Doosje gezin

Al heel snel nadat Aart was overleden realiseerde ik me dat ik onze ring niet altijd wilde blijven dragen. Ik bedacht me dat ik met mijn ring om mezelf bezet hield, dat ik dan nog niet echt verder kon. Maar wat ik nog veel belangrijker vond, ik vond het jammer dat ik alleen mijn éigen ring droeg en dat die van Aart ergens lag te verstoffen in een hoekje. Nou ja…in een doosje, met van die roze watjes.
Ik wilde er iets mee doen, met die twee ringen die zo perfect in elkaar passen, met wat die ringen eigenlijk symboliseren.
Ik ging tekeningen maken en praten met een goudsmit. Het enige wat er op zat was om de twee ringen om te smelten naar iets nieuws, in mijn tekeningen zag hij niets. Met buikpijn kwam ik daar vandaan, dat klompje goud die die ringen vertegenwoordigen interesseert me werkelijk niets realiseerde ik me al snel, ik wil ze juist bewaren zoals ze zijn. Maar niet aan mijn vinger…

Het eerste ontwerp

Het eerste ontwerp

Ik liet het een tijdje rusten, de ring bleef aan mijn vinger maar in mijn gedachten bleef ik er aan denken. Ik zocht op internet maar nergens zag ik ideeën die me konden bekoren. Ik tekende een nieuw ontwerp en kreeg een naam van een edelsmid die onder andere herinneringssierraden maakt.

Mijn tweede ontwerp

Mijn tweede ontwerp

Ik maakte een afspraak en werd enthousiast, de ontwerpster wilde heel graag met mij samenwerken om er iets moois van te maken. Er gingen heel wat mails over en weer met ideeën, schetsjes en nog meer ideeën. Ik bedacht dingen die niet konden, dingen die ik uiteindelijk toch niet wilde en maakte allerlei wilde plannen. De edelsmid bleef haar best doen om alles wat ik bedacht bij elkaar te kunnen stoppen in een uitvoerbaar ontwerp. Een paar weken geleden was ik weer bij haar om de laatste puntjes op de i te zetten en om zelf de andere voorkant te voorzien van een illustratie die vervolgens met de hand in het zilver gegraveerd zou gaan worden.

En vandaag was het zo ver, ik mocht het sierraad op komen halen. Het is zó mooi geworden, zo van mij ook. Het heeft alles wat ik wil. Het heeft een kant waarbij de ringen te zien zijn met in het midden een steentje dat staat voor Lucas. Deze ringen en dat steentje staan voor ons gezin. Op de andere kant is het schroefje te zien waarmee de hanger open kan zodat ik altijd de ringen er uit kan halen als ik dat wil. Om ze te bekijken, om ze nog eens aan te doen, om ze misschien ooit aan Lucas te geven of wat ik er ook voor bedenk. Op deze kant staat de boom die ik zelf getekend heb. Een boom, zoals er ook een boom op het geboortekaartje van Lucas stond en op de rouwkaart van Aart. Zo’n boom maar dan toch weer anders. Omdat een boom voor leven staat en omdat ik van bomen houd.

En zo is het geworden!

Collier kant 1

Collier kant 1


Collier kant 2

Collier kant 2

Advertenties

Liefde gemengd met druppeltjes verdriet

Ik zit in de auto en rijd van mijn huis naar mijn huis. Of nou ja rijdt, ik zou lopend waarschijnlijk sneller zijn want ik sta weer eens hopeloos in de file. Een mooi moment om mijn gedachten de vrije loop te laten. Ik mijmer over waar ik nu sta in mijn leven. In de file ja. Maar ook op een punt waar ik twee jaar geleden nooit van had kunnen denken dat ik daar zou zijn, wat ik drie jaar geleden nooit van mijn levensdagen had kunnen bedenken. Mijn leven is vierdubbel over de kop gegaan in de achtbaan en nu is het ineens weer soort van normaal, voor zover leven met mij überhaupt ooit normaal wordt. Drie jaar geleden was ik nog niet zwanger van Lucas, genoten Aart en ik van het leven samen. Genoten we na van de prachtige treinreis van een maand die we gemaakt hadden door Zuid-Oost Europa en maakten we plannen voor nieuwe reizen. En plannen voor een kind.

Twee jaar geleden, mei van het jaar 2013 was alles al groots en meeslepend anders. Aart was ziek geworden en weer bijna beter, ik was ziek geworden en te vroeg bevallen, Lucas was geboren en samen maakten we plannen om met ons gezin te gaan genieten. Eerst maar eens op Terschelling zeiden we tegen elkaar, gewoon genieten van een stukje fietsen. Wijs geworden door alle gebeurtenissen hadden we geleerd om klein te denken. Maar niet klein genoeg bleek een week later toen ik Aart opeens daar zo aantrof aan zijn bureau, al het leven al weggevloeid, mijn Aart al niet meer daar toen ik hem vond.

Het jaar wat daar op volgde was een jaar waar ik me nauwelijks nog wat van herinner. Ik weet nog dat ik intens verdrietig was, ik weet nog dat ik verschrikkelijk moe was. Dat Lucas het enige was dat me er toe kon bewegen om uit bed te komen, hoewel ik me heus soms wel eens omdraaide en de deken over mijn hoofd trok om nog even vijf minuten… Maar ook dat ik er rotsvast van overtuigd was dat het allemaal weer beter zou worden, dat die mist ooit weer op zou trekken en dat ik, ja ik, die oh zo ongelukkig getroffen weduwe, weer gelukkig zou worden. Het moest gewoon, het moest voor Lucas en misschien ook wel voor mezelf.
En het gebeurde, toen het jaar rond was, alle eerste keren zonder Aart geweest, trok de mist steeds verder op. Ik kreeg het gevoel dat mijn toekomst wel weer kleur zou hebben, ingekleurd door Lucas, ja dat leek me wel wat en misschien, ooit in de verre toekomst over een jaar of tien met een nieuwe vent. Want ja, ik had eigenlijk best wel zin om te zoenen.

En toen, toen struikelde ik ineens over een man tijdens een vakantie, om te zoenen, een weduwnaar nog wel. Eentje die me in het afgelopen jaar heel dierbaar werd. En met die liefde trok de mist steeds verder op, kwam de rouw meer in rust en het gat in mijn hart lekte niet meer alleen verdriet, maar ook liefde. Heel veel liefde. Liefde gemengd met druppeltjes verdriet.
Mijn dreumes werd een peuter, de winter maakte weer plaats voor Lente en toen was er ineens dat moment daar. Wij wilden niet meer langer heen en weer pendelen tussen twee steden, steeds maar twee kinderen heen en weer slepen, steeds maar dagen met elkaar missen en onduidelijkheid. Dat was het moment dat we besloten echt samen te willen leven.

En daar op dat punt in mijn leven ben ik nu. Samen met een schat en twee lieve kinderen bouwen wij voorzichtig de staanders voor een nieuw gezin. En dat is nou het gekke…het voelt zo gewoon. Gewoon alsof dit al jaren zo is, alsof dit gezin is zoals het bedoeld was. En daarmee is het soms net alsof onze hele voorgeschiedenis een beetje wordt weggevaagd. Want als ik er niet bij nadenk, dan ben ik gewoon bezig met de was, de bergen en bergen strijkgoed die een relatie met een man die overhemden draagt en een meisje dat jurkjes draagt met zich mee brengt. Dan maak ik me druk over wat we die avond gaan eten en de boodschappen. Dan leef ik gewoon mijn leven alsof het altijd zo is geweest. Zo…raar!

Het is heerlijk, het is heerlijk om weer te kunnen ademen, om rond te fietsen en de bloemen te kunnen zien en er gewoon ongecompliceerd blij van te worden. Maar het is soms ook zó, zó ontzettend raar dat ik nu gewoon rondfiets met een bakfiets met twee kinderen er in. Zo…gewoon.

Verlangen naar wat nooit had zullen zijn

IMG_0862

Soms verlang ik naar het ideale gezin, naar die relatie met die man waar ik na 37 jaar nog van houdt, met wie ik wel onenigheid maar nooit ruzie heb. Dan verlang ik naar het hebben van een vakantiehuisje aan zee waar ik elk weekend en elke vakantie met mijn man en kinderen naar toe ga, wat ik heb ingericht met wrakhout en als we dan terug komen in ons DIY (do it yourself) huis waarin we zelf de meubels hebben opgeknapt, dan kruipen we lekker tegen elkaar aan bij de open haard elke avond, want het verveeld nooit en op zondagmorgen krijg ik dan ontbijt op bed. We hebben drie hartstikke leuke kinderen met blonde haren, een meisje en twee jongens, of twee meisjes en een jongen? Een tweeling misschien?

Ik lees over ze in tijdschriften en slik een brok weg. Verdriet omdat Aart en ik dat niet meer hebben, een gevoel van heimwee naar toen. Dat ideale gezin van de boekjes waar je brokken van krijgt in kelen bij het lezen. Maar het is niet waar, het klopt niet. Wij hadden niet dat ideale gezin en de kans dat we dat wel zouden krijgen was echt nihil, zo zaten wij gewoon niet in elkaar.

Ten eerste was daar het leeftijdsverschil, natuurlijk kan ik dat romantiseren, oh hij was zo jong van geest. Maar dan lieg ik, hij was gewoon Aart, 55 jaar al wilde hij daar echt niks van weten. Hij vond zichzelf een oude lul en eerlijk gezegd was hij dat af en toe ook. Mijn lieve oude lul, dat wel en gelukkig bleef hij in vele opzichten ook nog gewoon die kleuter die hij altijd al in zich had. Dan stelde hij zich aan als een klein kind met een heel hoog stemmetje, soms vroeg hij of hij bij zijn vriendjes mocht spelen. Natuurlijk had hij mij toestemming niet nodig, maar of ik hem dan ook wilde brengen en halen. Hij ging met soldaatjes spelen, gelukkig maar, dan had ik ook af en toe even het huis voor mezelf alleen.

Ruzie hadden we zeker wel, toen we samenwoonden in een behekst eenkamerappartementje 3-hoog achter in Amsterdam maar ook toen we gewoon in een eengezinswoning trokken met zijn tweetjes en alle ruimte hadden. Dan was ik boos omdat hij niet praatte en hij praatte niet omdat hij boos was dat ik boos was. Dat was geen onenigheidje, dat was gewoon vuurwerk met vonken en duizendklappers. Niet dat Aart zo van dat vuurwerk was, die hield liever zijn mond en dan kreeg hij van mij die duizendklapper, want ik kon daar niet zo goed tegen. En ruzie over troep, hij was boos op mij dat ik er zo’n zooi van maakte, ik weer boos op hem dat hij niet een beetje meehielp. Ja, we hebben heel wat tropenjaren gehad, een wonder eigenlijk dat we überhaupt ooit nog aan trouwen en een kind toe zijn gekomen zou je bijna zeggen.

Elke avond samen tegen elkaar aan bij de openhaard zat er ook niet zo in bij ons. Eigenlijk zaten we zelden samen beneden. Aart haatte televisie en van de openhaard krijg ik prikogen en gaat het stinken in huis. We waren wel bijna elke dag samen thuis dus misschien was het ook wel ter voorkoming van al te veel ergernissen. Ik zat dan in mijn atelier en hij op zijn werkkamer een verdieping hoger. Regelmatig kwam hij langs gewandeld om even bij me te buurten of riepen we om beurten dingen naar elkaar door onze open deuren. Andere keren kroop ik in de leunstoel naast zijn bureau en kletsen we. Soms stuurde hij me weer weg als hij moest werken en dan smeekte ik hem of ik mocht blijven als ik heel stil zou gaan zitten lezen. Mijn smeekbedes was hij niet tegen opgewassen dus dat mocht altijd. Soms lukte het me wel om me te begraven in een boek maar regelmatig verzuchte Aart na een uur dat ik toch weg moest (“je moet weg” zei hij dan letterlijk). Niet kletsen is best moeilijk hoor als je naast zo’n leuke man zit die je van alles wil vertellen!

Dat vakantiehuisje droomden we vaak van, maar eigenlijk waren we totaal ongeschikt voor zoiets. Een huisje aan zee, waar hij kon gaan schrijven en ik illustreren. Waar we de hele zomer zouden doorbrengen. Ja dromen hadden we genoeg samen maar meestal kwam er bar weinig van terecht. Een combinatie van mijn gebrek aan aandacht, ik was in het begin altijd enthousiast maar als iets niet gelijk van de grond kwam vergat ik het gewoon weer, en zijn gebrek aan initiatief. Ja, hoe zeer hij ook een gentlemen was die deuren voor me open hield, mijn jas aanpakte en mijn stoel aanschoof, intitiatief nam hij bijna nooit. Ik was degene die hém verraste met een nachtje weg, die voorstelde om ergens te gaan eten of om er op uit te gaan, die hem ontbijt op bed bracht en die voorstelde om op reis te gaan of op vakantie en die dat vervolgens uitzocht én boekte. Hoezo romantisch?

Maar hoe verschillend we ook waren, we waren wel gewoon verschrikkelijk verliefd op elkaar in het begin. En naarmate die jaren vorderden veranderde verliefd langzaam in lief. Hij werd liever voor mij, praatte wat meer, ik liever voor hem, dan vroeg ik of hij iets wilde terugzeggen vóór ik zou ontploffen. En naarmate we beter met elkaars kronkels om konden gaan gingen we steeds meer van elkaar houden. We kropen bijna in elkaar en hadden het goed samen. Aart zou trouwens braken als hij deze laatste zin had gelezen. Zondagochtend kreeg ik meestal geen ontbijt op bed, maar deden we andere hongerige dingen.

Als we samen op reis of vakantie waren dan waren we op ons best. Geen beslommeringen van thuis, ergernissen over elkaars troep, niet hoeven koken of huishouden of rekeningen betalen maar gewoon alleen maar genieten en bij elkaar zijn. We konden heel goed bij elkaar zijn. Toen we eens de hele maand september rondreisden weken we nauwelijks van elkaars zijde. Niet dwangmatig, we genoten juist heel erg van elkaars aanwezigheid en van elkaars genieten. Nog steeds moest ik Aart nog ongeveer de berg op slépen, maar we deden het wel. Achteraf was hem die berg op slepen tamelijk riskant, hij had waarschijnlijk toen al dat aneurysma en andere hart- en vaatproblemen, maar gelukkig waren wij (lang) in onwetendheid.

En initiatief nam hij ook op het juiste moment toen hij midden in een van mijn befaamde huilbuien voor me op de grond op zijn knieën ging zitten en me ten huwelijk vroeg. Ik mocht vervolgens het hele huwelijk regelen, maar hé, wat wil een vrouw nog meer? En trouwen met Aart was ook heel romantisch, wie wil er nou niet met een gentleman trouwen? En toen kregen we ook nog een kind!
Het einde had moeten zijn: toen leefden ze nog lang en gelukkig. Maar het werd, helaas zoals we elkaar beloofden bij ons huwelijk: tot de dood ons scheidt. En nu mis ik mijn rare niet zo ideale echtgenoot en het maffe maar dolgelukkige gezin dat wij waren gaan vormen. En droom ik stiekem over hoe het nooit had kunnen zijn want niemand kan bewijzen dat het niet zo was geworden.