Arme mensen

Arme mensen om mij heen denk ik soms. Ik heb af en toe de neiging om ietwat hardvochtig te zijn. Mensen schrikken zich vaak het apenlazarus als ik zeg: “nee, ik heb geen man meer, die is dood” of “nee Lucas heeft geen vader meer, die is dood.”. Dan schrikken ze trouwens nog erger want Lucas is natuurlijk nog maar een baby. Dan zie je ze denken: dat kan nooit lang geleden zijn geweest, hoe zit dat?

Soms loop ik door de supermarkt en denk ik: nu loop ik hier en iedereen denkt dat ik gewoon een moeder ben die boodschapjes doet. Een gelukkige jonge moeder want met een baby ben je natuurlijk onderdeel van een gelukkig jong gezin. Ik moet af en toe echt de neiging onderdrukken om niet te gaan gillen: “Hallooo, jongens, KIJK dan toch eens, ik ben geen gelukkige jongen moeder. Ik ben weduwe, mijn man is DOOHOOOOD en Lucas heeft geen vader meer.”.
Maar ik doe het toch maar niet. Die arme mensen, ik denk dat ze niet zouden weten waar ze moesten kijken. Ik denk dat ze misschien wel een busje voor me zouden bellen ook. Hoewel, er lopen wel meer mafkezen rond daar, maar die zijn gewoon gek. Ik ben niet gek maar gek geworden. Ach zo sneu he, een moeder met kindje en dan zo’n zotte kop, zielig ook. Het schrikbeeld van elke vrouw, man etc.

Meestal denk ik dat ik gewoon nog op aarde sta, de eerste maanden na Aarts dood zweefde ik er een metertje of wat boven, maar ik denk dat ik geland ben meestal. Toch zijn er ook dagen, weken dat ik daar aan twijfel. Dan vraag ik me af of ik er niet toch stiekem nog boven zweef. Dan kijk ik naar mijzelf, naar mijn leven en voelt het alsof ik niet helemaal hier ben. Alsof ik het van buitenaf beschouw. Dan merk ik dat ik het gewoon niet helemaal snap, dan snap ik niet goed waar ik ben en wat ik voel. Niet dat ik nu volledig de kluts kwijt ben hoor, wees niet bang jullie hoeven geen busje voor me te bellen. Niet nodig ook ik ga al naar de gekkenafdeling. Maar ik ben regelmatig verbaasd over dat een mens zo lang verdrietig kan zijn, dat ik dat kan. Soms ben ik verbaasd dat ik niet meer voel, soms kijk ik vol verwondering naar de totale chaos in mijn hoofd. Soms snap ik gewoon niet dat het niet zo werkt dat je jezelf even herpakt en weer verder gaat, hoe zeer ik mezelf die opdracht ook heb gegeven.

En andere keren snap ik het heel goed. Rouw, ik ben in de rouw en hoewel ik dat niet wil sijpelt dat door in mijn hele leven. En wat krijg je als je rouw+zwangerschapsvergiftigingnaweeën+ADHD bij elkaar optelt? Totale chaos! Ja dat is een ding dat zeker is. En als ik het zo bekijk dan ben ik soms ook best gewoon trots dat ik er nog sta, dat mijn huis er nog staat en dat mijn kind gewoon elke avond te eten krijgt. Dat mijn kind nog geen kranten in zijn broekje heeft gekregen omdat de luiers op waren en dat ik hem nog nooit heb laten ontbijten met cake omdat het brood op was.
En de moraal van dit verhaal: Ik moet het maar gewoon accepteren, ik zit op een raar eiland waar ik niks van snap, cultuurshock tot en met. Ik roei maar met de riemen die ik heb, eilanden komen meestal niet vooruit, maar zo blijf ik in elk geval in training tot er een bootje komt. En misschien is hier ook nog wel wat moois te halen.

Advertenties