Vol hoofd

De afgelopen weken was mijn hoofd zo vol dat ik niet meer helder kon nadenken. Zelfs schrijven lukte me bijna niet omdat je om te schrijven toch op zijn minst inspiratie en de mogelijkheid om dingen op een rijtje te zetten moet hebben. Dat had ik niet, ik had ze echt niet meer op een rijtje. Mijn balans was zoek en je kon me met één vinger omduwen. En dat gebeurde ook meerdere keren. Ik voelde me stomp, ik voelde me verdrietig, ik voelde me moe, ontzettend moe. En ik kon niet helder nadenken. Mijn hoofd zat zo vol dat er te pas en te onpas dingen uitliepen. Woorden, tranen, energie. Dan stond ik weer te praten onder de douche. Als ik dat doe weet ik wel weer hoe laat het is. Waterleiding lek en de hoofdkraan kapot! Dan voer ik gesprekken met mijn onzichtbare zelf tegenover me, vertel ik dingen aan mensen die ik misschien pas over een week zie, of net gezien heb. Ik loop letterlijk over van alles wat er niet meer bij past.
Tranen, tja, het is ook gek eigenlijk, want maanden lang kan ik er met moeite een traantje uitpersen en dan zit ik ineens avond aan avond te huilen. Lig ik snikkend in mijn bedje en weet ik het niet meer, vraag ik aan andere weduwen tips tegen dikke huilogen. Huilend omdat het gewoon allemaal even tegen zit, omdat het niet lekker gaat. Niet omdat ik Aart mis, die mis ik pas als ik huil, dan mis ik iemand om tegen aan te schoppen. Eh ik bedoel te leunen natuurlijk.
Energie, de grootste aderlating was die van de energie, ik geloof dat mijn bedrading ook een opknapbeurtje nodig heeft. Als het niet lekker gaat dan gaat mijn kraantje niet dicht maar wijdopen en in plaats van dat ik dan wat energie spaar wordt ik druk en stuiterig. Ik knal dan zowat door mijn eigen geluidsbarrière. Maandag bijvoorbeeld…ik had koor… iets waar ik week na week naartoe leef. Toink, toink, toink. En dan word ik zo moe van mezelf, figuurlijk, want ik vind mezelf niet echt heel leuk als ik zo stuiterig ben, maar ook letterlijk. Je kunt me op het laatst gewoon opvegen dan. En het eindresultaat; een halve nacht met tranen, huilen omdat ik zo niet wil zijn, huilen omdat Aart er niet is om er over te praten en om me te vertellen dat ik heus wel leuk ben, ondanks mijn ADHD, dankzij mijn ADHD, huilen omdat ik zo over mijn eigen voeten struikel, huilen omdat ik eigenlijk gewoon intens verdrietig ben…
Het gekke is, met al dat gehuil en die vermoeidheid ben ik afgelopen weken één ding vergeten. Aart. Hij was er wel hoor, dat gaat niet weg, maar blijkbaar zat ik mezelf zo in de weg met mijn verdriet, vermoeidheid en rouw dat het helemaal niet meer daarover ging. Eigenlijk als vanouds… Want als ik niet lekker in mijn vel zat ging ik altijd ruzie zoeken met Aart. Andersom gebeurde trouwens ook regelmatig, dan ging hij gewoon een beetje roeren en porren zodat er wat uit zou komen. En als we dan uiteindelijk knallende ruzie hadden dan kwamen alle opgespaarde tranen vrij en kon ik eindelijk mijn hart luchten.
Ok, alle opgespaarde tranen zijn nog niet vrij gekomen, maar ik heb wel knallende ruzie gemaakt met mezelf en tranen gehuild die er hoognodig uit moesten. Mijn hart heeft weer een klein beetje ruimte. Hehe!

De rust is weer een beetje terug, de tranen weer opgedroogd (niet dat ik daar zo blij mee ben) en mijn stuiterigheid is weer teruggebracht naar eh… nou ja, normaal stuiterig?
En nu die rust er weer is denk ik ineens weer aan Aart. Het zit ‘m in de kleine dingen. Ik denk aan wat Aart gedacht zou hebben of gezegd zou hebben. In de supermarkt kijk ik stiekem naar de dingen die hij lekker zou hebben gevonden en vandaag zat ik met Lucas in een bruin café te lunchen en ik dacht aan hoe wij dat normaal samen altijd deden. Onszelf trakteren op een broodje na een moeilijk gesprek. Eigenlijk klopt er geen barst van, ik zat echt genoeglijk herinneringen op te halen terwijl ik even daarvoor nog bij de notaris zat om te praten over de afhandeling van de erfenis. Aart zou zich hebben omgedraaid in zijn graf als hij had geweten wat voor een ellende ik daardoor op mijn bordje krijg. Gelukkig weet hij van niks, nu is het aan mij om dit naar eer en geweten af te handelen. En dan eet ik in mijn eentje een broodje in een café, en ben ik daar gewoon trots op. Ik ben niet alleen omdat ik zielig ben, ik ben alleen omdat ik weduwe ben, dan mag dat, dan mag je alleen zijn. En dus ga ik alleen een broodje eten in een café en geniet ik daar nog van ook. Van Aart geleerd jongens, van die geweldige man van mij!
Oké, mijn kind was ook bij mij, maar die lag in cognito verstopt in de wagen, mensen kunnen net zo goed gedacht hebben dat ik net alsof deed want hij heeft geen kik gegeven de hele tijd dat ik daar was. En ik was ook niet echt alleen, ik was met Aart en dacht aan hoe hij me geleerd heeft flexibel te zijn en van het leven te genieten. En toevallig is dat vandaag best goed gelukt!
En ik heb niet eens hardop tegen hem gepraat in dat café.