Zo’n vlaag

20131016-083303.jpg

Soms word ik overvallen door zo’n vlaag. Dan denk ik bij mezelf: is dit nou allemaal écht waar? Is Aart écht wel dood? Heb ik dit echt meegemaakt?
Dan moet ik aan hem denken, heel hard. Ik zie het beeld voor me van hoe ik hem vond en vraag hardop: “Was het naar? Ik hoop het niet.”. Ik voel heel even weer de sfeer van hoe het was, hoe het voelde om in de wetenschap te zijn dat hij er altijd is. Ik voel de warmte en de neiging even naar boven te rennen waar ik hem bijna altijd kon vinden achter zijn bureau. Waar ik hem zelfs als allerlaatste nog vond, gewoon zoals altijd in zijn T-shirt en een boxershort met een kop thee (vroeger was dat koffie) en een krentenbol. Alleen hij typt niet meer op zijn pjutertje, hij luistert niet meer naar muziek, schildert niet meer aan zijn pupkes, vloekt niet meer, heeft het niet meer koud, ademt niet meer. Geen armen meer om me heen die me altijd gerust stellen of even praten.
Boven hangt zijn trui nog over een stoel. Ik heb hem klaargelegd voor als Aart het koud krijgt. Af en toe houd ik hem even vast en snuif, maar ik kan zijn geur niet vinden. Op een dag trek ik ‘m aan en koester me in die warme zachte trui. Maar nu moet hij daar eerst nog even blijven hangen. Je weet maar nooit.
Het is er niet meer, maar het gevoel ken ik nog te goed. Ik weet het wel maar mijn gevoel houdt me soms toch voor de gek. De warmte en de liefde voel ik terwijl die er niet meer is, wel in mijn hoofd, niet in persoon. En juist die persoon die mis ik. Die grote man om helemaal bij weg te kruipen, bij wie ik me veilig voel en die mijn thuis is. Gekleurde kussens op de bank en chocola kunnen daar echt niet tegenop.

Advertenties

Overval

20130901-010131.jpg

“Dit is een overval. Luister goed naar wat ik u zing, kijk niet weg en pak vast uw zakdoek. Handen omhoog graag, er is geen weg meer terug. Nu of ik schiet. Schieten doe ik toch wel het maakt niet uit wat u doet.”

Liedjes, je kunt ze niet ontwijken, zeker niet als je van zingen houd zoals ik en op een koor zit zoals ik. De eerste avond dat ik weer op koor was na Aarts dood moest ik hier en daar wel even slikken. Bij Rock DJ (Robbie Williams) raakte ik spontaan de tekst kwijt. Boem, knal, want ineens realiseerde ik me dat Aart dat de zaterdagochtend voor hij overleed nog had gedraaid terwijl we samen op zolder zaten. We gingen samen in onze pyjama uit ons dak. Of nou ja pyjama, datgene wat daar voor door moest gaan.

Inmiddels kan ik weer gewoon Rock DJ rappen zonder de tekst kwijt te raken, of nou ja dat is niet helemaal waar, mijn postzwangerschapsdemente hoofd vergeet wel vaker spontaan dingen die ik eerder nog wel wist, maar dat is wat sluipender. In ieder geval wordt er door mij geen traan bij gelaten.

Bij ‘Just give me a reason’ (Pink) viel het me heus wel op dat sommige delen van de tekst wel akelig toepasselijk zijn: ‘there’s nothing left but empty sheets” doet gewoon zeer maar als je maar gewoon stug door zingt en niet al te goed op let heb je daar geen last van.

En zelfs een vrolijk nummer als Summer in the City (Lovin’ Spoonfull) waarvan Aart vond dat we het écht met koor moesten gaan zingen kan me weer even met beide benen op de grond krijgen.

Er zijn ontzettend veel nummers die me aan Aart doen denken. Van dingen die hij heel mooi vond, dingen die hij recent gedraaid had en dingen die hij afschuwelijk vond tot dingen die óver Aart gaan of over verdriet.

Een van die nummers overviel mij vanavond. Het was een feestelijk avondje, een koorfeest met uiteraard ultiem veel zingen. Niet alleen mochten we zelf aan de bak, ook de winnaars van de talentenjachten van de verschillende koren traden op. En toen, tussen een paar zeelui en een ander mooi optreden in werd ik totaal onverwachts overvallen. Het nummer, het kon ook haast niet anders, “Dat ik je mis” (Maaike Ouboter), achtervolgt me al maanden, Aart overleed vlak na de eerste uitzending van dat nummer. Zo stuurde iemand mij een quote uit de tekst per kaart en hoorde ik het laatst zelfs in de supermarkt. Niet écht de plek voor een huilbui. Gelukkig kon ik toen net doen alsof ik heel druk was met kiezen tussen ravioli en spaghetti zodat ik niet hoefde te luisteren.
Maar vanavond zat ik in een zaal op een stoel ergens in het midden en ineens was het “Handen omhoog of ik schiet”. Daar zat ik dan en eigenlijk wist ik niet zeker of ik nou wel of niet wilde huilen. Niet eigenlijk vooral dus dat zei ik ook tegen mezelf. Niet huilen, niet luisteren, het is zo voorbij en ik hoopte nog tevergeefs dat ze vals zou zingen. Maar nee, geen houden aan, de tranen drongen zich op aan mijn ogen die zoals gewoonlijk weinig extra bergruimte hadden. Dus liep de boel over en voor ik het wist zat ik daar in het midden van die zaal ineens te snikken. Twee lieve handen op mijn rug, maar het was echt even dweilen met de kraan open. En dat kan dan ook niet charmant met zo’n Maxima-moet-haar-vader-missen-op-haar-bruiloft-traan maar moet gelijk gepaard gaan met schokschouderen en snikken en snuffen. Ja want áls ik huil dan huil ik goed.

Net zoals het leven ging de feestavond door, ik slikte mijn tranen weg, probeerde mijn mascara (het was tenslotte een feestje) te redden en hup, verder maar weer. Misschien maar goed ook, anders was ik waarschijnlijk onbedaarlijk een potje gaan grienen en dat staat zo ongezellig op een feestje.
Maar ’t is wel gelijk weer duidelijk, je kunt niet altíjd kiezen op welke momenten je verdriet hebt, soms overvalt het je gewoon ongenadig.