Dokter Bob

Sinterklaasgedicht van Aart aan mij over dokter Bob, jaren geleden.

Sinterklaasgedicht van Aart

Een jaar of zeven geleden deed dokter Bob zijn intrede in huize Brouwer. Na al heel wat heupgelazer kwam ik bij een serieuze orthopeed in Amersfoort terecht. Na de eerste of tweede afspraak vroeg Aart mij wanneer ik weer naar dr. Bob moest. Verwarring alom want ik was er toch echt van overtuigd dat deze dokter Hans heette. Ik verbeterde hem en zei dat ik dacht dat zijn voorletter J. vast voor Johannes stond, Hans dus. Maar tot mijn irritatie én hilariteit bleef het dokter Bob. Toen dokter Bob me doorverwees naar andere specialisten kwam ik er achter dat dokter Bob diep zat bij Aart. Ze heetten namelijk allemaal dokter Bob voor Aart. Het was wel makkelijk, er kwamen er zo veel voorbij dat we écht niet al die namen konden onthouden. Één arts werd door Aart na een eerste ontmoeten onmiddellijk weer onttroond, de beste man was de titel dokter Bob niet waardig. Aart vond het maar een pennenlikker en een ambtenaar, dag dokter Bob.

Hoewel het hem gruwelijk irriteerde dat ik van dokter naar dokter moest, omdat hij nu eenmaal zelf een hekel had aan ziek zijn, ziekten, ziekenhuizen en alles waar maar het woord dokter of ziekenhuis in voor kwam, was hij wel mijn trouwe steun en toeverlaat. Hij ging elke enigszins belangrijke afspraak mee om als mijn tweede paar oren en kritisch echtgenoot te functioneren. Hij stelde de vragen die ik vergat en samen bespraken we wat er nóu toch weer ging gebeuren. Bij slecht nieuws of wederom onzekerheid troostte hij mij met een dikke knuffel. En daarna moest ik er maar over ophouden want er over práten wilde hij niet.

Toen ik op een gegeven moment wel 4 dr. Bobs had begon hij wel een beetje te zuchten te te steunen. Maar naar dokter Bob in Delft ging hij altijd trouw mee. Hij wilde met eigen ogen zien dat zijn vrouw daar goed behandeld zou worden, wie in mijn vrouw snijdt, snijdt in mij leek hij soms wel eens te denken. Hij legde dr. Bob regelmatig het vuur aan de schenen over de te verwachte resultaten. En toen dokter Bob besloot de boel maar eens uit de kom te trekken teneinde er in te kunnen hakken en zagen zat Aart in de centrale hal op mij te wachten tot ik van de uitslaapkamer af mocht. Hij zat aan mijn bed en maakte steevast grapjes met de buren. Of over de buren.

De voorgaande maanden heb ik het bewust rustig gehouden met alle dokter Bobs, ik had wel even wat anders aan mijn hoofd.  Maar nu is het grote feest weer begonnen. Dokter Bob #1 sneed in mijn vinger om die grote bult weg te halen die in de weg zat, de tweede bobbel ‘crushte’ hij en passant nog even met zijn vingers. Dokter Bob #2 stuurde me naar dokter Bob #3 die me een 4th opinion gaf en weer terugstuurde naar dr. Bob #2 die daarop besloot met te pesten met een fijn onderzoekje met naalden in gewrichten, contrastvloeistof en een half uur doodstil liggen in een mri-herrieding. Dokter Bob #4 die overigens zeker weten Hans heet, pielt ondertussen in mijn ADHDerige hoofd met medicijnen waar ik bar slecht op reageer en dr. Bob #5 probeert vanaf die zelfde kant mij aan het slapen te krijgen. Ik reis van Ede naar Zeist naar Delft en ook het ziekenhuis in Amersfoort verblijd ik met bezoekjes. En ik weet het zeker, Aart was boos geweest. Boos op al die dokter Bobs dat ze me zo pijnigden. En dan had ik stoer gezegd dat het heus allemaal wel goed zou komen, gewoon even tanden op elkaar.

Maar hemeltjelief, wat zou ik graag Aarts dokter Bob gemopper willen horen, zijn oordeel willen horen over wat de medicatie met me doet en vooral gewoon, gezellig samen in de auto naar Delft, Voorburg, Leiderdorp of andere uithoeken. En dan gezellig keuvelend na afloop een strand opzoeken, een wandelingetje maken, onze geliefde zeelucht opsnuiven, knuffelen en zoenen op het strand. Want op het strand moet er altijd gezoend worden, dat vraagt er gewoon om. En daarna naast elkaar aan een tafeltje, een beetje tegen elkaar aan zittend genieten van heerlijke sushi. Aart onder het genot van sake, want ik rijd toch en ik onder het genot van, ja iets fris dus. En dan ’s avonds naar huis rijden in het donker en na 10 minuten gesnurk naast je horen terwijl hij je wel wakker zou houden tijdens de rit naar huis.
Ik mis dokter Bob, ik mis zijn hardnekkige aanwezigheid in huize Brouwer. Nu is het gewoon dokter Hans, dokter, Ralph, dokter voornaamonbekend, dokter Reinier (enz.) want er is geen Aart om ze stug allemaal dokter Bob te noemen. Ik mis twee armen die me altijd steunen.

Advertenties

Een nacht, vele nachten

20131013-020224.jpg

Wallen tot onder mijn oksel, mijn tong ergens op mijn knieën, ene voet voor de andere. Ik kan mij niet heugen wanneer ik me voor het laatst kwiek heb gevoeld. Moehoe! Bijna een jaar geleden begon het gelazer. Zwanger was ik natuurlijk ook al rond deze tijd vorig jaar maar behalve van misselijkheid had ik verrassend weinig last van me, myself and I. Ja ik moet ze altijd alle drie tevreden zien te houden, best lastig hoor!

Het begon allemaal ’s nachts om een uur of twee toen Aart zich benauwd voelde en het niet beter werd, ik bleef rustig maar Aart raakte steeds verder in paniek. Ik belde de huisartsenpost en terwijl ze daar op hun dooie gemakje overlegden sommeerde Aart mij een ambulance te bellen. Doodkalm zei ik dat hij niet blauw zag, nog ademde en op twee benen stond dus dat ik toch even die arts afwachtte. Het kostte wat overredingskracht hem zo ver te krijgen hier heen te komen want hij had niet zo’n zin de nacht te doorbreken met een gevalletje hyperventilatie. Pas na een half uur kwam hij aankakken om Aart in een antihyperventilatiegeval te laten blazen. Hielp niet en toen pas besloot hij de saturatie te meten die superlaag was in plaats van hoog zoals bij hyperventilatie. Omdat hij het niet snapte belde hij toch maar een ambulance en prikte een slecht infuus. Hij zou misschien wel longembolie hebben. Dat was het begin van de reeks ontdekkingen dat Aarts gezondheid erbarmelijk slecht was. Dat zijn conditie niet bijster goed was wisten we al en dat het allemaal niet helemaal lekker ging ook. Hij was vlak ervoor gestopt met roken, wie weet zou dat verlichting brengen. Dat het zo slecht was kwam echter als donderslag bij heldere hemel.

De volgende ‘nacht’ was toen ik een week later thuis kwam van koor met buikpijn. Darmkramp dacht ik. De hele nacht lag ik te kronkelen, geen houding was goed en ondanks pijnstillers kon ik niet slapen. Pas in de ochtend durfde ik te bellen en bleek ik een blindedarmontsteking te hebben. Vanaf dat moment had ik continue harde buiken. In bed werden ze vaak nog heviger, dat sliep ook niet zo lekker.

Een paar weken later volgden nog heel wat nachten. De nacht voordat Aart geopereerd werd. Ik sliep in een hotel met een vette slaappil een paar uurtjes. Om acht uur ’s ochtends ging Aart onder het mes, om acht uur ’s avonds waren ze zo’n beetje klaar. Helaas werd hij niet stabiel en werd mij aangeraden dichtbij te blijven. Het beetje dommelen deed ik die nacht in het logeerbed van vrienden in de buurt. De volgende ochtend ging Aart nog een keer onder het nes en die nacht sliep ik, met behulp van een inslaappil een paar uur. Ook de nachten daarna kon ik het slapen wel vergeten, het ging zo slecht. Het duurde een week voor Aart eindelijk van de medium care af mocht. Die week had hele lang nachten waarin ik regelmatig met mijn telefoon in mijn hand lag, naar niet belde omdat ik wist dat ze mij zouden bellen als het echt slecht ging. Een beetje slecht dat wilde ik niet horen zo midden in de nacht.
Die week had óók de nacht dat ik mijn baby voor het eerst in mijn buik voelde bewegen. Vanaf dat moment hield hij mij ’s nachts regelmatig wakker met zijn circuskunsten.

Tussen kerst en oud en nieuw volgde de volgende reeks slapeloze nachten. Er werd twee keer ingebroken. Ik durfde pas weer thuis te slapen toen Aart terug kwam uit het ziekenhuis een week later.

Vanaf zijn thuiskomst ook regelmatig slapeloze nachten. Hij voelde zich ’s nachts vaak hondsberoerd. Na een maand zaten we na weer zo’n doorwaakte nacht voor de tweede dag op een rij bij de huisarts. Saturatie van 83%, ik mocht hem met mijn zwangere buik en slaperige kop naar de eerste harthulp rijden.

Na een week opname mocht hij naar huis, dat hield hij krap 24 uur vol, twee slapeloze nachten later werd hij weer opgenomen.

Na thuiskomst na die derde opname bleef het kwakkelen en met enige regelmaat zat we ’s nachts op de eerste harthulp. We mochten zelf direct bellen en langskomen als er iets was.

Volgend op een van die bezoeken bleek mijn bloeddruk veel te hoog. Ik was 33 weken zwanger en werd opgenomen. Ik regelde dat Aart opgehaald werd van de eerste harthulp waar ik hem had achter gelaten met een ritmestoornis en bij mij mocht slapen. Hij sliep als een roos terwijl ik midden in de nacht boterhammen at en bloeddrukcontroles had. Na een week mocht ik naar huis. Die week had ik weer regelmatig slapeloze nachten door een zich niet lekker voelende Aart. We zaten ook weer een keer om vier uur ’s ochtends op de eerste hart hulp. Daarna had ik controle en was mijn bloeddruk weer veel te hoog. Eerst maar naar huis om te slapen.

Die zondag, 35 weken zwanger (maart 2013) was ik niet lekker, ’s avonds laat toch maar naar het ziekenhuis. Bloeddruk was 210/140, nu toch echt zwangerschapsvergiftiging, er volgde wederom een vrij slapeloze nacht met infuusgeprik, bloeddrukmetingen en hondsberoerd van de medicatie. Ook de nachten daarna sliep ik nauwelijks, ik lag aan een infuus, had een blaaskatheter en door het inleiden vrij pijnlijke harde buiken. Op woensdagochtend om een uur of vier belde ik de verpleging omdat ik niet lekker was. Bloeddruk was veel te hoog. Ik kreeg nog een infuus en de mededeling dat we de volgende dag ouders zouden worden.

Op 20 maart werd Lucas geboren bij 35 weken en 3 dagen. Er volgden heel wat slapeloze nachten die 3,5 week dat hij in het ziekenhuis lag.

Nou ja en daarna natuurlijk ook, nachtvoedingen en kolven. Aart hield me ook regelmatig wakker omdat hij niet lekker was en dan in paniek raakte.

Uiteindelijk toen alles een beetje een plekje begon te krijgen, het hebben van een baby routine begon te worden en het geruststellen van Aart bijna normaal, toen vond ik hem zo maar op een zonnige zondagmorgen dood en jullie willen niet weten hoeveel slapeloze nachten dáár uit volgden en nog volgen!

Het is twee uur ’s nachts, Lucas slaapt als een roosje en ik, ik lig wakker en vraag me af hoeveel jaar ik nodig zal hebben hiervan bij te slapen.