Favoriete vieze aftershave

Als een plaat die was blijven hangen leefde ik de laatste maanden mijn leven. Doen wat je moet doen met je hoofd boven water. Meer was er niet, de wereld stond een beetje stil. Stiller dan die stond vlak na Aart overlijden. Moe gestreden met mijn eigen leven, ingezakt en lichtelijk futloos. Monter hief ik elke keer mijn hoofd om door te gaan, ik deed mijn best. Maar in feite stond alles stil, glipte de dingen zachtjes aan een beetje door mijn vingers.
Tijd voor verandering besloot ik al een tijd geleden. Ik moest de zaken aanduwen om weer in beweging te komen, ergens beginnen want anders zou er niets gebeuren. Het begon met de tuin, de tuin die al jaren aan groot onderhoud toe was. Aart en ik wilden ‘m volledig opnieuw laten inrichten maar we kwamen er nooit uit en ook dat stond stil. Inmiddels ligt er een nieuw ontwerp, is mijn tuin leeggehaald en wordt hij weer langzaam opgebouwd. Ik ging op vakantie, twee keer maar liefst en tussendoor gingen ook de tuinzaken door.
Er ontstond een klein vonkje in mij, een vonkje dat weer levenslust voelde, een klein beetje energie, zin om door te gaan.
En bij zin om door te gaan hoort ook zin om af te sluiten, losse eindjes af te hechten, er een mooie knoop in te leggen. Tijd om orde te scheppen in de chaos maar vooral tijd om iets te doen aan de spullen van Aart die nog door het hele huis zwerven. Alsof ik mezelf er aan wilde blijven herinneren dat hij dood is, alsof ik mezelf een beetje straf door in elke ruimte dingen te zien om verdrietig van te worden, dingen uit vervlogen tijden. Gek genoeg zag ik ze al tijden niet meer, al die spullen, genegeerd door de tijd verdwenen ze in de achtergrond. Maar ze stonden er nog wel en vroegen aan de rand van mijn gedachten steeds om aandacht. Onrust brengend in mijn toch al niet erg rustige hoofd. Alsof je ongemerkt kilo’s zand met je mee sleept en op den duur niet eens meer weet dat je dat doet.
Het is tijd voor rust, het is tijd dat Aart een plekje krijgt. Een plekje in mijn hart heeft hij al, nu moet hij nog een plekje in huis krijgen. Want voor een dooie man neemt hij wel erg veel ruimte in. Ruimte die tijdenlang gepast was, ruimte die hij ook innam in mijn hoofd. Maar langzamerhand is dat toch anders geworden, de randjes van het gapende gat minder rafelig, geen constant bloedverlies. De waas van verdriet langzaam opgetrokken, ik kan weer kijken. Ik kan weer zien, vooruit.

Ik ruim de badkamer op, vooral mijn eigen zooi maar ook nog wat van Aart, netjes weggestopt in een hoekje, maar wel continue aanwezig. Het is mijn badkamer nu, mijn huis ook. Met gekleurde kussen op de bank alleen kom ik er niet. De ruim ik de badkamer op. Ik gooi zijn spullen weg, hup in de prullenbak er mee. Zijn favoriete vieze after shave gaat ook. Als hij die op had wilde ik hem nooit zoenen omdat hij stonk. Bah! Ik ruik aan zijn lekkere after shave, die had hij ook. Weemoed bekruipt me. Ik ruik de geur, een hele bekende geur. Maar zonder de geur van Aart is het ‘m niet. De geur die vervlogen is, zelfs in mijn herinnering.

Ik wil sneller dan ik kan, hup weg er mee, ik wil weer ademen, leven, voelen, huilen, lachen. Ik wil ruimte en wel nu. Ik zal geduldig moeten zijn, tijd heeft ook zijn grenzen maar de grote schoonmaak is begonnen, in mijn huis en in mijn hoofd. Het is tijd.

Advertenties