Vernietmeerjaardag #3

Ik zit aan tafel achter mijn laptop, naast me op de grond speelt Lucas, 2,5 jaar is hij alweer en hij kletst honderduit. “lopen, lopen, lopen” hoor ik hem zeggen terwijl hij met een duplopoppetje over zijn net gebouwde toren wandelt.
Ondertussen dwaal ik in gedachten even weg naar Aart. Vandaag is de derde verjaardag die hij niet meer viert. Hij zou verheugd zijn geweest dat hij dat niet meer hoefde te vieren want dat ouder worden vond hij vreselijk. En hij zou best oud geworden zijn nu als hij nog geleefd had. Ouder dan hem lief was eigenlijk. Wat dat betreft zou je kunnen stellen dat het misschien wel beter is zo. Maar ja wat is beter, want was het niet ook beter geweest als hij er gewoon was geweest om die leuke voorleespapa voor Lucas te zijn?

Het is ook Lucas die me regelmatig doet beseffen dat Aart er niet meer is. Dan kijk ik in twee ondeugende ogen, die best wel lijken op die van zijn vader en dan besef ik dat hij zijn vader niet kent. Dat hij niet weet wie Aart was of wat Aart was. Hij kan nu naar de foto’s van Aart wijzen en zeggen: kijk papa Aaarrrrt, de r onhandig uitgesproken met een aardappel onder zijn tong. En soms vertel ik er dan bij dat papa Aart dood is, dan kijkt hij me serieus aan en zegt: ‘Ja papa Aart dood he’ om vervolgens vrolijk over te gaan op de orde van de dag. Gelukkig ook maar, hij is vrij en onbezorgd. Hij draagt niet de last van het verlies, hij kent het niet.
Dus draag ik zijn verlies bij het mijne in mijn hart, voel ik verdriet om wat er nooit geweest is, wat Lucas niet heeft verloren. Maar wat er wel geweest had kúnnen zijn en wat zo mooi had kunnen zijn. Papa Aart zou voorlezen en diepzinnige gesprekken voeren met ‘zijn zoon’, die alles na zou praten, de woorden proevend in zijn mond. Hij zou trots zijn en zeggen dat hij geweldig was, net zoals hij altijd trots was op zijn andere zoons. Hij zou over hem opscheppen en met hem knuffelen. Hij zou hem het woord onbetamelijk hebben geleerd. Hij zou hem verteld hebben dat hij van hem houdt elke keer opnieuw.

Het is ook gek om zo te denken, want het is er niet, het is er nooit geweest. Voor Lucas niet, voor Lucas bestaat de tijd uit gisteren en uit vandaag. Slechts gevoelens zijn de wazige herinneringen over vroeger. Dat er van hem gehouden is, altijd, dat zit in zijn bestaan.
Lucas zegt nu ‘papa’ tegen iemand anders, tegen mijn lief die ook echt zijn papa is. Die voor Lucas zorgt, hem troost als hij verdrietig is, knuffelt als hij naar bed gaat, poepluiers verschoont en zijn kleren wast. Die hem zelfs voorleest, elke dag weer, als een echte voorleespapa. Wel een beetje een dyslectische, soms produceert hij vreemde woorden, maar hij vindt het net zo belangrijk.

Ondertussen stapelt Lucas de duploblokjes steeds hoger terwijl hij zegt: ‘plakken, plakken, nog meer plakken’, hij praat honderduit. Hij pakt een auto en zegt: “de auto gaat even over meenemen, hij gaat helpen, er is puur (vuur), kijk eens, klik klak, klik klak, oh pallen (vallen)”. En ware spraakwaterval. En dan pakt hij een poppetje en zegt: “kijk papa, ga maar even zitten papa” en daarna pakt hij een ander poppetje en zegt: “kijk en dat is mama, mama ook zitten”.

Zijn leven is mooi, zijn leven is gewoon zoals het is, met een papa en een mama en een zusje waar hij gek op is. En er is ook een dooie papa en de mama van zijn zusje is ook dood. Zo is het gewoon, niks verdrietigs aan. Voor hem dan.

Gefeliciteerd Aart met je 3e vernietmeerjaardag. Ik ben alweer vergeten hoe oud je nu zou zijn geweest. Dat zou je wel deugd doen denk ik. We beginnen maar gewoon opnieuw met tellen, je sterven is nog zo jong. En het voordeel van vernietmeerjaardagen, wat niet is kun je eindeloos blijven tellen.

Advertenties

Kosmisch onderwijs

Sorry Aart, sorry dat Facebook het eerder wist dan jij, dat ik het je nu pas vertel. Ik heb zojuist onze eenjarige zoon ingeschreven voor een basisschool. Ja een beetje vroeg, absurd he, maar je schijnt er bijtijds bij te moeten zijn als je iets bijzonders wilt. Ik weet zeker dat jij de beste school voor je zoon wilde, maar of je dit onder het beste zou hebben geschaard weet ik eigenlijk niet.
Het is een montessorischool Aart. Ik weet wel dat je meneer Steiner een beetje een enge vent vond, je wilde niet dat jouw zoon aan zulke indoctrinaties blootgesteld zou worden maar hoe je over mevrouw Montessori dacht weet ik eigenlijk niet zeker.  Je vind dat vast minder erg dan meneer Steiner. Ja toch? Zeg nou maar gewoon ja.
Ja oké, misschien had je de term kosmisch onderwijs met argusogen bekeken. Dat doe ik ook hoor, ik moet gelijk denken aan astrologen. Maar eigenlijk is het een heel filosofisch gedachtengoed Aart, dat zou jou toch moeten aanspreken. Het betekend dat alles met elkaar in verbinding staat. Ik probeer alleen nog te bedenken welke filosoof dat zei om jou te overtuigen Aart, want filosofisch onderwijs zou je vast wel goed hebben gevonden.
En hé het is een neo-montessorischool, neo betekend nieuw dus dan zal het wel goed zijn toch? Trouwens, je was het wel niet altijd met me eens, maar uiteindelijk stond je toch altijd achter mijn keuzes toch?
Ja? Dus jouw zegen heb ik? Zeg nou maar gewoon ja.

Best gek, je kind is 1 jaar geworden, je hoort mensen om je heen het hebben over schoolkeuzes en ik bedenk me dat ik misschien toch nog maar eens moet kijken hoe het zit. De school waar mijn oog op viel, maar waar ik verder nog niet naar heb gekeken vermeld op de website niet echt iets over wachtlijsten. Ik stuur ze toch maar even een berichtje. Ze blijken wel wachtlijsten te hebben, oh shit! Na een beetje heen en weer melden krijg ik het volgende bericht van het secretariaat:

“Voor het schooljaar waar je zoon onder valt 2016-2017 is op dit moment (nog) geen wachtlijst. Om zeker te zijn van plaatsing is het zeker raadzaam om een vooraanmelding te doen.”

Dus zo geschiede dat mijn 1-jarige school voor-ingeschreven is. Op een montessorischool hier in de buurt, een school die me prettig lijkt alleen waarvan ik totaal nog niet kan inschatten of het ook wat voor Lucas is.

En dan besef je ineens dat je eigenlijk helemaal niet zo goed weet wat aart belangrijk vond. Ik weet dat hij het vrije school onderwijs maar niets vond. Maar goed, Aart was ook bang voor alles wat riekte naar zweverigheid. Oeh, nu zou ik een klap voor mijn kop hebben gekregen. Ok correctie, Aart was nóóit bang, maar wel ietwat licht enigszins sceptisch zeg maar.
Over het Montessori-onderwijs heb ik hem nooit gehoord. Ik denk dat hij er ongeveer net zo tegenover had gestaan als tegenover het Christendom. Aart was een volslagen Atheïst.

Dat is misschien een geruststelling, Aarts oudste zoon zat ooit op een Christelijke basisschool en hoewel het jong op een dag verzuchte toen hij een mooie zonsondergang zag dat dat God was vond hij dat een prima keuze omdat het een heel geschikte school was. Zijn middelste zoon belande ooit uiteindelijk op een Katholieke school, Katholiek maar wel precies wat hij nodig had en een erg prettige school, was zijn conclusie.
Hij zou dat Montessorigedoe misschien maar weinig hebben gevonden, hij zou yoga en mindfullness, vieringen en kosmisch onderwijs echt om de kriebels van te krijgen hebben gevonden. Maar ik denk niet dat hij het een probleem had gevonden zolang de school de juiste omgeving bied voor zijn zoon om te leren. Ja waarschijnlijk zou ik hem wel hebben kunnen overtuigen maar dan vervolgens wel acht jaar lang cynische opmerkingen moeten hebben aanhoren als Lucas in bed lag.
Ja, ik denk dat ik zijn zegen wel heb. Nu nog een keer gaan kijken en afwachten of ik denk dat het inderdaad een geschikte school voor Lucas is. Want je kunt dat bij een dreumes toch wel wat moeilijk beoordelen vind ik.

 

Stil van buiten

Het is stil, buiten is het stil, hier binnen is het stil. Hier is het stil. Maar van binnen is het dat niet. In mij woedt een storm die mij maant tot stilstand. Die maakt dat ik deze weken niet zo goed kan schrijven, niet kan tekenen. Daarvoor moet er beweging zijn, letters en ideeën moeten vloeien. Misschien is dit wel een eerste stap. Ik moest wel schrijven want de stilte overweldigde mij.
Ik lag in bed met mijn ogen dicht, klaar wakker maar toch met droomgedachten. Hersenspinsels voortkomend uit mijn angsten.
Ik zei laatst dat ik somber was. “Moet ik mij zorgen maken?” vroeg mijn behandelaar mij. Niet begrijpend keek ik hem in eerste instantie aan. Of ik suïcidaal was bedoelde hij. Ik zei lachend nee. Net in bed bedacht ik mij dat ik hem had willen zeggen dat dat pas zou gebeuren als Pasen en Pinksteren op één dag zouden vallen en dan waarschijnlijk nog niet. ‘Maar wel als Lucas doodgaat’ zegt vervolgens één van mijn hersenspinsels. Waarna ik me vervolgens voorstel hoe dat zou voelen en voor me zie hoe ik mezelf van een brug werp of nee te bloederig, een hand vol pillen slik. Hmmm verkeerde onderwerp, ik probeer mijn gedachten te sturen naar een wat zonnigere richting. Ineens is het wel zonnig, maar ben ik weer op die mooie zondagmorgen in juni, ik sta in de deuropening te wachten, ik hoor een sirene. Ik bedenk me weer hoe ik mensen belde om te vertellen dat ik Aart gevonden had, dood en of ze wilden komen al is het maar omdat ik met mijn trillende handen de melk voor Lucas niet in een flesje krijg. Mijn ouders, mijn zusje, vriendinne, Aarts beste vriend en zijn lieve vrouw. Ongeloof en paniek, verdiet en ik sta te trillen maar blijf rustig. Ik moet praktisch blijven. Mijn baby slaapt op de eerste verdieping.
Er komt een motorambulance aan, in mijn gedachten zijn het er twee, maar in werkelijkheid kwam die tweede later pas.
Het volgende moment ben ik ineens weer aan de telefoon met de alarmcentrale, maar het gaat anders dan hoe het was, ik moet hem gaan reanimeren maar ik durf niet, hij is te zwaar, ik kan het niet.

Ik lig te trillen in bed, mijn hart klopt in mijn keel. Ergens in de verte voel ik opgesloten tranen.
Hersenspinsels, ze overvallen me in het donker, als de hele wereld slaapt en ik ook niets liever wil dan dat. In de schemering tussen waken en slapen, als ik mijn harnas heb afgelegd en kwetsbaar probeer te gaan slapen grijpen ze mij, houden mij af van wat ik wil en nodig heb en vertellen mij wat ik overdag soms nog een beetje weg kan duwen: auw.

Arme mensen

Arme mensen om mij heen denk ik soms. Ik heb af en toe de neiging om ietwat hardvochtig te zijn. Mensen schrikken zich vaak het apenlazarus als ik zeg: “nee, ik heb geen man meer, die is dood” of “nee Lucas heeft geen vader meer, die is dood.”. Dan schrikken ze trouwens nog erger want Lucas is natuurlijk nog maar een baby. Dan zie je ze denken: dat kan nooit lang geleden zijn geweest, hoe zit dat?

Soms loop ik door de supermarkt en denk ik: nu loop ik hier en iedereen denkt dat ik gewoon een moeder ben die boodschapjes doet. Een gelukkige jonge moeder want met een baby ben je natuurlijk onderdeel van een gelukkig jong gezin. Ik moet af en toe echt de neiging onderdrukken om niet te gaan gillen: “Hallooo, jongens, KIJK dan toch eens, ik ben geen gelukkige jongen moeder. Ik ben weduwe, mijn man is DOOHOOOOD en Lucas heeft geen vader meer.”.
Maar ik doe het toch maar niet. Die arme mensen, ik denk dat ze niet zouden weten waar ze moesten kijken. Ik denk dat ze misschien wel een busje voor me zouden bellen ook. Hoewel, er lopen wel meer mafkezen rond daar, maar die zijn gewoon gek. Ik ben niet gek maar gek geworden. Ach zo sneu he, een moeder met kindje en dan zo’n zotte kop, zielig ook. Het schrikbeeld van elke vrouw, man etc.

Meestal denk ik dat ik gewoon nog op aarde sta, de eerste maanden na Aarts dood zweefde ik er een metertje of wat boven, maar ik denk dat ik geland ben meestal. Toch zijn er ook dagen, weken dat ik daar aan twijfel. Dan vraag ik me af of ik er niet toch stiekem nog boven zweef. Dan kijk ik naar mijzelf, naar mijn leven en voelt het alsof ik niet helemaal hier ben. Alsof ik het van buitenaf beschouw. Dan merk ik dat ik het gewoon niet helemaal snap, dan snap ik niet goed waar ik ben en wat ik voel. Niet dat ik nu volledig de kluts kwijt ben hoor, wees niet bang jullie hoeven geen busje voor me te bellen. Niet nodig ook ik ga al naar de gekkenafdeling. Maar ik ben regelmatig verbaasd over dat een mens zo lang verdrietig kan zijn, dat ik dat kan. Soms ben ik verbaasd dat ik niet meer voel, soms kijk ik vol verwondering naar de totale chaos in mijn hoofd. Soms snap ik gewoon niet dat het niet zo werkt dat je jezelf even herpakt en weer verder gaat, hoe zeer ik mezelf die opdracht ook heb gegeven.

En andere keren snap ik het heel goed. Rouw, ik ben in de rouw en hoewel ik dat niet wil sijpelt dat door in mijn hele leven. En wat krijg je als je rouw+zwangerschapsvergiftigingnaweeën+ADHD bij elkaar optelt? Totale chaos! Ja dat is een ding dat zeker is. En als ik het zo bekijk dan ben ik soms ook best gewoon trots dat ik er nog sta, dat mijn huis er nog staat en dat mijn kind gewoon elke avond te eten krijgt. Dat mijn kind nog geen kranten in zijn broekje heeft gekregen omdat de luiers op waren en dat ik hem nog nooit heb laten ontbijten met cake omdat het brood op was.
En de moraal van dit verhaal: Ik moet het maar gewoon accepteren, ik zit op een raar eiland waar ik niks van snap, cultuurshock tot en met. Ik roei maar met de riemen die ik heb, eilanden komen meestal niet vooruit, maar zo blijf ik in elk geval in training tot er een bootje komt. En misschien is hier ook nog wel wat moois te halen.

Dat jij er bent

En in weer zo’n donkere eenzame nacht sluip ik naar het kamertje van mijn zoon. Míjn zoon! Ik leg hem recht, dek hem nog eens toe, streel over zijn haartjes en wring me in een onmogelijke bocht over de rand van zijn ledikantje om zijn hoofdje te kussen. Ik hoor een zachte zucht. Ik leg zijn speentje terug in bed, zijn knuffels recht en zachtjes fluister ik: “ik ben zo blij dat jij er bent”.
Hij hoort me niet, hij ligt onschuldig diep te slapen en ik ben blij dat hij het allemaal niet meekrijgt. Die verdrietige doorwaakte nachten waarin ik spook en ik in bed liggen afwissel met zachtjes rondsluipen.
Ik ben zo blij dat hij er is, dat ik mijn liefde nog op hem kan botvieren. Dat ik ’s nachts getroost kan worden door hem even zachtjes aan te raken. Mijn kind, mijn zóón.
Hij kan mij niet vertellen dat het allemaal wel goed komt met mooie woorden. Hij slaat geen troostende arm om me heen. Hij trekt hoogstens aan mijn haar als hij de kans krijgt of probeert eens een hapje uit mijn arm en brabbelt papapapapa. Hij hoeft dat ook niet te doen, hij is mijn kind en als ik hem zie wéét ik dat het goed komt. Het, ja, datgene wat nu enigszins ondefinieerbaar maakt dat het niet goed ís. Als ik naar hem kijk denk ik aan al die mooie momenten die wij samen nog gaan krijgen. Aan hoe ik hem zal vertellen over papa, hoe verliefd die op hem was en hoe hij hem mee nam naar zijn werkkamer op zolder om hem te laten slapen in de wasmand. Hoe hij dan uren naar hem zat te kijken en totaal vergat wat hij daar aan het doen was. Hoe hij glom van trots als hij het over hem had.
En als ik naar hem kijk en hem driftig hoor brullen dan denk ik: als jij op je vader én je moeder lijkt krijg ik nog heel wat met je te stellen. En stiekem moet ik dan een beetje glimlachen, we waren me een stelletje.

Stil met kerst

Het is hier stil, al een tijdje heb ik niets geschreven. Dat komt omdat ik in de war ben. De dagen rondt Sinterklaas en Aarts grote operatie waren moeilijk, veel moeilijker dan ik dacht. En nu is het weer stil, het voelt als het oog van de storm, alsof ik er midden in zit maar alles ineens heel kalm is geworden. Nou ja betrekkelijk kalm want bij mij van binnen stormt er nog steeds een storm, elke dag weer. Ik ben moe en gewoon in de war. De gedachten in mijn hoofd vormen geen rijen van twee meer, staan niet netjes in positie, maar vliegen alle kanten op. Nou is dat bij mij wel vaker het geval hoor, ik heb meer laatjes dan de gemiddelde mens en ik vergeet regelmatig op te ruimen. Dan is het een troep in mijn hoofd en weet ik van gekkigheid niet meer wat ik met mezelf aan moet.
Ik merk dat ik probeer de laatjes weer te sorteren, maar mijn hoofd voelt als een hoofd vol watten. Wanneer kan ik nou gewoon weer helder nadenken? Wanneer zakt de moed me niet meer in de schoenen als ik een brief open waarin staat dat er van mij een actie verlangd wordt? Gewoon zoiets stoms als een formuliertje invullen of het betalen van een rekening. Wanneer schiet ik niet meer in de stress alleen maar omdat er ook avondeten gekocht moet worden, of nee nog erger… gekookt!
Maar ondanks dat probeer ik er gewoon toch wat van te maken. Toch gewoon een beetje te genieten en leuke dingen te doen. Want anders zou het gewoon een wel heel treurige bende worden hier.

Ik timmerde bijvoorbeeld een kerstboom in het kader van: “kerst is wat je er zelf van maakt”. Ik wilde dit jaar geen kerstboom, herinneringen aan het mini-boompje van vorig jaar wat ik bij Aart in het ziekenhuis bracht staan me nog helder voor de geest. Vorig jaar was kerst al niet echt leuk met Aart in het ziekenhuis, dit jaar is Aart er helemaal niet bij, hoezo fijne feestdagen? Maar tegelijkertijd wilde ik ook niet doen alsof het geen kerst was, geen kans ook, je wordt er overal mee geconfronteerd. Onze traditie was dat we elk jaar een echte boom hadden, rijk versierd in alle kleuren van de regenboog. Elk jaar kwamen daar een paar zorgvuldig en liefdevol uitgekozen versieringen bij. Meestal deed ik dat, dan kwamen er weer een paar rood met wittestippenballen bij, maar soms bemoeide Aart zich er mee. Twee jaar geleden heeft hij mij de hele kerst doen grijnzen telkens als ik de boom zag want hij had, bloedserieus, voor in de boom een roze kop en schotel en een roze bijpassende theepot uitgezocht. Nog steeds moet ik daar om lachen, want hij vond het serieus erg mooi. Ik vind ze vrij eh, roze, maar kon het idee waarderen.
Ik bedacht me dat het zonde was dat die kop en schotel dit jaar niet opgehangen zouden worden en ging op zoek naar een alternatieve kerstboom. Ik googelde plaatjes van houten kerstbomen en maakte een plan. Met dat plan toog ik naar de gamma waar ik twaalf balken in stukken liet zagen. Het was daarmee dat ik een kerstboom fabriceerde die ik eigenlijk nog bijna leuker vind dan die echte boom. Gewoon omdat hij anders is en anders bij mij past. En zo leuk, al die kerstversieringen die wij in de loop de jaren verzameld hebben hebben een ereplekje gekregen. De kop en theepot, de pauw en de vogels, de rode ballen met witte stippen, de paddenstoelen, maar ook oude ballen die ooit van Aarts ouders waren, net zoals de houten kerstengeltjes.
Ik vier kerst maar gewoon een beetje op mijn eigen manier.

Afgelopen vrijdag gaven we een groot kerstconcert in de grote kerk van Harderwijk. Dat was een bijzondere ervaring, om als Pop&Rockkoor in een uit de kluiten gewassen kerk te zingen. Ik vond het vooral leuk om te merken hoe saamhorig het koor er van werd. Precies een gevoel waar ik momenteel behoefte aan heb. Dat ik totaal uitgeput en leeggelopen was van al die input is dan even van ondergeschikt belang.
Ik schreef ook nog voor de afsluitende kerstviering van koor gisteren een alternatieve versie voor ‘Hark! The Herald Angels Sing’ en was nog zo gek die voor ze te gaan zingen ook. Dat gaat nooit echt goed want zodra ik in de buurt van de microfoon kom schiet ik zo verschrikkelijk in de stress dat ik mijn papier met tekst bijna niet meer kan vast houden, vals ga zingen en volledig de timing verlies, zelfs als een orkest op de achtergrond gewoon min of meer de melodie speelt.
Maar ik merk dat sinds Aarts overlijden me er toch minder druk om maak. Ja ik krijg een knalrood hoofd, schiet in de stress en baal dat het wéér niet gelukt is mijn zenuwen in bedwang te houden. Maar ik lig er niet meer wakker van. Net alsof ik me eindelijk gerealiseerd heb dat er belangrijkere dingen zijn in je leven om je druk over te maken. Bovendien doe ik mee voor mijn plezier, toch?
Het was een hele gezellige avond en tot mijn stomme verbazing kreeg ik nog een bedanktroffee ook voor het mede een onvergetelijk maken van de avond. Ik denk dat ik maar een prijzenkast moet gaan timmeren!
En dan, aan het einde van zo’n avond, wil ik het liefste mijn matrasje uitstallen in de gymzaal waar we altijd oefenen en de leuke avond voor altijd laten voortduren. Dan wil ik niet naar huis, ook al is daar Lucas samen met mijn lieve zus die oppast. Ik wil dan blijven, ook al voel ik me verdrietig zo tegen het einde. Verdrietig omdat ik weet dat ik mijn ervaringen niet met Aart kan delen. Omdat ik weet dat het geen zin heeft om bij thuiskomst enthousiast naar zolder te rennen om te vertellen over je blunder van de avond. Omdat hij er niet is om er met je om te lachen, je te knuffelen en te vertellen dat hij gewoon nog steeds van je houdt, ook als je vals en uit de maat zingt. Omdat ik Aart gewoon verschrikkelijk mis en ik dat dan na zo’n leuke avond extra hard voel.

Worstelen

Lucas met uilenmuts op 26 september 2013

Ok, ik heb een kwartier en ik dat kwartier ga ik mijn blog schrijven. Waarom een kwartier? Omdat het dan half elf ’s avonds is en ik vind dat ik dan naar bed moet.
Het is een zooitje in huize Brouwer/Jacobs, niet alleen Lucas maakt er voor mij een nog niet helemaal definieerbaar potje van, ook ik kan er wat van. Of eigenlijk kan voorál ik er wat van.
Avond na avond lig ik naast Lucas in bed, hij in zijn co-sleeper (bedje aan mijn bed vast) en ik op mijn helft van het grote bed. Hij slaapt, ik ben wakker, urenlang wakker. Af en toe hoor ik een steun of een zucht, maar vooral hoor ik niets tot vrij weinig. En als ik slaap word ik een paar uur later weer wakker en als ik uiteindelijk écht slaap, is het ochtend en heeft Lucas weer plannen met mij. Kortom, het slapen is een worsteling en daarom heb ik besloten dat het nou genoeg is. Ik ga in plaats van het naar bed gaan steeds uit te stellen weer ‘op tijd’ naar bed. Op tijd is in dit geval dus half elf en dat is over inmiddels 12 minuten.

Niet alleen het slapen is een worsteling, momenteel worstel ik met van alles en nog wat. Niet zo raar natuurlijk, maar ik geef jullie graag een inkijkje in het geworstel. Snoepen bijvoorbeeld. Troostrijk verzachtend zoetig, iets waar ik erg gevoelig voor ben maar wat ik tijdenlang heel goed bij hield. Toen Aart ziek werd ging ik slechter eten. Een chocoladekoek in het ziekenhuis of snoepjes waar we samen van snoepten. Toen ik nog borstvoeding gaf kon ik het wel hebben maar na Aarts overlijden en het stoppen met de borstvoeding ben ik met het snoepen door gegaan. Weliswaar at ik verder niet zo veel dus in gewicht merk ik er niet veel van, maar ik vóel me toch een partij rot als ik snoep. En je moet niet denken dat ik hele dagen loop te snaaien, maar gewoon hier en daar wat voeding voor die suikerverslaving. Die suikerverslaving die hand in hand gaat met met futloos voelen, maagklachten geeft en de somberheid in de hand werkt. En wat is er nou minder handig dan precies dat doen als je toch al in een niet zo leuke periode zit en beroerd slaapt? Ok, ik koop dus geen koek meer en ook geen tiramisu (mijn grootste verslaving). Ik at net wel dropjes voor mijn keel want die doet zeer, maar ja, het helpt geen ruk en ik voel me weer…

Nog 8 minuten. Ik worstel sowieso met de dagen. Hoe kom ik ze door? Regelmatig zit ik lamlendig achter mijn computer websites te refreshen in de hoop dat er nieuwe mail is, een nieuw bericht op facebook, iets interessants op twitter of een nieuwe bezoeker op mijn blog. Refresh, refresh, refresh en als ik me aan het einde van de dag afvraag wat ik gedaan heb voel ik me een nutteloze lambal. Dan geef ik mezelf een knal en zeg ik dat ik morgen weer wat moet gaan doen. Het hoeft niet eens wat nuttigs te zijn want zelfs de leuke dingen laat ik links liggen tenzij ik met iemand afgesproken heb. Omdat ik besefte dat deze worstelpartij nog wel eens een lange adem zou gaan vergen en dit me niet helpt heb ik besloten dat ik wel een schopje onder mijn poezelige bips kon gebruiken en dus heb ik besloten dat ik er niet te veel aan toe moest geven. Het resultaat van de afgelopen dagen: 1 uilenmuts, een klein stukje sjaal, een pan heerlijke champignonsoep, twee gedraaide en 1 gedroogde was en eh, nou ja in elk geval een iets minder lamlendig gevoel.

Nog 5 minuten. Kortom, ik worstel, verzuip zo wat en kom weer boven. Hap naar adem en ga weer kopje onder om vervolgens nog harder te zwemmen om weer boven te komen. Ik ga er voor, ik mag best verdrietig zijn, me rot voelen of wat dan ook, maar niet door dingen die ik mezelf aan doe, daar pas ik voor. Had ik vroeger Aart die me hielp, me naar bed stuurde, mijn woelige gedachten uit mijn hoofd aaide. Nu moet ik het zelf doen en ik vertik het me te laten kennen. Ik ben sterk, ik heb power, ik hóef niet altijd blij te zijn maar de kracht wil ik graag blijven voelen en niet die krachteloze nulenergie die me de laatste weken in zijn greep hield.

Nog 3 minuten: Het is tijd, ik ga het doen, ik ga het niet meer uitstellen maar ik ga naar bed. Om 22.30 u, precies zo als ik met mezelf had afgesproken en morgen, morgen drink ik gewoon wat extra water voor mijn keel in plaats van dropjes. Gooi ik die was in de droger, zoek ik éindelijk een nummer voor zangles uit, haak ik een stuk aan de sjaal voor Lucas en ga ik weer op tijd naar bed, ook al is het vrijdagavond. Nee, als ik mezelf schop onder mijn kont geef doe ik het goed. Punt. En ja, dit was een mezelfoppepmantra, wie weet helpt het.