Vernietmeerjaardag #2

Wendel + Lucas + UrnVrijdag was het alweer zo ver, Aarts tweede vernietmeerjaardag. De tweede keer dat hij niet meer jarig was, de tweede keer dat hij het niet níet kon vieren, de tweede keer dat ik moest bedenken wat ik eigenlijk op die dag wilde doen, de tweede keer dat ik dat eigenlijk niet wist. Het was wél de eerste keer dat ik al wist wat er komen ging, een doodnormale dag, bijna als alle anderen, niets om je van te voren erg druk om te maken, niet substantieel in elk geval. Dus keek ik er weliswaar niet reikhalzend naar uit maar zag ik er ook niet als een berg tegenop zoals vorig jaar.
Die verjaardag is sowieso een gek ding, Aart was bepaald geen fan van jarig zijn dus echt vieren wilde hij het eigenlijk nooit. Sterker nog, hij hoopte altijd dat zo veel mogelijk mensen het zouden vergeten zodat zijn inmiddels middelbare leeftijdsstatus niet extra benadrukt zou worden.
Overigens deed ik daar niet aan mee, verjaren moet gevierd worden! Ik hing slingers op, kocht cadeautjes en taart, zong verjaardagsliedjes voor hem en ik feliciteerde hem uitbundig. Zonde toch om een reden voor cadeautjes en feest zo maar aan je voor bij te laten gaan.
Ook heb ik een keer stiekem een feestje voor hem georganiseerd. Ik kan me niet eens meer precies herinneren hoe oud hij toen werd, dat gedoe met die cijfertjes ben ik nooit erg goed in geweest (ik heb zelfs met een rekenmachientje uit zitten rekenen hoe oud hij nu zou zijn geworden en hoe oud hij was toen hij overleed). Zoals gewoonlijk zat hij lekker op zolder te werken. Ik had hem gezegd dat ik een verrassingsfeestmaal voor hem ging koken dus dat hij op een gegeven moment niet meer naar beneden mocht. De gasten, ik meen een stuk of 6, kwamen vervolgens zonder aan te bellen een voor een zachtjes binnen geslopen. Op een gegeven moment riep ik naar boven dat het eten klaar was en of hij wilde komen. Om te voorkomen dat hij in een boxershort en een hemd naar beneden zou komen had ik wel gezegd dat ik hem bij een feestmaal natuurlijk wel aangekleed aan tafel verwachtte. Hij kwam naar beneden, al duurde dat even want dat aankleden moest nog gebeuren en ik weet niet meer precies waar in huis, maar ergens daar beneden bezorgden we hem een hartverzakking (gelukkig wisten we nog niks van al die latere hartproblemen) door ineens met een grote groep tevoorschijn te duiken. Bíjna draaide hij op zijn hakken weer om om weg te rennen, niet omdat hij het niet leuk vond, maar omdat hij zich schaamde voor zijn tamelijk afzichtelijke sandalen die hij nooit en te nimmer aan had getrokken als hij had geweten dat er gasten waren.
Geen idee meer overigens wat ik gekookt had, maar ik kan me nog wel herinneren dat ik er enorm lang mee bezig was en dat ik de boodschappen her en der had moeten verstoppen omdat hij anders door de hoeveelheden zo wel had kunnen raden dat er iets op handen was. Het werd een zeer geslaagde avond waarbij we genoten van het gezelschap en het eten.

Deze keer werd de 10 oktober een heel andere dag. Geen Aart meer om het mee te vieren maar misschien toch wel een reden voor een klein feestje? Ik besloot, met een andere man aan mijn zijde, het crematorium te vereren met een ‘ver(r)assingsbezoekje, of nou ja, dat ‘verassen’ was natuurlijk al weer even geleden gebeurd, maar dat bezoek nog niet. Het crematorium, de begraafplaats en alles er omheen, ik was er nog nooit geweest. Al die tijd stond Aarts as daar in een een asbus te verstoffen in een hoekje van de zogenaamde ‘algemene nis’, iets waar ik me een soort donkere steriele kelder met roestvrij staal en stellingkasten bij voorstel. Niet echt een plekje voor Aart, hij was tenslotte verre van algemeen, maar hij was dood, niet meer dan een hoopje stof in een blikkie, niet echt een staat van zijn waarin je nog protest kunt maken dus liet ik het zo.
Met een andere man aan mijn zijde, wat een vreemde situatie had kunnen zijn maar het niet was omdat het zo prettig voelde om gesteund te worden door iemand die ik lief heb, toog ik dus afgelopen vrijdag naar het crematorium om, in een ‘spreekkamer’ na een kopje thee gedronken te hebben, naar een plastic urn met metalen deksel te staren met daarin de as van Aart. Tja, was ik daar nou zo bang voor geweest al die tijd? Er was helemaal niets aan te zien, gewoon een stemming zwart geval van plastic met wat officiële tekenen van dat het mijn man daadwerkelijk geweest is. Zijn naam stond er op en zijn crematienummer. Ja die eer hebben alleen de gecremeerden, een speciaal nummer voor hun alleen, uniek in hun soort, veel minder algemeen gebruikelijk dan bijvoorbeeld een sofienummer.
Na deze ‘ontmoeting’ bracht de mevrouw van de urn ons in haar mooie blauwe begrafenisuniformjas in een golfkar naar het andere eind van het terrein om te kijken naar de plaatsen waar ik Aarts as eventueel al dan niet tijdelijk zou kunnen neerplanten. Ik begaf mij in de wereld van de strooiveldjes (die ik overigens niet gezien heb), urnenmuren, een urnenheuvel en een urnentuin. Van het woord urn alleen al word ik niet vrolijk maar eerlijk is eerlijk, het viel me alleszins mee. Het is eigenlijk helemaal geen nare plek om te zijn, omgeven door dood, doden en daar dan weer de nabestaanden van. Het was eigenlijk een hele mooie serene plek. Slenterend liep ik met die andere man aan mijn zijde en twee kinderen in ons kielzog langs al die plekken en kwam tot de conclusie dat het, voorlopig in ieder geval, helemaal zo gek nog niet zou zijn om daar ergens een wat mooier plekje voor de as van Aart te zoeken. Ik wil immers niet in Aarts voetsporen treden en wachten tot het crematorium na de zoveelste aanmaning om te betalen voor de algemene nis, waarin de as van zijn vader stond opgeborgen, voorstelt om de as op zo’n veld te mikken om er maar vanaf te zijn. Iets wat ze overigens gewoon jaren eerder hadden moeten voorstellen want dat had een hoop geld gescheeld. Niet omdat hij niet van zijn vader hield, maar gewoon omdat die as hem niets meer zei dan dat het een confrontatie met de dood was.

Na dit bezoek togen wij richting de stad voor een lunch en taart. Tenslotte kun je niet genoeg redenen hebben om iets te vieren. De geboortedag van Aart vieren is een goede reden. Zonder geboorte was er geen Aart geweest in mijn leven en hoe moeilijk het ook soms was met hem en hoe pijnlijk het nu ook is om hem te moeten missen, om te leven in de wetenschap dat hij Lucas niet zal zien opgroeien en Lucas nooit zijn vader echt zal kunnen leren kennen. Het was het allemaal waard. Proost!

Advertenties

Een jaar geleden (8) hieperdepiep Hoera! (?)

Lucas 1 jaar

‘Een jaar geleden’s, daar zijn er een heleboel van. Maar geen enkele van het afgelopen jaar had tot nu toe dat gouden randje wat deze dag heeft. Een jaar geleden lag ik op deze dag in mijn ziekenhuisbedje te wachten op de gynaecoloog. Eerder die week was ik weer opgenomen, deze keer met een bloeddruk van 210/140, onacceptabel en een duidelijk signaal dat ik niet zwanger kon blijven rondlopen tot aan de veertig weken. Ik was 35 weken zwanger, te vroeg natuurlijk, maar de baby had een hele goede kans buiten de buik met deze termijn. Twee keer kreeg ik een ballonkatheter om zo mijn bevalling op gang te brengen. Helaas was ik eerder die nacht weer ziek geworden en was mijn bloeddruk ondanks het infuus en 12 bloeddrukverlagende pillen op een dag toch weer te hoog geworden. Ik had een tweede infuus gekregen en de mededeling dat ik nuchter moest blijven omdat mijn kind de volgende dag, woensdag, hoe dan ook geboren moest worden. Als ik voldoende ontsluiting had dan zouden ze mijn vliezen breken en het via de natuurlijke weg proberen en ander zou ik een keizersnede krijgen.
Ik moet stiekem nog een beetje gniffelen om die nacht. Ik wist dat het niet goed was toen ik op het belletje drukte, hoewel je van een hoge bloeddruk niet heel veel voelt herkende ik inmiddels de pijn in mijn lever en de vage drukkende hoofdpijn. Aart lag naast me op een stretcher in afwachting van de bevalling en werd wakker van alle poeha. Toen iedereen even weg was om te overleggen zei ik tegen Aart: “gauw, geef me chocoladekoekjes, ze gaan me vast zometeen vertellen dat ik nuchter moet blijven en ik heb honger”. Mijn partner in crime en ik aten gauw een halve doos koekjes leeg voordat de arts en verpleging weer terugkwamen en inderdaad, ik kreeg wat ik voorspeld had, ik moest nuchter blijven. Het verhaal over het klysma wat ik vervolgens ’s cohtends kreeg en de uitgevallen ballonkatheter zal ik jullie besparen maar ik weet nog dat ik tegen de verpleegkundige die het me mededeelde riep: “welja, ik krijg alles wat ik nooit gewild had. Nou vooruit dan maar weer.”
Om 10 uur kwam de gynaecoloog en tot ons grote geluk voelde ze dat ik voldoende ontsluiting had om de vliezen te breken. Ik ben nog steeds nieuwsgierig hoe ze dat nou deed want het voelde heel raar, als scheurend rubber en ineens liep er een plens vruchtwater uit me. Daarna werd ik naar de verloskamer gebracht en moest ik op het hoge verlosbed klimmen. Wát een martelwerktuig! Daar had ik sowieso al nooit op willen bevallen, maar nu moest ik er ook nog eens op gaan liggen, hard en oncomfortabel, alsof ze daarmee willen voorkomen dat bevallingen te lang duren. Eten wilden ze me liever niet geven, maar ik kwam zowat óm van de honger dus ik was écht niet van plan op een lege maag te gaan bevallen. Nou een beschuitje met jam mocht wel. “Gadver” riep ik, “dat lust ik niet hoor, doe nou maar gewoon een boterham met kaas!”. Uiteindelijk na wat gehannes mocht ik wel crackers met kaas en ook wel een appel en wat thee. Crackers met kaas ben ik blijven eten totdat de weeën op gang waren, toen had ik geen tijd meer, die appel is er nooit van gekomen maar heeft Aart uiteindelijk opgegeten omdat hij door alle drukte was vergeten te eten. De thee was uiteindelijk mijn redding. Ik wil iedereen adviseren om te bevallen met lauwe thee, dat is echt geweldig en precies wat een vrouw nodig heeft op zo’n moment.

Helaas kwamen mijn weeën maar half op gang dus werd ik na een uurtje aangesloten op een infuus met weeënopwekkers. Dat zorgde overigens even voor wat hoofdbrekens voor de gynaecoloog want ik had al twee infusen en deze medicatie mocht niet tegelijk met die andere twee door één infuus. Er was even sprake van dat ik een derde infuus zou krijgen maar gelukkig besloot men één medicijn te stoppen waar ik toch al niet al te lang mee door mocht gaan. Ik lag al op dat verlosbed met twee infusen, een blaaskatheter, een bloeddrukband een ctg-band om mijn buik en een draadje op het hoofd van Lucas om zijn hartslag te meten, ik vond het wel mooi geweest. De weeënopwekkers deden hun werk, binnen no time vlogen de weeën me om de oren. Puffen op altijd is kortjakje ziek had ik gelezen dus dat deed ik braaf. Totdat ik hyperventilerend in paniek raakte en een kordate verpleegkundige me vertelde dat ik misschien beter gewoon in drieën kon puffen. Dat is inderdaad in een weeënstorm misschien verstandiger, je moet namelijk ook nog af en toe ademhalen. De weeënopwekkers werden uiteindelijk maar uitgezet want ik had wee op wee op wee. Dat hielp helaas nauwelijks, mijn lichaam vond het blijkbaar wel een goed idee om de baby er zo snel mogelijk uit te werken.

Ik heb bijna de hele bevalling mijn ogen dicht gehad, af en toe sommeerde ik Aart me thee te geven. Deed hij het niet snel genoeg dan werd ik boos. Thee, lauwe thee moest het zijn. Eerst wilde ik dat persé uit een gewoon glas maar uiteindelijk zei ik: “doe het nou in zo’n verrekte tuitbeker man, dit wérkt toch niet?!” Arme Aart had het wel te verduren. Niet dat ik nou zo’n enorme bitch was en lelijke dingen zei, maar hij was doodziek en ik liet hem maar rennen. En toen de kordate verpleegkundige weg moest omdat iedereen op de afdeling tegelijk besloten had te gaan bevallen pufte Aart met me door de weeën heen tot hij zelf bijna van zijn stokje ging. Behalve wat losse commando’s lag ik totaal in mezelf gekeerd en geconcentreerd op de bevalling weeën weg te puffen. Ik heb me nog nooit zo verbonden gevoeld met mijn lichaam als toen.

Om 10 uur werden mijn vliezen gebroken, om 11 uur kreeg ik weeënopwekkers, om 12 uur had ik 5 cm ontsluiting, om 13 uur had ik 6 cm ontsluiting. Om 13.30 u kwam de verpleegkundige vragen of ik misschien pijnstilling wilde. Ik had inmiddels al een anderhalf uur durende weeënstorm. “NEE!” Riep ik. “Wacht! wat hebben jullie?”. En zo geschiede dat ik om 13.30 u een prik in mijn been kreeg zodat ik een héél klein beetje op adem kon komen. Daarna verdween iedereen weer uit mijn kamer behalve Aart. Een klein half uur later voelde ik ineens énorme persdrang. “Aart” riep ik, “ik moet persen”. Waarop Aart zei dat hij al op het belletje gedrukt had. Omdat dacht dat dat niet snel genoeg zou gaan zette ik het op een gillen: “HELP! HELP!” riep ik. Het was even door mijn hoofd geschoten om brand brand te roepen maar ik dacht dat help ook wel effectief zou zijn in een ziekenhuis. En inderdaad, binnen een paar seconden stonden er drie mensen aan mijn bed. “Puffen, puffen, puffen” riep de verpleegkundige, “ander scheur je uit, dat zou zonde zijn”. Ja dacht ik, dat zou zonde zijn dus ik deed een halfslachtige poging tot puffen. En daarna mocht ik persen, nou ik kón ook niks anders meer. Ik voelde niet eens weeën, mijn lijf gooide gewoon in één grote ruk mijn kind er uit. Het was een soort niet tegen te houden oerdrang.

“Wendel, doe je ogen eens open, hij is er”. Voorzichtig deed ik mijn ogen op en daar was mijn kind, hij huilde schrille kreetjes. Mijn piepkleine baby, geboren met 35 weken en 3 dagen. Ik kreeg hem op mijn borst onder de deken. Heel even mochten we genieten met zijn drieën, toen werd hij meegenomen door de kinderarts en kornuiten.

IMG_0863

De rest van de dag verliep minder feestelijk. Aart ging met Lucas mee en ik lag in mijn eentje bij te komen van de bevalling. Ik was er zonder kleer- of andere scheuren vanaf gekomen en voelde me prima. Maar ik mocht niet naar mijn kind, ik was te ziek en het was verschrikkelijk druk op de afdelingen. De hele middag heb ik liggen brullen van ellende, ik wilde mijn kind, ik wilde bij zijn eerste voeding zijn, ik wilde hem aanraken en bekijken. Maar het kon niet. Aan het einde van de middag was ik in staat om alle infusen en katheters er uit te rukken en desnoods kruipend naar de neonatologie te gaan toen een voedingsassistente mij druipend van tranen aantrof in mijn bedje en niet veel later terug kwam met een verpleegkundige die me verzekerde dat ik in élk geval die dag mijn kind nog zou zien.

Dat werd uiteindelijk om 22 uur ’s avonds. Lucas werd met couveuse en al naar mijn kamer gebracht en ik mocht een uur lang met hem op mijn blote borst liggen. Genieten! En het mooiste was, dat kleintje dat maar niet op temperatuur wilde komen in zijn eentje in de couveuse, trok helemaal bij en dat bleef zo tot hij een aantal dagen later al uit de couveuse mocht.

Het was een dag van uitersten, extreem geluk, een bevalling die ik ondanks de heftigheid van de weeënstorm, zo nog eens over zou willen doen vanwege het oergevoel. Maar dat verdriet omdat ik niet naar mijn kind mocht, datzelfde oergevoel dat maakte dat ik het gevoel had dat dat móest! Ik hoop zoiets nóóit meer mee te maken!

Vandaag is het ook een dag van uitersten. Ik ben zo trots op Lucas, zo trots op alles wat hij doet. Ik ben zo dol op mijn ventje. Een jaar alweer, ik weet nog steeds niet of ik daar nou om moet lachen of om moet huilen. Een jaar is voorbij gevlogen, een jaar waarin verschrikkelijk veel is gebeurd. Maar een jaar is ook een mijlpaal, mijn kind is geen 0 meer maar 1, hij heeft een leeftijd.
Maar ik voel me ook verdrietig, ergens aan de rand, omdat we deze dag niet samen kunnen vieren met Aart. Aart die zo trots geweest zou zijn, die zou hebben lopen opscheppen over zijn kind. Aart had hier bij moeten zijn en moeten helpen met slingers ophangen. Mijn hart is in twee stukken, een stuk blij, gelukkig en trots en een stuk intens verdrietig. Hieperdepiep Hoera!?

Vernietmeerjaardag

hoedjevanpapier

Vandaag is het zo ver, het is Aarts eerste vernietmeerjaardag. Afgelopen 55 jaar vierde hij op deze dag dat hij een jaartje ouder was geworden, taart, cadeautjes, uit eten, hieperde piep hoera en lang zal hij leven zingen. Zo vanzelfsprekend. Tot het niet meer te vieren valt omdat die gene simpel weg niet meer verjaart. Menigeen zou er voor tekenen. Nóóit meer jarig zijn, voorgoed de leeftijd houden die je hebt. Stop de tijd!
Het was ook stiekem de wens van Aart. Hij haatte het met het jaar meer, dat verjaren, dat ouder worden. Hij voelde zich als een soort oude kaas die over datum raakte. Het liefst had hij deze dag overgeslagen de laatste jaren. Hij deed ook verwoede pogingen, maar altijd was ik daar die hem dwong een verlanglijstje te maken, die hem ’s ochtends tegen wil en dank taart voorschotelde en die hem feliciteerde met zijn geweldig mooie leeftijd. Ik organiseerde een keer een verrassingsfeestje en ik sleepte hem vaak mee naar een restaurant ’s avonds. Kortom, van mij kreeg hij geen kans de dag ongemerkt voorbij te laten gaan maar als hij de kans had gehad. Van hem hoefde niemand te weten dat hij alwéér een jaartje ouder was geworden.

Nooit meer ouder worden, nooit meer dat gevoel van: Ik word een ouwe zak. Hij wilde niets liever dan dat, de eeuwige ‘jeugd’. De tijd staat nu stil, Aart zal nooit ouder worden dan 55 jaar, een respectabele leeftijd toch? Hij vond dat al oud, maar volgens mij meer met de hijgende adem van het bejaardendom in zijn nek. Hij zal nooit bejaard worden. Goddank, want hij leek vast op zijn mopperende oude vader en dat was ook precies waar hij zo tegenop zag.
Hij verzocht mij ooit te beloven dat als hij zich ooit net zo onhebbelijk zou gaan gedragen als zijn vader in de frustratie van de ouderdom deed, dat ik hem dan in zijn rolstoel van de trap moest duwen, Aart dus, niet zijn vader, die is gewoon op 88 leeftijd van ouderdom gestorven. Wij begrepen goed dat ze in het bejaardentehuis paaltjes hadden voor de trapgaten. Vast niet alleen voor gefrustreerde familieleden, ook voor gefrustreerde kamikazerolstoelrijders.
Aart in een rolstoel bleek in het ziekenhuis al niet zo’n goed idee, hij haalde er stunts mee uit in de lift, reed mensen aan en ging er vandoor als ze hem weer eens te lang lieten wachten bij de röntgenafdeling. Het scheelt, hij hoeft ook nooit meer in een rolstoel en al helemaal niet omdat de ouderdom de kracht uit zijn benen had laten vloeien.

Aart had een gruwelijke hekel aan oud worden en deed zijn best daar niet in mee te gaan. Hij gedroeg zich soms als een peuter, inclusief pruillip en nephuiltje. Hij gedroeg zich regelmatig als een kleuter, waarbij hij mij dan vroeg of hij bij zijn vriendjes mocht spelen (wargamen) en of ik hem wilde brengen. Hij gedroeg zich bij tijd en wijle als een puber, inclusief ochtendhumeur en onmogelijkheden. Hij speelde online games, wist alles van computers en kende het taalgebruik van de jongeren als geen ander. Hij ging écht met zijn tijd mee… Als Aart dit gelezen had dan had ik nu een ram gekregen want met je tijd mee gaan is iets voor ouwe mensen. Nou ja vooruit hij ging ook niet helemaal met zijn tijd mee. Zijn mobiele telefoon nam hij alleen mee als ik hem dat uitdrukkelijk verzocht en als er hardware aangesloten moest worden dan mocht ik onder zijn bureau aan de slag. Op het internet kende hij de weg als geen ander, maar om op het internet te kómen had hij wel wat hulp nodig.

Aart, van harte gefeliciteerd man, ik moet het ja nageven het is je gelukt. Had je niet kunnen bedenken dat als je wenste om niet meer ouder te worden je op een dag gewoon op zou houden te bestaan? Nu ben je er alleen nog in ons hoofd, in ons hart en natuurlijk op papier. Laat je ons achter met een lege verjaardag zonder feestje, een lekkere ben jij. Was jij.
Vandaag vier ik een non-feestje, van één van jouw artikelen vouw ik een hoedje van papier. Wie schrijft die blijft. In mijn hoofd en vandaag ook erop.

Verjaardag

Taart2go

Binnenkort heb ik een verjaardag. Een hele vreemde, want de eigenaar van die verjaardag leeft niet meer. Hij verjaart dus ook niet meer en toch is het zíjn verjaardag. Een dag waarop je het leven viert, “nog vele jaren!” roept en “lang zal hij leven” zingt. De laatste verjaardag wisten we nog van niets, ik weet niet eens meer wat we hebben gedaan. Ik weet niet eens meer wat ik hem heb gegeven. Of ja, vaag staat me iets bij van een mokka-taart. Ik lust geen mokka-taart maar aangezien ik toch kotsmisselijk was van het zwanger zijn maakte het niks uit. Hij kreeg een hele mokkataart. Van de Lidl, dat dan weer wel. Als ik in mijn agenda kijk zie ik dat ik de hele dag weg was, maar dat we ’s avonds lekker uit eten moeten zijn gegaan. Shabu Shabu, na Sumo in Scheveningen onze favoriete sushitent. Tegen Sumo kan niet veel op, maar ja Shabu is om de hoek.

Het is gek om na te denken over taart, over uit eten gaan en een verjaardag vieren. Toch komt die dag er onherroepelijk aan en ik weet niet, écht niet wat ik er nou mee moet. Het vieren en doen alsof hij jarig is terwijl hij nooit meer een jaar ouder wordt? De gelegenheid aangrijpen om met dierbaren uit eten te gaan, misschien óns leven te vieren? Of toch dat van Aart vieren, niet wat hij niet meer heeft, maar wat hij had. Die 55 verjaardagen die hij voorbij zag schuiven. Een mooi rond getal?
Het blijft gek want in mijn hoofd staat al tijden vast dat er op die dag een feestje gevierd moest worden. Ik vond namelijk dat Aart dat verdiend had na al die ellende. Ik dacht, in oktober, als hij zich beter voelt, dan ga ik weer eens een écht verjaardagsfeestje voor hem organiseren. Concrete vormen had het nog niet, maar ik had wel besloten dat het met zijn hartklachten maar geen surpriseparty moest worden.
De enige keer dat ik dat wel had gedaan is echt al heel wat jaren terug geweest en ik had het voor elkaar gekregen om zonder dat Aart het door had, terwijl op zolder zat te werken, niet alleen een grote maaltijd te koken maar ook allerlei gasten binnen te halen. Toen ik hem riep voor het verjaardagseten vroeg ik hem of hij wel even kléren aan wilde doen omdat ik dat wel zo gezellig vond aan tafel. Ik had natuurlijk niet kunnen vermoeden dat hij dan op zijn afschuwelijk lelijke sandalen naar beneden zou komen. Die sandalen hebben trouwens niet lang geduurd, hij wilde daar sowieso dood (dat is gelukt) nog levend (niet gelukt) in gevonden worden dus nadat hij de gasten begroet had maakte hij hij rechtsomkeert om iets fatsoenlijks aan te trekken.

Kortom, wat doe je op zo’n dag die feestelijk zou moeten zijn? Wie worden zijn gasten? Wie worden mijn gasten? En als ik iets doe, staat het dan voor eeuwig vast dat op die dag er zoiets moet gebeuren? Wordt het een traditie? Een fijne of zo eentje waar je maar moeilijk af komt terwijl je eigenlijk niet meer wil? Ik weet het niet en ondertussen komt die dag met rasse schreden naderbij. Kan ik ’t niet gewoon vergeten? Net zoals onze trouwdag die er ook rap aan komt? Zoals ik eigenlijk jaarlijks deed. Gewoon per ongeluk vergeten op welke datum het ook alweer was die verjaardag of trouwdag en daarna ook niet weten welke datum het eigenlijk ís. Wat onze trouwdag betreft, daar ben ik gelukkig op 1 jaar na altijd in elk geval nog op de dag zelf achter gekomen en dan gingen we meestal uit eten.

Uit eten, dat was bij ons wel het summum van genot, vooral als het Japans was zaten we meestal letterlijk hardop te genieten.
Tja, wat zal ik doen. Twee ‘dagen’ in oktober die ineens een andere lading hebben. Hoe doe je dat?
Een ding weet ik zeker: dit jaar ga ik die data écht niet vergeten dus ik zal er wat mee moeten.

20130928-073826.jpg