Stil met kerst

Het is hier stil, al een tijdje heb ik niets geschreven. Dat komt omdat ik in de war ben. De dagen rondt Sinterklaas en Aarts grote operatie waren moeilijk, veel moeilijker dan ik dacht. En nu is het weer stil, het voelt als het oog van de storm, alsof ik er midden in zit maar alles ineens heel kalm is geworden. Nou ja betrekkelijk kalm want bij mij van binnen stormt er nog steeds een storm, elke dag weer. Ik ben moe en gewoon in de war. De gedachten in mijn hoofd vormen geen rijen van twee meer, staan niet netjes in positie, maar vliegen alle kanten op. Nou is dat bij mij wel vaker het geval hoor, ik heb meer laatjes dan de gemiddelde mens en ik vergeet regelmatig op te ruimen. Dan is het een troep in mijn hoofd en weet ik van gekkigheid niet meer wat ik met mezelf aan moet.
Ik merk dat ik probeer de laatjes weer te sorteren, maar mijn hoofd voelt als een hoofd vol watten. Wanneer kan ik nou gewoon weer helder nadenken? Wanneer zakt de moed me niet meer in de schoenen als ik een brief open waarin staat dat er van mij een actie verlangd wordt? Gewoon zoiets stoms als een formuliertje invullen of het betalen van een rekening. Wanneer schiet ik niet meer in de stress alleen maar omdat er ook avondeten gekocht moet worden, of nee nog erger… gekookt!
Maar ondanks dat probeer ik er gewoon toch wat van te maken. Toch gewoon een beetje te genieten en leuke dingen te doen. Want anders zou het gewoon een wel heel treurige bende worden hier.

Ik timmerde bijvoorbeeld een kerstboom in het kader van: “kerst is wat je er zelf van maakt”. Ik wilde dit jaar geen kerstboom, herinneringen aan het mini-boompje van vorig jaar wat ik bij Aart in het ziekenhuis bracht staan me nog helder voor de geest. Vorig jaar was kerst al niet echt leuk met Aart in het ziekenhuis, dit jaar is Aart er helemaal niet bij, hoezo fijne feestdagen? Maar tegelijkertijd wilde ik ook niet doen alsof het geen kerst was, geen kans ook, je wordt er overal mee geconfronteerd. Onze traditie was dat we elk jaar een echte boom hadden, rijk versierd in alle kleuren van de regenboog. Elk jaar kwamen daar een paar zorgvuldig en liefdevol uitgekozen versieringen bij. Meestal deed ik dat, dan kwamen er weer een paar rood met wittestippenballen bij, maar soms bemoeide Aart zich er mee. Twee jaar geleden heeft hij mij de hele kerst doen grijnzen telkens als ik de boom zag want hij had, bloedserieus, voor in de boom een roze kop en schotel en een roze bijpassende theepot uitgezocht. Nog steeds moet ik daar om lachen, want hij vond het serieus erg mooi. Ik vind ze vrij eh, roze, maar kon het idee waarderen.
Ik bedacht me dat het zonde was dat die kop en schotel dit jaar niet opgehangen zouden worden en ging op zoek naar een alternatieve kerstboom. Ik googelde plaatjes van houten kerstbomen en maakte een plan. Met dat plan toog ik naar de gamma waar ik twaalf balken in stukken liet zagen. Het was daarmee dat ik een kerstboom fabriceerde die ik eigenlijk nog bijna leuker vind dan die echte boom. Gewoon omdat hij anders is en anders bij mij past. En zo leuk, al die kerstversieringen die wij in de loop de jaren verzameld hebben hebben een ereplekje gekregen. De kop en theepot, de pauw en de vogels, de rode ballen met witte stippen, de paddenstoelen, maar ook oude ballen die ooit van Aarts ouders waren, net zoals de houten kerstengeltjes.
Ik vier kerst maar gewoon een beetje op mijn eigen manier.

Afgelopen vrijdag gaven we een groot kerstconcert in de grote kerk van Harderwijk. Dat was een bijzondere ervaring, om als Pop&Rockkoor in een uit de kluiten gewassen kerk te zingen. Ik vond het vooral leuk om te merken hoe saamhorig het koor er van werd. Precies een gevoel waar ik momenteel behoefte aan heb. Dat ik totaal uitgeput en leeggelopen was van al die input is dan even van ondergeschikt belang.
Ik schreef ook nog voor de afsluitende kerstviering van koor gisteren een alternatieve versie voor ‘Hark! The Herald Angels Sing’ en was nog zo gek die voor ze te gaan zingen ook. Dat gaat nooit echt goed want zodra ik in de buurt van de microfoon kom schiet ik zo verschrikkelijk in de stress dat ik mijn papier met tekst bijna niet meer kan vast houden, vals ga zingen en volledig de timing verlies, zelfs als een orkest op de achtergrond gewoon min of meer de melodie speelt.
Maar ik merk dat sinds Aarts overlijden me er toch minder druk om maak. Ja ik krijg een knalrood hoofd, schiet in de stress en baal dat het wéér niet gelukt is mijn zenuwen in bedwang te houden. Maar ik lig er niet meer wakker van. Net alsof ik me eindelijk gerealiseerd heb dat er belangrijkere dingen zijn in je leven om je druk over te maken. Bovendien doe ik mee voor mijn plezier, toch?
Het was een hele gezellige avond en tot mijn stomme verbazing kreeg ik nog een bedanktroffee ook voor het mede een onvergetelijk maken van de avond. Ik denk dat ik maar een prijzenkast moet gaan timmeren!
En dan, aan het einde van zo’n avond, wil ik het liefste mijn matrasje uitstallen in de gymzaal waar we altijd oefenen en de leuke avond voor altijd laten voortduren. Dan wil ik niet naar huis, ook al is daar Lucas samen met mijn lieve zus die oppast. Ik wil dan blijven, ook al voel ik me verdrietig zo tegen het einde. Verdrietig omdat ik weet dat ik mijn ervaringen niet met Aart kan delen. Omdat ik weet dat het geen zin heeft om bij thuiskomst enthousiast naar zolder te rennen om te vertellen over je blunder van de avond. Omdat hij er niet is om er met je om te lachen, je te knuffelen en te vertellen dat hij gewoon nog steeds van je houdt, ook als je vals en uit de maat zingt. Omdat ik Aart gewoon verschrikkelijk mis en ik dat dan na zo’n leuke avond extra hard voel.

Advertenties

Dinsdag, of nee ode aan maandag

Mijn koormap

Koormap

Dinsdag is de dag na maandag, de dag na een meestal vrij korte nacht. De dag dat ik meestal maar rustig aan doe met mijn vermoeide hoofd. Dat is ook waarom ik eigenlijk geen blog schreef vandaag. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeker wat bloggen betreft. Want als je met je oogleden op je knieën een blog gaat zitten schrijven op een moment dat je eigenlijk naar bed toe moet dan moet het wel over iets heel belangrijks gaan.

Dat klopt, deze blog gaat namelijk over maandag. Maandag is een Belangrijke dag. Oké, het mag ook wel zonder hoofdletter maar ik wilde het even benadrukken. Niet dat ik op maandag ineens directeur ben van een groot bedrijf, of premier, of koningin. Het is niet dat ik op maandag boven mezelf uit stijg en supervrouwkwaliteiten bij mezelf ontdek (of toch wel?). Maandag is niet de dag waarop ik geen verdriet voel of Lucas ineens niet huilt. Maandag is gewoon, gewoon een fijne dag. Zo’n dag die je meestal niet wil overslaan terwijl je dat gevoel de rest van de week soms wel hebt. Op maandag voelt alles ineens een klein beetje dragelijker, op maandag kan ik rekenen. Soms vraag ik mij wel eens af waar zou ik zijn zonder maandag. Gut nu ik dit teruglees lijkt het wel alsof ik verliefd ben. Maandag mijn liefste, ga nooit bij mij weg, nog een verlies kan ik niet dragen. Lekker dramatisch toch? Of niet? Goed voor de kijkcijfers van mijn blog. Ok ik draaf door, maandag is gewoon mijn favoriete dag van de week.

Sommige lezers van mijn blog zullen dit gelijk begrijpen ze zijn namelijk delers van mijn maandagliefde. Maandag is koordag. Of nou ja kooravond, maar ik grijp de kans aan er een dag van te maken. Op maandagochtend sta ik meestal zingend op en de hele dag verheug ik mij op de avond die zal komen. Waarom zo’n simpel koortje zo belangrijk kan zijn? Het zit hem in veel factoren. Ten eerste zingen, zingen is gewoon heerlijk, alle spanning vloeit af, je kunt in een koor schreeuwen en niemand heeft het door. Nou ja niet in ieder koor word dit gewaardeerd, maar in ons koor zijn er best momenten dat je even flink kunt brullen zonder dat je buren er van op kijken omdat ze dat zelf ook staan te doen. Heerlijk! Het voordeel is ook dat er uiteraard gestudeerd dient te worden (vind ik). Er is altijd te bestuderen stof en daardoor een gegronde reden om de hele week te zingen. Niet dat ik een gegronde reden nodig heb, mensen die wel eens meer dan een uurtje met mij hebben doorgebracht weten dat ik graag zing en dat ik, soms tot afgrijzen van mijn medewereldbewoners, de hele dag door associaties met liedjes heb (en die dan ook begin te zingen). Koorliedjes, kinderliedjes, kampliedjes, Johnny Cash en de Dubliners, het maakt niet uit als er maar een soort melodisch geluid bij komt kijken. Als het goed met mij gaat loop ik te zingen en als het minder goed met mij gaat eh…ook, hoewel minder.
Je zou zeggen dat zingen dan dus wel het grootste voordeel van koor moet zijn maar dat is zeker niet het enige. Vertel mij dat ik moet verhuizen naar een ander koor en ik kruip in de diepste grot die ik kan vinden want ik wil alleen MIJN koor. Pop & Rockkoor Amersfoort rules zeg maar.

Mijn koor waar ik al 3,5 jaar kom (of zoiets, ben dement jongens, help me out), eerst was ik daar gewoon die maffe springende Wendel, enthousiast en nogal fanatiek. Een zenuwpees, Pietje precies ook en een soort wandelende agenda. Gefrustreerd als het niet ging zoals het moest (of zoals ik het wilde) en altijd bereid mijn betweterigheid over te brengen met schema’s en handleidingen gefabriceerd in photoshop of illustrator. Eigenlijk dus gewoon een beetje de koornerd. Het maakt niet uit want in ons koor heeft iedereen zijn plekje. Ok nu krijg ik braakneigingen, het lijkt wel hét perfecte koor. Gelukkig hebben we ook allemaal wel eens onze irritaties hoor anders zou het wel een beetje eng worden.

Koor was de plek waar ik me kon uitleven, tranen met tuiten kon lachen en toen mijn leven slagen in de rondte begon te draaien met een tempo van de secondewijzer van de klok werd het koor een mijn haven. Altijd waren daar mensen om een arm om me heen te slaan, een dirigent die je eens even bemoedigend toeknikt en vraagt of er bepaalde liedjes zijn die je wel of juist niet wilt zingen, die je op een stoel zet na je week ziekenhuisopname en zegt: “jongens zorgen jullie dat ze blijft zitten”. Mijn koorgenootjes stuurden bloemen, kaarten, kraamcadeaus, nog meer bloemen en nog meer kaarten. Ontiegelijk veel kaarten. En zelfs op de crematie kwamen er koorgenoten om mij te steunen, te knuffelen en me het gevoel te geven dat de maandagavond nog steeds voor me open lag. De week daarop ging ik weer, met lood in mijn schoenen, mijn leven nog volledig in een waas, Lucas voor het eerst van zijn leven met een oppas (zijn tante) thuis maar de noodzaak was gewoon te groot om weg te blijven. En mijn koorgenoten deden precies wat nodig was, schouderklopjes, hier en daar een arm, bemoedigende woorden en een beetje afstand. En zo is het nu, drieënhalve maand later, nog steeds.

Zo werd de maandag dus voor mij een Belangrijke dag. Een dag die je nodig hebt om de weken door te komen, zo’n avond die áltijd te snel voorbij is en je heimwee geeft naar de uren ervoor. Zo’n avond die langer wil blijven duren en waarna ik nooit naar huis wil. Thuis waar Aart niet meer is bij wie ik stuiterend na kon genieten en midden in de nacht kon uitzingen.
Nu moet ik na koor altijd even slikken als het besef komt dat ik nog naar huis moet, dat ik de rest van de week nog moet.
Maar vanaf woensdag is het gelukkig altijd alweer bijna maandag en zo kom ik er wel.