De deceptie van een geit en andere overpeinzingen

Illustratie: Wendel Jacobs

Illustratie: Wendel Jacobs

Daar zit ik dan, rechtop in bed. Uit Lucas’ kamer komen zachte protestgeluiden. Ik heb hem zojuist bevrijd van een veel te warme deken. De deken die zijn altijd woest maaiende armen juist in toom houdt.
De dag werd vanmorgen gekleurd door felle zon, hoewel ik niet wakker wilde worden en dreigde even diep weg te zinken in het donkere hol van mijn bed werd ik uiteraard keurig gewekt door het enige totaal van mij afhankelijke wezen hier in huis die een ontbijt wenste. Of misschien was het niet eens zo zeer ontbijt als wel contact, aandacht en een beetje plezier. Wie ben ik om dan in bed te blijven liggen?

Nadat ik mij met veel moeite uit mijn bed had gehesen en twee poepluiers, een papfles en een ochtenddutje verder was besloot ik Lucas kennis te laten maken met zijn eerste echte geit. Een schaap was ook goed trouwens, of een konijn, paard, koe als het maar lief en aaibaar was.
Het was een heerlijke wandeling, dat moet ik vaker doen dacht ik. Park Schothorst lag er op deze zaterdagmorgen verlaten bij, geen vrolijke uitgelaten gezinnen, geen papa’s en mama’s met hun kroost. Ik voelde me alleen terwijl ik daar liep. Dit had ik met Aart willen doen nu, dit was ons doel. Kleine kneuterige dingetjes weer kunnen doen, een gezin zijn.
Die geit werd een deceptie. Na een lange omweg vind ik eindelijk de geiten, het zijn er twee en een veldje verder staan ook nog twee schapen. Wat wil een mens nog meer. Het is uitgestorven en als ik eindelijk de ingang heb gevonden blijkt het hek op slot te zijn. Geen geit voor Lucas. Erger nog, geen geit voor mij. Ik ben een beetje verzot op die beesten en zag eindelijk een mooi excuus om te gaan geitknuffelen. Vanuit de verte kon ik naar ze zwaaien. Dag geitjes. Lucas had alleen oog voor de bomen maar kauwde verder heel tevreden op zijn duim. Ook goed.

Eenmaal thuis met Lucas in bed voor zijn middagdutje ga ik doen wat ik al de hele week had moeten doen. Een sinterklaasgedicht schrijven. Nou doe ik dat altijd op het laatste momen, gewoon zoals dat hoort bij Sinterklaas, maar deze keer is toch anders. Ik vier dit jaar geen Sinterklaas, wil het liefst ook eigenlijk vergeten dat die er is al gaat dat moeilijk als een hele pietenfanfare in je oor blaast bij het boodschappen doen. Toch besloot ik al een hele tijd geleden mee te doen met lootjes trekken. De cadeautjes versturen we via de post. Het is een gekke worsteling dat gedicht, zoals altijd wordt de dichtader geraakt als ik een tijdje heb zitten ploeteren maar tegelijk voel ik ook die brok in mijn keel.

Ik denk aan jaren van Sinterklaasvieringen met Aart. Op de dag zelf sloten we ons op in onze kamers en gingen we dichten. We schreven voor elkaar en voor zijn oudste kinderen. Soms wisselden we ideeën uit door via het trapgat te brullen. We verdeelden de cadeautjes: “Schrijf jij hierbij wat? Dan neem ik die!”.
Meestal gingen we als we lekker op dreef waren nog door na het verplichte aantal gedichten en hadden we voor ieder twee of soms zelfs drie (mits er genoeg cadeautjes waren).
Ik vier dit jaar geen Sinterklaas, ik heb mezelf een pauze gegeven, hoef dit jaar echt nog niet. Ik merk dat ik moet slikken elke keer als ik met het fenomeen geconfronteerd wordt en ik voel buikpijn en een leeg hart als ik denk aan al die gedichten die ik nooit meer zal krijgen. Liefdesbetuigingen, standjes of mooie overdenkingen kreeg ik via Sinterklaas. Een mijter met een staf en een hartje tekende hij eronder zodat ik wist dat ze van hem kwamen. Dat wist ik sowieso.
Lieve Sint, ik heb dit jaar maar één wens op mijn verlanglijstje: mag ik ‘m terug?

De rest van de dag kan ik het verdriet niet meer van me afschudden. Ik denk aan Sinterklaas vorig jaar wat we niet vierden. Dat zouden we dit jaar wel inhalen. Ik denk aan kerst. Dit jaar ga ik naar Terschelling, vorig jaar zat ik bij Aart in het ziekenhuis met lekkere hapjes. Dit jaar neem ik geen kerstboom. Of heel misschien een hele kleine.
Ik denk aan oud & nieuw en aan hoe 2013 ons jaar zou worden. Ja, want zo rot als 2012 eindigde kon 2013 toch nooit worden. Ik luidde het jaar in zonder Aart, die lag te slapen in zijn ziekenhuisbedje terwijl ik Amsterdam bij mijn ouders mijzelf beloofde dat het echt beter zou worden in 2013, ik wist het zeker.
Ik denk aan oud & nieuw dit jaar. Wat moet je met zo’n gedrocht van een dag? Ik heb geen plannen want ik heb geen zin om iets te organiseren. Ik wil iets fijns, warms en gezelligs maar ik ben bang voor het verdriet wat ik met me meebreng. Dat wil ik niemand aandoen. Ik voel me verschrikkelijk alleen en het gevoel kan ik niet van me afschudden.

Daar zit ik dan in bed, in de kamer van Lucas is het inmiddels stil. Ik heb Aarts trui van zolder gehaald en aangetrokken, hij moet mij troosten. Ik ruik eraan maar hij was zeker nog schoon toen hij hem mee naar boven nam want hij ruikt fris, alsof hij niet al zes maanden daar lag op de zolder. Ik zit hier alleen in bed.

Advertenties