Random

20130922-005019.jpg

Ik heb hier al vaker over geschreven, maar in mijn hoofd ploppen vaak zo maar gedachten op. Nou heb ik daar sowieso last van, dat hoofd van mij is moeilijk te sturen en gaat vaak totaal zijn eigen gang. Ik vraag me wel eens af of ik er überhaupt wat over te zeggen heb, soms lijkt het alsof ik een dwarse puber op mijn nek heb. Stuurs en nukkig doet mijn hoofd dan precies het tegenovergestelde van wat ik wil. Wil ik ergens niet aan denken dan doet het dat juist wel, wil ik tranen dan blijft het droog, kurkdroog, wil ik ze niet dan kun je beter een dweil meenemen. Wil ik rechts dan gaat mijn hoofd links. Ja echt, gisteren bij de huisarts nog, tweede deur rechts zei ze, maar daar was helemaal geen deur! Toen bleek dat ze links bedoelde, tenminste, de links die mijn hoofd had bedacht. Dat samen met het feit dat ik aan het einde van het consult niet meer wist waarom ik ook alweer bloed moest prikken moet niet een bijster goeie indruk hebben gegeven. Of juist wel misschien, van die chaos in mijn hoofd. Het is maar net wat je wil zien. Volgende keer zou ze het voor me opschrijven.

Nu to the point, dat er om heen geschrijf heeft ook maar één doel; proberen het er niet over te hebben. Maar dat wil ik dus juist wel want ik wil het graag uit mijn hoofd hebben en op papier in plaats van andersom. Dat hoofd moet zich maar even koest houden.

De laatste dagen heb ik ze ineens weer veel, die zo maar ineens opploppende gedachten over Aart. Net liep ik naar de badkamer om nog maar even een keer te gaan plassen voor het slapen gaan en ineens zag ik Aart voor me, boven, dood. Niet echt bevorderlijk voor een goede nachtrust. Terwijl ik de gedachte probeerde weg te drukken, uit te wissen dacht ik aan de babyfoon, dat die nog aan staat en plop, een gedachte over het geluid wat door de babyfoon klonk toen Aarts lichaam van zolder naar beneden gebracht werd. Uiteraard had mijn hoofd er ook een beeld bij, dat soort beelden van dingen die je niet echt gezien hebt zijn helaas maar al te vaak door de verbeelding nogal heftig ingekleurd.
Toen ik weer in bed lag ging mijn fantasie helemaal met me op de loop. Ik stelde me voor hoe het zou zijn geweest als Aart naast me in bed was doodgegaan en hoe dat dan zou moeten met de ambulancebroeders en hun arbowet. Ik vroeg me af of de brandweer er wel bij zou kunnen komen hier aan de achterkant en ik zag voor me hoe ze hem al reanimerend probeerden af te voern. Ja nee fijn hoofd, heel nuttige gedachten ook. Please give me a break!

Gisteren zat hij ook in mijn droom; hij zat aan tafel maar was niet écht mijn man en deed vervelend met andere mensen. Iemand vroeg mij hoe het ging en ik zei: “jaaa, goehoed. Naar omstandigheden.” en die voor mij onbekende persoon zei: “nee, hoe gaat het écht? Hoe voel jíj je?”, na twee keer slikken zei ik snikkend: “Het doet zó’n verrekte pijn!”. Au, hoofd, dat doet pijn!

Misschien komt het omdat Lucas gisteren zijn eerste verhalfjaardag vierde. Hij kreeg van mij zijn eerste hapje, een stronkje broccoli. Ik ben zo trots! Tegelijk met de deceptie dat de gene met wie ik het wilde delen het gewoon nooit meer zal kunnen zien.

Misschien komt het ook doordat ik deze week een vrijgezellenfeest en gisteren bijbehorende bruiloft had. Het was zó leuk! Zo gezellig en mooi! Ik heb oprecht plezier gehad maar ineens is je trouwring zo nadrukkelijk aanwezig en de bijbehorende man zo nadrukkelijk afwezig. Zijn ring in het bakje bij zijn bril in plaats van aan zijn lange sierlijke pianohanden.

Nu denk ik aan zijn handen. Hoe die door mijn haren woelden als ik weer eens te veel gedachten had. Dan viel ik langzaam tóch in slaap, de gedachten uit mij geaaid.
Waar is die vent toch als je hem nodig hebt?

Advertenties

Luie zondag

20130911-010027.jpg

Spelen met de Ipad met Aart op Terschelling augustus 2012

Allereerst moet ik nog even iets zeggen over het vorige stukje koffiezoenen en asbaklikken want dat verdiend Aart wel.
Ten eerste de foto, normaal stond Aart niet zo op foto’s hoor, de meeste foto’s van Aart zijn stukken charmanter. Deze foto werd op een maffe vakantiedag op Terschelling gemaakt toen we samen aan het spelen waren met mijn ipad. Sorry Aart, ik weet dat je het vast discutabel zou hebben gevonden maar ik heb er goede herinneringen aan, vandaar dat ik deze uitermate oncharmante foto tóch gepubliceerd heb.
Ten tweede de koffiezoenen. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik het laatste half jaar nauwelijks koffiezoenen kreeg en dat ik ze stiekem wel een beetje miste. Ik bedoel, je trouwt in voor en tegenspoed en dus ook met goeie en met vieze zoenen, hoort er bij. Maar Aart dronk eigenlijk meer thee dan koffie die laatste periode. Die enkele keer dat hij wél net koffie op had zei ik natuurlijk wel nog steeds hartgrondig BAH!
Ten derde de asbakzoenen. Daar moet ik helemaal eerlijk in zijn, dit heeft zich plaats gevonden vóór Aart opgenomen werd in het ziekenhuis november 2012. Aart stopte namelijk met roken een ruime week voor hij opgenomen werd omdat hij niet wilde roken als er een baby in huis was. ’t hielp denk ik ook niet dat ik weigerde nog bij hem te komen zitten als zijn kamer blauw stond van de rook want ik werd gewoonweg kotsmisselijk van die geur! Aart stopte dus en de avond voor hij opgenomen werd zaten we in een restaurant te eten en vertelde hij dat hij voor het eerst het gevoel had dat het zou gaan lukken te stoppen en wat voor plannen hij allemaal had. Hij wilde gaan sporten, afvallen, marathons lopen (yeah right, met die zware botten van hem) en een tanig oud mannetje worden. Oké oké, dat laatste waren mijn woorden maar we hebben het plan nog bezegeld met een high five. Die nacht werd hij niet lekker, de afloop kennen jullie.

Dat rechtgezet hebbende wil ik graag terugkeren naar het onderwerp van mijn titel. Luie zondag.
Aart en ik waren allebei gek op luie zondagen. Dagen dat de winkels dicht waren en we de deur niet uit hoefden. Dan brachten we de ochtend door in bed en praatten, knuffelden en vrijden, maakten grappen en maakten een ontbijtje voor elkaar. Dan bleef de een liggen en de ander ging dan ontbijt maken. Meestal was ik die ander trouwens want ik word altijd rusteloos van dat soort ochtenden en als ik dan weer boven kwam met koffie, thee, eitjes, croissantjes, sinaasappelsap en dat soort dingen lag Aart steevast weer te slapen. Dan kroop ik nog even tegen hem aan of zoende hem wakker voor het ontbijt. Dan kruimelden we het hele bed onder, waar ik dan over mopperde want ik heb een hékel aan kruimels in bed.
Uiteindelijk, tegen het middaggloren gingen we meestal ieder ons weegs, Aart kroop meestal op zolder achter zijn computer om te werken aan een of ander artikel, later vaak ook om aan zijn poppetjes (wargamespul) te schilderen en ik kreeg meestal op die dagen de meeste inspiratie voor illustraties. Meestal tegen de avond besloten we dan dat er op zo’n luie (maar dus heel productieve) zondag geen eten gekookt hoefde te worden en bestelden we wat óf gingen we spontaan uit eten.
Toen we nog in Amsterdam woonden brachten we de zondagmiddagen ook nog wel eens door in de Ierse pub op het Leidseplein met een stapel boeken, kranten en tijdschriften, daar aten we dan ’s avonds een hapje en meestal eindigden we in de bioscoop.
De zondagen waren altijd heerlijke dagen waar we allebei enorm genoten van de rust die de productiviteit veel meer bevorderd dan dat haastige gedoe van doordeweeks.

Lucas , zondag 15 september 11.56 u

Lucas , zondag 15 september 11.56 u

Vandaag heb ik ook een luie zondag, voor het eerst in tijden heb ik weer een klein beetje het gevoel van toen. Ik knuffel niet met Aart maar met mijn kleine Lucas en ik kijk stiekem even naar de lege plek in bed waar nu stapels ongevouwen én opgevouwen was liggen en waar vroeger Aart lag. Het is een bitterzoete herinnering en toch voel ik de warmte van toen, want het is vooral een móóie herinnering. Jammer dat ik het moet missen, maar wel een heerlijk gevoel. Dus toen Lucas vanmorgen pas om 8.30 u wakker werd zag ik mijn kans schoon, hij kreeg ontbijt op bed, we kroelden een beetje en speelden spelletjes en toen draaiden we ons nog eens om en sliepen…tot 11.30 u.
Nu is het middag, Lucas doet nog een dutje want baby’s kunnen niet genoeg slapen en ik zit in mijn zondagskloffie een blogje te tikken zoals Aart dan vroeger zijn stukje ging tikken.
De supermarkt is tegenwoordig gewoon open op zondagmiddag. Als Aart een graf had gehad zou hij zich omgedraaid hebben. Hij was faliekant tegen de zondagsopening, niet vanuit religieuze overwegingen, maar omdat de zondagsrust hem heilig was. Mij ook, ik doe gewoon net alsof het niet waar is en blijf vandaag thuis, met een dikke trui aan, benen opgetrokken in een stoel met een boek, in bed of achter de computer, ik doe vanalles maar buiten kom ik vandaag niet, nee zeg, zondag is om uit te rusten!

Zo’n dag

Vandaag is het zo’n dag. Je weet wel, zó’n dag. Ik waarschuw vast, vandaag ben ik NIET grappig.

Vanmorgen om een uur of 7 ging mijn persoonlijke wekker weer. Lucas, vrolijk geluidjes makend kondigde hij aan dat de dag wat hém betrof wel was begonnen. Wat mij betrof niet, ik deed net of ik hem niet hoorde, draaide me nog een keer om met de deken over mijn oren. Maar ja probeer maar eens te slapen met een knagend schuldgevoel en bijbehorend achtergrondgeluid. Eerst probeerde ik nog of hij misschien in mijn armen wilde slapen en ik dan ook nog eeeeeven, tevergeefs natuurlijk, de dag was immers begonnen en slapen met een trappelend kind in je armen die in je kin knijpt en elke keer als met één oog naar hem kijkt breed begint te lachen gaat nu eenmaal echt heel moeilijk.  Dus hees ik mezelf uit bed en fabriceerde een ontbijtfles, niet dat die nou anders is dan alle andere flessen, maar hij krijgt ‘m ’s morgens, we moeten enig onderscheid maken voor een ritme toch? Na de fles deed ik verwoede pogingen om uit bed te gaan maar dit mislukte jammerlijk. En toen Lucas een uur later besloot nog even zijn oogjes dicht te doen zag ik mijn kans. Ik trok mijn dekbed weer over mijn hoofd en draaide me eens even lekker om. Wat is een betere wakkerhouder dan de gedachte dat je nu kúnt slapen maar dat de dag wel al lang begonnen is. Zo’n dag dus…

Zo’n dag waarop buikpijn hebt omdat het weer die tijd van de maand is, ik weet het, dit is meer vrouwenpraat, maar volgens mij hebben mannen er ook last van hoor. Niet van buikpijn en andere bijbehorende kwalen, maar wel van “de tijd van de maand” inclusief snaaihonger. Aart in elk geval wel, al beweerde hij zelf natuurlijk van niet.
Zo’n dag waarop de hoofdpijn met de sterkste pijnstiller niet uit te roeien is en je die deken van vermoeidheid niet af kunt schudden, zelfs niet met 4 glazen cola waar je daarna alleen maar de hele tijd van moet plassen.
Zo’n dag dat je van alles moet (van jezelf) maar je je er gewoon niet toe kunt zetten en áls je jezelf dan eindelijk naar de supermarkt hebt gesleept wilde je dat je thuis was. Ik heb een hele tijd lusteloos door de supermarkt gedwaald, ik wist eigenlijk zelf niet meer wat er nodig was en al dwalend zag ik dingen waarvan ik dacht: “Dat neem ik mee, dat vind Aart lekker.” en dan realiseerde ik me halverwege de gedachte al dat dat natuurlijk onzin is om vervolgens toch bij het volgende schap bij een andere lekkernij hetzelfde te denken. Ik kreeg bijna trek in dingen die ik eigenlijk niet lekker vind gewoon omdat ik ze dan nog een keer voor hem mee kan nemen. En dan is het zo’n dag dat je daar eigenlijk even niet zo goed tegen kunt inplaats van dat je om jezelf en je maffe gedachte kunt lachen. Zo’n dag dat je gewoon wilde dat je je dekbed mee had genomen naar de supermarkt om op dat moment even onder te kruipen.

Zo’n dag dat je gewoon een blog móet typen omdat het zo’n dag is, maar terwijl je dat probeert besluit je kind dat hij ofwel een poepluier heeft, ofwel tandjes krijgt, ofwel honger heeft en het op een krijsen zet. Je kind dat eigenlijk zelden krijst maar vandáág de hele dag al een beetje humeurig is. Ik heb het geprobeerd hoor, te typen met mijn zonnestraaltje op mijn arm, meestal is dat wel goed, hij vind meestal alles prima, helemaal als hij op schoot mag. Maar met een hand voorzichtig zinnetjes typen terwijl je kind steeds harder gaat brullen helpt zelfs de grootste blognood om zeep. Nu, na een pauze met fles, schone broek en een heleboel geknuffel kan ik weer want hij ligt te slapen. Op hoop van zegen dat ik het einde van deze blog haal voor hij wakker wordt.
En nu zou ik natuurlijk ook best even, heel even onder mijn dekbed… Maar nee dat kan niet want er komt een Belangrijke Bezorger van De Bank. Eentje die vooraf aangekondigd wordt met een foto en eentje die je legitimatiebewijs komt scannen. Hij is geweest hoor, hij kwam inderdaad om vijf over vier, op het moment dat ik nét even rustig op de wc zat en mijn blog wilde gaan schrijven. En toen wilde hij ook nog binnenkomen om zijn scan-unit op tafel te leggen. Dat hadden ze niet van te voren aangekondigd dus ik moest met een grote armzwaai een hoop zooi wegvegen. En deze meneer bedankte mij vriendelijk voor mijn gastgevendheid en overhandigde mij DE digipas waar ik al een eeuw op zit te wachten en die ik helemaal niet wil maar die ik nodig heb om Aarts bankzaken af te kunnen handelen.
En toen had ik mezelf met frisse tegenzin beloofd dat ik gelijk maar even moest gaan inloggen met de digipas en wat dringende zaken regelen en dat ik dan daarná mijn blog eindelijk mocht gaan afmaken. Nou vergeet het, Aart is vandaag precies drie maanden geleden overleden en nog stééds kan ik niet inloggen. Ik heb namelijk nog een activeringscode nodig en die komt nog. Een voordeel…tijd voor mijn blog.

Het is dus gewoon zo’n dag dat je bijna beter in je bed had kunnen blijven, bijna want de redding is nabij. Vanavond heb ik éindelijk na een lange lange zomervakantie van 8 weken weer koor. Ik hoop niet dat we ineens “Dat ik je mis” van Maaike Ouboter op ons repetoire krijgen (zie mijn vorige blog: Overval) maar verder heb ik héél veel zin in lekker zingen en een borrel na.

Nog een klein vrolijk nootje van deze dag, de site www.dejongeweduwe.nl, zo’n site waarvan ik hoop dat jullie ‘m nooit zullen hoeven te bezoeken, wilde mijn blog graag delen op de site. Een mooi compliment vind ik want er staan op de site zelf ook hele mooie blogs van andere jonge weduwen op.

Eigenlijk ben ik nog niet klaar, foto volgt nog, maar ben het zat. Lucas is wakker en huilt, hartverscheurend. Waar is mijn dekbed? Oh wacht ik heb nog een reep chocola. Lucas heeft duidelijk ook zó’n dag.

Alleen is maar alleen

20130830-085337.jpg

Prrrfy, iehoehoehoe, Aaaaaah, ieieieie, ihahihahiii. Met zijn beentjes in de lucht en gillend van plezier ligt Lucas naast me. Kwart over zeven vond híj een mooie tijd om op te staan. Ik wat minder. Op zich vind ik het een prima tijd hoor, maar als je dan tot half vijf hebt wakker gelegen omdat je weer moet wennen aan thuis zijn en je verbeeld dat die vlooien die je besprongen bij thuiskomst alsof je hét hapje van de maand was je achtervolgd zijn tot in je bed dan is kwart over zeven rijkelijk vroeg. Dan doe je een poging met een flesje en een speentje in de hoop dat hij zomaar spontaan nog een paar uur gaat slapen maar helaas, voorlopig tevergeefs (dus schrijf ik deze blog maar).
Op zulke momenten mis ik Aart niet alleen als persoon, maar ook als paar armen en benen.
‘Aaaaart, neem jij Lucas even dan ga ik nog even slapen’. Nou vergeet het maar, geen Aart te bekennen.
Sommige dingen zijn écht niet handig alleen, andere dingen gewoon minder prettig. Kijk dat je als Lucas net slaapt niet even naar de supermarkt kan lopen is wel vervelend en dat ik voor álles wat ik wil doen waarbij kleine kinderen niet gewenst zijn nu oppas nodig heb is erg vervelend. Maar mijn dagje gisteren deed me beseffen hoeveel energie het kost om alleen te zijn.
Nadat ik alle zooi van de vakantie bij elkaar geschraapt had en weer enigszins logisch in tassen en koffers in de auto had gepropt, de boel weer netjes aangeveegd had en de kat gevangen had toog ik met mijn auto naar de boot die me van Terschelling terug naar het vaste land moest brengen. Op de boot aangekomen moest ik terwijl ze de rest van de boot vol stouwden met auto’s zo snel mogelijk de kinderwagen, Lucas, de kat én de luiertas zien uit te laden. Met behulp van een medewerker met walkie talkie en neongeel hesje kwam ik uiteindelijk in de lift terecht (alleen bediend door personeel) waar hij op het knopje van het bovenste dek duwde want dat was minder druk, minder warm én je kon naar buiten. Eenmaal op het bovenste dek kwam ik tot een aantal conclusies, als je alleen bent denken mensen dat ze oeverloos tegen je aan mogen praten, soms is dat leuk, maar niet als de persoon in kwestie een bemoeizuchtige tang is, ik was de draagzak vergeten, ik had een dek lager zullen gaan zitten zodat ik eten kon halen, ik zat kilometers bij de wc vandaan en Lucas had vandaag in totaal nog maar een uur geslapen dus hoogste tijd voor een dutje (waar hij ook al aan begonnen was in de auto).
Ik besloot uiteindelijk maar met mijn portemonnee in mijn achterzak en Lucas op mijn arm de steile trap naar de catering gelijk af te dalen voor ik al te lange rijen tegen kwam, de boot schommelde of Lucas net weer sliep ook al had ik geen trek. Op de terugweg moest ik zien én niet van de trap te vallen, én Lucas vast te houden en mijn dienblad met drinken, salade en friet recht te houden. Toen ik boven kwam zei de bemoeizuchtige oudere vrouw met wie ik tegen wil en dank al eerder had zitten praten: “heb je dat helemaal alleen gedaan. Had ‘m aan mij gegeven!” Ja, Lucas dus. “Hij is toch nog niet eenkennig” voegde ze er nog aan toe. Nee dat klopt, dacht ik bij mezelf, maar vind u het heel erg als ik mijn kind niet aan een wildvreemde bemoeizuchtige oudere dame geef die Lucas in eerste instantie voor een meisje aanzag? Ja, dat vond ze erg, maar ik snoerde haar de mond met een “Ik ben gewend het alleen te doen”. Je zag haar denken en de vraagtekens in haar ogen, maar ik heb er maar niet aan toegevoegd: ‘ja mijn man is namelijk dood dus nu ben ik alleen met Lucas’.
Nou ja de rest van de reis verliep betrekkelijk rustig, af en toe moest ik ineens met de oudere dame praten, ze had dezelfde ereader als ik en vond dat ik een hoesje moest kopen zoals zij had, knielen op een bed violen vond ze wel een beetje een heftig boek en haar man leest altijd met grote letters en toen mocht ik weer verder lezen zij ze. Toen Lucas sliep snelde ik gauw twee kilometer naar de wc en daarna haastte ik me naar de lift omdat de automobilisten werden opgeroepen naar de auto’s te gaan. Pas 15 minuten later kon ik me in de lift proppen met een man met hond die bang was voor de kat en de kat die bang was voor de hond. Beneden aangekomen bleek dat ik was ingebouwd en er met de kinderwagen niet meer door kon naar de auto. Dus…wagen geparkeerd, Lucas op de ene arm, luiertas over de andere schouder, zijdelings schuivend tussen de auto’s door, voordeur open, luiertas dumpen, achterdeur open, Lucas dumpen, Lucas stoot hoofd, Lucas troosten, Lucas vastmaken anders vergeet ik dat. Kat halen, schuifelen tussen auto’s door, kat via achterklep proberen naast Lucas te krijgen. Ondertussen concluderen dat je in de eerste rij auto’s staat die van de boot af moet en ze al beginnen te rijden. Terug schuifelen, wagen uit elkaar halen, met losse onderdelen in je hand proberen zonder auto’s te beschadigen terug te komen. Wagen precies zoals hij er uit kwam terug proberen te zetten anders past ie niet, achterklep dicht, gaat niet, de auto die voor me staat start zijn motor, wagen opnieuw er in doen. Klep dicht. In de auto springen en wegrijden. Buiten de boot parkeren want Lucas zat nog niet goed vast, concluderen dat zijn broek nat is, luier verschonen op de bestuurdersstoel, Lucas terug in de stoel, deze keer goed vast en dan eindelijk ready to go. Nou ja, moet nog even tanken en dat allemaal terwijl ik ivm met inbraakangsten graag voor het donker thuis wilde zijn…niet gelukt.
Oh en had ik al gezegd dat ik eenmaal thuis belaagd werd door vlooien die me beten en wakker hielden?
Potver Aart, ik vind alleen zijn helemaal niet leuk!

Lucas slaapt bijna, ik ga ook nog een poging doen…

Upcycle

Lucasbroekje1

‘Ashes to ashes, dust to dust’ klinkt een zware stem in mijn hoofd. De stem galmt door de ruimte. Het is een beetje raar, maar dit regeltje keert de laatste tijd regelmatig terug in mijn hoofd. Een googlebeurtje leert mij dat het een gebed is, wat dit alles nog wat vreemder maakt. Want wat moet ík nou met een gebed? Het is denk ik meer het idee van de levenscyclus dat mij aanspreekt. Het idee dat alles gemaakt word van de aarde en daar ook weer naar terugkeert. Veel poëtischer wordt het voor mij trouwens niet, ik zie dan voor me hoe de wormen leven van de aarde die ontstond toen ik mijn bosje bloemen composteerde. Wat zou er gebeuren als ik Aarts as uitstrooi over zee? Zouden de vissen er naar happen alsof het vissenvoer is?

Die cyclus in mijn hoofd strekt zich ook uit tot Aarts spullen. Er is zo veel waar herinneringen aan kleven maar ook niet meer dan dat. Wat moet ik met zijn oude uit elkaar vallende badjas die mij veel te groot is? Ik herinner me hoe vervelend ik het vond als hij die aanhad als ik met hem knuffelde, dan trok ik hem open zodat ik mijn wang op zijn T-shirt er onder kon leggen en de warmte voelen.
Wat moet ik met die leren jas die hij veel droeg toen ik hem leerde kennen, waar hij jarenlang bijna in woonde en waarin zijn belangrijkste spullen zaten, zijn portemonnee en zijn paspoort. Die jas die hij wel eens om mijn schouders legde als ik het koud had, maar die zo zwaar is dat ik er niet mee kon lopen.
Wat moet ik met dat oude overhemd wat hij na jarenlang dragen een tweede leven gaf als schilderoverhemd? Een tot de draad versleten boord en vol met vlekken op de voorpanden waarin hij regelmatig voorovergebogen zat te schilderen op die minuscule poppetjes van hem. Als hij niet per ongeluk nog zijn gewone kleding aanhad en dan vergat dat acrylverf eenmaal opgedroogd echt met geen mogelijkheid uit je kleding gaat. Of nog mooier, die ene broek die erg leek op een andere broek die al lang schilderbroek was geworden vanwege de vele vlekken.  Aart dacht dat die twee broeken één waren en dat die vlekken er dus uit gingen in de was. Dus smeerde hij er lustig op los op zijn nog wél goeie en schone broek. Wat dat betreft had Aart sowieso nogal veel ‘schilderkleding’.

In mijn recente creatiedrang en verwoede pogingen om overal wat van te maken ben ik aan het naaien geslagen, ik heb een draagzak genaaid voor Lucas en een luifeltje voor boven zijn wagen, een hoesje voor mijn e-reader en nu wilde ik dus een broekje naaien. Met een beetje hulp van mijn moeder kwam ik tot de conclusie dat het stofje wat ik ervoor wilde gebruiken bepaald te klein was en dus doken we in de kledingkast om te zien of we misschien een oud kledingstuk konden vinden. Mijn moeder is namelijk de koningin van het upcyclen. Upcyclen is helemaal hip en happening tegenwoordig, je maakt van iets ouds, een dekbedovertrek, een kussensloop, een oud kledingstuk of iets anders wat klaar is om weggegooid te worden want niet meer bruikbaar in de huidige staat, iets nieuws. En in plaats van recyclen noem je het upcyclen omdat je het niet terugbrengt tot grondstoffen maar gebruik maakt van de vorm die het nu heeft.

In de kast vond ik Aarts oude schilderoverhemd en dat bleek dus uitermate geschikt voor upcycle. Mijn moeder tekende en knipte het patroon, ik naaide het in elkaar.
En zo kon het gebeuren dat Aarts dierbare verfoverhemd nu door Lucas wordt gedragen als broekje. Nu hoop ik maar dat Lucas niet zijn vaders talent tot vlekken maken heeft geërfd want dan is er geen redden aan.

Lucasbroekje2

Nachtelijke ontmoetingen, nachtelijke ontboezemingen

20130802-022612.jpg

Het is bijna 2.00 uur in de nacht. Ik lig in bed met holle ogen van vermoeidheid maar de slaap kan ik niet vatten. Alweer niet. Lucas ligt naast me al uren woelig te slapen, inmiddels bijna overdwars in zijn bedje.

Mijn hoofd zit vol gedachten, barstensvol gedachten over Aart. Over wat ik allemaal nog op wil schrijven, hier op dit blog en over mijn herinneringen en over wat ik mis en wat ik nog zou willen. Het liefdesromannetje wat ik van de weeromstuit las eindige in een anti climax met een ‘oh lieveling’ gelijk was mijn liefde over, gadverdamme, smerig taalgebruik. Ik had Aart graag willen laten gruwelen van afgrijzen door dat dan tegen hem te zeggen. ‘Oh lieveling!’ en dat dan op ongepaste momenten.

Op de achtergrond hoor ik in de verte een goederentrein razen en mijn gedachten dwalen af naar hoe Aart van die stadse geluiden hield. Hoe hij als we ’s nachts lagen te praten en een trein hoorden vertelde over hoe hij van die geluiden genoot. Soms hoorden we een motorrijder rondjes rijden om ons blok, ik vond dat maar een vreemde hobby en ook behoorlijk irritant. Aart genoot er juist van, hij zei dat die geluiden hem een vertrouwd gevoel van in de stad zijn gaven. Alsof hij er naar verlangde ook ’s nachts bevestiging van de bewoonde wereld te krijgen.

‘S nachts…
‘S nachts hadden we regelmatig ontmoetingen. Dan ging ik naar de wc en hij ook, of hij bleek al lang op te zijn of ik kwam hem tegen in de keuken met een stapel boterhammen terwijl ik op zoek was naar een appel. Dan gaven we elkaar een knuffel in de gang in het voorbijgaan of zoenden we elkaar in de keuken. We maakten grapjes over dingen die er niet toe deden en vaak besloten we dan maar weer samen terug te gaan naar bed. Soms volgden urenlange serieuze gesprekken, andere keren gierden we het uit van meligheid. We hadden we vaak de beste gesprekken en de grootste lol.

En nu lig ik in dat grote bed, alleen, we hadden net van plek geruild zodat ik dicht bij Lucas kon slapen. Ik hoor lieve geruststellende geluidjes naast me en bedenk me dat ik niet denk dat Lucas voor zijn tiende verjaardag in zijn eigen kamer mag gaan slapen ’s nachts. Ik lig in bed en staar in het donker en telkens weer zijn daar die duizenden gedachten. Alle mooie dingen die nu ook verdrietig zijn houden me wakker en ik zou gewoon zo graag nog eens midden in de nacht tegen Aart willen zeggen: ‘Ik houd van je … Ik houd verschrikkelijk veel van je’.

Gado Gado

Gado Gado

Vandaag heb ik met een vriendin op het terras van Zandfoort aan de Eem gezeten, met de kindjes, lekker een beetje klooien en beppen. Nou doe je beppen over het algemeen alleen met vriendinnen, maar ik had zo graag met Aart daar willen zitten, in de toekomst. Voor de mensen die Zandfoort aan de Eem niet kennen, dat is een soort keet met een heleboel zand voor de deur met picknickbanken en andere onmogelijke houten bankjes, ligbedden een waterpomp, glijbaan en speelgoed voor de kinderen. Het doet mij altijd denken aan een terras in de tuin van een kraakpand in Berlijn, zo’n plek waar het leven even stil staat, volwassenen feesten en kinderen zich tot in de late uurtjes vermaken met vreemde speeltoestellen en zand, veel zand en natuurlijk water.
Het leek me echt wat voor Aart en mij om samen met Lucas te gaan chillen, Lucas dan van top tot teen bedekt met zand en modder, Aart en ik dan boeken lezend met een koud glas wijn, bier of ehh, nee ik bedoel fris natuurlijk.
Nu zat ik daar met een vriendin, we bepten en bepotelden elkaars kinderen. En uren later en lichtelijk verkleumd vertrokken we weer, ieder ons weegs. Niet helemaal wat ik er van verwacht had voor de toekomst maar heel gezellig en Lucas had inderdaad zand in zijn haar.
Nu vraag je je natuurlijk af waarom ik in vredesnaam een foto van een bord eten bovenaan mijn blog heb staan en de naam Gado Gado als titel. Daar komen we dan nu bij en het lijkt totaal random natuurlijk maar in die lichtelijk melancholische stemming van iets wat ik samen wilde gaan doen maar wat niet meer kan liep ik de Albert Heijn in. Eigenlijk liep ik eerst naar de Xenos waar een dwaaltocht langs de schappen me tot de conclusie bracht dat ik er toch nog niet helemaal aan toe ben om ook daadwerkelijk gekleurde kussentjes voor de bank te kópen (zie blog gekleurde kussentjes). Maar dat is een ander verhaal. Ik liep dus de Albert Heijn in en ik was er duidelijk niet bij met mijn hoofd want ik wilde een handscanner pakken met mijn air miles pas en toen het apparaat mij meedeelde dat ik de hulp van een medewerker moest inschakelen liep ik geïrriteerd naar de medewerker achter de balie dat dat kreng het nou wéér niet deed, voor de zoveelste keer. Ze zei droogjes dat dat niet erg verwonderlijk was omdat het mijn air miles pas was waarop ik zei dat ik duidelijk húlp nodig had. De zoveelste postzwangerschapsdementie-actie waar ik graag smakelijk om had willen lachen met Aart (had ik al gezegd dat ik lichtelijk melancholisch was?). Enfin, het lukte wel hoor met die scanner. Ik was daar met een doel. Ik wilde een Gado Gado maaltijd salade te kopen. Die hadden Aart en ik in de week voor hij stierf ontdekt en Aart heeft het er nog dagen over gehad. Hij vond die salade zó lekker, het maakte hem niet meer uit dat ik geen energie meer had om te koken, als hij elke dag Gado Gado salade mocht eten was het me vergeven. Ik vond die salade ook erg lekker maar de eerste tijd moest ik er niet aan denken om ‘m te gaan halen. Niet alleen omdat de Albert Heijn niet om de hoek is maar ook omdat je dan zelfs met het éten nog geconfronteerd wordt met je verlies. Nou geen zin in dus! Maar vandaag wel, niet in die confrontatie hoor, maar wel in Gado Gado salade. Dus ik schepte vanavond mijn bordje vol met lekkere salade, want uit zo’n plastic bak eten vind ik weer net een beetje té en wilde de papieren wikkel aan de kant gooien toen mijn oog ineens viel op een groene V. En bij nadere bestudering zag ik het inderdaad, die stukjes kip dat zijn helemaal geen stukjes kip maar vegetarische ietsjes van een of ander plantaardig spulletje gemaakt en daarna in een soort van vleesvorm gegoten. Al die jaren dat ik vegetariër was en ook in de jaren daarna heb ik bij tijd en wijle geprobeerd Aart te foppen met nepvlees, ik vind dat zelf over het algemeen lekkerder maar Aart, de echte man, moest er niets van hebben. “Gadver, wat is dit voor spul?” … “Oh vagetonisch zeker” om het vervolgens niet op te eten en te vragen of ik volgende keer weer echt vlees zou maken. Hetzelfde deed hij overigens ook met diepvriesgroente, ook dat pikte hij er feilloos uit. Dit waren weliswaar echte verse groenten, maar dat vlees is dus hartstikke nep. Is hij er na al die jaren tóch nog ingestonken! Wat zal hij blij zijn dat ik hem dit niet meer onder zijn neus kan wrijven!