mijn ogen dicht gehad, af en toe sommeerde ik Aart me thee te geven. Deed hij het niet snel genoeg dan werd ik boos. Thee, lauwe thee moest het zijn. Eerst wilde ik dat persé uit een gewoon glas maar uiteindelijk zei ik: “doe het nou in zo’n verrekte tuitbeker man, dit wérkt toch niet?!” Arme Aart had het wel te verduren. Niet dat ik nou zo’n enorme bitch was en lelijke dingen zei, maar hij was doodziek en ik liet hem maar rennen. En toen de kordate verpleegkundige weg moest omdat iedereen op de afdeling tegelijk besloten had te gaan bevallen pufte Aart met me door de weeën heen tot hij zelf bijna van zijn stokje ging. Behalve wat losse commando’s lag ik totaal in mezelf gekeerd en geconcentreerd op de bevalling weeën weg te puffen. Ik heb me nog nooit zo verbonden gevoeld met mijn lichaam als toen.

Om 10 uur werden mijn vliezen gebroken, om 11 uur kreeg ik weeënopwekkers, om 12 uur had ik 5 cm ontsluiting, om 13 uur had ik 6 cm ontsluiting. Om 13.30 u kwam de verpleegkundige vragen of ik misschien pijnstilling wilde. Ik had inmiddels al een anderhalf uur durende weeënstorm. “NEE!” Riep ik. “Wacht! wat hebben jullie?”. En zo geschiede dat ik om 13.30 u een prik in mijn been kreeg zodat ik een héél klein beetje op adem kon komen. Daarna verdween iedereen weer uit mijn kamer behalve Aart. Een klein half uur later voelde ik ineens énorme persdrang. “Aart” riep ik, “ik moet persen”. Waarop Aart zei dat hij al op het belletje gedrukt had. Omdat dacht dat dat niet snel genoeg zou gaan zette ik het op een gillen: “HELP! HELP!” riep ik. Het was even door mijn hoofd geschoten om brand brand te roepen maar ik dacht dat help ook wel effectief zou zijn in een ziekenhuis. En inderdaad, binnen een paar seconden stonden er drie mensen aan mijn bed. “Puffen, puffen, puffen” riep de verpleegkundige, “ander scheur je uit, dat zou zonde zijn”. Ja dacht ik, dat zou zonde zijn dus ik deed een halfslachtige poging tot puffen. En daarna mocht ik persen, nou ik kón ook niks anders meer. Ik voelde niet eens weeën, mijn lijf gooide gewoon in één grote ruk mijn kind er uit. Het was een soort niet tegen te houden oerdrang.

“Wendel, doe je ogen eens open, hij is er”. Voorzichtig deed ik mijn ogen op en daar was mijn kind, hij huilde schrille kreetjes. Mijn piepkleine baby, geboren met 35 weken en 3 dagen. Ik kreeg hem op mijn borst onder de deken. Heel even mochten we genieten met zijn drieën, toen werd hij meegenomen door de kinderarts en kornuiten.

IMG_0863

De rest van de dag verliep minder feestelijk. Aart ging met Lucas mee en ik lag in mijn eentje bij te komen van de bevalling. Ik was er zonder kleer- of andere scheuren vanaf gekomen en voelde me prima. Maar ik mocht niet naar mijn kind, ik was te ziek en het was verschrikkelijk druk op de afdelingen. De hele middag heb ik liggen brullen van ellende, ik wilde mijn kind, ik wilde bij zijn eerste voeding zijn, ik wilde hem aanraken en bekijken. Maar het kon niet. Aan het einde van de middag was ik in staat om alle infusen en katheters er uit te rukken en desnoods kruipend naar de neonatologie te gaan toen een voedingsassistente mij druipend van tranen aantrof in mijn bedje en niet veel later terug kwam met een verpleegkundige die me verzekerde dat ik in élk geval die dag mijn kind nog zou zien.

Dat werd uiteindelijk om 22 uur ’s avonds. Lucas werd met couveuse en al naar mijn kamer gebracht en ik mocht een uur lang met hem op mijn blote borst liggen. Genieten! En het mooiste was, dat kleintje dat maar niet op temperatuur wilde komen in zijn eentje in de couveuse, trok helemaal bij en dat bleef zo tot hij een aantal dagen later al uit de couveuse mocht.

Het was een dag van uitersten, extreem geluk, een bevalling die ik ondanks de heftigheid van de weeënstorm, zo nog eens over zou willen doen vanwege het oergevoel. Maar dat verdriet omdat ik niet naar mijn kind mocht, datzelfde oergevoel dat maakte dat ik het gevoel had dat dat móest! Ik hoop zoiets nóóit meer mee te maken!

Vandaag is het ook een dag van uitersten. Ik ben zo trots op Lucas, zo trots op alles wat hij doet. Ik ben zo dol op mijn ventje. Een jaar alweer, ik weet nog steeds niet of ik daar nou om moet lachen of om moet huilen. Een jaar is voorbij gevlogen, een jaar waarin verschrikkelijk veel is gebeurd. Maar een jaar is ook een mijlpaal, mijn kind is geen 0 meer maar 1, hij heeft een leeftijd.
Maar ik voel me ook verdrietig, ergens aan de rand, omdat we deze dag niet samen kunnen vieren met Aart. Aart die zo trots geweest zou zijn, die zou hebben lopen opscheppen over zijn kind. Aart had hier bij moeten zijn en moeten helpen met slingers ophangen. Mijn hart is in twee stukken, een stuk blij, gelukkig en trots en een stuk intens verdrietig. Hieperdepiep Hoera!?

Advertenties

Arme mensen

Arme mensen om mij heen denk ik soms. Ik heb af en toe de neiging om ietwat hardvochtig te zijn. Mensen schrikken zich vaak het apenlazarus als ik zeg: “nee, ik heb geen man meer, die is dood” of “nee Lucas heeft geen vader meer, die is dood.”. Dan schrikken ze trouwens nog erger want Lucas is natuurlijk nog maar een baby. Dan zie je ze denken: dat kan nooit lang geleden zijn geweest, hoe zit dat?

Soms loop ik door de supermarkt en denk ik: nu loop ik hier en iedereen denkt dat ik gewoon een moeder ben die boodschapjes doet. Een gelukkige jonge moeder want met een baby ben je natuurlijk onderdeel van een gelukkig jong gezin. Ik moet af en toe echt de neiging onderdrukken om niet te gaan gillen: “Hallooo, jongens, KIJK dan toch eens, ik ben geen gelukkige jongen moeder. Ik ben weduwe, mijn man is DOOHOOOOD en Lucas heeft geen vader meer.”.
Maar ik doe het toch maar niet. Die arme mensen, ik denk dat ze niet zouden weten waar ze moesten kijken. Ik denk dat ze misschien wel een busje voor me zouden bellen ook. Hoewel, er lopen wel meer mafkezen rond daar, maar die zijn gewoon gek. Ik ben niet gek maar gek geworden. Ach zo sneu he, een moeder met kindje en dan zo’n zotte kop, zielig ook. Het schrikbeeld van elke vrouw, man etc.

Meestal denk ik dat ik gewoon nog op aarde sta, de eerste maanden na Aarts dood zweefde ik er een metertje of wat boven, maar ik denk dat ik geland ben meestal. Toch zijn er ook dagen, weken dat ik daar aan twijfel. Dan vraag ik me af of ik er niet toch stiekem nog boven zweef. Dan kijk ik naar mijzelf, naar mijn leven en voelt het alsof ik niet helemaal hier ben. Alsof ik het van buitenaf beschouw. Dan merk ik dat ik het gewoon niet helemaal snap, dan snap ik niet goed waar ik ben en wat ik voel. Niet dat ik nu volledig de kluts kwijt ben hoor, wees niet bang jullie hoeven geen busje voor me te bellen. Niet nodig ook ik ga al naar de gekkenafdeling. Maar ik ben regelmatig verbaasd over dat een mens zo lang verdrietig kan zijn, dat ik dat kan. Soms ben ik verbaasd dat ik niet meer voel, soms kijk ik vol verwondering naar de totale chaos in mijn hoofd. Soms snap ik gewoon niet dat het niet zo werkt dat je jezelf even herpakt en weer verder gaat, hoe zeer ik mezelf die opdracht ook heb gegeven.

En andere keren snap ik het heel goed. Rouw, ik ben in de rouw en hoewel ik dat niet wil sijpelt dat door in mijn hele leven. En wat krijg je als je rouw+zwangerschapsvergiftigingnaweeën+ADHD bij elkaar optelt? Totale chaos! Ja dat is een ding dat zeker is. En als ik het zo bekijk dan ben ik soms ook best gewoon trots dat ik er nog sta, dat mijn huis er nog staat en dat mijn kind gewoon elke avond te eten krijgt. Dat mijn kind nog geen kranten in zijn broekje heeft gekregen omdat de luiers op waren en dat ik hem nog nooit heb laten ontbijten met cake omdat het brood op was.
En de moraal van dit verhaal: Ik moet het maar gewoon accepteren, ik zit op een raar eiland waar ik niks van snap, cultuurshock tot en met. Ik roei maar met de riemen die ik heb, eilanden komen meestal niet vooruit, maar zo blijf ik in elk geval in training tot er een bootje komt. En misschien is hier ook nog wel wat moois te halen.

Dat jij er bent

En in weer zo’n donkere eenzame nacht sluip ik naar het kamertje van mijn zoon. Míjn zoon! Ik leg hem recht, dek hem nog eens toe, streel over zijn haartjes en wring me in een onmogelijke bocht over de rand van zijn ledikantje om zijn hoofdje te kussen. Ik hoor een zachte zucht. Ik leg zijn speentje terug in bed, zijn knuffels recht en zachtjes fluister ik: “ik ben zo blij dat jij er bent”.
Hij hoort me niet, hij ligt onschuldig diep te slapen en ik ben blij dat hij het allemaal niet meekrijgt. Die verdrietige doorwaakte nachten waarin ik spook en ik in bed liggen afwissel met zachtjes rondsluipen.
Ik ben zo blij dat hij er is, dat ik mijn liefde nog op hem kan botvieren. Dat ik ’s nachts getroost kan worden door hem even zachtjes aan te raken. Mijn kind, mijn zóón.
Hij kan mij niet vertellen dat het allemaal wel goed komt met mooie woorden. Hij slaat geen troostende arm om me heen. Hij trekt hoogstens aan mijn haar als hij de kans krijgt of probeert eens een hapje uit mijn arm en brabbelt papapapapa. Hij hoeft dat ook niet te doen, hij is mijn kind en als ik hem zie wéét ik dat het goed komt. Het, ja, datgene wat nu enigszins ondefinieerbaar maakt dat het niet goed ís. Als ik naar hem kijk denk ik aan al die mooie momenten die wij samen nog gaan krijgen. Aan hoe ik hem zal vertellen over papa, hoe verliefd die op hem was en hoe hij hem mee nam naar zijn werkkamer op zolder om hem te laten slapen in de wasmand. Hoe hij dan uren naar hem zat te kijken en totaal vergat wat hij daar aan het doen was. Hoe hij glom van trots als hij het over hem had.
En als ik naar hem kijk en hem driftig hoor brullen dan denk ik: als jij op je vader én je moeder lijkt krijg ik nog heel wat met je te stellen. En stiekem moet ik dan een beetje glimlachen, we waren me een stelletje.

Random

20130922-005019.jpg

Ik heb hier al vaker over geschreven, maar in mijn hoofd ploppen vaak zo maar gedachten op. Nou heb ik daar sowieso last van, dat hoofd van mij is moeilijk te sturen en gaat vaak totaal zijn eigen gang. Ik vraag me wel eens af of ik er überhaupt wat over te zeggen heb, soms lijkt het alsof ik een dwarse puber op mijn nek heb. Stuurs en nukkig doet mijn hoofd dan precies het tegenovergestelde van wat ik wil. Wil ik ergens niet aan denken dan doet het dat juist wel, wil ik tranen dan blijft het droog, kurkdroog, wil ik ze niet dan kun je beter een dweil meenemen. Wil ik rechts dan gaat mijn hoofd links. Ja echt, gisteren bij de huisarts nog, tweede deur rechts zei ze, maar daar was helemaal geen deur! Toen bleek dat ze links bedoelde, tenminste, de links die mijn hoofd had bedacht. Dat samen met het feit dat ik aan het einde van het consult niet meer wist waarom ik ook alweer bloed moest prikken moet niet een bijster goeie indruk hebben gegeven. Of juist wel misschien, van die chaos in mijn hoofd. Het is maar net wat je wil zien. Volgende keer zou ze het voor me opschrijven.

Nu to the point, dat er om heen geschrijf heeft ook maar één doel; proberen het er niet over te hebben. Maar dat wil ik dus juist wel want ik wil het graag uit mijn hoofd hebben en op papier in plaats van andersom. Dat hoofd moet zich maar even koest houden.

De laatste dagen heb ik ze ineens weer veel, die zo maar ineens opploppende gedachten over Aart. Net liep ik naar de badkamer om nog maar even een keer te gaan plassen voor het slapen gaan en ineens zag ik Aart voor me, boven, dood. Niet echt bevorderlijk voor een goede nachtrust. Terwijl ik de gedachte probeerde weg te drukken, uit te wissen dacht ik aan de babyfoon, dat die nog aan staat en plop, een gedachte over het geluid wat door de babyfoon klonk toen Aarts lichaam van zolder naar beneden gebracht werd. Uiteraard had mijn hoofd er ook een beeld bij, dat soort beelden van dingen die je niet echt gezien hebt zijn helaas maar al te vaak door de verbeelding nogal heftig ingekleurd.
Toen ik weer in bed lag ging mijn fantasie helemaal met me op de loop. Ik stelde me voor hoe het zou zijn geweest als Aart naast me in bed was doodgegaan en hoe dat dan zou moeten met de ambulancebroeders en hun arbowet. Ik vroeg me af of de brandweer er wel bij zou kunnen komen hier aan de achterkant en ik zag voor me hoe ze hem al reanimerend probeerden af te voern. Ja nee fijn hoofd, heel nuttige gedachten ook. Please give me a break!

Gisteren zat hij ook in mijn droom; hij zat aan tafel maar was niet écht mijn man en deed vervelend met andere mensen. Iemand vroeg mij hoe het ging en ik zei: “jaaa, goehoed. Naar omstandigheden.” en die voor mij onbekende persoon zei: “nee, hoe gaat het écht? Hoe voel jíj je?”, na twee keer slikken zei ik snikkend: “Het doet zó’n verrekte pijn!”. Au, hoofd, dat doet pijn!

Misschien komt het omdat Lucas gisteren zijn eerste verhalfjaardag vierde. Hij kreeg van mij zijn eerste hapje, een stronkje broccoli. Ik ben zo trots! Tegelijk met de deceptie dat de gene met wie ik het wilde delen het gewoon nooit meer zal kunnen zien.

Misschien komt het ook doordat ik deze week een vrijgezellenfeest en gisteren bijbehorende bruiloft had. Het was zó leuk! Zo gezellig en mooi! Ik heb oprecht plezier gehad maar ineens is je trouwring zo nadrukkelijk aanwezig en de bijbehorende man zo nadrukkelijk afwezig. Zijn ring in het bakje bij zijn bril in plaats van aan zijn lange sierlijke pianohanden.

Nu denk ik aan zijn handen. Hoe die door mijn haren woelden als ik weer eens te veel gedachten had. Dan viel ik langzaam tóch in slaap, de gedachten uit mij geaaid.
Waar is die vent toch als je hem nodig hebt?

Mijlpaal

Vandaag had Lucas een mijlpaal. Door toedoen van zijn moeder, ik dus. Het nadeel van mijlpalen is altijd dat ik er een beetje verdrietig van word omdat ik ze wil delen met Aart.
De mijlpaal van vandaag had ik niet alleen willen delen maar ook liever niet zelf veroorzaakt. Liever had ik gehad dat ‘domme pappa’ dat gedaan had. Daar zijn onhandige, klunzige, domme vaders voor toch? Om onvoorzichtig met hun kinderen om te springen en zo hun paniekerige en overbezorgde moeders tot waanzin te drijven.
Ik zei het met vaderdag al, voortaan vier ik vaderdag én moederdag want ik zal voortaan vader en moeder zijn voor Lucas en daarvoor verdien ik natuurlijk best twee feestdagen.

Vandaag was ik dus eventjes de vader. Dat begon al eerder op de dag want ik vergat Lucas’ luier te verschonen en toen hij huilde snapte ik niet dat dat wel eens een overvolle drijfnatte luier kon zijn, met poep op de koop toe. Daarna ging ik de deurmat schrobben met grote emmers vol water die ik er overheen kieperde, ik voelde me wel weer even ‘vrouw’ toen ik de natte deurmat probeerde over een bankje te hangen want dat koste nogal wat moeite. Maar hee, het lukte dus ik was al gauw weer ‘het ventje’.

Ik bedacht me dat als ik ooit weer trouw dat dat dan maar met een vrouw moet zijn. Kan ze mooi voor me schoonmaken en koken (daar heb je vrouwen voor toch?) en het scheelt ook een hoop gezeik naast de pot en spetters op de muren daarnaast. Of nog erger, op de pedaalemmer. Nu klinkt het net alsof Aart zo vaak naast de pot pieste maar dat was niet zo. Maar ja van zo’n grote hoogte (dat krijg je met zo’n lange man) klatert het natuurlijk weer lekker op en de omhoogstaande wc-bril vond ik vooral tijdens mijn nachtelijke plasmomentjes wanneer ik slaperig en in het donker wilde gaan zitten nogal ergerlijk. Oké ik geef toe, ik heb niet staand geplast. Ik ben dus wel een man maar geen vent.

De apotheose van mijn vader zijn kwam tegen achten toen ik me samen met Lucas voorbereide op een lekkere melkmaaltijd per fles. Ik legde Lucas op de zitting van de leunstoel in mijn atelier om nog even wat dingen te pakken, want flesjes geven is uitermate saai zonder wat tijdverdrijf. Vooral omdat ik Lucas niet moet aankijken of tegen hem moet praten want dan gaat hij lachen en loopt alle melk er langs zijn mondhoeken weer uit en vergeet hij verder te zuigen. Kortom, ik was mij aan het voorbereiden en Lucas lag achter me op die stoel te wachten. Of nou ja wachten, Lucas is niet zo’n geduldige wachter, hij gaat gewoon wat doen en tegenwoordig malen die beentjes honderden slagen per uur. Ik keek nog even om en constateerde dat hij zich verplaatst had maar nog prima lag, draaide me om en boem!
Ineens lag Lucas op de grond. Hoe hij dat precies voor elkaar heeft gekregen weet ik niet want hij lag op zijn buik, maar feit is dat hij niet echt prijs stelde op deze nogal onzachte landing en het flink op een brullen zetten, de laatste keer dat ik dat hoorde was op het consultatiebureau na het tweede prikje in zijn been. Natuurlijk pakte ik hem schuldbewust gelijk op, inspecteerde hem van top tot teen om te constateren dat hij geen uitwendige beschadigingen had en gaf hem een zoen op zijn voorhoofdje toen het brullen nog niet stopte. Toen het nog een paar seconden langer duurde besloot ik dat de oplossing voor het grijpen stond. Ik zette een filmpje van uitzending gemist op, ging met Lucas zitten in de leunstoel waar hij net vanaf was gevallen en stopte er gauw de fles in. Succes verzekerd En een mijlpaal rijker: Lucas is voor het eerst gevallen! Mooie moeder ben ik ook. Nee mooie vader!