Beetje rauw

23-10-2008

23-10-2008, trouwdag

Vandaag zat ik bij de psychiater, het was een raar en warrig gesprek. Ik kwam daar vanwege mijn ADHD en hij begreep maar niet wat ik nou eigenlijk zei. Ik denk dat het was omdat hij gewoon niet goed zat op te letten, maar het kán natuurlijk ook zo zijn geweest dat ik me ietwat warrig heb uitgelaten. Hij had mijn dossier gelezen, maar had duidelijk gemist dat ik weduwe was want op mijn meisjesnaam kon hij me niet vinden in het systeem van het ziekenhuis. Hij begreep er niets van, vroeg of hij mijn geboortedatum wel goed had en uiteindelijk na een hoop gedoe vroeg hij of ik soms getrouwd was geweest met iemand en die naam eerder had gebruikt… Eh ja, getrouwd ‘geweest’, ja. En ja, het ziekenhuis heeft mij inderdaad omgedoopt tot mevrouw Brouwer-Jacobs toen we tegelijk in het ziekenhuis lagen. Het is verwarrend, is mijn huwelijk voorbij? Je sluit een huwelijk tot de dood je scheid. Ik kan wel stellen dat dat gebeurd is dus dan zou dat voorbij zijn. Maar ik ben wel voor de rest van mijn leven weduwe. Bah wat een rotwoord; het dekt precies de lading.
De conclusie was dat ik maar in januari terug moest komen in ‘het nieuwe ziekenhuis’, eerst maar eens werken aan mijn PTSS (oh heb ik posttraumatische stressstoornis dan? Waarom weet ik niets van die diagnose?) en nadenken over wat ik wil (ik wil wél magische pillen maar geen ellende meer, is dat nou zo veel gevraagd?).

Morgen. Morgen heb ik EMDR. Een beetje vaagsoortige therapie waarmee men vaak snelle en goede resultaten boekt in het geval van trauma’s. Misschien komt daar mijn PTSS dan wel daar vandaan? Of misschien heb ik dat inderdaad wel gewoon. Eenentwintig weken en twee dagen geleden (nee dat houd ik niet bij, dat moest ik natellen in mijn agenda) liep ik rond half twaalf de trap naar zolder op om Aart te wekken die in de logeerkamer sliep. Dat deed hij omdat hij al zijn energie nodig had om te herstellen en het er niet bij kon hebben om een paar keer per nacht wakker te worden van onze lieve kleine Lucas. We vonden het allebei jammer maar hadden er ons bij neergelegd en namen elke avond afscheid onderaan de zoldertrap. Dat hadden we de avond ervoor ook gedaan en ik had nog een keer gezegd dat ik hem zo miste bij me in bed, hij heeft me nog extra stevig geknuffeld. Hij miste mij ook ’s nachts.
Ik kwam boven en vanaf de trap zag ik Aart al zitten; ik wist het gelijk. Hij is dood. Mijn eerste gedachte: “Oh nee, nu is gebeurd waar ik zo bang voor was.”, het gebeurde alleen op een voor mij totaal onverwachts moment. Ik was echt in de veronderstelling dat hij aan het uitslapen was. Ik bedacht me dat ik 112 moest bellen. Ik voelde nog even in zijn nek, koud, echt dood, zoals ik al wist, belde 112 en zei: “Ik heb zojuist mijn man dood gevonden.”, ze hebben me nog gevraagd hoe ik dat zo zeker wist dat hij dood was. Geloof me, dat wist ik zeker, dat kon ik voelen en heel goed zien.

Nu, eenentwintig weken en twee dagen later is dat beeld nog steeds bij mij, het achtervolgt me, elke dag weer. Het sleurt me erbij op het moment dat ik net even rustig zit, het bezorgd me kippenvel in bed en angstige momenten om Lucas, het bezorgd me akelige gedachten, hartkloppingen en vooral heel veel onrust. De angst die ik toen voelde, de schok die er toen door me heen ging, die ervaar ik nog dagelijks, bevroren in de tijd. De rest van mij is verder gegaan, verder met verwerken, maar dat ene beeld is als een plaat die is blijven hangen. Een diepe groef waar ik niet meer uit kan klimmen. Niet zelf.
Dus heb ik morgen voor de eerste keer EMDR. Het houdt me bezig en het houdt me vast zoals dat beeld me vast houd. Of misschien houd ik het wel vast, koester ik het als mijn laatste intieme moment met Aart.
Ik hoop dat vanaf morgen een klein beetje los mag laten, dat ik het mezelf gun om weer een beetje verder te gaan, een beetje verder van Aart vandaan, omdat het moet. Omdat ik niet kan leven terwijl ik zo omstrengeld wordt. Omdat bevroren liefde zo verstikkend wordt.

Ja auw!

Advertenties