Vernietmeerjaardag #2

Wendel + Lucas + UrnVrijdag was het alweer zo ver, Aarts tweede vernietmeerjaardag. De tweede keer dat hij niet meer jarig was, de tweede keer dat hij het niet níet kon vieren, de tweede keer dat ik moest bedenken wat ik eigenlijk op die dag wilde doen, de tweede keer dat ik dat eigenlijk niet wist. Het was wél de eerste keer dat ik al wist wat er komen ging, een doodnormale dag, bijna als alle anderen, niets om je van te voren erg druk om te maken, niet substantieel in elk geval. Dus keek ik er weliswaar niet reikhalzend naar uit maar zag ik er ook niet als een berg tegenop zoals vorig jaar.
Die verjaardag is sowieso een gek ding, Aart was bepaald geen fan van jarig zijn dus echt vieren wilde hij het eigenlijk nooit. Sterker nog, hij hoopte altijd dat zo veel mogelijk mensen het zouden vergeten zodat zijn inmiddels middelbare leeftijdsstatus niet extra benadrukt zou worden.
Overigens deed ik daar niet aan mee, verjaren moet gevierd worden! Ik hing slingers op, kocht cadeautjes en taart, zong verjaardagsliedjes voor hem en ik feliciteerde hem uitbundig. Zonde toch om een reden voor cadeautjes en feest zo maar aan je voor bij te laten gaan.
Ook heb ik een keer stiekem een feestje voor hem georganiseerd. Ik kan me niet eens meer precies herinneren hoe oud hij toen werd, dat gedoe met die cijfertjes ben ik nooit erg goed in geweest (ik heb zelfs met een rekenmachientje uit zitten rekenen hoe oud hij nu zou zijn geworden en hoe oud hij was toen hij overleed). Zoals gewoonlijk zat hij lekker op zolder te werken. Ik had hem gezegd dat ik een verrassingsfeestmaal voor hem ging koken dus dat hij op een gegeven moment niet meer naar beneden mocht. De gasten, ik meen een stuk of 6, kwamen vervolgens zonder aan te bellen een voor een zachtjes binnen geslopen. Op een gegeven moment riep ik naar boven dat het eten klaar was en of hij wilde komen. Om te voorkomen dat hij in een boxershort en een hemd naar beneden zou komen had ik wel gezegd dat ik hem bij een feestmaal natuurlijk wel aangekleed aan tafel verwachtte. Hij kwam naar beneden, al duurde dat even want dat aankleden moest nog gebeuren en ik weet niet meer precies waar in huis, maar ergens daar beneden bezorgden we hem een hartverzakking (gelukkig wisten we nog niks van al die latere hartproblemen) door ineens met een grote groep tevoorschijn te duiken. Bíjna draaide hij op zijn hakken weer om om weg te rennen, niet omdat hij het niet leuk vond, maar omdat hij zich schaamde voor zijn tamelijk afzichtelijke sandalen die hij nooit en te nimmer aan had getrokken als hij had geweten dat er gasten waren.
Geen idee meer overigens wat ik gekookt had, maar ik kan me nog wel herinneren dat ik er enorm lang mee bezig was en dat ik de boodschappen her en der had moeten verstoppen omdat hij anders door de hoeveelheden zo wel had kunnen raden dat er iets op handen was. Het werd een zeer geslaagde avond waarbij we genoten van het gezelschap en het eten.

Deze keer werd de 10 oktober een heel andere dag. Geen Aart meer om het mee te vieren maar misschien toch wel een reden voor een klein feestje? Ik besloot, met een andere man aan mijn zijde, het crematorium te vereren met een ‘ver(r)assingsbezoekje, of nou ja, dat ‘verassen’ was natuurlijk al weer even geleden gebeurd, maar dat bezoek nog niet. Het crematorium, de begraafplaats en alles er omheen, ik was er nog nooit geweest. Al die tijd stond Aarts as daar in een een asbus te verstoffen in een hoekje van de zogenaamde ‘algemene nis’, iets waar ik me een soort donkere steriele kelder met roestvrij staal en stellingkasten bij voorstel. Niet echt een plekje voor Aart, hij was tenslotte verre van algemeen, maar hij was dood, niet meer dan een hoopje stof in een blikkie, niet echt een staat van zijn waarin je nog protest kunt maken dus liet ik het zo.
Met een andere man aan mijn zijde, wat een vreemde situatie had kunnen zijn maar het niet was omdat het zo prettig voelde om gesteund te worden door iemand die ik lief heb, toog ik dus afgelopen vrijdag naar het crematorium om, in een ‘spreekkamer’ na een kopje thee gedronken te hebben, naar een plastic urn met metalen deksel te staren met daarin de as van Aart. Tja, was ik daar nou zo bang voor geweest al die tijd? Er was helemaal niets aan te zien, gewoon een stemming zwart geval van plastic met wat officiële tekenen van dat het mijn man daadwerkelijk geweest is. Zijn naam stond er op en zijn crematienummer. Ja die eer hebben alleen de gecremeerden, een speciaal nummer voor hun alleen, uniek in hun soort, veel minder algemeen gebruikelijk dan bijvoorbeeld een sofienummer.
Na deze ‘ontmoeting’ bracht de mevrouw van de urn ons in haar mooie blauwe begrafenisuniformjas in een golfkar naar het andere eind van het terrein om te kijken naar de plaatsen waar ik Aarts as eventueel al dan niet tijdelijk zou kunnen neerplanten. Ik begaf mij in de wereld van de strooiveldjes (die ik overigens niet gezien heb), urnenmuren, een urnenheuvel en een urnentuin. Van het woord urn alleen al word ik niet vrolijk maar eerlijk is eerlijk, het viel me alleszins mee. Het is eigenlijk helemaal geen nare plek om te zijn, omgeven door dood, doden en daar dan weer de nabestaanden van. Het was eigenlijk een hele mooie serene plek. Slenterend liep ik met die andere man aan mijn zijde en twee kinderen in ons kielzog langs al die plekken en kwam tot de conclusie dat het, voorlopig in ieder geval, helemaal zo gek nog niet zou zijn om daar ergens een wat mooier plekje voor de as van Aart te zoeken. Ik wil immers niet in Aarts voetsporen treden en wachten tot het crematorium na de zoveelste aanmaning om te betalen voor de algemene nis, waarin de as van zijn vader stond opgeborgen, voorstelt om de as op zo’n veld te mikken om er maar vanaf te zijn. Iets wat ze overigens gewoon jaren eerder hadden moeten voorstellen want dat had een hoop geld gescheeld. Niet omdat hij niet van zijn vader hield, maar gewoon omdat die as hem niets meer zei dan dat het een confrontatie met de dood was.

Na dit bezoek togen wij richting de stad voor een lunch en taart. Tenslotte kun je niet genoeg redenen hebben om iets te vieren. De geboortedag van Aart vieren is een goede reden. Zonder geboorte was er geen Aart geweest in mijn leven en hoe moeilijk het ook soms was met hem en hoe pijnlijk het nu ook is om hem te moeten missen, om te leven in de wetenschap dat hij Lucas niet zal zien opgroeien en Lucas nooit zijn vader echt zal kunnen leren kennen. Het was het allemaal waard. Proost!

Advertenties

UitvAart

Aart en Lucas

Aart met Lucas (3 dagen oud)

Ik weet eigenlijk niet zo goed waar ik moet beginnen, maar ik heb besloten deze blog toch weer nieuw leven in te blazen. Waarom? Omdat ik de behoefte voel te schrijven. Daar heb ik natuurlijk ook keurig een boekje voor maar ik wil niet alleen schrijven om te schrijven maar ook om te delen. Delen en om een soort digitaal document te maken, voor later, voor nu, voor binnenkort.

Het is inmiddels bijna 6 weken geleden dat ik Aart vond achter zijn bureau. Hij was hartstikke dood en door mij heen schoot de gedachten: “nou is gebeurt waar ik zo bang voor was”. De tweede gedachte die ik had was: “wat moest ik ook alweer doen als dat gebeurde? Oh ja 112 bellen”. En dat heb ik gedaan.

Vanaf dat moment gingen de dingen in vliegende vaart, er moest een uitvaart geregeld worden. Gek eigenlijk, niemand haalt het in zijn hoofd om een bruiloft zo kort van te voren te regelen of spontaan 5 dagen later een groot feest te geven en toch is dat wat er bij een uitvaart moet gebeuren. Je nodigt een enorme hoeveelheid mensen uit, je stelt een programma samen en probeert er ook nog iets moois en herinneringswaardigs van te maken.

Ik moet zeggen dat ik er heel tevreden over ben. Ik heb echt iets waar ik met heel veel warmte op terug kijk. En dat is fijn want soms voel ik mij vervuld met kilte. Kilte omdat ik ineens alleen ben, kilte omdat ik nare beelden met mij meezeul. Beelden waar ik graag afscheid van wil nemen.

Gisteren kreeg ik een mail van de rouwfotograaf (Boukje Canaan) over het fotoalbum van de uitvaart. Gek, ik besef me onbewust dat ik het uitgesteld heb naar die foto’s te kijken. Die paar die ik gezien heb vond ik mooi, maar ook confronterend. Tegelijk wil ik ze graag zien want ik vraag me al de hele tijd af wat voor bloemen er allemaal waren, want daar heb ik nooit naar gekeken. En ook ben ik benieuwd naar hoe het er uit zag door andermans ogen. Ik weet nog wel hoe het er uit zag toen de auto met Aart in de kist langzaam uit het zicht verdween, maar niet hoe het er voor anderen uit moet hebben gezien.
Ze stuurde me een link naar haar blog en hoewel ik de foto’s nog steeds niet bekeken heb heb ik wel haar blog gelezen. En omdat ik ook een andere blog aan het lezen was besefte ik me dat ik mijn blog miste, dat ik toch nog eens een poging wilde gaan wagen om het bloggen nieuw leven in te blazen. Dus bij deze!

Gewoon op mijn oude blog, waar het verslag van onze prachtige reis op staat. Waarom niet ergens anders? Omdat het leven verder gaat en ook die reis en mijn verdriet, de herinneringen, het is onderdeel van mijn leven.