Een jaar geleden (6)

Ziekenbezoek van Aart

Omgekeerde wereld, Aart op ziekenbezoek bij mij

Het was een maandag in het holst van de nacht. Aarts hart ging te keer als een malle en werd niet meer rustig. We moesten naar de eerste harthulp om het te laten onderzoeken. Daar zaten we dan op de vroege morgen, allebei hadden we geen oog dicht gedaan. Aart was de hele nacht onrustig geweest en de baby roerde zich regelmatig in mijn buik. We maakten ons zorgen om hem, elke keer weer dingen die niet goed gingen.
Een hartritmestoornis was de diagnose, eentje die wij van buitenaf ook al gesteld hadden want door zijn mechanische hartklep kon ik hem snel en niet altijd even regelmatig horen kloppen. Gelukkig niets ernstigs, maar helaas herstelde het ritme zich niet vanzelf. Ik belde de afdeling gynaecologie waar ik die ochtend een afspraak had dat ik niet op tijd kon komen. Ik mocht later komen als dat lukte. Aart wilde liever geen cardioversie (een stroomstoot) en kreeg daarom in eerste instantie medicatie. Aangezien het nog wel uren zou duren voor hij eventueel richting huis zou mogen besloten we dat ik toch maar even naar de controle bij de gynaecoloog zouden gaan.

Even.

Maar echt even werd het niet. Na een rustig gesprekje zei de gynaecoloog: Je bloeddruk was net te hoog , ik wil het nog een keer meten. Helaas, weer te hoog, ik dacht nog, nou ik zal wel rustig aan moeten doen dan. Dat klopte, héél rustig aan: “ik ga je opnemen” zei de gynaecoloog. Ik zei dat dat niet kon, dat ik mijn man zo moest gaan ophalen in het ziekenhuis, dat mijn auto in een blauwe zone stond en dat ik daar niet te lang mocht blijven staan, of ik niet ’s middags terug mocht komen. Nee, het antwoord was duidelijk, jij word opgenomen en ik ga je in een rolstoel naar de afdeling brengen, je bloeddruk is zo hoog dat ik ook niet wil dat je gaat lopen. Een lieve assistente zette mijn schijf op een nieuwe tijd zodat er nog wat tijd was en terwijl ik Aart belde werd ik door de gynaecoloog naar de kraamafdeling gebracht.

Het was een hectische dag, ik weet nog precies in welke kamer ik lag, ik keek uit over de Paaz en revalidatieafdeling van het nu oude ziekenhuis, het waren grote vieze ramen, er stond nog een eenzaam achter gelaten bosje bloemen. Ik lag aan het ctg en kreeg een waakinfuus waar ze heel wat keren voor moesten prikken en mocht alleen nog om naar de wc te gaan uit bed komen. Ondertussen was ik alles aan het regelen. Aart kreeg toch een cardioversie en mocht aan het einde van de middag naar huis. Maar alleen naar huis was uitgesloten. Op de afdeling wilden ze wel kijken of ze bij wijze van uitzondering hem bij mij konden laten slapen maar uiteindelijk was er geen kamer voor ons vrij. Ik weet niet meer wie ik allemaal gebeld heb, maar ik heb het geregeld. Aart werd opgehaald, iemand bleef bij hem slapen, ik kreeg toilletspulletjes en schone kleding, zelfs mijn haakwerk werd opgehaald. Daar lag ik dan, moederziel alleen in het ziekenhuis, mijn man in een ander ziekenhuis. Ik voelde me onthand, het kon niet, ik kon niet opgenomen zijn want Aart was gewoon nog te ziek om zich te redden. Of nou ja, het was vooral zijn onzekerheid, de angst dat er iets zou gebeuren en dat hij dan alleen thuis zou zijn. En ik was bang dat ik hem op een ochtend zou bellen en hij niet zou opnemen, dat er dan iets gebeurd zou zijn en dat ik er niet was geweest om hem te helpen. Gelukkig lukte het om logees te vinden.

Ik bleef een week in het ziekenhuis. Ik kreeg af en toe wat bezoek en was blij als ik eens een kamergenoot had. Ik miste Aart, hij kon nauwelijks komen, alleen als iemand hem bracht en hij kwam ook een keer met de taxi. Pil na pil kreeg ik om mijn bloeddruk  onder controle te krijgen en uiteindelijk, toen ik er 12 op een dag slikte en totaal versuft was mocht ik weer naar huis. Ik ging met mijn eigen auto die nog steeds op de parkeerplaats stond en moest eerst RouteMobiel bellen omdat de motor niet meer wilde starten omdat mijn accu leeg was geraakt door de kou. En ’s avonds ging ik naar koor met toestemming van een gynaecoloog die dat zelf ook deed. Ik heb de hele avond op halfzeven op een stoel gehangen en voelde me hondsberoerd maar ik was tóch blij dat ik er weer was. Niet naar koor gaan, dat was een haast groter straf dan in het ziekenhuis liggen.

Het was een rare dag een jaar geleden. Ik maakte me meer zorgen om Aart dan om mezelf of mijn kind, ik voelde me niet ziek en Lucas trappelde er lustig op los. Het was zo’n dag waarop ik dacht: nou oké, vooruit dan maar, doe het maar snel dan kan ik weer naar huis om voor Aart te zorgen. Elke dag vroeg ik hoe lang het nog zou duren en wanneer ik dan wél naar huis mocht. Ze waren lief voor me, maar ik miste Aart, ik wilde niet alleen voor hem zorgen, ik wilde ook gewoon bij hém zijn. We waren al zo lang van elkaar gescheiden geweest toen hij in totaal 2,5 maand in het ziekenhuis lag dat wilde ik gewoon niet meer.

Ja, 4 maart een jaar geleden was een rare dag.

Advertenties