Oud

Oud

Oud – illustratie Wendel Jacobs

Het is alweer bijna zo ver, bijna is het jaar voorbij, bijna begint er een nieuw jaar. Het is een dag als alle anderen, de klok loopt als altijd. Niet eens de hele wereld is het er mee eens dat het nieuwe jaar dan begint. Toch heb ik de neiging om melancholisch te worden zo tegen het einde van het jaar. Het is een moment om terug te denken en vooruit te kijken, om de balans op te maken.
De balans… ja wat moet ik daar nou van zeggen.
Oud&Nieuw van het vorige jaar lijkt nog maar zo kort geleden, herinneringen in die tijd zitten veel scherper in mijn geheugen gekrast dan ze normaal op zo’n termijn doen. Tegelijk is er zó veel gebeurd in de tussentijd dat het net zo goed 4 jaar geleden had kunnen zijn. De tijd is voorbij gevlogen! Ze zeggen altijd dat de tijd vliegt als je het leuk hebt en de tijd stil lijkt te staan als je het niet naar je zin hebt. Ik dacht altijd dat dat waar was maar dit jaar ben ik daar aan gaan twijfelen. De tijd is hoe dan ook gevlogen en er leken altijd te weinig uren te zijn op een dag.
Vorig jaar rond deze tijd van het jaar dacht ik na over 2013, ik dacht er over dat dat wel ons jaar moest worden. Aart was het met me eens, 2012 eindigde zo akelig dat kon 2013 nooit overtreffen. Sterker nog, dat zou gewoon niet gaan gebeuren, 2013 zou geweldig en niet te overtreffen worden. We zouden ouders worden en ja die rotziekte zouden we ook wel te boven komen, al zou ik hem eigenhandig er doorheen moeten slepen. Daar was ik trouwens hard mee bezig, het was een zware vracht, maar zonder mij ging het niet lukken. Met mij ook niet bleek later maar we hadden in elk geval de hoop.
Met de jaarwisseling zat ik in Amsterdam bij mijn ouders, Aart lag in zijn eentje in zijn ziekenhuisbedje te slapen. Eerder op de avond hadden we een groots diner aangericht in het ziekenhuis en daarna hadden we hem doodmoe maar heel voldaan daar achter gelaten. Hij wilde niet dat ik zou komen ’s avonds want hij was doodmoe en wilde slapen. En dat heeft hij gedaan, ik heb hem die nacht niet meer gesproken. Dus luidde ik 2013 in, Aart niet.

Het werd níet ons jaar, helemaal niet. Halverwege was er van ons sowieso niet echt veel sprake meer, dag ons. Ik heb het weliswaar nog steeds over ons, over ons huis en onze slaapkamer, maar ik moet wel telkens bedenken dat ik dan eigenlijk Lucas en mij zou moeten bedoelen en dat doe ik niet. Verwarrend hoor, de oude ons is weg, de nieuwe ons is daar en dat allemaal in een paar maanden tijd. Wel fijn dat er nog een ons is, anders zou ik mezelf ook nog de hele tijd moeten verbeteren.
Die dagen voor het nieuwe jaar begin zijn ook heel geschikt om na te denken over wat voor goede dingen er gebeurd zijn. Ik moet dan denken aan de geboorte van mijn jongetje, zo klein, zo lief, hij groeit zo hard. Aart had het moeten meemaken, niet eerlijk! Maar wel een positief puntje voor op die weegschaal. Best een groot puntje trouwens, ’t lieve kind begint notabene al bijna te kruipen.
Het tweede waar ik direct aan moet denken is de warmte waarmee mensen mij omgeven hebben. Steun kreeg ik uit vele hoeken, mensen die voor me kookten, die me onverwachte bezoekjes brachten of regelmatig vroegen of ze iets konden doen, mensen die kwamen klussen om de babykamer af te maken en mensen bij wie ik gewoon altijd welkom was, bij wie ik even weg mocht kruipen in hun armen en die mee gingen naar moeilijke dingen op moeilijke dagen. Mensen die kwamen oppassen zodat ik leuke dingen kon doen of dingen die beter zonder Lucas konden. Kaartjes, honderden kaartjes die ik kreeg, bossen bloemen en knuffels.

Ja, als ik de balans op maak dan moet ik bij mijn conclusie blijven, 2013 was niet mijn jaar, het liep niet zoals het moest. Het was een stormachtig jaar waarin ziekte, vroeggeboorte, ziekte en dood elkaar afwisselden alsof het allemaal doodnormaal was.
Daar zit ik dan, nog even en 2014 gaat beginnen. Ik zou willen zeggen dat dát mijn jaar wordt, ons jaar. Maar ik durf er geen eed op te doen, 31 december is een dag als alle anderen, 1 januari ook. Ik heb niet meer de illusie dat een jaarwisseling dingen kan veranderen, dat ik me tot morgen rot voel en overmorgen weer vol frisse zin aan een nieuw jaar begin. Ik ben veel te moe voor dat soort hoopvolle overpeinzingen en ook veel te verdrietig. Maar waar ik wel voor ga is dat 2014 een beter jaar wordt dan 2013. Een jaar waarin ik misschien wat rust vind, mijn vermoeidheid kan verdrijven, weer een beetje kan genieten van de dingen. Een jaar waarin Lucas 1 jaar wordt en vast nog hele mooie, lieve en leuke dingen gaat doen. Hoewel morgen niet anders is dan overmorgen is het wél een nieuw begin. Een moment om even stil te staan bij een oud jaar, een oud en vermoeid jaar waar de fut wel uit is en om een stap richting het nieuwe te zetten. Op naar de lente en de zomer, op naar mooie en betere dingen.

Dag oud jaar, het is nu echt wel klaar.

Advertenties

De deceptie van een geit en andere overpeinzingen

Illustratie: Wendel Jacobs

Illustratie: Wendel Jacobs

Daar zit ik dan, rechtop in bed. Uit Lucas’ kamer komen zachte protestgeluiden. Ik heb hem zojuist bevrijd van een veel te warme deken. De deken die zijn altijd woest maaiende armen juist in toom houdt.
De dag werd vanmorgen gekleurd door felle zon, hoewel ik niet wakker wilde worden en dreigde even diep weg te zinken in het donkere hol van mijn bed werd ik uiteraard keurig gewekt door het enige totaal van mij afhankelijke wezen hier in huis die een ontbijt wenste. Of misschien was het niet eens zo zeer ontbijt als wel contact, aandacht en een beetje plezier. Wie ben ik om dan in bed te blijven liggen?

Nadat ik mij met veel moeite uit mijn bed had gehesen en twee poepluiers, een papfles en een ochtenddutje verder was besloot ik Lucas kennis te laten maken met zijn eerste echte geit. Een schaap was ook goed trouwens, of een konijn, paard, koe als het maar lief en aaibaar was.
Het was een heerlijke wandeling, dat moet ik vaker doen dacht ik. Park Schothorst lag er op deze zaterdagmorgen verlaten bij, geen vrolijke uitgelaten gezinnen, geen papa’s en mama’s met hun kroost. Ik voelde me alleen terwijl ik daar liep. Dit had ik met Aart willen doen nu, dit was ons doel. Kleine kneuterige dingetjes weer kunnen doen, een gezin zijn.
Die geit werd een deceptie. Na een lange omweg vind ik eindelijk de geiten, het zijn er twee en een veldje verder staan ook nog twee schapen. Wat wil een mens nog meer. Het is uitgestorven en als ik eindelijk de ingang heb gevonden blijkt het hek op slot te zijn. Geen geit voor Lucas. Erger nog, geen geit voor mij. Ik ben een beetje verzot op die beesten en zag eindelijk een mooi excuus om te gaan geitknuffelen. Vanuit de verte kon ik naar ze zwaaien. Dag geitjes. Lucas had alleen oog voor de bomen maar kauwde verder heel tevreden op zijn duim. Ook goed.

Eenmaal thuis met Lucas in bed voor zijn middagdutje ga ik doen wat ik al de hele week had moeten doen. Een sinterklaasgedicht schrijven. Nou doe ik dat altijd op het laatste momen, gewoon zoals dat hoort bij Sinterklaas, maar deze keer is toch anders. Ik vier dit jaar geen Sinterklaas, wil het liefst ook eigenlijk vergeten dat die er is al gaat dat moeilijk als een hele pietenfanfare in je oor blaast bij het boodschappen doen. Toch besloot ik al een hele tijd geleden mee te doen met lootjes trekken. De cadeautjes versturen we via de post. Het is een gekke worsteling dat gedicht, zoals altijd wordt de dichtader geraakt als ik een tijdje heb zitten ploeteren maar tegelijk voel ik ook die brok in mijn keel.

Ik denk aan jaren van Sinterklaasvieringen met Aart. Op de dag zelf sloten we ons op in onze kamers en gingen we dichten. We schreven voor elkaar en voor zijn oudste kinderen. Soms wisselden we ideeën uit door via het trapgat te brullen. We verdeelden de cadeautjes: “Schrijf jij hierbij wat? Dan neem ik die!”.
Meestal gingen we als we lekker op dreef waren nog door na het verplichte aantal gedichten en hadden we voor ieder twee of soms zelfs drie (mits er genoeg cadeautjes waren).
Ik vier dit jaar geen Sinterklaas, ik heb mezelf een pauze gegeven, hoef dit jaar echt nog niet. Ik merk dat ik moet slikken elke keer als ik met het fenomeen geconfronteerd wordt en ik voel buikpijn en een leeg hart als ik denk aan al die gedichten die ik nooit meer zal krijgen. Liefdesbetuigingen, standjes of mooie overdenkingen kreeg ik via Sinterklaas. Een mijter met een staf en een hartje tekende hij eronder zodat ik wist dat ze van hem kwamen. Dat wist ik sowieso.
Lieve Sint, ik heb dit jaar maar één wens op mijn verlanglijstje: mag ik ‘m terug?

De rest van de dag kan ik het verdriet niet meer van me afschudden. Ik denk aan Sinterklaas vorig jaar wat we niet vierden. Dat zouden we dit jaar wel inhalen. Ik denk aan kerst. Dit jaar ga ik naar Terschelling, vorig jaar zat ik bij Aart in het ziekenhuis met lekkere hapjes. Dit jaar neem ik geen kerstboom. Of heel misschien een hele kleine.
Ik denk aan oud & nieuw en aan hoe 2013 ons jaar zou worden. Ja, want zo rot als 2012 eindigde kon 2013 toch nooit worden. Ik luidde het jaar in zonder Aart, die lag te slapen in zijn ziekenhuisbedje terwijl ik Amsterdam bij mijn ouders mijzelf beloofde dat het echt beter zou worden in 2013, ik wist het zeker.
Ik denk aan oud & nieuw dit jaar. Wat moet je met zo’n gedrocht van een dag? Ik heb geen plannen want ik heb geen zin om iets te organiseren. Ik wil iets fijns, warms en gezelligs maar ik ben bang voor het verdriet wat ik met me meebreng. Dat wil ik niemand aandoen. Ik voel me verschrikkelijk alleen en het gevoel kan ik niet van me afschudden.

Daar zit ik dan in bed, in de kamer van Lucas is het inmiddels stil. Ik heb Aarts trui van zolder gehaald en aangetrokken, hij moet mij troosten. Ik ruik eraan maar hij was zeker nog schoon toen hij hem mee naar boven nam want hij ruikt fris, alsof hij niet al zes maanden daar lag op de zolder. Ik zit hier alleen in bed.