Split level

Over hoe grote mannen weer klein worden en over douchegel met de geur van sinaasappelijs.

Elke morgen weer zorgen de warme stralen van de douche dat ik vrolijk en ontspannen wakker word. Mits ik tenminste op tijd eet want zonder ontbijt geen vrolijk humeur. Ik sta eerst meestal eerst een tijdje warm te worden, vervolgens was ik dan indien nodig mijn haar en daarna gaat de douche meestal een standje warmer. Aart vond het altijd veel te warm met mij onder de douche terwijl ik meestal bibberend uit zo’n douchepartij vandaan kwam omdat hij veel te koud wilde douchen.
Als ik eenmaal warm ben pak ik mijn fles douchegel. Gelukkige tijd heet ie, maar dan in het Engels, en als ik de dop open doe komt het aroma van sinaasappelbloesem en bamboemelk je tegenmoet. Ooit wel eens bamboemelk geroken? Of gedronken, zou dat ook kunnen? Nou ik niet, geen idee hoe dat zou moeten ruiken. Wat ik wel weet is dat het naar sinaasappelijs ruikt. Sinaasappelroomijs of een split. Zo’n sinaasappelwaterijsje met een vulling van roomijs.
Al jaren word ik daar elke ochtend vrolijk van, het verveeld nooit en altijd kom ik weer terug bij de ‘gelukkige tijd’ sinaasappelroomijsdouchegel.

Sinds Aarts ziekenhuisperikelen moet ik ook aan hem denken als ik weer eens aan mijn douchegel snuffel. Op een dag, een van de zovelen dat hij in het ziekenhuis lag, besloot hij dat hij een waterijsje ging halen. Hij vond het een ware tractatie. Niet veel later mocht hij naar huis, maar vanaf dat moment móest en zou hij als hij in een ziekenhuis was een ijsje kopen. Het liefst een split, hij vond die combinatie van waterijs en roomijs erg lekker en hij zei bij elk ijsje dat hij het verdiend had.

Hij kon zijn lol op, want we kwamen in die tijd nogal vaak in ziekenhuizen. Niet veel later werd bovendien ons kleine hummeltje geboren. Drieëneenhalve week lang lag die in het ziekenhuis en Aart kwam waar zijn energie het toe liet mee om hem te bezoeken. De eerste keer dat we samen gingen, dat was een week na de geboorte, zette ik Aart af bij de ingang, parkeerde de auto en vervolgens kon ik hem bij de ingang niet vinden. Stond hij nét een ijsje af te rekenen. “Betrapt” riep ik, maar hij keek totaal niet schuldig.
Terwijl Aart aan zijn ijsje lebberde liepen we naar de neonatologie. Ik liep naar binnen maar Aart werd staande gehouden door een strenge verpleegkundige: “u mag hier op de afdeling geen ijsjes eten”. Beteuterd bleef Aart voor de glazen deur staan, hij trok een pruillip. Dat kon hij goed, vaak inclusief hoog piepstemmetje en drammerige stampvoeten. Ik moest daar steevast hard om lachen. Ik heb denk ik een lange neus getrokken. In elk geval bleef Aart daar staan met zijn ijsje terwijl ik me vast verliefd over Lucas boog.

De keren daarop moest en zou hij toch een split halen. We zorgden zelfs dat we te vroeg waren zodat hij die eerst kon halen. Dat ijs was iets magisch, volgens mij voelde Aart zich weer even heel jong met een ijsje in zijn hand. Dan liepen we hand in hand richting de afdeling neonatologie terwijl hij gelukzalig aan zijn ijsje slobberde.

Een keer toen we laat waren beloofde ik hem dat hij na afloop een ijsje mocht. Alleen na afloop was het restaurant al dicht, totaal niet aan gedacht. Pruilend ging hij mee naar huis terwijl ik hem beloofde dat hij de volgende keer twéé ijsjes mocht…

Advertenties

Vernietmeerjaardag

hoedjevanpapier

Vandaag is het zo ver, het is Aarts eerste vernietmeerjaardag. Afgelopen 55 jaar vierde hij op deze dag dat hij een jaartje ouder was geworden, taart, cadeautjes, uit eten, hieperde piep hoera en lang zal hij leven zingen. Zo vanzelfsprekend. Tot het niet meer te vieren valt omdat die gene simpel weg niet meer verjaart. Menigeen zou er voor tekenen. Nóóit meer jarig zijn, voorgoed de leeftijd houden die je hebt. Stop de tijd!
Het was ook stiekem de wens van Aart. Hij haatte het met het jaar meer, dat verjaren, dat ouder worden. Hij voelde zich als een soort oude kaas die over datum raakte. Het liefst had hij deze dag overgeslagen de laatste jaren. Hij deed ook verwoede pogingen, maar altijd was ik daar die hem dwong een verlanglijstje te maken, die hem ’s ochtends tegen wil en dank taart voorschotelde en die hem feliciteerde met zijn geweldig mooie leeftijd. Ik organiseerde een keer een verrassingsfeestje en ik sleepte hem vaak mee naar een restaurant ’s avonds. Kortom, van mij kreeg hij geen kans de dag ongemerkt voorbij te laten gaan maar als hij de kans had gehad. Van hem hoefde niemand te weten dat hij alwéér een jaartje ouder was geworden.

Nooit meer ouder worden, nooit meer dat gevoel van: Ik word een ouwe zak. Hij wilde niets liever dan dat, de eeuwige ‘jeugd’. De tijd staat nu stil, Aart zal nooit ouder worden dan 55 jaar, een respectabele leeftijd toch? Hij vond dat al oud, maar volgens mij meer met de hijgende adem van het bejaardendom in zijn nek. Hij zal nooit bejaard worden. Goddank, want hij leek vast op zijn mopperende oude vader en dat was ook precies waar hij zo tegenop zag.
Hij verzocht mij ooit te beloven dat als hij zich ooit net zo onhebbelijk zou gaan gedragen als zijn vader in de frustratie van de ouderdom deed, dat ik hem dan in zijn rolstoel van de trap moest duwen, Aart dus, niet zijn vader, die is gewoon op 88 leeftijd van ouderdom gestorven. Wij begrepen goed dat ze in het bejaardentehuis paaltjes hadden voor de trapgaten. Vast niet alleen voor gefrustreerde familieleden, ook voor gefrustreerde kamikazerolstoelrijders.
Aart in een rolstoel bleek in het ziekenhuis al niet zo’n goed idee, hij haalde er stunts mee uit in de lift, reed mensen aan en ging er vandoor als ze hem weer eens te lang lieten wachten bij de röntgenafdeling. Het scheelt, hij hoeft ook nooit meer in een rolstoel en al helemaal niet omdat de ouderdom de kracht uit zijn benen had laten vloeien.

Aart had een gruwelijke hekel aan oud worden en deed zijn best daar niet in mee te gaan. Hij gedroeg zich soms als een peuter, inclusief pruillip en nephuiltje. Hij gedroeg zich regelmatig als een kleuter, waarbij hij mij dan vroeg of hij bij zijn vriendjes mocht spelen (wargamen) en of ik hem wilde brengen. Hij gedroeg zich bij tijd en wijle als een puber, inclusief ochtendhumeur en onmogelijkheden. Hij speelde online games, wist alles van computers en kende het taalgebruik van de jongeren als geen ander. Hij ging écht met zijn tijd mee… Als Aart dit gelezen had dan had ik nu een ram gekregen want met je tijd mee gaan is iets voor ouwe mensen. Nou ja vooruit hij ging ook niet helemaal met zijn tijd mee. Zijn mobiele telefoon nam hij alleen mee als ik hem dat uitdrukkelijk verzocht en als er hardware aangesloten moest worden dan mocht ik onder zijn bureau aan de slag. Op het internet kende hij de weg als geen ander, maar om op het internet te kómen had hij wel wat hulp nodig.

Aart, van harte gefeliciteerd man, ik moet het ja nageven het is je gelukt. Had je niet kunnen bedenken dat als je wenste om niet meer ouder te worden je op een dag gewoon op zou houden te bestaan? Nu ben je er alleen nog in ons hoofd, in ons hart en natuurlijk op papier. Laat je ons achter met een lege verjaardag zonder feestje, een lekkere ben jij. Was jij.
Vandaag vier ik een non-feestje, van één van jouw artikelen vouw ik een hoedje van papier. Wie schrijft die blijft. In mijn hoofd en vandaag ook erop.